DONG Archieven - Utilities

In het Energieakkoord is overeengekomen dat vanaf 2026 geen subsidies meer zullen worden verstrekt voor de aanleg van windparken. De trenddaling van de aanbesteding van Borssele 1 en 2 van respectievelijk DONG en Shell belooft een versnelling van die subsidiegrens. In Duitsland is inmiddels al een windpark aanbesteed met een invoedingstarief van 0 cent. Wellicht biedt deze ontwikkeling ook mogelijkheden voor de Nederlandse windparken.

Tekst: Sophie Dingenen, Margot Besseling en Sharon van de Kerkhof Bird&Bird LLP

Op basis van de Richtlijn Hernieuwbare Energie dient de Nederlandse overheid onder andere na te streven dat minimaal veertien procent van het totale energieverbruik in 2020 op duurzame wijze wordt opgewekt. Om deze doelstelling te behalen is in het Energieakkoord van 6 september 2013 afgesproken dat het operationele offshore windvermogen dient toe te nemen tot 4450 megawatt in 2023. Dit betekent een toename van 3.450 megawatt in een periode van tien jaar. Om deze toename te realiseren berekende het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) dat de overheid achttien miljard euro dient uit te trekken om investeringen in windenergie op zee aantrekkelijker te maken voor marktpartijen. Dit bedrag zal gefaseerd worden uitgekeerd over een periode van vijftien jaar. Rekening houdende met het feit dat het na het afgeven van een subsidiebeschikking nog een aantal jaren duurt voordat er daadwerkelijk met de exploitatie van een windpark zal worden aangevangen, zal de SDE-subsidie verspreid over de jaren 2019–2037 worden uitgekeerd. De benodigde financiële ondersteuning voor het bouwen en exploiteren van offshore windparken wordt vooralsnog door de Nederlandse overheid geboden via subsidies op basis van het programma Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+).

 Tenderprocedure

Het ontstaan van een offshore windpark kan worden onderscheiden in vier fasen: vergunning, ontwerp, constructie en operatie. De SDE+ subsidie wordt toegekend op basis van een tenderprocedure. Via een tenderprocedure wordt bepaald welke marktpartij aanspraak maakt op de vergunning voor het bouwen en exploiteren van het windpark. Voorheen handelde de Nederlandse overheid nog reactief door het indienen van een subsidie- en vergunningaanvraag aan marktpartijen over te laten, waar de overheid dan vervolgens op reageerde. Tegenwoordig speelt de overheid een actieve rol in het bepalen van de omvang van de tenderprocedure.

In een zogenoemd kaderbesluit stelt de overheid de locatie van het windpark vast en bepaalt onder welke voorwaarden een offshore windpark kan worden gerealiseerd. De door de overheid gestelde voorwaarden zijn vastgesteld op basis van diverse onderzoeken die op verzoek van de overheid worden uitgevoerd, onder andere met betrekking tot bodem, wind en watercondities ter plaatse van de kavel. De Nederlandse overheid wijst aldus een kavel aan, draagt zorg voor een gedegen voorbereiding en daaropvolgend mogen marktpartijen biedingen uitbrengen. De overheid heeft hiervoor gekozen om de investeringen in duurzame energie aan te moedigen. Door geïnteresseerde partijen te voorzien van deze uitgebreide informatie wordt het eigen risico van de marktpartijen tot de toekenning van de subsidie aanzienlijk beperkt. Het tenderbedrag per kilowattuur maakt de marktpartij op het subsidieaanvraagformulier kenbaar. Nadat beoordeeld is op of de aanvragen volledig zijn ingediend, worden de aanvragen tot SDE-subsidie en windvergunning getoetst op haalbaarheid. De marktpartij met de laagste prijs voor de aanleg en exploitatie wordt tot winnaar verkozen van de tender.

De winnaar krijgt de SDE-subsidie toegekend waarmee hij gedurende de eerste vijftien jaar van de exploitatie van het windpark een subsidieaanspraak krijgt. Met de term ‘subsidie’ wordt gedoeld op het SDE-tarief per megawattuur voor de door het park geproduceerde stroom. De SDE+ subsidie compenseert het verschil tussen de kostprijs van de offshore windenergie en de marktprijs van de geleverde energie. De subsidie-inkomsten vangen pas aan vanaf het moment dat de exploitatie van het windpark start. Naast de subsidieaanspraak verkrijgt de winnaar van de tender ook een windvergunning voor een periode van dertig jaar. De verkrijger van de windvergunning heeft het exclusieve recht om op een specifiek kavel een windpark te bouwen en te exploiteren. Zonder windvergunning is het dus verboden een windpark te bouwen of te exploiteren. Bovendien geldt dat slechts één vergunning kan worden afgegeven voor één kavel.

Verplichting

Het tenderbedrag per kilowattuur is in beginsel doorslaggevend voor het aanwijzen van een winnaar van de tender. Marktpartijen dienen echter ook aan een aantal aanvullende eisen te voldoen. Zo dient de aanvrager aannemelijk te maken dat bouw en exploitatie van het windpark aanvangen binnen vier jaar na het verstrekken van de vergunning. Het eigen vermogen dient bovendien minimaal tien procent van de totale investeringskosten te bedragen en partijen dienen in staat te zijn een tweetal bankgaranties te verstrekken; tien miljoen euro ten tijde van de aanvraag en een vervangende garantie van 35 miljoen euro vóór het einde van het eerste jaar.

Op basis van artikel 61 lid 1 Besluit SDE is de winnaar van de tender, als ontvanger van de subsidie, verplicht het windpark binnen een bepaalde termijn in gebruik te nemen. Deze termijn is in het Energieakkoord vastgesteld op vier jaar. Lid 3 van artikel 61 Besluit SDE stelt vervolgens dat bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de subsidieverlening enkel wordt verleend indien de winnaar van de tender en de Nederlandse overheid een uitvoeringsovereenkomst tekenen binnen enkele weken na de subsidietoekenning. Indien een dergelijke uitvoeringsovereenkomst niet wordt afgesproken krijgt de subsidieverlening geen rechtskracht. Uit de uitvoeringsovereenkomst vloeit de verplichting voort om het windpark tijdig te bouwen en exploiteren, in overeenstemming met de termijn zoals vastgesteld in art. 61 lid 1 Besluit SDE. Indien de winnaar van de tender het windpark niet tijdig in gebruik neemt, is de winnaar een boete ter hoogte van 0,2 procent van het beschikte bedrag verschuldigd aan de Nederlandse overheid. Voor iedere daaropvolgende maand dat de exploitatie van het windpark nog niet is begonnen is de winnaar van de tender wederom 0,2 procent van het maximale subsidiebedrag verschuldigd, met een maximum boete van twee procent. Op basis van de uitvoeringsovereenkomst is de overheid gemachtigd de boetes te innen door het inroepen van de door de winnaar verstrekte bankgarantie. Voorgaande sanctie is door de overheid gesteld om niet-serieuze partijen af te schrikken om mee te dingen naar de SDE-subsidie.

 Daling

Hoewel de geschiedenis met betrekking tot tenders voor windparken maar een korte tijdspanne omvat, hebben zich al opzienbarende ontwikkelingen voorgedaan. In 2015 is de eerste SDE-tender van het Borssele windpark, goed voor een opbrengst van zevenhonderd megawatt, toegewezen aan het Deense bedrijf DONG Energy. De bouw en exploitatie van de derde en vierde kavel van het Borssele windpark zijn toegewezen aan een consortium van Shell, Van Oord, Eneco en Mitsubishi/DGE.

Waar de winnaars van de eerste tenders de subsidietoekenning en windvergunning nog met een subsidieprijs van 72,70 euro per megawattuur in de wacht sleepten, is de laatste tender door het consortium gewonnen met een prijs van 54,50 euro per megawattuur. Een verdere verlaging van de prijs werd tot voor kort voor onmogelijk gehouden.

In Duitsland is het ENBW echter gelukt een tender te winnen op basis van een invoedingstarief van 0 cent per kilowattuur. ENBW zal aldus een gedeelte van het He Dreiht windpark, dat in totaal 1.490 megawatt omvat, bouwen en exploiteren zonder subsidieondersteuning van de Duitse staat. Hierbij verdient wel opmerking dat de Duitse tenderprocedure op andere wijze is ingericht dan de Nederlandse procedure. De tender voor het He Dreiht windpark was de eerste tender sinds een herziening van de tenderprocedure in Duitsland waarin verschillende offshore windprojecten, die reeds op de planning stonden van windparkontwikkelaars, van verschillende omvang tegen elkaar opbieden. Binnen het totale vermogen dat wordt getenderd, mogen partijen elk voor hun eigen omvang tegen elkaar opbieden. Een invoedingstarief van 0 cent per kilowattuur werd voor onmogelijk gehouden. Er werd dan ook gesproken van een historisch moment.

Vele deskundigen hebben zich gebogen over de vraag hoe het mogelijk is een windpark te bouwen zonder subsidie. Een belangrijk aspect is dat het windpark pas over acht jaar zal worden gebouwd, waardoor ENBW naar eigen zeggen rekening kon houden met toekomstige technologische ontwikkelingen en verdere kostprijsdalingen. Bovendien heeft ENBW reeds twee windparken in bezit welke dichtbij het nog te ontwikkelen windpark He Dreiht gelegen zijn, waardoor ENBW schaalvoordelen geniet ten opzichte van concurrerende marktpartijen. Een lage rente, de daling van staalprijzen en de grote omvang van het door ENBW te bouwen en te exploiteren windpark (900 MW) worden verder nog van belang geacht.

De afgelopen jaren is gebleken dat de financiering van windparken zich op verschillende wijzen presenteert. Naast een volledige balansfinanciering door energiebedrijven, wordt de bouw en exploitatie van windparken ook vaak gefinancierd door middel van eigen vermogen van een consortium met gedeeld eigenaarschap, en aldus verspreiding van risico, en worden projecten steeds vaker gefinancierd met vreemd vermogen. Niet alleen ondernemingen die actief zijn in de energiesector, de traditionele energiebedrijven, dingen mee in de tenderprocedures, ook institutionele beleggers, projectontwikkelaars en commerciële banken kiezen steeds vaker voor investeringen in duurzame energie.

 Toekomst

In het Energieakkoord is overeengekomen dat vanaf 2026 geen subsidies meer zullen worden verstrekt voor de aanleg van windparken. Naar aanleiding van de ontwikkelingen in Duitsland lijkt de periode van een subsidievrije aanleg van windparken echter eerder aan te breken. Hoewel het te vroeg is om te concluderen dat een invoedingstarief van 0 cent ook in Nederland spoedig zal worden bereikt, gezien het verschil in toepassing van de tenderprocedures, bieden de omvang van de nog te tenderen windparken in Borssele en Hollandse Kust Zuid Holland (allen zevenhonderd megawatt) en lage rentes een goede bodem om windparken goedkoper dan ooit te kunnen bouwen en exploiteren in Nederland. Voorwaarde is uiteraard wel dat er voldoende financiële middelen voor handen zijn om de windparken te kunnen realiseren, maar op basis van de huidige diversiteit van geïnteresseerde marktpartijen en de lage rentes voor het verkrijgen van vreemd vermogen lijkt het aan financiële middelen niet te ontbreken.

In het Energieakkoord is overeengekomen dat vanaf 2026 geen subsidies meer zullen worden verstrekt voor de aanleg van windparken. De trenddaling van de aanbesteding van Borssele 1 en 2 van respectievelijk DONG en Shell belooft een versnelling van die subsidiegrens. In Duitsland is inmiddels al een windpark aanbesteed met een invoedingstarief van 0 cent. Wellicht biedt deze ontwikkeling ook mogelijkheden voor de Nederlandse windparken.

Tekst: Sophie Dingenen, Margot Besseling en Sharon van de Kerkhof Bird&Bird LLP

Hoewel de geschiedenis met betrekking tot tenders voor windparken maar een korte tijdspanne omvat, hebben zich al opzienbarende ontwikkelingen voorgedaan. In 2015 is de eerste SDE-tender van het Borssele windpark, goed voor een opbrengst van zevenhonderd megawatt, toegewezen aan het Deense bedrijf DONG Energy. De bouw en exploitatie van de derde en vierde kavel van het Borssele windpark zijn toegewezen aan een consortium van Shell, Van Oord, Eneco en Mitsubishi/DGE.

Waar de winnaars van de eerste tenders de subsidietoekenning en windvergunning nog met een subsidieprijs van 72,70 euro per megawattuur in de wacht sleepten, is de laatste tender door het consortium gewonnen met een prijs van 54,50 euro per megawattuur. Een verdere verlaging van de prijs werd tot voor kort voor onmogelijk gehouden.

Duitse subsidie op 0 cent

In Duitsland is het ENBW echter gelukt een tender te winnen op basis van een invoedingstarief van 0 cent per kilowattuur. ENBW zal aldus een gedeelte van het He Dreiht windpark, dat in totaal 1.490 megawatt omvat, bouwen en exploiteren zonder subsidieondersteuning van de Duitse staat. Hierbij verdient wel opmerking dat de Duitse tenderprocedure op andere wijze is ingericht dan de Nederlandse procedure.

Vele deskundigen hebben zich gebogen over de vraag hoe het mogelijk is een windpark te bouwen zonder subsidie. Een belangrijk aspect is dat het windpark pas over acht jaar zal worden gebouwd, waardoor ENBW naar eigen zeggen rekening kon houden met toekomstige technologische ontwikkelingen en verdere kostprijsdalingen. Bovendien heeft ENBW reeds twee windparken in bezit welke dichtbij het nog te ontwikkelen windpark He Dreiht gelegen zijn, waardoor ENBW schaalvoordelen geniet ten opzichte van concurrerende marktpartijen. Een lage rente, de daling van staalprijzen en de grote omvang van het door ENBW te bouwen en te exploiteren windpark (900 MW) worden verder nog van belang geacht.

Toekomst

In het Energieakkoord is overeengekomen dat vanaf 2026 geen subsidies meer zullen worden verstrekt voor de aanleg van windparken. Naar aanleiding van de ontwikkelingen in Duitsland lijkt de periode van een subsidievrije aanleg van windparken echter eerder aan te breken. Hoewel het te vroeg is om te concluderen dat een invoedingstarief van 0 cent ook in Nederland spoedig zal worden bereikt, gezien het verschil in toepassing van de tenderprocedures, bieden de omvang van de nog te tenderen windparken in Borssele en Hollandse Kust Zuid Holland (allen zevenhonderd megawatt) en lage rentes een goede bodem om windparken goedkoper dan ooit te kunnen bouwen en exploiteren in Nederland.