corona Archieven - Utilities

Huntsman voert alweer voor de tweede keer een turnaround uit in coronatijd. Toch verschilt de stop die in maart van dit jaar begon wezenlijk met die van juni 2020. Hij is niet alleen complexer, maar Huntsman doet ook mee aan een pilot met Covid-snelteststraten. Wie positief is getest, moet naar huis. Dat levert extra uitdagingen op in de planning.

Maintenance manager Marc Verheijen somt nog even de maatregelen op die men vorig jaar introduceerde en dit jaar voortzet. ‘We volgden de RIVM-maatregelen, hielden anderhalve meter afstand droegen FPP2 mondmaskers en wasten onze handen. Om er ook voor te zorgen dat buiten de werkzaamheden iedereen zich aan de regels kon houden, richtten we extra ruimtes in voor schaftgelegenheid en kleedruimtes en zorgden met schotten ervoor dat iedereen in zijn eigen bubbel bleef. Ook organisatorisch konden we veel risico’s afwenden door in twee totaal gescheiden shifts te werken. Helaas duurde de stop wel langer dan we van tevoren hadden ingepland.’Het resultaat sprak voor zichzelf: de turnaround aan de MDI-1 fabriek verliep zonder besmettingen. Dit jaar zijn dan ook dezelfde maatregelen van kracht. Er staan zo’n tweehonderd keten op het terrein om iedereen te kunnen huisvesten. Dat is ook wel nodig aangezien er twee keer driehonderd man extra op de site te gast is. Dat betekent dat op het hoogtepunt van de stop bijna duizend man op de site rondloopt.

‘Het kan soms een verrassing zijn wat je tegenkomt als je een kritische asset open maakt.’

Marc Verheijen, maintenance manager Huntsman

Teststraat

Ondanks de goede ervaringen koos Huntsman dit jaar voor een extra maatregel en kon meedoen met een pilot van ‘Project Fastlane’ van het ministerie van VWS. Het bedrijf vindt het heel belangrijk om mee te doen, aan de wieg te staan van innovatieve oplossingen, en investeerde een aanzienlijk bedrag. Maar liefst vier teststraten moeten ervoor zorgen dat de zeshonderd man die dagelijks het terrein betreden, veilig aan het werk kan. Verheijen: ‘We doen mee met de eerste proeven met sneltesten, waaronder ook blaastesten. Het Nederlandse bedrijf Breathomix ontwikkelde een sneltest die in enkele minuten kan vertellen of iemand Covid19 onder de leden heeft door te ‘ruiken’ aan zijn adem. Daarnaast is er nog een straat waar antigeentesten worden beproefd. We testen iedereen om de 48 uur. En wie positief wordt getest, moet uiteraard direct in quarantaine.’
turnaround
De kans op besmetting op de site neemt dus significant af, maar de aanpak kent één uitdaging: wie positief getest is, moet direct naar huis. ‘Dat levert wel lastige planningsuitdagingen op’, zegt Verheijen. ‘Mensen met een kritische functie kan je niet zomaar vervangen. En dus moeten we redelijk veel bijsturen op zowel planning als bezetting.’

Keten

Een ander verschil met de turnaround van vorig jaar is de complexiteit van de stop. Huntsman is namelijk onderdeel van het chloor- en ethyleen-cluster waarvan ook Shell Moerdijk, Nobian, Shin-Etsu, Hexion en Lyondell onderdeel uitmaken. Vanwege de onderlinge afhankelijkheid gaat het hele cluster tegelijkertijd uit bedrijf. In veertig dagen gaan de MDI-1 en MDI-2 fabrieken uit bedrijf en volgen stapsgewijs de aanpalende fabrieken zoals de Keystone-fabriek. Door die gefaseerde uitbedrijfname probeert Huntsman zoveel mogelijk de voorraad op peil te houden. ‘Als ook de stoomvoorziening uit bedrijf gaat, kunnen we echt niet meer produceren en gaat alles uit bedrijf. Dan hebben we twee weken de tijd voor onderhoudswerkzaamheden en kunnen we daarna alles weer langzaamaan in bedrijf stellen.’

Voorbereiding

Om een beeld te krijgen van de omvang van de turnaround: de steigerbouwers hebben in totaal vijftienduizend vierkante meter aan steigers neergezet om overal bij te kunnen. Voor de hijswerkzaamheden zijn tien hijskranen continu aan het werk. Een deel van de onderhoudswerkzaamheden is redelijk routinematig. Methyleendifenyldi-isocyanaat is een lijmachtige organische stof die zich gemakkelijk hecht aan oppervlakken. En dus begint het onderhoud met het schoonmaken van leidingen, warmtewisselaars en pompen. Verheijen: ‘Het meeste werk hebben we nog aan de MDI-1 fabriek. De nieuwe crystallyzer staat al op zijn plek en we gebruiken deze stop om de tie-ins te maken. Als we alle aansluitingen klaar hebben, kan men het project na de turnaround afronden.’

Vanwege de complexiteit van de stop, waar corona ook nog extra aandacht vergt, is de voorbereiding wel wat anders dan voorgaande jaren. ‘Net als altijd beginnen we twee jaar van tevoren aan de voorbereiding van een turnaround. We leggen de scope van de projecten vast en stellen de daaraan verbonden werkpakketen samen. Deze stop kenmerkt zich door veel, kleinere verbeterprojecten. Maar bij elkaar zijn het er wel veel. Om er zeker van te zijn dat we on time en in full kunnen afronden, besteedden we extra aandacht aan het scope management. We stelden van tevoren al de discovery scope op met het daaraan gerelateerde risicomanagement. Hoewel we steeds meer kunnen meten en voorspellen, kan het soms toch nog een verrassing zijn wat je tegenkomt als je een reactor of andere kritische asset open maakt. Door van tevoren al na te denken over wat je kan tegenkomen en daar al mitigerende acties voor vast te leggen, bespaar je tijd tijdens de uitvoering.’

‘Als we schouwing kunnen laten uitvoeren door drones, neem je grote risico’s weg.’

Marc Verheijen, maintenance manager Huntsman

Datacollectie

Verheijen: Tegelijkertijd registreren we nu nog beter dan anders wat we precies tegenkomen, zodat we de theoretische risicomodellen kunnen toetsen aan de daadwerkelijke situatie. Daarmee verfijnen we bij iedere stop de data zodat we de scope de volgende keer beter kunnen voorspellen. Die data wordt steeds noodzakelijker gezien de grote braindrain die we de komende jaren verwachten. De kennis die nu nog in de hoofden zit van onze ervaren operators en maintenance experts zullen we steeds meer in systemen en algoritmen moeten stoppen.’

turnaround‘Een belangrijk onderdeel van die efficiencyslag is ook de samenwerking met onze aannemers’, vervolgt Verheijen. ‘Door ze al vroeg te betrekken bij de planning en scheduling van de werkpakketten kunnen zij hun activiteiten sneller uitvoeren. We organiseerden interactieve sessies waar we klus voor klus alle details bespraken en de randvoorwaarden doorliepen om het werk zo snel en effectief mogelijk af te ronden. Met alle onzekere factoren rondom Covid, zullen we meer aandacht moeten besteden aan de zaken die we wel onder controle hebben.’

Flexibiliteit

Verheijen wil toch ook credits geven aan het eigen personeel. ‘De hele site is betrokken bij dit project en ik wil echt een pluim geven voor de flexibiliteit die onze werknemers laten zien tijdens de stop. De grootste stop in de geschiedenis van deze site uitvoeren in coronatijd vraagt veel creativiteit. We moeten echt dagelijks bijsturen om de gaten in de planning op te vangen omdat mensen positief zijn getest. In principe is iedereen overal inzetbaar, zodat we geen al te grote gaten krijgen. We krijgen bovendien veel steun van het moederbedrijf, waar we via Teams veel contact mee hebben en die echt met ons meedenken over verbeteringen in onze processen en procedures. Bij de contractors zie ik eenzelfde volwassen samenwerking. Men beseft steeds meer dat het werk dat ze uitvoeren ook het werk van degene die na ze komt beïnvloedt. En dat vertragingen ver kunnen doorwerken op de planning. Komt de ene aannemer resources tekort, dan vult de ander die aan.’

Nog beter

Natuurlijk blijft Verheijen wensen houden: ‘Ik denk dat we nieuwe technieken nog beter kunnen inzetten. Veel van de steigers die we nu laten bouwen, zijn voor schouwwerkzaamheden. Het opbouwen ervan kost echter veel tijd, geld en resources. Bovendien moeten er mensen op steigers klimmen of in kolommen afdalen, wat weer extra risico’s met zich meebrengt. Als we dit werk kunnen laten uitvoeren door met camera’s uitgeruste drones, neem je grote risico’s weg. Maar ook op dat vlak zullen we de data moeten opbouwen en ook het vertrouwen moeten krijgen dat de digitale schouwing net zo betrouwbaar is als een fysieke.’

Vloeibaar aardgas (LNG) blijft centraal staan om de continuïteit van de wereldwijde aardgasvoorziening te waarborgen. Dat zegt de International Energy Agency (IEA) na het uitbrengen van een nieuw LNG-rapport. Het vloeibare gas speelde een belangrijke rol in de aanpassing van de sector aan de daling van de wereldwijde vraag naar gas in de eerste helft van 2020.

Het internationale energieagentschap verwacht een daling van de wereldwijde vraag naar gas van drie procent. Ofwel 120 miljard kubieke meter (bcm). De grootste jaarlijkse daling die ooit is geregistreerd, sinds de publicatie van het Global Gas Security Review. Het rapport benadrukt dat de LNG-handel sterk afneemt ten opzichte van het hoge niveau van 2018. Covid-19 heeft wel invloed op de historische vraagdaling, Maar de sterke daling is grotendeels het resultaat van overschotten in de markt. Tegelijkertijd zijn investeringen tot stilstand gekomen. Zo zijn er dit jaar nog geen nieuwe liquefactieprojecten aangekondigd, terwijl 2019 een record aan projecten kende.

Flexibiliteit

In de vertraagde gasmarkt blijft LNG een centrale rol spelen bij het in evenwicht brengen van de mondiale markten. Het vloeibare gas creëert voldoende flexibiliteit om mee te veren met fluctuaties in de gasvraag. De gasproducenten en exporteurs werden in de eerste helft van het jaar geconfronteerd met een ongekende daling van de wereldwijde vraag naar gas. Als antwoord daarop daalde de maandelijkse wereldwijde export tussen januari en juli 2020 met zeventien procent.

Het IEA is in de eerste editie van de Global Gas Security Review vijf jaar geleden begonnen met het bijhouden van de flexibiliteit in de LNG-markten. Sindsdien zag het agentschap een opmerkelijke verbetering in een reeks flexibiliteitsmaatstaven voor deze markt. ‘Dankzij de toegenomen leveringszekerheid kon de markt zich aanpassen aan de historische vraagschok die zich in de eerste helft van 2020 voordeed’, aldus IES-directeur Fatih Birol.

Gasverbruik daalt

De wereldwijde vraag naar gas is in de eerste helft van 2020 naar schatting met vier procent gedaald. Die daling kwam door de combinatie van de Covid-19-crisis en een uitzonderlijk milde winter op het noordelijk halfrond. De meeste dalingen in het gasverbruik waren te zien in volwassen markten in Europa, Noord-Amerika en Azië. Samen zijn deze markten goed voor meer dan tachtig procent van de verwachte daling van de wereldwijde vraag naar aardgas in 2020.

In het tweede kwartaal van 2020, toen de lockdowns wereldwijd op hun hoogtepunt waren, daalden de spotprijzen voor aardgas in alle grote gasverbruikende regio’s tot hun laagste niveau in tien jaar. In het derde kwartaal lieten de prijzen daarentegen een sterke stijging zien, ondersteund door aanpassingen aan het aanbod en vraagherstel.

Covid-crisis

De vraag naar aardgas zal naar verwachting in 2021 met drie procent, of ongeveer 130 bcm, toenemen. De recente heropleving van Covid-19 en het vooruitzicht van een langdurige pandemie verhogen echter de onzekerheid over het tempo van het herstel in 2021. Het herstel van de wereldwijde vraag naar gas in 2021 zal waarschijnlijk worden ondersteund door snelgroeiende markten in Azië, Afrika en het Midden-Oosten. De meer volwassen markten zouden zich geleidelijk moeten herstellen en sommige zullen wellicht pas in 2022 of later terugkeren naar hun niveau van 2019.

In de beleidsbrief ‘Van coronacrisis naar duurzaam herstel’ draagt PBL suggesties en voorbeelden aan om met het herstelbeleid de hardnekkige problemen met gevolgen voor de kwaliteit van de leefomgeving aan te pakken. Voorbeelden daarvan zijn de uitstoot van broeikasgassen, klimaatverandering en klimaatadaptatie, het verlies aan biodiversiteit en verspillend grondstoffengebruik. Ook kan het herstelbeleid bijdragen aan de aanpak van problemen op de woningmarkt, de arbeidsmarkt en mobiliteit.

De overheid kan duurzaam investeren stimuleren door korte-termijninvesteringen te koppelen aan lange-termijndoelen en door consistent duurzaam beleid te voeren. Hierdoor kunnen synergiekansen tussen economische herstelprogramma’s en leefomgevingsaspecten worden benut, investeringen naar voren worden gehaald, investeringen in duurzame technieken en toekomstbestendige en duurzame ruimtelijke inrichting worden bevorderd. Om dit te realiseren is intensieve samenwerking met strategische partners nodig: met de financiële sector, bedrijven, burgers en met maatschappelijke organisaties in binnen- en buitenland.

Duitsland en Frankrijk zijn al verder

Andere landen zijn daarin al verder, laat de analyse van PBL zien. De EU en grote landen, zoals Duitsland en Frankrijk, zetten in hun plannen en herstelprogramma’s nadrukkelijk in op versnelling richting duurzaamheid. Het zwaartepunt ligt daarbij op de samenhang met de transitie naar klimaatneutraliteit in 2050. Investeringen hierin geven op korte termijn gunstige werkgelegenheidseffecten en dragen tevens bij aan verduurzaming. Ook de plannen van de Europese Commissie richten zich op de ontwikkeling van toekomsttechnologieën. Door daarnaast milieuvoorwaarden te verbinden aan subsidies en leningen wil de Commissie investeren in het toekomstig verdienvermogen, in een ecologische transitie en in een wereldwijde toonaangevende positie.

Niet geheel verrassend gebruikte de industrie minder gas in het tweede kwartaal van 2020 dan een jaar eerder. Het CBS meldt een afname van negen procent. Met name de chemische industrie verbruikte dankzij de coronacrisis minder gas (min veertien procent).

In de periode van week 14 tot en met week 24 van 2020 was het aardgasverbruik van de Nederlandse industrie gemiddeld 9 procent lager dan het gasgebruik in diezelfde periode in 2019. Bij elkaar is er bijna een volle week aan industrieel gasverbruik minder dan een jaar eerder. Vanaf week 14, drie weken na het sluiten van de scholen en de oproep om thuis te werken, ligt het gasverbruik van de industriële sector lager dan in dezelfde periode in het voorgaande jaar. Dit blijkt uit de meest recente cijfers van het CBS, gebaseerd op het gasverbruik van industriële verbruikers van het landelijk gasnetwerkbedrijf GTS.

Grootverbruikers

De ontwikkeling van het aardgasverbruik van de industrie geeft een beeld van de activiteit van industriële bedrijven die veel energie verbruiken. Een goed beeld hiervan wordt verkregen aan de hand van het gasverbruik van industriële grootverbruikers die op het hoofdnet van het landelijk gasnetwerkbedrijf GTS zijn aangesloten.

In 2019 was de industrie verantwoordelijk voor ongeveer 30 procent van het totale Nederlandse gasverbruik. 300 grootverbruikers die waarneembaar zijn via het netwerk van GTS zijn goed voor ongeveer 75 procent van het industriële gasverbruik. Deze 300 verbruikers zijn door het CBS geclassificeerd en vormen de basis van de analyse in dit bericht.

Zes branches

Zes branches domineren het gasverbruik door de Nederlandse industrie. Deze waren in 2019 gezamenlijk goed voor ruim 90 procent van het totale industriële gasverbruik. De chemische industrie neemt ruim de helft van het gasverbruik in de industrie voor haar rekening. Dit wordt op ruime afstand gevolgd door de voedingsmiddelenindustrie.

Sterkste afname gasverbruik in chemische industrie

In de chemische industrie was de daling van het gasverbruik het grootst. In de geanalyseerde periode was het verbruik 14 procent lager dan het jaar ervoor. Opvallend is de stijging in de aardolie-industrie. De stijging is, zoals in het dashboard te zien is, voor een groot deel te verklaren door groot onderhoud in 2019.

Tijdens Industrielinqs LIVE gaan we op 17 juni praten over ‘Transitie in Tijden van Corona’. Vertraagt de energie- en grondstoffentransitie door bijvoorbeeld het gebrek aan geld en de lage olieprijs? Vallen we straks gewoon weer terug in oude patronen?

Of bevinden we ons juist in het midden van de spreekwoordelijke crisis die we niet mogen verspillen? Gaan/moeten overheden nu bijvoorbeeld wat terugverlangen voor de steun die zij geven? Is er sprake van gedragsverandering? Gaan we meer producten uit de directe omgeving halen? Gaan we nu juist versneld af van fossiel?

Vier tafelgasten zijn bekend:

We beginnen om 9 uur, het duurt tot ongeveer half 11.

Wat we al een tijdje van plan waren, gaan we nu eerder doen. We gaan verschillende papieren magazines vanaf september combineren tot een integraal blad: Industrielinqs magazine. Als voorproefje daarop kunt u nu alvast een digitale versie lezen.

In dit e-magazine:

De flexibele schil die de technische arbeidsmarkt jarenlang kon ondersteunen, dreigt gevaar te lopen door de coronacrisis. Bedrijven zullen hun best moeten doen om jong technisch talent aan zich te binden. Want wie de technische arbeidsmarkt verlaat, komt zelden terug.
Noord-Nederland haalt de Parijsdoelen op zijn sloffen, maar Groningen Seaports-directeur Cas König wil graag nog veel verder.
Ook offshore gaat het werk tijdens de coronacrisis door. Maar hoe doe je dat als je twee weken lang met een hecht team op een platform zit?

Dit en meer leest u in het allereerste Industrielinqs e-magazine!

De coronacrisis zet alles op zijn kop. Zekerheden vallen weg, ook voor industriële bedrijven. Om het hoofd boven water te houden is veel flexibiliteit en creativiteit vereist. En ook daadkracht. In de online talkshow Industrielinqs BREAK OUTS gaan we op 9 juni met tafelgasten in gesprek over overlevingsstrategieën, en met name over mothballing. Er komt nogal wat bij kijken als je een fabriek voor een tijdje stillegt. De talkshow vindt plaats van 09.00-10.30u.
De eerste tafelgasten zijn inmiddels bekend:
  • Harry Talen, plantmanager Engie
  • Paddy Reijnders, senior consultant PDM
  • Kristian Fasel, sales manager Presserv

De druk op de technische arbeidsmarkt groeide de afgelopen jaren. Het was moeilijk voor de industrie om aan gekwalificeerd personeel te komen. De coronacrisis lijkt daar verandering in te brengen. Maar hoe?

In de derde Industrielinqs LIVE op 27 mei staat de industriële arbeidsmarkt centraal. Met tafelgasten onderzoeken Wim Raaijen en Jan Peter Kruiger in de digitale talkshow welke gevolgen de huidige crisis heeft op het werk in de industrie. De gasten zijn inmiddels bekend: sitemanager Philippe Engels van Air Liquide Rozenburg, Cees Alderliesten van Deltalinqs, René Hartman van Stork, DGA Wies van ’t Slot van 365Werk en CEO John Schonewille van Stratt+.

Anticiperen

Hoe staat het met de druk op de arbeidsmarkt tijdens de crisis?  Hoe gaan fabriekseigenaren met de huidige omstandigheden om? Wat zijn de gevolgen voor contractors en detacheringsbureau’s die tot voor kort met veel moeite voldoende goed opgeleid en ervaren personeel op de been konden brengen?

En wat gebeurt er als straks uitgestelde onderhoudsstops en ander uitgesteld werk in korte tijd moet worden uitgevoerd? Een dubbele druk op de arbeidsmarkt dreigt dan. Hoe kan de industrie daar op anticiperen? Deze editie van Industrielinqs LIVE wordt mede mogelijk gemaakt door Stratt+, partner van het Petrochem Platform.

Schrijf hier in voor de talkshow op 27 mei, 9.00-10.30.

Industrielinqs LIVE is een digitale talkshow over actuele ontwikkelingen in de industrie.

 

Eindelijk lijkt er een aanzetje voor een duidelijk industriebeleid in Nederland. ‘Nederland heeft de ambitie en de kans om de (Europese) vestigingsplaats te zijn voor duurzame (basis)industrie,’ stelt minister Wiebes van EZK 15 mei in een brief aan de Tweede Kamer. Een kabinetsvisie als aanzet voor industriebeleid?

Decennialang leken Nederlandse regeringen meer oog te hebben voor de dienstensector, dan voor de “vieze en gevaarlijke” industrie. Dat terwijl de Nederlandse economie ook voor een groot deel dreef op de industrie in en rond Rotterdam, Zuid Limburg, Zeeuws-Vlaanderen, het Noordzee-kanaal, de Eemsdelta en meer clusters. Als dat al werd onderkend, dan werd de industrie vooral gezien als noodzakelijk kwaad. Hooguit een moetje.

De afgelopen jaren zag ik regelmatig optredens van minister Wiebes, die daarover gelukkig net iets anders lijkt te denken. Dat bleek telkens weer als hij sprak voor een industrieel publiek, zoals bij het Deltalinqs Diner, de opening van nieuwe fabrieken of tijdens ons eigen congres Eemsdeltavisie 2019. Hij ziet wel een belangrijke rol voor de industrie, met name ook bij de energietransitie en het realiseren van de klimaatambities.

Mondjesmaat

Ook voor hem is dat regelmatig zwemmen tegen de maatschappelijke stroom in. Het imago liep de afgelopen jaren extra deuken op. De discussies over het klimaatakkoord, de plastic soup, mogelijke afschaffing van dividendbelasting, hoge salarissen in de top en meer deden het – toch al niet geweldige – imago van de industrie geen goed. Soms terecht, soms ook niet. Natuurlijk deed de industrie zelf pogingen om het imago wat op te vijzelen. Door te laten zien dat ze aan veel mooie producten bijdraagt. Dat auto’s lichter en dus zuiniger worden door kunststoffen en dat windmolens en zonnepanelen niet zonder composieten kunnen. Maar de boodschap kwam vaak niet aan.

En industriële bedrijven blinken doorgaans niet uit in transparantie. Ze werken vaak achter gesloten deuren aan energiezuinige processen en verschillende innovaties die fabrieken minder “vies en gevaarlijk”  maken. Dat komt maar mondjesmaat naar buiten. Veel te voorzichtig, of bang voor wat dan ook. De communicatie-afdelingen zitten vaak op dezelfde gang als legal. En meer dan eens zit het hoofdkantoor vast in de houdgreep van de aandelenbeurs of private equity. Open en enthousiaste vertegenwoordigers van bedrijven worden al gauw de mond gesnoerd. Dat is allemaal niet best voor het imago… Onbekend maakt onbemind.

Nieuwe realiteit

Je mag het misschien niet zeggen, maar de huidige coronacrisis is haast een reddende engel voor de industrie. Of op zijn minst een blessing in disguise. Het laat zien dat plastic veel meer is dan alleen het afval in de oceanen. Het materiaal kan ook levens redden en de basisindustrie blijkt vitaler voor de samenleving is dan vaak lijkt. Of zoals de minister het in zijn brief verwoordt: ‘De COVID-19-uitbraak heeft ons laten zien dat de basisindustrie ook tal van producten levert die noodzakelijk zijn voor het voorkomen en bestrijden van besmetting en het behandelen van patiënten. Gezien de belangrijke functie in de keten behoren de beroepen in de basisindustrie tot de cruciale beroepsgroepen ten tijde van de COVID-19-uitbraak.’ De minister is alvast wakker.

Tegelijkertijd grijpt hij dit momentum handig aan om de vitale industrie te koppelen aan de uitdagingen op het gebied van het klimaat. ‘De Nederlandse basisindustrie heeft nu een goede positie op wereldwijde markten. De wereldwijde spelregels veranderen echter sterk door de invoering van klimaatbeleid. Uiteindelijk worden alle landen hierdoor geraakt; de toekomst van deze industrieën zal in belangrijke mate bepaald worden door de snelheid waarmee landen zich kunnen aanpassen aan deze nieuwe realiteit.’

Experts

Uiteraard gaan we nog heel wat discussies krijgen over de richtingen die de minister kiest. Met enige nuance kiest de minister wel een duidelijke lijn, waarbij hij oplossingen niet op voorhand uitsluit. In de discussie over CO2-opslag bijvoorbeeld: ‘Het kabinet zet in op grootschalige opwekking en omzetting van groene energiedragers (waterstof, groene elektriciteit) en verwerking van CO2 in nieuwe producten (CCU) of zolang dat niet kan CCS in lege gasvelden op zee.’

Voor het eerst sinds lange tijd laat een minister zien dat hij ook op de hoogte is van belangrijke nieuwe technologieën. Waterstof, groen gas, CCUS kon hij natuurlijk niet missen. Maar dat hij ook uitgebreide aandacht besteedt aan elektrificatie, elektrochemische conversie en chemische recycling geeft aan dat hij niet over één nacht ijs gaat, of in ieder geval aandachtig heeft geluisterd naar experts in de industrie.

Veertig tot vijftig miljard

Ook lijkt de minister het advies van Taskforce Industrie Klimaatakkoord Infrastructuur serieus te nemen. Dat presenteerde daags voor de brief van de minister een uitgebreid rapport. Daarin raadt ze aan om een centrale energie-infrastructuur te ontwikkelen en een gezamenlijk CCUS-netwerk aan te leggen. Daarnaast zou Nederland moeten investeren in een grensoverschrijdend waterstofnet. Het gaat bij deze investeringen in de infrastructuur al gauw om veertig tot vijftig miljard euro.

Of dat geld zo maar op de plank ligt, is natuurlijk zeer de vraag in deze bijzondere periode. Vast staat wel dat vitale sectoren in de huidige crisis veel zichtbaarder zijn geworden. De zorg, het onderwijs, de voedselvoorziening, maar ook de procesindustrie. En dat een stevig beleid en ook ondersteuning nodig is om deze sectoren te versterken en waar nodig ook richting te geven, moge ook duidelijk zijn.

De laatste jaren werd de druk op de technische arbeidsmarkt alsmaar groter. Wij zijn benieuwd wat voor impact corona heeft op de technische arbeidsmarkt. Is het drukker, of juist niet? Wat zijn uitdagingen en wat zijn redenen waardoor werk nu stil komt te liggen. Via een vragenlijst willen wij wat meer inzicht krijgen. Vult u hem ook in? Het duurt ongeveer 2 minuten. De resultaten worden gebruikt in de digitale talkshow Industrielinqs LIVE op 27 mei over ‘Werk!’.

Tijdens deze talkshow staat de industriële arbeidsmarkt centraal. Met tafelgasten onderzoeken Wim Raaijen en Jan Peter Kruiger welke gevolgen de huidige crisis heeft op het werk in de industrie. Wat zijn de gevolgen voor contractors en detacheringsbureau’s die tot voor kort met veel moeite voldoende goed opgeleid en ervaren personeel op de been konden brengen? En wat gebeurt er als straks uitgestelde onderhoudsstops en ander uitgesteld werk in korte tijd moet worden uitgevoerd? Een dubbele druk op de arbeidsmarkt dreigt.

U kunt zich hier aanmelden voor de talkshow op 27 mei, 9.00-10.30.