eemsdelta Archieven - Utilities

Dit jaar gaat Engie bij haar centrale in de Eemshaven twee productielijnen met een totale capaciteit van 700 megawatt uit de mottenballen halen. Het gaat dus weer een stuk beter met de aardgascentrales in Nederland dan een paar geleden. ‘Goed is nog niet het juiste woord om de huidige situatie te beschrijven, maar het gaat zeker minder slecht’, stelt plantmanager Harry Talen van Engie in de Petrochem die binnenkort verschijnt.

Het stond er niet goed voor toen Harry Talen in 2015 verantwoordelijk werd voor de vier gasgestookte elektriciteitscentrales van Engie in Nederland – in Lelystad, de Eemshaven, Bergum en Harculo. De gasprijs was te hoog om te concurreren met bijvoorbeeld het goedkope kolenstroom. Bovendien was de vraag afgenomen als gevolg van de crisis.  ‘We kwamen in de overlevingsmodus terecht. We moesten veertig procent van de mensen ontslaan. In 2016 wilde het hoofdkantoor de centrale in de Eemshaven zelfs sluiten. Het enige dat ik nog kon bereiken was dat het besluit met een half jaar werd uitgesteld.’

Waterstofproductie

Niet lang daarna keerde het tij. ‘De markt veranderde. Zo nam de stroomvraag vanuit de landen om ons heen toe, onder andere door de onzekerheden op het gebied van nucleaire stroomproductie. Bovendien daalde de gasprijs en steeg de CO2-prijs. Daardoor verbeterde de positie van gascentrales ten opzichte van kolen. Inmiddels is helemaal geen sprake meer van sluiting. Integendeel, Talen mag met zijn team twee productielijnen met een totale capaciteit van 700 megawatt in de Eemshaven nog dit jaar opnieuw in gebruik nemen. En ook zijn er bijvoorbeeld plannen op het gebied van waterstofproductie.

Survival

Het kan dus verkeren. ‘Er komt in ieder geval meer geld binnen dan er uit gaat. Alleen niet genoeg om onze investeringen terug te verdienen. Niemand gaat nu een nieuwe centrale bouwen in Nederland. Dat kan echt niet uit. Gelukkig kan er wel veel meer dan een paar jaar geleden. De vraag is nu: wat moeten we doen om er in 2030 nog te zijn. We gaan van survival naar tien tot vijftien jaar vooruit kijken.’

Lees het hele interview met Harry Talen in het maartnummer van Petrochem.

Minister Eric Wiebes spreekt tijdens Eemsdeltavisie op woensdag 16 oktober in Delfzijl. De minister van Economische Zaken en Klimaat geeft zijn visie op de industrie in Noord-Nederland en gaat in gesprek met de zaal. Het congres wordt dit jaar georganiseerd in combinatie met Behind the Scenes van de VNCI.

Tijdens het evenement nemen deelnemers onder andere tijdens een speciale bustour een kijkje achter de schermen op Chemie Park Delfzijl en industriegebied Oosterhorn. In het plenaire congresprogramma staat centraal: Hoe kan Noord-Nederland een netto verbruiker van CO2 worden? En welke stappen zijn nu of binnenkort al te zetten?

Japan

Dat zijn ook de belangrijkste vragen bij een speciale white-paper-wedstrijd voor studenten en young professionals. Tijdens het congres strijden drie finaleteams om een studiereis naar Japan. Verder geven Johan Visser (Nouryon), Berend Aanraad (The Natural Step) en Marinus Tabak (RWE en Plant Manager of the Year 2019) hun visie op het thema.

De drie finalisten van de wedstrijd Northern Back From the Future zijn bekend. Teams van TNO, Avantium/Universiteit van Amsterdam en Maak Techniek & Proces zien veel in onder andere windenergie, waterstof en circulaire en biogebaseerde processen. Maar technische oplossingen alleen zijn niet genoeg. Transitie vraagt ook om andere invalshoeken.

Eemsdeltavisie op 16 oktober is de finaledag van Northern Back from the Future. Dat is een scenariowedstrijd voor studenten en young professionals. Zes teams van drie personen leverden begin september hun white papers in over de toekomst van het industriecluster in de Eemsdelta. Ze formuleren daarin stappen die nu en op de middellange termijn nodig zijn. Het winnende team krijgt een geheel verzorgde studiereis naar Japan.

1. Een stapje terug

De meest eigenwijze inzending komt wellicht van de Groningse werkstudenten van Maak Techniek & Process. Jaro Beuving, Jasper Annema en Nick Terra willen nog niet over technologische oplossingen praten, omdat er volgens hen eerst een stap terug moet worden gezet.

‘In de huidige situatie is er een gebrek aan overzicht binnen het cluster,’ stellen ze in hun white paper met de titel ‘Een stapje terug’.

 

 

2. (Water)stof tot nadenken

Heel degelijk en afgewogen is de white paper van young professionals en promovendi van  TNO, Wageningen UR en TU Eindhoven: Tes Apeldoorn, Carina Nieuwenweg en Leon Rosseau.

Hun white paper (Water)stof tot nadenken combineert verschillende hoopvolle ontwikkelingen tot een congruente en inclusieve verkenning.

 

3. Paris is not enough

Bijzonder is dat het derde finalistenteam louter bestaat uit buitenlandse studenten. Namens Avantium en de Universiteit van Amsterdam.

Uit de titel blijkt meteen al de internationale focus: ‘Paris is not enough’. Matthew Philips, Eric Schuler en Maria Alejandra Murcia willen duidelijk een stapje verder gaan dan de plannen die nu al in het Noorden op tafel liggen.

Northern Back from the Future

De wedstrijd Northern Back From the Future wordt georganiseerd door Industrielinqs, de uitgever van Het nieuwe Produceren en Petrochem. Mede-initiatiefnemers zijn EemsdeltaGreen en de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI). De wedstrijd wordt mede ondersteund door Chemport Europe, Groningen Seaports, Samenwerkende Bedrijven Eemsdelta (SBE) en Chemiepark Delfzijl.

De finalisten strijden op 16 oktober tijdens Eemsdeltavisie om de bijzondere prijs: een studiereis naar Japan.

Meer over de finalisten in het oktobernummer van Petrochem.

Eemsdeltavisie op 16 oktober is de finaledag van Northern Back from the Future. Dat is een scenariowedstrijd voor studenten en young professionals. Teams van drie personen beschrijven de toekomst van het industriecluster in de Eemsdelta en ze formuleren stappen die nu en op de middellange termijn nodig zijn. Het winnende team krijgt een geheel verzorgde studiereis.

Met de industrie-agenda en het overleg over het Klimaatakkoord zijn de afgelopen twee jaar stevige doelstellingen geformuleerd voor de Eemsdelta. Scope is daarbij 2050 en 2030. Maar wat zijn de stappen die nu gezet moeten worden? Dat is de centrale vraag van de scenario-wedstrijd Northern Back from the Future.

Whitepaper

Van teams wordt gevraagd om eerst hun eigen beeld te schetsen van de Eemsdelta in 2050. Daarbij worden ze onder andere geholpen door veel informatie uit de Industrie-agenda en de resultaten van het klimaatoverleg. In een whitepaper van maximaal 5000 woorden (ongeveer 10 pagina’s A4) moeten zij vervolgens schetsen welke stappen het industriële cluster in de Eemsdelta op de korte en middellange termijn moet en kan zetten. Om de doelstellingen voor de periode 2030-2050 te halen.

De wedstrijd wordt georganiseerd door Industrielinqs, de uitgever van Het nieuwe Produceren en Petrochem. Mede-initiatiefnemer is EemsdeltaGreen, platform voor het ontwikkelen van nieuwe groene projecten of ondersteuning bij het versnellen van lopende projecten. De wedstrijd wordt mede ondersteund door Chemport Europe, Groningen Seaports, Samenwerkende Bedrijven Eemsdelta (SBE) en de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI).

Opzet

  • Teams van drie personen schrijven samen een white paper van maximaal 5.000 woorden.
  • Maximale leeftijd van de teamleden is dertig jaar. Naast studenten mogen ook jonge promovendi en young professionals aan de wedstrijd meedoen.
  • Als achtergrondinformatie krijgt elk team ondermeer de beschikking over de Industrie-agenda en de rapportage van de Industrietafel Noord-Nederland. Daarin staan de doelstellingen voor de toekomst. Ook wordt op 12 juni in Groningen een aftrapsymposium georganiseerd.
  • Aanbevolen wordt om deze groepen heterogeen samen te stellen. Het kan verrijkend werken om verschillende studierichtingen of specialismen in te zetten. Ook hybride teams van studenten, onderzoekers en professionals zijn toegestaan.
  • Teams kunnen naast een wetenschappelijke begeleider ook een ervaren adviseur aanstellen vanuit de industrie in de Eemsdelta. De organisatie kan daarbij ook een bemiddelende rol spelen. Voordeel is dat de teams dan informatie uit de praktijk krijgen en ook bijvoorbeeld een bezoek kunnen brengen aan de industrie. Dat is kennis- en relatieversterkend en het kan extra inspirerend werken.
  • De white papers worden door een jury beoordeeld. Het is mogelijk dat er bij voldoende aanmeldingen net na de zomer (begin september) een voorronde wordt georganiseerd. Teams kunnen hun white paper dan aan de jury presenteren. Half september moeten de drie finalisten bekend zijn. Deze finalisten moeten gaan pitchen tijdens het congres Eemsdeltavisie 2019, half oktober in Delfzijl. Dat gebeurt met een film, die samen met de redactie van Industrielinqs wordt gemaakt, een korte presentatie, Q+A en een onderling debat. Elk team moet een ander team tijdens de Q+A het vuur aan de schenen leggen.
  • Uiteindelijk verdeelt de jury zestig punten. Twintig punten worden verdeeld door de congresbezoekers en twintig door internetstemmen.

Prijs en publicatie

  • Momenteel werkt de organisatie aan de funding voor een studiereis. Er wordt gedacht aan een bezoek aan de procesindustrie in Japan of de VS.
  • Van deze reis wordt uitgebreid verslag gedaan in de publicaties Petrochem en Het Nieuwe Produceren.
  • Ook is het de bedoeling dat kwalitatief goede white papers worden gepubliceerd. Dat kan via de media van Industrielinqs, maar ook de internetsites van bijvoorbeeld Chemport Europe, Groningen Seaports en meer.

Belangrijke data

  • Aftrapsymposium 12 juni 2019 aan de Rijksuniversiteit Groningen. Met presentaties van de industrie in de Eemsdelta.
  • Uiterste inschrijfdatum teams 17 juni
  • Uiterste inleverdatum white papers 1 september
  • Begin september mogelijke voorronde
  • 16 oktober finale en bekendmaking winnaar

Aanmelden

Teams kunnen zich aanmelden met een mail aan de hoofdredacteur van Het Nieuwe Produceren en Petrochem, Wim Raaijen (wim@industrielinqs.nl). Vermeld daarin de namen van de teamleden, hun e-mailadressen en de onderwijsinstelling, bedrijf of organisatie waaraan zij verbonden zijn. Geef verder aan wie begeleider is en of er interesse is in ondersteuning uit de industrie.

Eemsdeltavisie

Jaarlijks organiseert Industrielinqs (uitgever van onder andere Petrochem en Het Nieuwe Produceren) in het najaar het congres Eemsdeltavisie. Mede-initiatiefnemers zijn Chemport Europe, Groningen Seaports, SBE en Eemsdelta EZ. Het congres brengt ieder jaar 120-150 beslissers bij elkaar rond inspirerende thema’s en met interactieve programma’s. Dit jaar wordt het evenement samen georganiseerd met de VNCI, die gelijktijdig en geïntegreerd met Eemsdeltavisie  haar programma Behind the Scenes organiseert.

Groningen Seaports en producent van kunststof buizen Pipelife gaan samen een infrastructuur voor het transport van groene waterstof aanleggen in Delfzijl en de Eemshaven. In eerste instantie zal vier kilometer aan infrastructuur worden aangelegd. Het doel is om binnen een jaar tijd de leiding te realiseren. Vernieuwend daarbij is het gebruik van kunststofleidingen, die de kosten significant kunnen verlagen. 

De aan te leggen infrastructuur gaat waterstof gemaakt met duurzame energie uit windmolens en zonneparken transporteren naar met name chemiebedrijven in de regio Groningen transporteren. De inzet van groen waterstof is nog duur. Daarom moeten alle zeilen worden bijgezet om verschillende onderdelen in deze toekomstige keten goedkoper te maken. Veel aandacht is er inmiddels voor kostenreductie van elektrolyse, de omzetting van water in waterstof. Ook op andere vlakken zijn er mogelijkheden. Bijvoorbeeld bij het transport.

3000 kilometer

Met dat uitgangspunt ontwikkelden Groningen Seaports en Pipelife twee nieuwe kunststof buistypes. Een eenvoudige van PE voor lage druk en een met aramide versterkte pijpleiding voor de hoge druk. Voordelen van kunststof pijpleidingen is dat ze goedkoper zijn dan stalen. Niet alleen in de aanschaf, maar ook in de aanleg. Zelfs de homedruk-variant, die meer dan 16 bar aan kan, wordt straks geleverd op haspels van ongeveer drie diameter en is zodoende eenvoudig uit te rollen. Bovendien vergen ze veel minder onderhoud en zijn ze niet corrosiegevoelig. Bovendien is er al enige ervaring met het gebruik van kunststofleidingen bij het transport van olie, aardgas en waterstof. Met name in het Midden-Oosten zijn kunststofverbindingen in zwang. Wereldwijd is al meer dan 3000 kilometer aangelegd.

Fluctuaties

Voor de plannen in de Eemsdelta gaat Pipeline de gasbuizen leveren en Groningen Seaports zorgt voor de aanleg. Waterstof kan een belangrijke oplossing bieden voor fluctuaties in het groene energieaanbod. Elektriciteit van windmolens kan omgezet in en opgeslagen worden als waterstof. Waterstof kan op haar beurt weer omgezet worden naar grondstof of brandstof voor diverse chemie- en industriële bedrijven.

 

 

Avantium, AkzoNobel, Chemport Europe, RWE en Staatsbosbeheer onderzoeken samen de mogelijkheden om  een nieuwe bioraffinaderij te bouwen op het Chemie Park Delfzijl. De raffinaderij moet gebruik maken van het Zambezi-proces van Avantium. Dat zet op een kosteneffectieve manier houtsnippers om in zuivere glucose en lignine. Na de aanleg van een infrastructuur voor biostoom, dat vandaag officieel in gebruik wordt genomen, is dit de volgende stap in de vergroening van de Eemsdelta.

Na de keuze van Avantium voor Antwerpen en BASF als partner voor de bouw van haar PEF-fabriek, lijkt ze nu dus te kiezen voor een Nederlandse industriecluster en AkzoNobel als grote chemische partner. Al eerder waren  Rotterdam en bijvoorbeeld Chemelot teleurgesteld over de keuze van Avantium voor Antwerpen. Nu vissen beide grote industrieclusters wederom achter het net. Ook de haven van Amsterdam was zeer geïnteresseerd.

De bioraffinaderij krijgt verschillende productstromen. Zuivere glucose, verschillende andere suikers en lignine. Grondstoffen voor de chemie, voedingsmiddelenindustrie en brandstof voor de omzetting naar elektriciteit. De belangrijkste grondstof van de nieuwe fabriek zijn houtsnippers die lokaal worden verkregen. De toevoer daarvan wordt gecoördineerd door Staatsbosbeheer.

Testperiode

De geplande fabriek zal gebruikmaken van de infrastructuur en nutsvoorzieningen van het Chemie Park in Delfzijl. RWE zal de grondstoffen voor het Zambezi-proces leveren en lignine afnemen voor de opwekking van duurzame energie. Door de geografische, technische en logistieke voordelen van het Delfzijl-gebied, verwacht het partnerschap een kostenconcurrerende productie te realiseren, die kan helpen bij het versneld uitrollen van de biogebaseerde industrie in Noord-Nederland. De referentiefabriek wordt gebouwd met het oog op snelle uitbreidingsmogelijkheden na de testperiode.

Zetmeel

De glucose is zowel geschikt als katalysator als voor fermentatieprocessen voor de productie van nieuwe, duurzame materialen, zoals de bioplastics PLA en PEF. Gert-Jan Gruter, Chief Technology Officer van Avantium, een paar maanden geleden in Petrochem over de zuivere glucose: ‘Het product is dusdanig zuiver dat het zelfs geschikt zou kunnen zijn voor de voedingsmiddelenindustrie. Zoetstoffen en bindmiddelen uit hout dus! Twee studenten van de diëtetiekopleiding van de Hanzehogeschool in Groningen hebben marktonderzoek gedaan en kwamen tot de conclusie dat veel bedrijven uit de foodsector zeker geïnteresseerd zijn in deze nieuwe ingrediënten. Er wordt hier en daar nog wel kritisch gereageerd. Er zouden furanen zoals furfural en HMF zitten in glucose uit houtachtige biomassa. Maar dat gebeurt alleen bij hydrolyseprocessen die onder hogere temperaturen plaatshebben. Wij hebben juist een proces op kamertemperatuur ontwikkeld. Geweldig toch dat we zowel energie, grondstoffen voor de chemie als ingrediënten voor de voedingsmiddelenindustrie kunnen produceren uit agro- en houtafval. Dan heb je ook geen discussie meer over het gebruik van zetmeel voor chemie.’

Organisch afval

Inmiddels wordt een proefinstallatie gebouwd op het Limburgse chemieterrein Chemelot. De volgende fase na de proefopstelling is de bouw van een volwaardige fabriek. Hiervoor was interesse. Uiteindelijk heeft Avantium met de verschillende partners dus voor de Eemsdelta gekozen. Voordeel is dat de technologie die door Avantium wordt ontwikkeld, is gebaseerd op een proces dat al een eeuw oud is. Gruter: ‘Omdat we voortborduren op een bestaand proces, het aantal stappen minder is en de belangrijkste producten bestaande bulkprodukten zijn, verwacht ik dat er veel eerder een business case is.’

De Bergius-technologie werd vanaf 1916 ontwikkeld en vanaf 1935 commercieel toegepast voor de productie van zuivere glucose. De technologie werd gaandeweg minder populair doordat het zeer energie-intensief is. Gruter: ‘Dat hebben we met een aantal aanpassingen aangepakt, waardoor de technologie momenteel weer zeer interessant is. Het leuke is dat een dergelijke raffinaderij gewoon in Nederland gebouwd kan worden, gevoed met lokale grondstoffen. We hebben al eens met Staatsbosbeheer berekend hoeveel wij nodig hebben en hoeveel organisch afval er jaarlijks uit de bossen komt. Dat komt aardig met elkaar overeen.’

Stoomleiding

Met de komst van de bioraffinaderij wil de Eemsdelta een volgende stap zetten in de vergroening van het industriele cluster. De afgelopen tijd werd al een infrastructuur voor biostoom aangelegd, dat vandaag officieel wordt geopend. AkzoNobel neemt voor Chemie Park Delfzijl duurzaam geproduceerde stoom afvan een biomassacentrale van Eneco, die speciaal daarvoor is omgebouwd. Om de stoom bij het Chemie Park te krijgen, legt Groningen Seaports een twee kilometer lange stoomleiding aan. In totaal investeren de drie partijen tientallen miljoenen in de ombouw en aanleg. AkzoNobel gaat met Eneco een leveringscontract aan voor de duur van twaalf jaar met een totale waarde van ongeveer tweehonderd miljoen euro.

Samen met partners werkt Avantium wereldwijd aan efficiënte processen en duurzame producten op basis van biobased grondstoffen. Een succesvol voorbeeld is de YXY-technologie waarmee Avantium PEF heeft ontwikkeld: een nieuw, hoogwaardig soort plastic met suiker als grondstof. Vanaf oktober 2016 zijn alle YXY-werkzaamheden ondergebracht in Synvina, de joint venture van Avantium en BASF.