elektrochemie Archieven - Utilities

Elektrificatie en elektrochemie bepalen de komende jaren steeds meer het gezicht van investeringsprojecten in de procesindustrie. Op de korte en middellange termijn gaat het vooral om de vervanging van fossiele brandstoffen door duurzame elektriciteit. En groene waterstofprojecten worden steeds talrijker. Pas later volgen mogelijk complexere elektrochemische processen.

Het hele artikel vind je in onze digitale Projecten Special 2021!

Dow en Shell onderzoeken de mogelijkheden voor de aanleg van een multi-megawatt proefinstallatie voor elektrisch kraken. Deze zou in 2025 op moeten starten. Vorig jaar kondigden de twee bedrijven al aan kraakfornuizen met stroom te willen verhitten.

Shell en Dow hebben van de Nederlandse overheid via een MOOI-financiering (Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie) een subsidie toegekend van 3,5 miljoen euro aan hun programma. Ook kondigen de twee bedrijven aan samen te werken met TNO en het Institute for Sustainable Process Technology (ISPT). De samenwerking tussen de vier partijen is erop gericht om de doelen op de korte en langere termijn sneller te behalen.

In het eerste jaar van de samenwerking hebben Dow en Shell de elektrificatieoplossingen voor de huidige stoomkrakers verder ontwikkeld, en hebben ze tegelijkertijd gewerkt aan ontwerpen van nieuwe geëlektrificeerde krakers op de langere termijn. Het doel is om de CO2-uitstoot te verlagen in lijn met de plannen van de bedrijven in 2030. Uiterlijk in 2050 willen ze netto emissievrij zijn. Gezamenlijke teams in Nederland en de Verenigde Staten hebben hun expertise op het gebied van elektrisch ontwerp, metallurgie, koolwaterstoftechnologie en vloeistofdynamica ingezet om concepten te verfijnen, emissievoordelen te valideren, octrooien te ontwikkelen, de duurzaamheid van elektrische verhittingselementen aan te tonen en samen te werken met leveranciers van apparatuur.

BASF en RWE presenteerden vrijdag een plan voor een twee gigawatt offshore windpark in het Duitse deel van de Noordzee. Hiermee willen ze de chemische site in Ludwigshafen voorzien van groene elektriciteit. Ook moet een driehonderd megawatt elektrolyzer de productie van groene waterstof mogelijk maken. Het gaat om een investering van vier miljard euro.

Het doel van het project van RWE en BASF is om de productieprocessen voor basischemicaliën te elektrificeren. BASF wil in 2050 klimaatneutraal zijn. In 2030 wil het chemiebedrijf wereldwijd 25 procent minder CO2 uitstoten dan in 2018.

Groene waterstof

Om dat voor elkaar te krijgen, is veel elektriciteit uit hernieuwbare bronnen nodig. BASF wil bijvoorbeeld in de toekomst geen fossiele grondstoffen meer gebruiken voor haar stoomkrakers. Daarvoor ontwikkelt ze met Sabic en Linde elektrisch verwarmde stoomkrakers. Daarnaast wil het chemiebedrijf over naar het gebruik van groene waterstof. Twintig procent van de elektriciteit die wordt opgewekt met het nieuwe windpark willen RWE en BASF gebruiken voor de productie van groene waterstof. Ze willen daarvoor een driehonderd megawatt elektrolyzer bouwen. Ook andere bedrijven kunnen gebruik maken van deze groene waterstof.

Geen subsidie

Het project van de twee bedrijven zou kunnen leiden tot 3,8 miljoen ton CO2-emissies per jaar, waarvan 2,8 miljoen ton rechtstreeks bij BASF in Ludwigshafen. Het gaat om een investering van vier miljard euro. Voor het windpark is geen subsidie nodig. BASF en RWE willen het project tegen 2030 uitvoeren.

Engie overweegt de bouw van een elektrolyzer in de Kooyhaven in Den Helder. De installatie zet de stroom om van een nieuw zonnepark vlakbij de gasbehandelinginstallatie van NAM. Het groene waterstofgas is met name bedoeld voor de transportsector.

Engie en Port of Den Helder overwegen de bouw van een één tot anderhalf megawatt elektrolyzer in de Kooyhaven in Den Helder. De elektrolyzer zou de stroom van een nieuw drie megawattpiek zonnepark op industrieterrein Oostoever omzetten in groene waterstof. De elektrolyzer lost ook eventuele congestieproblemen op het lokale net op.

Het groene waterstofproject maakt deelt uit van een verduurzamingstraject dat Port of Den Helder samen met Engie, Total, Damen Shipyards, Alliander en andere partners uitstippelde. De haven bouwt voor een belangrijk deel op de offshore gasindustrie, een sector die langzaam maar zeker zal verdwijnen.

Waterstofvaartuig

In het gebied van de Kooyhaven bouwt Total waterstof vulpunten waar personenvoertuigen en vrachtwagens kunnen tanken en schepen waterstof kunnen bunkeren. Als onderdeel van het project ontwikkelt Damen Shipyards een servicevaartuig dat elektrisch vaart op waterstof. Het schip zal onder andere gebruikt worden door onderzoeksinstellingen en Port of Den Helder.

Lokale productie

Om de elektrolyzer te voeden met groene stroom bouwt Engie in eerste instantie een zonnepark van 2,8 megawattpiek. Voor dit zonnepark is in november 2020 een vergunning verleend. Zodra de uitslag van de SDE++ subsidie aanvraag bekend is, start men de bouw van het park. In een later stadium volgt dan een groter zonnepark. Het streven is begin 2022 de keten van een zonnepark, elektrolyzer en tankstation volledig operationeel te hebben.

Netbalans

Samen met de regionale netbeheerder onderzoeken de betrokken partijen of de waterstofinstallatie een rol kan spelen in de netcongestie. Door bij aanbod van veel zon en wind waterstof te produceren en daarmee te voorkomen dat zonneparken of windparken moeten worden uitgezet. Ook kijkt Engie naar het inzetten van de elektrolyzer als flexibel regelvermogen.

Blauwe waterstof

Vorig jaar kondigde het samenwerkingsverband van bedrijven en overheden in Den Helder H2Gateway aan de mogelijkheden te verkennen voor grootschalige productie van blauwe waterstof. H2Gateway wil een faciliteit ontwikkelen voor de centrale productie van ongeveer 0,2 megaton blauwe waterstof per jaar voor de industrie.

 

Op dinsdag 8 december is Klaus Schäfer, CTO bij Covestro, een van de sprekers tijdens de openingstalkshow van de European Industry & Energy Summit 2020. Wij spraken hem in een eerdere editie van Petrochem over CO2, inzet van koolstof en duurzame ambities van de industrie.

Covestro, het vroegere Bayer MaterialScience, wil leiderschap tonen als het gaat om de inzet van koolstof in hoogwaardige producten en ook op het vlak van energie-efficiëntie. Toen wij chief technology officer (CTO) Klaus Schäfer spraken was hij een dagje op de Maasvlakte in Rotterdam naar aanleiding van een innovatief investeringsproject. Op hun gezamenlijke productielocatie bouwen LyondellBasell en Covestro een nieuwe verbrandingsinstallatie en een biologische verwerkingsfabriek van afvalstromen. Met deze investering van maar liefst 150 miljoen euro moet het afvalwater van de bestaande fabrieken op de site op een biologische manier worden omgezet in warmte. Dat kan dan weer ter plekke in de vorm van stoom worden ingezet in de bestaande productieprocessen op de Maasvlakte-site. Met de nieuwe installaties verwachten de twee bedrijven de CO₂-uitstoot van het productieproces met 140.000 ton per jaar te verminderen. Dat is een reductie van twintig procent.

De CTO van Covestro is duidelijk verguld met deze nieuwe investering. Misschien ook omdat de twee bedrijven met het project technologisch en innovatief duidelijk hun nek uitsteken. Schäfer: ‘Als je het benadert vanuit de people, planet, profit gedachte, dan zit de plus vooral in de eerste twee. Op het gebied van het milieu is het natuurlijk een geweldig project en de investering levert ook nieuwe banen op. Alleen op het gebied van winst houdt het eigenlijk nog niet echt over. Het is een grensgeval. We verliezen er geen geld op, maar het levert ook niets op.’ Dat kan overigens wel veranderen. Bovendien lopen de bedrijven met de investering op de Maasvlakte voor op toekomstige Europese en Nederlandse regelgeving. Verwacht wordt dat soortgelijke investeringen sowieso moeten worden gedaan.

Dode hond

Met een  nuchtere blik kijkt Schäfer naar de duurzame ambities van de chemische industrie en van Covestro in het bijzonder. Vooral doen wat nu technisch mogelijk en economisch haalbaar is, lijkt zijn credo. Zo haalde het concern een paar jaar geleden de internationale pers met de installatie die CO2 omzet in polyurethaan, in het Duitse Dormagen. Twintig procent van het uiteindelijke product heeft kooldioxide als grondstof. Schäfer: ‘CO2 is een dode hond, je kunt er weinig mee. Om kooldioxide te activeren, heb je immers heel veel energie nodig. Dat is misschien mogelijk als er exotherme processen in de buurt zijn waarvan we de energie kunnen gebruiken, zoals in Dormagen.’ Covestro heeft samen met de Universiteit van Aken een katalysator ontwikkeld die de activeringsenergie voor CO2 verlaagt om een chemische reactie te laten plaatsvinden. De ontwikkelde katalysator is in dit geval de sleutel tot succes.

Er wordt momenteel veel gesproken over elektrochemische routes en ook Covestro onderzoekt ze uitvoerig. Vooral voor de langere termijn. ‘Laatst vertelde een deskundige van een collega-bedrijf me dat de productie van waterstof via elektrochemische weg nog achtmaal duurder is dan de gangbare route.’

Nieuwe machines

Zelf heeft de CTO op de kortere en middellange termijn veel verwachtingen van koolmonoxide. ‘Dat is meer een jong hondje. Daar kun je chemisch al meer mee dan met CO2. We onderzoeken onder andere hoe we van CO2 eerst CO kunnen maken, om zodoende veel meer mogelijkheden te hebben. We zoeken daarnaast een samenwerking met de staalindustrie, omdat in hoogovens naast veel CO2 ook veel CO vrijkomt.’

Hier passen wederom relativerende, nuchtere woorden. Innovatieve processen leveren vaak ook andere producten op. ‘We moeten onze klanten goed kennen en ze helpen met de nieuwe producten te leren omgaan. Vaak zijn ze enthousiast als we duurzamere producten leveren. Dat enthousiasme wordt echter een stuk minder als ze horen dat ze hun installaties moeten aanpassen of zelfs nieuwe machines nodig hebben. Daarom is het natuurlijk belangrijk dat we ze daar dan ook in ondersteunen.’

 

Bron: Petrochem 10-2018

European Industry & Energy Summit 2020

Tijdens European Industry & Energy Summit 2020 op 8 en 9 december zenden wij uit vanuit vier studio’s: Amsterdam, Eemshaven (Groningen Seaports), Rotterdam (Plant One Rotterdam) en Geleen (Brightsite Chemelot Campus).  We bespreken thema’s als Europese plannen, waterstof, infrastructuur, innovatie en systeemintegratie. Verschillende partners presenteren in side-events hun visie op onderwerpen als CCUS, elektrificatie, elektrochemie, energiebesparing- en opslag, en veel meer.

Inschrijven voor de livestreams is kosteloos (pay as you like).

‘De industriële revolutie was eigenlijk meer een evolutie. Als je het op microniveau beschouwt, ging het om een proces van heel veel kleine stapjes’, stelt Jeroen van Woerden, de kwartiermaker van het nieuwe Fieldlab Industriële Elektrificatie. ‘De huidige transitie van de industrie zal ook niet van de ene op de andere dag gaan, maar we kunnen er wel alles aan doen om die te versnellen.’

Hij is geen onbekende in de Rotterdamse en landelijke procesindustrie. In 2016 werd Jeroen van Woerden uitgeroepen tot Plant Manager of the Year, toen hij nog de scepter zwaaide over de site van chemiebedrijf Kemira in de Botlek. Jeroen paste methodes uit de maakindustrie toe in de chemie. Samen met klanten producten ontwikkelen en innoveren. Hij vroeg medewerkers om met ideeën te komen om de installaties te verbeteren en daadwerkelijk met relatief kleine verbeteringen aan de slag te gaan.

‘We hebben nog discussies over wat bij elektrificatie hoort. Hoort daar bijvoorbeeld elektrochemie bij?’

Jeroen van Woerden, kwartiermaker Fieldlab Industriële Elektrificatie

Het lijkt zeer bij Jeroen van Woerden te passen: vele kleine vissen maken één grote. Ogenschijnlijk grote veranderingen gebeuren gewoon niet plotsklaps. Vaak is er een proces voor nodig met tal van kleine stappen. ‘Ook de industriële revolutie was eigenlijk meer een evolutie,’ analyseert hij. ‘Als je het op microniveau beschouwt, ging het om een proces van heel veel kleine stapjes. Een revolutie kan ook veel kapot maken. En een evolutie kun je versnellen. Achteraf lijkt de overgang van traditionele lampen naar ledverlichting heel snel gegaan. Ik heb dat van wat dichterbij gevolgd bij Philips Lighting. Al met al heeft deze overgang minder dan tien jaar geduurd.’

E-boilers

Zo zal het volgens hem ook gaan met de energietransitie. Met zijn nieuwe functie als kwartiermaker van het Fieldlab Industriële Elektrificatie zal hij zich daarom vooral bezighouden met welke stappen de komende tijd zijn te zetten. Het fieldlab moet nog volledig vorm krijgen. ‘We hebben zelfs nog discussies over wat allemaal bij elektrificatie hoort. Hoort daar bijvoorbeeld elektrochemie bij?’

Nog niet zo lang geleden had niemand het er over, maar inmiddels zijn er veel initiatieven op het gebied van elektrificatie van industriële installaties. Elektrische boilers, pompen en zelfs elektrisch aangedreven fornuizen en hele krakers. Het wordt momenteel allemaal genoemd en onderzocht.

Ook over de mogelijkheden van elektrochemie wordt veel gesproken. Power-to-heat, power-to-hydrogen, power-to-x, allemaal mooie termen die een belofte in zich herbergen. Maar het moet nog op veel echt vlakken vorm krijgen. Zo is zijn er wel veel plannen op het gebied van groen waterstof, maar er is nog geen finale handtekening gezet. Van Woerden: ‘Veel innovatieve processen zijn bijvoorbeeld nog duur. Voor het fieldlab is het de taak om uit te zoeken of dat zo blijft of dat ze met wat financiële en technische ondersteuning toch vlot kunnen worden getrokken.’

Industrielinqs nu 3 maanden gratis ontvangen?

Dit artikel komt uit de tweede editie van het Industrielinqs magazine, dat zich richt op de procesindustrie, energiesector en onderlinge infrastructuur. Met het magazine verbinden we industriële ketens zodat ze van elkaar kunnen leren. Belangrijke thema’s zijn: innovatie, energietransitie, onderhoud en veiligheid.

Gebruik kortingscode ILQS20GRATI

Stap voor stap, lijkt het credo. ‘In eerste instantie zullen we ons vooral richten op haalbaarheidsstudies en de eerste pilots.’ Een mooi onderwerp van een “papieren” haalbaarheidsonderzoek zou de elektrische boiler kunnen zijn, stelt Van Woerden. ‘Om bijvoorbeeld industriële warmte in op te slaan. Kunnen we daarmee bijvoorbeeld pieken en dalen in het warmtegebruik balanceren?’

De technologie is geen rocket science, maar het vooral belangrijk om te weten hoe e-boilers in industriële processen zijn in te passen. Lukt dat grootschalig, dan kan heel veel warmte opnieuw worden gebruikt of opgewaardeerd.

Fornuizen

Waar liggen de mogelijkheden op de kortere termijn en waar kunnen we proof points creëren, stelt hij. ‘Over een half jaar moeten we de eerste resultaten laten zien. Voor proefinstallaties onderzoeken we de mogelijkheden bij één of twee centrale testlocaties, maar ook bij bedrijven zelf. Dat laatste levert meteen een spanningsveld op. Industriële bedrijven werken het liefst met proven technology. De dagelijkse praktijk van productiebedrijven is eigenlijk niet ingericht op ingrepen van buitenaf zoals innovatie in de processen. Er zijn geen lab-omstandigheden. Bovendien moeten veiligheid en betrouwbaarheid geborgd blijven. Tegelijkertijd zien de bedrijven de noodzaak van vergroening. Ze moeten dus wel in beweging komen. Maar hoe doe je dat, terwijl de winkel gewoon openblijft?’

fieldlabOok is het belangrijk om te weten hoe nieuwe grondstofstromen in de bestaande industrie kunnen worden ingepast. Binnen het fieldlab wil het bedrijf Duiker onderzoeken hoe industriële fornuizen andere brandstoffen kunnen verwerken. Waterstof lijkt hiervoor een goede kandidaat. De groene variant, geproduceerd met hernieuwbare elektriciteit, is echter nu nog niet in grote hoeveelheden beschikbaar. Daarom moeten er gedurende de energietransitie fase alternatieven zijn. En het liefst flexibel.

Duiker wil in het fieldlab daarom ook andere duurzame brandstoffen onderzoeken, zoals methanol, biogas of ammoniak. Zelfs aardgas is wellicht nog nodig tijdens de overgangsperiode naar een volledige CO2-reductie. Wereldwijd en in Nederland zijn talloze procesfornuizen in bedrijf. Deze zijn, in de huidige configuratie voor een groot gedeelte ongeschikt om met duurzame brandstoffen te worden bedreven. Er is daarom behoefte om de bestaande geïnstalleerde fornuizen geschikt te maken voor het gebruik van duurzame brandstoffen.

Uitwisselbaar

Van Woerden is blij dat het fieldlab wordt gesteund door een coalitie van verschillende partijen die zowel de dagelijkse praktijk van productiebedrijven als innovatieve bedrijven vertegenwoordigen. ‘Partner FME vertegenwoordigt technologische toeleveranciers, zoals Duiker in het voorbeeld, die gericht zijn op de mogelijkheden van technologieontwikkeling. Deltalinqs behartigt de belangen van de industrie, die de uitdaging heeft te duurzamer te worden met versterking van de concurrentiepositie. Bij TNO zijn onderzoekers gericht op innovatie en is veel toepasbare kennis aanwezig. Samen met het Rotterdamse Havenbedrijf en Innovation Quarter vormen ze een sterke coalitie om gezamenlijk een goed doel te bereiken om de regio Rotterdam duurzaam te versterken.’

De samenwerking houdt daar zeker niet op. Het fieldlab komt weliswaar in Rotterdam, maar samenwerking met andere clusters wordt nadrukkelijk gezocht. Zoals met de Eemsdelta, die een belangrijke rol gaat spelen in de energietransitie, en ook met Chemelot. Van Woerden: ‘Partner TNO is bijvoorbeeld nauw betrokken bij Brightsite dat veel onderzoek doet op de Chemelot Campus. En in het noorden hebben bedrijven bijvoorbeeld ervaring met e-boilers. We gaan juist voor uitwisseling en niet voor competitie met andere clusters. Door samen te werken zijn veel resultaten uitwisselbaar en opschaalbaar.’

‘De dagelijkse praktijk van productiebedrijven is niet ingericht op ingrepen van buitenaf, zoals innovatie in de processen.’

Jeroen van Woerden, kwartiermaker Fieldlab Industriële Elektrificatie

Versnelling

Van Woerden gelooft dan wel niet in een revolutie, maar de evolutie kan volgens hem ook in de energietransitie snel gaan. ‘Er heerst consensus over dat er wat moet gebeuren. De Europese Unie heeft bijvoorbeeld haar duurzame ambities niet bijgesteld tijdens de coronacrisis. Het gevoel van urgentie is er nog steeds. Daarbij kan het fieldlab de bedrijven helpen. En dan kan het snel gaan. Er is echt sprake van momentum. Het is aan ons om met inspirerende projecten de versnelling van de energietransitie vorm te geven.’

Smart Delta Resources (SDR)-partners Dow, Yara, Zeeland Refinery, PZEM, Engie, ArcelorMittal, Ørsted en havenbedrijf North Sea Port hebben de potentie laten onderzoeken van grootschalige productie en gebruik van groen waterstof in de Schelde-Deltaregio. De regio blijkt hiervoor uitermate geschikt te zijn. Het onderzoek heeft de mogelijke locaties en de systeemintegratie van grootschalige elektrolyse ten behoeve van groene waterstofproductie in kaart gebracht. Diverse locaties in het havengebied van North Sea Port zijn geschikt voor grootschalige elektrolyse. Concretisering van vier locaties is reeds van start gegaan, waaronder locaties in Vlissingen, Rodenhuize en in Sluiskil, waar Yara en Ørsted eerder hebben aangekondigd te gaan samenwerken.

Smart Delta Resources (SDR) is een internationaal samenwerkingsverband van energie- en grondstofintensieve bedrijven in de Schelde-Deltaregio. Het samenwerkingsverband zet in op een duurzame toekomst voor de industrie. De regio is de grootste (op aardgas gebaseerd) waterstofproducent en verbruiker van Nederland en Vlaanderen en wil haar C02-uitstoot drastisch reduceren. Hiervoor is binnen SDR het  Hydrogen Delta programma ontwikkeld, dat zich richt op grootschalige productie van groene waterstof. De studie bevestigt dat de regio een sterke uitgangspositie heeft voor grootschalige, snelle implementatie van groene waterstofproductie.

Het huidige waterstofgebruik in de regio beslaat meer dan een derde van de Nederlandse industrie. Een hechte samenwerking tussen industrie, haven en overheden maken directe toepassing van waterstof als grondstof mogelijk. De regio beschikt reeds over een grootschalig, flexibel aanbod van steamreformers (SMR’s) om niet-continue groene waterstof output van elektrolyzers ‘glad te strijken’. Ook de tijdens de elektrolyse geproduceerde zuurstof kan lokaal worden afgezet bij onder meer staalproducent ArcelorMittal, Zeeland Refinery, Dow en Yara.

Hoogwaardige infrastructuur

De regio ligt gunstig nabij diverse hernieuwbare energievoorzieningen. Door snelle aanlanding van wind-op-zee krijgt de regio direct toegang tot duizenden megawatts windenergie (windpark Borsele III-III-IV en mogelijk IJmuiden Ver Alpha). Daarnaast is er toegang tot CO2-neutrale elektriciteit voor de productie van waterstof middels de kerncentrale in Borsele. Bovendien beschikt de regio op dit moment al over een hoogwaardige gas-/elektriciteitsinfrastructuur in het Sloegebied (Vlissingen) en Rodenhuize (Gent). Dit geeft grensoverschrijdende mogelijkheden voor balancering van elektriciteit (België en Nederland). Aansluitend zijn er uitstekende mogelijkheden voor aansluiting op een landelijke waterstof-backbone en voor realisatie van een waterstofhub in het havengebied van North Sea Port met kansen voor import, opslag en doorvoer van waterstof.

Ambities

SDR wil de regio positioneren als grootste green energy en groen waterstofcluster van Nederland, Vlaanderen en Europa. SDR geeft actief invulling aan de klimaatambities van Europa in 2030 en wil zorgen voor een competitieve, klimaatneutrale industrie in de regio in 2050. De ambitie om internationaal koploper te blijven in de industriële waterstofeconomie heeft ondersteuning nodig van regionale en internationale overheden. Tot 2030 is het niet mogelijk om zonder subsidie kosteneffectief groene waterstof te produceren (dat geldt overigens wereldwijd).

Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt door een subsidie van de provincie Zeeland.

Industriële gassenproducent Air Products en elektrolysespecialist Thyssenkrupp tekenden een strategische samenwerkingsovereenkomst. De twee bedrijven werken samen om groene waterstofprojecten te ontwikkelen. Daarbij maken ze gebruik van hun complementaire technologie en hun expertise op het gebied van engineering en projectuitvoering.

Om tegemoet te komen aan de behoefte aan elektrolysefabrieken met lage kapitaal- en operationele kosten (CAPEX en OPEX), betrouwbare technologie en een solide projectuitvoering om grootschalige waterstofprojecten levensvatbaar maken, committeerden Air Products en Thyssenkrupp zich aan de exploitatie van groene waterstoffabrieken op gigawatt schaal.

Thyssenkrupp levert zijn technologie en stelt specifieke engineering, equipment en technische diensten ter beschikking aan Air Products voor de bouw van waterelektrolyse-fabrieken. Air Products zal de fabrieken bouwen en bedrijven. De samenwerking maakt gebruik van de technologie van Thyssenkrupp, waarmee Air Products groene waterstof produceert voor duurzaam transport, energieopwekking en de productie van chemicaliёn.

Alkaline

Thyssenkrupp ontwikkelde een zeer effectieve alkaline waterelektrolyse-technologie. Het bedrijf bouwde meer dan 600 projecten en elektrochemische fabrieken met een totale capaciteit van meer dan tien gigawatt. Het bedrijf beschikt over diepgaande kennis met betrekking tot de engineering, inkoop en bouw van dergelijke fabrieken.

Hoe kan de Nederlandse maakindustrie de kansen op het gebied van waterstofelektrolyse benutten? Met oog hierop werd dinsdag 10 december tijdens de European Industry and Energy Summit een consortium gepresenteerd met TNO, FME en een groot aantal provincies. Het consortium wil bedrijven ondersteunen innovaties op het gebied van waterstofproductie te realiseren.

Er is wereldwijd weliswaar al veel onderzoek gedaan naar waterstof en de toepassingen ervan, maar het maken van electrolysers die relatief goedkoop op industriële schaal groene waterstof produceren, is nog nergens gerealiseerd. Het hebben van een productielijn voor deze apparaten kan een nieuwe bedrijfstak in Nederland worden, met als gevolg nieuwe bedrijvigheid en werkgelegenheid.

Kansen voor de industrie

Het consortium gaat de kansen in de verschillende provincies in kaart brengen. ‘We willen binnen een half jaar met een aanpak komen op welke manier we Nederlandse bedrijven kunnen helpen in de ontwikkeling’, aldus Lennart van der Burg, business developer groene waterstof TNO.

Eerder dit jaar deed FME al onderzoek naar de kansen van waterstof voor de industrie. Daaruit bleek dat naast het vervaardigen van nieuwe typen cv-ketels en hogedruktanks vooral elektrolyse een van de troefkaarten is die de maakindustrie kan uitspelen. Om de capaciteit van de electrolysers op te schalen en de kosten te laten dalen, zijn innovaties nodig. De Nederlandse gespecialiseerde maakbedrijven hebben alles in huis om hier een rol van betekenis in te spelen. Zij kunnen ook gebruikmaken van onderzoeks- en testfaciliteiten van TNO, waaronder het Faraday laboratorium in Petten en het open innovatiecentrum MegaWatt Test Centre in Groningen. Samenwerking kan de ontwikkeling stroomlijnen en versnellen.

Eerst inventarisatie

FME maakte een eerste inventarisatie van de technologieën waar het bedrijfsleven zich op zou moeten richten: kansrijke regionale hotspots, clusters van bedrijven en partijen (bedrijven, kennisinstellingen en overheden) waarmee samenwerking voor de hand ligt. Samen met TNO worden de toekomstverkenningen voor markt, technologie en regio’s de komende tijd verder geconcretiseerd.

De gemeente Rotterdam neemt het FieldLab Industriële Elektrificatie voor 2,5 miljoen euro op in haar Uitvoeringsplan Energietransitie 2019-2020. Het FieldLab is onderdeel van een pakket van 37 projecten die de energietransitie moeten versnellen. Deze proeftuin voor elektrificatie van de industrie biedt bedrijven en onderzoeksinstellingen ruimte om kansrijke initiatieven testen op middelgrote schaal.

Met de 37 projecten wil het stadsbestuur de energietransitie aanjagen in de haven en industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit en energie. Het college investeert 58,7 miljoen euro in de uitvoering van de 37 projecten. Het Fieldlab Industriële Elektrificatie is daarbij opgenomen voor een bedrag van 2,5 miljoen euro.

Duurzame energie

De initiatiefnemers van het project FME, VoltaChem/TNO, Deltalinqs en InnovationQuarter zijn bijzonder verheugd met de toekenning van deze financiële impuls voor het Fieldlab. Marco Kirsenstein FME: ‘Het is heel positief dat de gemeente Rotterdam juist deze stap zet om voorop te lopen in de energietransitie.’ Alice Krekt, Deltalinqs Climate Program: ‘Bedrijven in de Rotterdamse haven werken aan een nieuwe economie, waarin duurzame energie een belangrijke rol gaat spelen. Er is nog veel onderzoek nodig, en het is belangrijk om kansrijke innovaties te testen en kennis te delen. Het Fieldlab gaat daar zeker bij helpen.’

Industriële Elektrificatie

In het driestappen plan naar een duurzaam industriecluster Rotterdam-Moerdijk speelt elektrificatie een sleutelrol. Zowel op korte termijn in het produceren van duurzame warmte als op lange termijn in de productie van groene waterstof en CO2-valorisatie. Het project Fieldlab Industriële Elektrificatie biedt een proeftuin om kansrijke initiatieven van bedrijven te testen op middelgrote schaal. Zo kunnen ze ervaring opdoen en bewijzen dat innovaties ook op (haven)industriële schaal goed kunnen functioneren.

Martijn de Graaff, Business Manager VoltaChem/TNO: ‘Het is de ambitie om het Fieldlab in 2020 samen met publieke en private partners te lanceren. Er zijn al meerdere concrete kansrijke technieken geïdentificeerd. Daardoor kunnen we door deze commitment van gemeente Rotterdam dan ook meteen aan de slag met pilot projecten. Dat zal zeker zorgen voor versnelling.’