energierecht Archieven - Utilities

Al jaren rust op ondernemingen de verplichting om alle beschikbare energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder te treffen. Daar is van recenter datum de verplichting bijgekomen om door middel van het uitvoeren van een energie-audit inzicht te geven in de energiehuishouding van een onderneming. De handhaving loopt tot op heden achter, maar daar lijkt verandering in te komen. De handhavingsinstrumenten die het gezag ter beschikking staan liegen er in ieder geval niet om.

 Piet-Hein Eijssen, Energy Team, Bird & Bird

Al jaren rust op ondernemingen met een jaarverbruik van ongeveer 50.000 kilowattuur elektriciteit de energiebesparingsverplichting van artikel 2:15 Activiteitenbesluit. Op grond hiervan zijn ondernemingen verplicht om alle beschikbare energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder ook daadwerkelijk te treffen. Van recenter datum is de verplichting voor ondernemingen met een bepaalde omvang om een energie-audit uit te voeren. De energie-audit is verplicht voor ondernemingen met een Nederlands personeelsbestand van meer dan 250 FTE of voor ondernemingen met een jaaromzet in Nederland van minimaal 50 miljoen euro die bovendien in Nederland een balanstotaal hebben van minimaal 43 miljoen euro.

Energie-auditplicht

In een energie-audit verschaft de onderneming een totaaloverzicht van haar totale energiehuishouding. Ook dient de onderneming inzichtelijke te maken voor het bevoegd gezag (het College van B&W binnen de gemeente of Gedeputeerde Staten op provincie niveau) op welke termijn welke kosteneffectieve en energiebesparende maatregelen worden genomen.

Er bestaan verschillende vrijstellingsmogelijkheden van de energie-auditplicht. Zo zijn bijvoorbeeld ondernemingen die deelnemen aan de energieconvenanten Meerjarenafspraken energie-efficiëntie (MJA3) en Energie-efficiëntie ETS-ondernemingen (ETS) vrijgesteld van de energie-auditplicht. Ook bestaan er een aantal mogelijkheden om op een alternatieve wijze te voldoen aan de energie-auditverplichting. Zo kan bijvoorbeeld een energiekeurmerk of het feit dat in het verleden (op bevel van het bevoegd gezag) een energiebesparingsonderzoek is uitgevoerd reeds volledig of gedeeltelijk invulling geven aan de energie-auditplicht. Het is echter steeds ter beoordeling van het bevoegd gezag in hoeverre een vrijstelling of alternatieve invulling voldoet aan de energie-auditverplichting.

Al enkele jaren zijn de energiebesparingsverplichting en de energie-auditverplichting een papieren tijger gebleken. Het oorspronkelijk streven van de wetgever was dat energie-audits reeds voor 5 december 2015 moesten zijn ingediend bij de bevoegde gezagen. Onduidelijkheden ten aanzien van de toepasselijke regelgeving en beperkte capaciteit bij handhavers leidde er uiteindelijk toe dat de beoordeling van energie-audits volgens de Nederlandse Vereniging van Gemeenten (VNG) nu eindelijk in de loop van 2017 op gang gaat komen. Dat is rijkelijk laat aangezien het Ministerie van Economische Zaken in april 2017 aan de Europese Commissie dient te rapporteren hoeveel energie-audits al daadwerkelijk zijn beoordeeld. Ook de algemene energiebesparingsverplichting werd tot op heden slechts mondjesmaat gehandhaafd.

Handhaving

Bevoegde gezagen zullen de opgelopen achterstanden met betrekking tot de handhaving echter steeds meer inhalen en onder druk van Brussel en wellicht ook van het nieuw te vormen kabinet komt het moment van handhaving van de energieverplichtingen in zicht. Bevoegde gezagen hebben wat dit betreft de verwachting uitgesproken dat ingediende energie-audits en de beroepen op vrijstelling van deze verplichting in de loop van 2017 zullen worden beoordeeld en dat vanaf 1 januari 2018 de bevoegde gezagen zullen gaan handhaven op de maatregelen die in de energie-audit staan omschreven.

Ter handhaving van de energiebesparingsverplichting, het uitvoeren van een energie-audit en het uitvoeren van de maatregelen die volgen uit een energie-audit beschikken de bevoegde gezagen over een flink aantal handhavingsinstrumenten. Om vast te stellen of een onderneming aan zijn verplichtingen voldoet beschikt het bevoegd gezag in de eerste plaats over de algemene toezichtsbevoegdheden van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Denk aan de bevoegdheid om plaatsen te betreden en inlichtingen (mondeling) en gegevens (schriftlelijk) te vorderen. Voor de onderneming en zijn werknemers geldt wat dit betreft een algemene verplichting om mee te werken aan een dergelijk onderzoek op straffe van bestuurlijke maar ook zelfs strafrechtelijke sancties.

Dwangsom

Wanneer het bevoegd gezag eenmaal vaststelt dat energiebesparingsmaatregelen die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend niet worden geïmplementeerd of niet wordt voldaan aan de verplichting een energie-audit te verrichten kan het bevoegd gezag besluiten een last onder dwangsom op te leggen. Het bevoegd gezag legt met het opleggen van een last onder dwangsom de verplichting op aan een onderneming om een einde te maken aan een geconstateerde overtreding. Indien hier niet aan wordt voldaan, dan wordt bijvoorbeeld per tijdseenheid (bijvoorbeeld per dag) of per afzonderlijke overtreding in één keer een bedrag verbeurd verklaard dat de onderneming dient te betalen. In een uiterst geval heeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om het Openbaar Ministerie te betrekken bij de handhaving en is het Openbaar Ministerie bevoegd om strafrechtelijke sancties op te leggen op grond van de Wet op de Economische Delicten.

Sancties

Nu in de loop van 2017 steeds meer energie-audits zullen worden ingediend en beoordeeld door de bevoegde gezagen kan het behulpzaam zijn om te bedenken dat ook de maatregelen die volgen uit een energie-audit door het bevoegd gezag kunnen worden afgedwongen. In het algemeen zal het bevoegd gezag eerst met de onderneming in gesprek treden over de vraag welke energiebesparende maatregelen uit de energie-audit op welke termijn zullen worden uitgevoerd. Deze afspraken worden op schrift bevestigd en op basis van de gemaakte afspraken kan het bevoegd gezag in een uiterst geval besluiten om middels het opleggen van bijvoorbeeld een last onder dwangsom de onderneming te verplichten de geplande energiebesparende maatregelen te treffen op straffe van een dwangsom. Mocht dit geen indruk maken dan kan ook op dit punt het Openbaar Ministerie worden betrokken bij de handhaving en bestaat de mogelijkheid tot het opleggen van strafrechtelijke sancties. U bent in ieder geval alvast gewaarschuwd!