emissiehandel Archieven - Utilities

De consultatie van minister Wiebes voor de invoering van een minimum CO2-prijs kan volgens twee experts naar de prullenbak worden verwezen. Ten eerste omdat Nederland zich daarmee afzondert van de rest van Europa en problemen verplaatst. Maar nog belangrijker is het feit dat de CO2-prijs van het Europese emissiehandelssysteem ruim boven de minimumprijs staat die Wiebes wil voorstellen.

Minister Eric Wiebes gebruikte afgelopen zomerperiode voor een consultatie van belanghebbenden over een CO2-minimumprijs. Dit had het kabinet Rutte III immers afgesproken in het regeerakkoord 2017-2021: Vertrouwen in de toekomst. Inmiddels is de consultatieronde gesloten en zijn de eerste reacties uit de markt bekend. En die zijn niet echt bemoedigend voor de EZ-minister. Zowel de industrie als de energiebranche zien meer kwaad dan goed in een eenzijdige actie van de Nederlandse regering in een energiesysteem dat steeds meer internationale verbindingen kent. Maar wat de actie van Wiebes misschien nog meer overbodig maakt, is het feit dat de ingrepen van Europese Commissie in het Europese emissiehandelssysteem ETS zijn vruchten beginnen af te werpen. De voorgestelde ondergrens van de minister van achttien Euro per kiloton CO2 ligt fors onder de prijs per kiloton die ETS-plichtige bedrijven nu betalen voor hun uitstoot. Tijdens het schrijven van dit artikel staat de prijs op ruim 25 euro per megaton. Hoewel die prijs wellicht in de toekomst nog wel kan zakken, denkt een drietal experts dat de maatregel het milieu niet zal dienen, terwijl het de Nederlandse industrie en energiesector in een lastig parket brengt.

Achterhaald

Senior energie econoom Hans van Cleef van ABN AMRO Bank denkt dan ook dat de minister niet veel handen op elkaar zal krijgen voor een CO2-minimumprijs. ‘Het klopt dat het Europese emissiehandelssysteem lange tijd niet de gewenste prikkels uitlokte voor energiebesparing en CO2-emissievermijding. Dat had echter meer te maken met het ruime aantal emissierechten dat werd weggegeven dan met de werking van het systeem zelf. Zodra de Europese Commissie aankondigde rechten uit de markt te halen, zag je al een prijscorrectie ontstaan. Dit alleen al laat zien dat ETS wel kan werken. Nog belangrijker is het feit dat die prijs voor geheel Europa geldt. Een onderzoek van Frontier Economics liet al zien dat als Nederland eenzijdig dit soort maatregelen neemt, dit direct doorwerkt op de import van elektriciteit. Daarmee wordt niet alleen het emissieprobleem groter omdat de goedkoopste stroom dan vaak van steen- of bruinkoolcentrales komt. Het geeft bovendien problemen in de leveringszekerheid als de Nederlandse gascentrales noodgedwongen moeten sluiten omdat de businesscase voor flexvermogen wel heel dun wordt als het goedkoper is om stroom uit Duitsland te importeren. Het kabinet zou dan ook meer vertrouwen moeten tonen in de Europese energiepolitiek, zelfs al zou de prijs ineens onder die achttien euro per kiloton duiken. En zelfs als een aantal landen dwars blijft liggen. Het is een publiek geheim dat met name Polen zeer afhankelijk is van steenkoolcentrales. Niet alleen omdat het land eigen voorraden heeft en steenkool goedkoper is dan de alternatieven, maar vooral ook omdat het land voor zijn energievoorziening niet afhankelijk wil zijn van Rusland. Ik denk dat een aantal Oost-Europese landen zelfs bij hoge CO2-emissieprijzen doorgaan met waar ze mee bezig zijn. Dat wil echter niet zeggen dat het systeem elders niet zou werken.

Terugkopen

Natuurlijk moeten we ervoor waken dat er weer teveel ruimte komt in de emissierechten. Wiebes zou dan ook al na moeten denken wat er straks gebeurt met de extra emissierechten die vrijkomen zodra de Nederlandse kolencentrales moeten sluiten. Bovendien krijgt Nederland een nog sterkere positie als het aandeel duurzame energie, met name offshore wind, nog eens toeneemt. De minister moet zich goed beseffen wat het einddoel is. Dat is niet een hoge CO2-prijs, maar een lage CO2-uitstoot. Wil hij daarvoor draagvlak krijgen bij zijn achterban, dan is het verstandiger aan te sluiten op het Europese beleid. Anders kan het wel eens een heel dure kunstmatige ingreep worden.

Gelijke tred

Ook de vertegenwoordiger van de energiegrootverbruikers VEMW ziet bij monde van Hans Grünfeld niets in een minimum CO2-prijs. ‘Er is in het verleden veel kritiek geweest op het Europese emissiehandelssysteem’, zegt Grünfeld. ‘De EU heeft zich de kritiek aangetrokken en het systeem hervormd. Nu de uitgifte van rechten meer in balans komt met daadwerkelijke productie van bedrijven, ontstaat een CO2-prijs die als een effectieve reductieprikkel werkt. Dat Nederland hogere ambities heeft gesteld dan de Europese Unie is een politieke keuze die de overheid met versterkend beleid zou moeten ondersteunen. In onze ogen zou dat eerder financiële ondersteuning zijn dan een ingreep in het ETS. Helemaal nu de CO2-prijs ruim boven de voorgestelde minimumprijs ligt, dringt zich de vraag op of Nederland een eigen koers moet gaan varen in de ETS-discussie. Het ETS-systeem werkt alleen doelmatig als alle lidstaten gelijke tred houden.’

Maatwerk

Onderzoeksbureau Carbon Tracker meldde onlangs nog dat het verwacht dat de CO2-prijs tussen 2019 en 2023 gemiddeld zou kunnen schommelen tussen de 35 en veertig euro per ton. Het potentieel dat bij die prijzen aan CO2 uit de markt kan worden gehaald schatte het bureau op zo’n vierhonderd miljoen ton. Grünfeld: ‘Met dergelijke prijzen ontstaan er voldoende prikkels voor CO2-arme initiatieven. Dat dit wellicht onvoldoende is voor carbon capture and sequestration mag geen reden zijn om een minimumprijs voor elektriciteitsproductie in te voeren. Zeker niet omdat in een open Europese markt, dit de elektriciteitsproductie in Nederland nadelig beïnvloed met alle gevolgen voor de leveringszekerheid van dien. De minister zal andere oplossingen moeten vinden om CCS van de grond te krijgen.’

Grünfeld merkt tegelijkertijd op dat mocht de Nederlandse regering toch tot invoering van een minimumprijs voor elektriciteitsproductie besluiten, dat dan voor de industrie in sommige gevallen maatwerk nodig is. ‘Voorkomen moet worden dat de regels averechts werken voor duurzame ontwikkelingen in de industrie. De staalindustrie zet restgassen bijvoorbeeld nuttig in door er elektriciteit van te maken. Dit proces is minder efficiënt dan aardgas en zou onrendabel worden als daar een minimum CO2-prijs aan de schoorsteen voor moet worden betaald. Ook voor WKK-installaties die zijn uitgelegd op de warmtevraag zou de invoering van een minimum CO2-prijs wel eens averechtse gevolgen kunnen hebben. Het zou goed zijn als dit soort voor het energiesysteem gunstige oplossingen niet in gevaar komen door starre systemen die vooral naar de CO2-uitstoot per kilowattuur elektrisch kijken.’