elektrolyse Archieven - Utilities

Air Liquide heeft vergevorderde plannen om een 200 MW elektrolyzer te bouwen in Terneuzen. Het project, ELYgator genaamd, integreert op een slimme manier twee verschillende elektrolysetechnologieën (PEM en alkaline) in één ontwerp.

Voorkomen dat hernieuwbare energie, zoals wind- en zonne-energie, verloren gaat, dat is het voornaamste doel van het project. Door overtollige elektriciteit om te zetten in waterstof, blijft deze energie beschikbaar wanneer deze op een later moment toch weer nodig is. Het gebruik van conventionele energiebronnen is dan niet nodig en dit zorgt dus voor een aanzienlijke vermindering van de CO2-uitstoot.

Air Liquide heeft berekend dat het ELYgator-project ongeveer vier miljoen ton CO2-uitstoot kan vermijden gedurende de eerste tien jaar van operatie. Dit komt overeen met de uitstoot van 4.400 miljoen vrachtwagenkilometers.

Flexibel

Het omzetten van wind- en zonne-energie in waterstof via elektrolyse, is de best mogelijke oplossing om te voorkomen dat ‘overvloedige’ hernieuwbare elektriciteit verloren gaat. Maar hoewel er al geruime tijd elektrolyse-installaties bestaan, zijn die vaak te kleinschalig of niet flexibel.

ELYgator is het eerste grootschalige project dat twee elektrolyse-technologieën combineert: PEM en alkaline. PEM maakt gebruik van membraantechnologie en kan snel reageren op schommelingen in de toegevoerde energiestroom. Terwijl Alkaline zuiniger is en een langere levensduur heeft.

Gebruik van beide elektrolyse-technieken in één geïntegreerd systeem vereist wel veel kennis over aansturing. De waterstofkwaliteit moet constant zijn. Bovendien moet ook worden voldaan aan de verplichtingen met betrekking tot het in balans houden van het elektriciteitsnet.

Definitieve beslissing

Een elektrolyse-installatie produceert naast waterstof ook zuurstof en warmte. Het ontwerp van ELYgator leidt tot een geïntegreerde oplossing die ook hernieuwbare stoom kan produceren ter vervanging van stoom op basis van fossiele brandstoffen. Air Liquide wil de zuurstof en stoom leveren aan (lokale) industriële gebruikers, terwijl de warmte geschikt is voor een lokaal verwarmingsnet. Op die manier wordt de hernieuwbare elektriciteit maximaal gebruikt.

Het project is inmiddels geselecteerd voor de laatste selectieronde van het Europees Innovatiefonds. Dit is bedoeld voor innovatieve voorstellen voor grootschalige projecten op het gebied van hernieuwbare energie en koolstofarme technologieën. In 2022 neemt Air Liquide een definitieve beslissing over de investering. Als het project groen licht krijgt, kan de installatie vervolgens in 2024 beginnen met de productie van groene waterstof.

20MW PEM-elektrolyzer

Begin dit jaar nam Air Liquide in Bécancour (Québec, Canada) al een PEM-elektrolyzer in productie. Deze 20 MW installatie kan hernieuwbare energie omzetten in zo’n 8,2 ton groene waterstof per dag. Volgens het bedrijf is het op dit moment de grootste opererende unit ter wereld.

Tien private en publieke partners investeren 140 miljoen euro in het North-C-Methanol project op het schiereiland Rodenhuize tussen Gent en Terneuzen. Het project omvat een elektrolyzer van 65 megawatt die water met windenergie omzet in groene waterstof. En daarnaast een methanolfabriek die deze waterstof gebruikt om afgevangen CO2 van lokale industrie om te zetten naar groene methanol.

Lokale spelers als ArcelorMittal en Alco Bio Fuel leveren afgevangen CO2 aan een methanolfabriek van Proman. Deze zet de CO2 om naar 44.000 ton groene methanol. Daarbij gebruikt de fabriek groene waterstof van de elektrolyzer, die wordt gebouwd op de terreinen van ENGIE. De lokale industrie waaronder Cargill neemt de methanol op haar beurt af. Ook alle nevenproducten van de methanolproductie, zoals zuurstof, warmte en water, worden lokaal hergebruikt.

Het project voorziet ook in heel wat ondersteunende infrastructuur, zoals nieuwe pijpleidingen en opslagtanks om grondstoffen, neven- en eindproducten op de juiste locatie te brengen. Daar gaan Fluxys en Oiltanking voor zorgen. Mitsubishi Power draagt zorg voor de integratie en coördinatie van het hele bouwproces.

Opschalen

De partners verwachten met het project de CO2-emissie met 140.000 ton per jaar te verminderen. Maar de ambitie reikt nog verder. Dit is de eerste grootschalige demofabriek van het North-CCU-Hub programma. Op termijn wil het programma een jaarlijks emissiereductie van 1 miljoen ton CO2 realiseren. Daarvoor wil North-CCU-Hub de capaciteit van 65 megawatt in 2024 trapsgewijs opschalen naar 600 megawatt in 2030.

Bovendien wil het programma gebruikmaken van nieuwe technologieën, markten en producten. Zo zullen ammoniak, mierenzuur, vetzuren, esters en proteïnen geleidelijk aan worden ontwikkeld en geïntegreerd. Kennispartners UGent, Bio Base Europe Pilot Plant, CAPTURE en de Vlaamse speerpuntclusters Catalisti en Flux50 geven deze innovatietrajecten vorm.

Yara wil op haar site in Sluiskil groene ammoniak gaan produceren. Daarvoor werkt het bedrijf samen met offshore windparkontwikkelaar Ørsted. Een grote elektrolyser moet de windenergie van Ørsted omzetten in groene waterstof, waarmee Yara groene ammoniak kan maken, en vervolgens groene meststoffen.

Ørsted staat momenteel op het punt het windpark op zee Borssele 1&2 in gebruik te nemen. Dit windpark is het op één na grootste ter wereld, gelegen voor de kust van Zeeland, vlakbij de fabriek in Sluiskil. Een 100 megawatt elektrolyser moet de windenergie omzetten in groene waterstof. Daarmee kan Yara vervolgens zo’n 75.000 ton groene ammoniak per jaar produceren. Dat is ongeveer tien procent van de capaciteit van de grootste ammoniakfabriek in Sluiskil. Met het project hoopt Yara honderdduizend ton CO2 te besparen.

Publieke cofinanciering

Windpark Borssele I en II gebouwd door Orsted

De kosten van hernieuwbare waterstof zijn op dit moment nog aanzienlijk hoger dan fossiele waterstof. Daarom is naast privaat geld vooralsnog ook overheidssteun nodig om op grote schaal hernieuwbare waterstof te kunnen produceren. Ørsted en Yara zoeken daarom nu publieke cofinanciering ter ondersteuning van de ontwikkeling en bouw van de 100 megawatt elektrolyser. Onder voorbehoud van voldoende cofinanciering en een goede business case neemt Yara eind 2021 of begin 2022 een definitieve investeringsbeslissing voor de bouw van de nieuwe fabriek. Het project kan dan in 2024/2025 operationeel zijn, mits ook de juiste regelgeving eind 2021 gereed is.

Waterstofprogramma

‘We roepen de Nederlandse regering op om een helder en concreet waterstofprogramma op te zetten’, zegt Steven Engels, directeur Ørsted Nederland. ‘Hierbij moet er zicht zijn op een structurele uitrol van elektrolyse-capaciteit en een geschikt waterstofinstrumentarium om zo snel en efficiënt mogelijk tot kostenefficiënte productie van hernieuwbare waterstof te komen. Fasering en opschaling zijn hiervoor cruciaal. De eerste fase van het succesvolle programma voor wind op zee kan hiervoor als blauwdruk dienen.’

Industriële gassenproducent Air Products en elektrolysespecialist Thyssenkrupp tekenden een strategische samenwerkingsovereenkomst. De twee bedrijven werken samen om groene waterstofprojecten te ontwikkelen. Daarbij maken ze gebruik van hun complementaire technologie en hun expertise op het gebied van engineering en projectuitvoering.

Om tegemoet te komen aan de behoefte aan elektrolysefabrieken met lage kapitaal- en operationele kosten (CAPEX en OPEX), betrouwbare technologie en een solide projectuitvoering om grootschalige waterstofprojecten levensvatbaar maken, committeerden Air Products en Thyssenkrupp zich aan de exploitatie van groene waterstoffabrieken op gigawatt schaal.

Thyssenkrupp levert zijn technologie en stelt specifieke engineering, equipment en technische diensten ter beschikking aan Air Products voor de bouw van waterelektrolyse-fabrieken. Air Products zal de fabrieken bouwen en bedrijven. De samenwerking maakt gebruik van de technologie van Thyssenkrupp, waarmee Air Products groene waterstof produceert voor duurzaam transport, energieopwekking en de productie van chemicaliёn.

Alkaline

Thyssenkrupp ontwikkelde een zeer effectieve alkaline waterelektrolyse-technologie. Het bedrijf bouwde meer dan 600 projecten en elektrochemische fabrieken met een totale capaciteit van meer dan tien gigawatt. Het bedrijf beschikt over diepgaande kennis met betrekking tot de engineering, inkoop en bouw van dergelijke fabrieken.

De raffinaderij van Neste in Rotterdam krijgt begin 2023 een primeur. Het project MULTIPLHY integreert een hoge-temperatuur elektrolyser met het bioraffinageproces op de Rotterdamse site. De elektrolyser gaat groene waterstof produceren voor de productie van biobrandstoffen.

Het gaat om ’s werelds eerste multi-megawatt hoge-temperatuur elektrolyser voor waterstofproductie. Deelnemende partners zijn naast Neste de Franse onderzoeksorganisatie CEA, fabrieksbouwer Paul Wurth, energiebedrijf ENGIE en het cleantechbedrijf Sunfire.

De elektrolyser krijgt een nominaal vermogen van 2,6 megawatt en een waterstofproductiecapaciteit van 60 kilo per uur. De productie is daarbij zeer efficiënt: 85 procent van de energetische waarde blijft behouden in de waterstof (85% AC to LHV H2). Het proces maakt gebruikt van een hoge temperatuur elektrolysesysteem (700 graden Celsius) en lage temperatuur stoom (150 graden Celsius).

Schaalvergroting

Het demonstratieproject is de eerste stap naar verdere schaalvergroting. Tegen het einde van 2024 zal de elektrolyser naar verwachting zestienduizend uur of langer in bedrijf zijn geweest. De installatie zal dan ongeveer 960 ton groene waterstof hebben geproduceerd. De resultaten van het demonstratieproject zijn er nog niet, maar het consortium denkt al wel aan een elektrolyser van 100 megawatt in een volgende fase.

De chemie kan haar rol als vitale industrie ook na de coronacrisis versterken. Bijvoorbeeld door haar positie op te eisen in de energietransitie. Batterijen en elektrolyzers zullen bij de transitie een essentiële rol in spelen, zo stelt het International Energy Agency (IEA) in een actueel artikel. En het is de chemische industrie die de sleutel tot succes in handen heeft.

De huidige coronacrisis zet kunststoffen deels in een ander daglicht. Niet het grote en vooral ook serieuze probleem van plasticafval staat even centraal, maar de aandacht gaat vooral uit naar de zeer bruikbare eigenschappen van plastics. Wegwerphandschoenen, injectiespuiten, insulinepennen, infuusslangen en katheters hebben niet alleen het risico op infecties sterk verminderd. En ze hebben ook de werkprocessen gestroomlijnd omdat minder materialen gesteriliseerd hoeven te worden. Het imago van de vitale chemische industrie krijgt op alle fronten een boost in tijden van corona.

Wereldeconomie

Dat imago en die vitaliteit kan ze vasthouden. Vooral als ze ook een essentiële en zichtbare rol kan opeisen in de energietransitie. Regeringen richten zich steeds meer op het herstel van de economie. Volgens het IEA bieden juist de economische herstelpakketten een unieke kans om banen te creëren en tegelijkertijd schone energietransities mondiaal te ondersteunen. Energie-efficiëntie en hernieuwbare energie centraal stellen, adviseert het agentschap. ‘Deze ontwikkelingen bieden milieuvriendelijke mogelijkheden om banen te creëren en de wereldeconomie nieuw leven in te blazen.’

Duurzame opwek

Daarbij lijkt de coronacrisis zelfs een ideaal vertrekpunt te bieden. Datzelfde IEA voorspelt voor 2020 een daling van de energievraag die zeven keer zo groot is als de daling na de financiële crisis van 2008. Dat leidt meteen ook tot een recorddaling van de CO2-uitstoot van bijna acht procent, waardoor die op het laagste niveau in tien jaar uitkomt.

Ook stijgt het aandeel van duurzaam opgewekte energie wereldwijd enorm. ‘Koolstofarme technologieën breiden nu hun voorsprong uit als grootste bron van wereldwijde elektriciteitsopwekking, tot veertig procent van de energiemix in 2020,’ stelt het agentschap. Grotendeels is dat een relatieve stijging, door de enorme dalingen in vraag naar olie, steenkool en aardgas. Maar ook absoluut. Recent zijn verschillende grote projecten voor duurzame opwek in gebruik genomen.

Onbalans

Het zal echter niet meevallen om deze trend vast te houden als overheden maatregelen verregaand versoepelen en oude patronen weer op de loer liggen. Uit eerdere analyses van het IEA blijkt dat er een breed scala aan schone energietechnologieën nodig is om de mondiale energievoorziening koolstofarm te maken. Volgens het agentschap zijn batterijen en elektrolyzers – die onder meer groen waterstof kunnen produceren – daarbij onmisbare schakels. Vooral door hun vermogen om elektriciteit om te zetten in chemische energie en andersom. Immers het aanbod van zonne- en windenergie zijn weersafhankelijk, maar de vraag niet. Opslag in batterijen en omzetting naar bijvoorbeeld waterstof kunnen oplossingen bieden voor deze onbalans.

Elektrolyt

Tot nu toe is het veel sneller gegaan met de ontwikkeling van batterijtechnologie dan met elektrolyzers. Met name de kosten van lithium-ion-batterijen dalen jaar na jaar, onder meer  dankzij de hogere productievolumes. De schaalvergroting van de productie van elektrolyzers zit daarentegen in een veel vroeger stadium. Maar dat maakt de ruimte voor aanzienlijke kostenreducties op korte termijn nog groter.

Het leuke is dat batterijen en elektrolyzers gebruik maken van dezelfde elektrochemische principes. Ze hebben dezelfde componenten, zoals elektrolyt en membraanmaterialen. Ook worden ze gemaakt met soortgelijke productieprocessen. De toekomstige ontwikkeling van elektrolyzers kan daarom profiteren van de ervaring die met batterijen is opgedaan, zo stelt het IEA. Daardoor kunnen de kosten ook op dat terrein sneller worden verlaagd.

Kruisbestuiving

En nu komt het. Het is juist de chemische industrie die daar een voortrekkersrol in kan nemen. Juist chemiebedrijven, IEA noemt BASF en haar Japanse evenknie Toray, kunnen de verbinding maken tussen batterijen en elektrolyzers. Elektrolyt, membraantechnologie, conversie; het zijn verbindende terreinen die hoofdzakelijk in het chemische spectrum liggen.

Het menselijk kapitaal en de vaardigheden die worden ontwikkeld, zijn kruisbestuiving. De geleerde lessen in de ontwikkeling van individuele componenten hebben ook het potentieel om  grootschalig met andere industriële sectoren gedeeld te worden. Denk aan de producenten van brandstofcellen, regelsystemen en gespecialiseerde materialen voor andere technische toepassingen.

Het grote systeem

De chemieis dus potentieel een onmisbare schakel in een veel groter systeem van industriële sectoren, die samen werken aan oplossingen voor de energietransitie. Wellicht goed om daar ook meer focus op te leggen bij initiatieven op dit gebied. Bijvoorbeeld bij de enorme waterstofprojecten die momenteel worden onderzocht in Nederland en Vlaanderen. Of het initiatief van TNO, FME en provincies om in Nederland een maakindustrie voor elektrolyzers te initiëren. Kijkt vooral naar het grote systeem en betrek vooral ook de chemische industrie in deze plannen. Want ook hier is ze – net als op veel andere terreinen – vitaal en onmisbaar. En dat mag ook best vaker worden gezien…

 

Hoe kan de Nederlandse maakindustrie de kansen op het gebied van waterstofelektrolyse benutten? Met oog hierop werd dinsdag 10 december tijdens de European Industry and Energy Summit een consortium gepresenteerd met TNO, FME en een groot aantal provincies. Het consortium wil bedrijven ondersteunen innovaties op het gebied van waterstofproductie te realiseren.

Er is wereldwijd weliswaar al veel onderzoek gedaan naar waterstof en de toepassingen ervan, maar het maken van electrolysers die relatief goedkoop op industriële schaal groene waterstof produceren, is nog nergens gerealiseerd. Het hebben van een productielijn voor deze apparaten kan een nieuwe bedrijfstak in Nederland worden, met als gevolg nieuwe bedrijvigheid en werkgelegenheid.

Kansen voor de industrie

Het consortium gaat de kansen in de verschillende provincies in kaart brengen. ‘We willen binnen een half jaar met een aanpak komen op welke manier we Nederlandse bedrijven kunnen helpen in de ontwikkeling’, aldus Lennart van der Burg, business developer groene waterstof TNO.

Eerder dit jaar deed FME al onderzoek naar de kansen van waterstof voor de industrie. Daaruit bleek dat naast het vervaardigen van nieuwe typen cv-ketels en hogedruktanks vooral elektrolyse een van de troefkaarten is die de maakindustrie kan uitspelen. Om de capaciteit van de electrolysers op te schalen en de kosten te laten dalen, zijn innovaties nodig. De Nederlandse gespecialiseerde maakbedrijven hebben alles in huis om hier een rol van betekenis in te spelen. Zij kunnen ook gebruikmaken van onderzoeks- en testfaciliteiten van TNO, waaronder het Faraday laboratorium in Petten en het open innovatiecentrum MegaWatt Test Centre in Groningen. Samenwerking kan de ontwikkeling stroomlijnen en versnellen.

Eerst inventarisatie

FME maakte een eerste inventarisatie van de technologieën waar het bedrijfsleven zich op zou moeten richten: kansrijke regionale hotspots, clusters van bedrijven en partijen (bedrijven, kennisinstellingen en overheden) waarmee samenwerking voor de hand ligt. Samen met TNO worden de toekomstverkenningen voor markt, technologie en regio’s de komende tijd verder geconcretiseerd.

Het gebruik van groene waterstof wordt op de langere termijn economisch haalbaar. Onder meer door het toenemende aandeel van wind- en zonne-energie in de energiemix. Dat stelt DNV GL in haar Energy Transition Outlook. Daardoor wordt duurzaam opgewekte elektriciteit goedkoper en dus ook de omzetting naar waterstof via elektrolyse. Rond 2035 verwacht het onderzoeksbureau het omslagpunt. 

Voorlopig is waterstof geproduceerd via elektrolyse van water nog duur. De productie uit aardgas blijft voorlopig nog beduidend goedkoper. Maar dat gaat op den duur wel veranderen, stellen energie-experts van DNV GL in het rapport ‘Hydrogen in the electricity value chain’. Ze zien drie belangrijke ontwikkelingen die groen waterstof tussen 2030 en 2050 economisch haalbaarheid maken.

Nul

Ten eerste zullen de kosten van elektrolyzers dalen als gevolg van leereffecten en verwachte dalende kosten van de ontwikkeling van apparatuur. Belangrijk daarbij zullen praktijkcases zijn. En die komen er ook. In Nederland zijn recentelijk meerdere elektrolyse-installaties aangekondigd. Daarnaast zullen perioden vaker voorkomen waarin kostprijzen voor elektriciteit laag of zelfs nul zijn. Dat komt door van de opkomst van hernieuwbare energiebronnen. Hierdoor ontstaat een overschot aan beschikbare energie voor het elektriciteitsnet.

CO2-belasting

Ten slotte verwachten de onderzoekers dat de CO2-uitstoot steeds meer belast gaat worden. In de komende jaren zullen industrieën hun CO2 -uitstoot verder verminderen als gevolg van bijvoorbeeld de invoering van CO2-belasting en het stimuleren van CO2 -arme oplossingen.

 

 

Om groene waterstof naar industrieel niveau te tillen, is een schaalvergroting nodig met een factor duizend. Dat is precies het doel van het project ‘Gigawatt Elektrolysefabriek’ dat onlangs van start ging bij het Institute for Sustainable Process Technology (ISPT). Als alles goed verloopt, kan de fabriek medio 2025-2030 daadwerkelijk worden gebouwd.

In het project effent een consortium van bedrijven, universiteiten en kennisinstellingen de weg voor het ontwerp van een elektrolysefabriek van industriële omvang. Rond 2030 zullen windparken in Nederland en de Noordzee enkele tientallen gigawatts aan duurzame elektriciteit produceren. Aan de andere kant hebben huidige industriële installaties voor de productie van waterstof uit aardgas een capaciteit die vergelijkbaar is met een elektrolysefabriek van gigawatt grootte.

De huidige waterstofproductie bedraagt zo’n 800.000 ton per jaar, waarbij de waterstof hoofdzakelijk toepassing vindt in de productie van ammoniak en kunstmest, de raffinagesector en de chemie. Om  in de toekomst Nederland van CO2-vrije waterstof te kunnen voorzien, zouden meerdere elektrolysefabrieken van gigawatt-grootte nodig zijn.

Duizend keer groter

Op dit moment zijn de industriële installaties voor de elektrolyse van water niet groter dan enkele megawatts. In een fabriek met een vermogen van één gigawatt zouden dus honderd tot duizend van zulke elektrolysers opgesteld staan. De partners in het Gigawatt Elektrolyser project gaan gezamenlijk onderzoeken wat er nodig is om in Nederland rond 2025 – 2030 zo’n elektrolyse-installatie te kunnen bouwen.

Technisch ontwerp

Het Gigawatt Elektrolyser project brengt de technologische knelpunten in kaart bij het opschalen van grote aantallen stacks in een geïntegreerde fabriek. Bij deze opschaling is het van belang dat de fabriek dynamisch operationeel kan zijn. De fabriek zal immers veel elektriciteit van wind- of zonneparken afnemen, en daardoor afhankelijk zijn van variaties in de levering van elektriciteit. Bij afnemende of juist toenemende wind zal de fabriek mee moeten kunnen regelen.

Een ander belangrijk aspect van de gigawattfabriek betreft de productie van warmte en zuurstof als mogelijk waardevolle ‘nevenproducten’ van de elektrolyse van water. Bij het technisch ontwerp van de fabriek is het van belang dat deze producten goed zijn af te voeren en te leveren, op een manier die hand in hand gaat met de operationele strategie die bij deze opschaling van belang is.

Concurrerend alternatief

Het uiteindelijke doel is tot een optimaal ontwerp te komen tegen minimale kosten. Met de huidige stand der technologie en de huidige marktprijzen zou de investering voor een GW elektrolysefabriek ongeveer een miljard euro bedragen. De partners in het Gigawatt Elektrolyser project streven er met hun ontwerp naar om dat bedrag met een factor drie à vier te kunnen reduceren. Wanneer een totale fabriek zo’n 350 miljoen euro zou kosten, is er een concurrerend alternatief voor de conventionele ‘fossiele’ waterstoftechnologie.

Een belangrijk onderdeel van het project is te achterhalen hoe de kosten van installaties en componenten kunnen gaan dalen als gevolg van de schaalvergroting van de elektrolysetechnologie. Daarbij zal onder andere aandacht zijn voor leereffecten bij de maakindustrie, zoals die ook bij wind- en zonne-energie tot kostendaling hebben geleid.

Klimaatakkoord

De volgende stap in het project is te toetsen hoe een industriële GW elektrolysefabriek is in te passen in de industriële omgeving, en hoe de locatiekeuze de kostprijs van de fabriek beïnvloedt. In de volgende projectfase zullen daarom case-studies worden uitgevoerd in samenwerking met de industrie. De focus ligt daarbij op de industrieregio’s rond Vlissingen-Terneuzen-Gent, Rotterdam, Amsterdam, Delfzijl en Geleen.

De coördinatie is in handen van het Institute for Sustainable Process Technology (ISPT). Het project wordt ondersteund door TKI Energie & Industrie en partners zijn onder andere Nouryon, Shell, Yara, OCI Nitrogen, Gasunie, DOW Chemical, Ørsted, Frames, ECN part of TNO, Universiteit Utrecht en Imperial College London. In de volgende fase van het project zijn onder andere betrokken:  Deltalinqs, Port of Rotterdam, Groningen Seaports, North Sea Port, Port of Amsterdam, de Provincies Groningen en Noord- en Zuid Holland, Stedin, Smart Delta Resources, USG/Chemelot en Tata Steel.

Het aluminiumbedrijf Aldel heeft in Delfzijl na zes jaar de productie in Elektrolysehal 1 hervat. De herstart is onderdeel van een aanzienlijk investeringstraject van de nieuwe eigenaar. De verwachting is dat de fabriek eind van 2019 op volledige productiecapaciteit zal draaien.

Vanaf afgelopen maandag wordt in die hal weer aluinaarde omgesmolten tot aluminium. Om te beginnen worden er 44 ovens in gebruik genomen. Samen met de ovens in de andere elektrolysehal zijn er dan 228 in gebruik. Het is de bedoeling dat uiterlijk eind dit jaar alle 304 exemplaren weer actief zijn.

De fabriek is in november 2017 na faillissement overgenomen door York Capital en is bezig met een aanzienlijk investeringsprogramma om de fabriek terug te brengen naar de oorspronkelijke productieniveaus. De volledige capaciteit van de fabriek is meer dan 150.000 ton perspalen en walsplakken per jaar.

Balanceren energienet

Aldel kan een rol spelen in het balanceren van het Nederlandse energienetwerk. Die rol wordt belangrijker naarmate het aandeel hernieuwbare energie toeneemt. De productie van aluminium gebeurt met elektrolyzers. Balanceren kan door de productie op te schroeven tijdens overschotten aan wind en zonne-energie en juist terug te draaien bij weinig zon en wind.

Vacatures

Als gevolg van de aanzienlijke investering is Aldel nog steeds op zoek naar nieuwe werknemers. De nadruk ligt vooral op productie en technische functies, maar er zijn ook vacatures beschikbaar in commerciële en IT-afdelingen. Aldel heeft momenteel ongeveer 500 mensen op het terrein waarvan 270 vaste werknemers zijn. Begin 2018 was dit aantal 175 fte’s. Eenmaal op volle productiecapaciteit wordt verwacht dat er meer dan 300 mensen in vaste dienst zullen werken.