energiesubsidie Archieven - Utilities

Een rapport van het Europees Parlement over de subsidiering van fossiele brandstoffen gaf aanleiding tot kamervragen. Het rapport meldt onder andere dat Nederland in 2015 tien miljard dollar in fossiele subsidies stak. Het verweer van Minister Kamp geeft een mooi overzicht van de verhoudingen in Nederland, waar met name het vliegverkeer en de scheepvaart uit de wind wordt gehouden. De industrie profiteert ook van volumekortingen om de concurrentiepositie te waarborgen.

Kamp: ‘Kortheidshalve merk ik op dat het rapport van het Europees Parlement onder andere refereert aan eerdere studies van het IMF en het IEA waarin aandacht werd gevraagd voor – vermeende – subsidies voor fossiele brandstoffen. Het is een bekend feit dat met name in ontwikkelingslanden de prijzen voor  motorbrandstoffen aan de pomp kunstmatig laag worden gehouden. In Nederland worden de motorbrandstoffen juist relatief zwaar belast en wordt het gebruik van fossiele brandstoffen niet gestimuleerd. Integendeel, Nederland is een van de koplopers binnen de OESO-landen wat milieubelastingen betreft. Uit een recent rapport van de OESO onder de titel “Effective Carbon Rates” blijkt dat Nederland als enige OESO-lidstaat meer dan vijftig procent van de totale broeikasgasemissies beprijst boven de in het rapport gehanteerde prijs van dertig euro per ton CO2.’

Fossiele brandstoffen worden in Nederland, in tegenstelling tot hernieuwbare energie, niet gesubsidieerd, ook niet via fiscale maatregelen. Sommige leveringen zijn echter vrijgesteld van accijns op grond van internationale verdragen. Het gaat specifiek om het Verdrag van Chicago (accijnsvrijstelling motorbrandstoffen voor de internationale luchtvaart, uitgezonderd plezierluchtvaart) en de Akte van Mannheim (accijnsvrijstelling motorbrandstoffen voor de internationale binnenvaart, uitgezonderd pleziervaart). Kamp: ‘Tevens wordt de degressieve tariefstructuur in de energiebelasting regelmatig beschouwd als subsidie voor fossiele energie. Ten onrechte, omdat deze tariefstructuur geldig is ongeacht of het gaat om fossiele of om hernieuwbare energie. Er is gekozen voor deze tariefstructuur om de concurrentiepositie van het bedrijfsleven ten opzichte van buitenlandse concurrenten te waarborgen.’

Duurzame stimulering

Kamp: ‘Ook in andere landen gelden voor het bedrijfsleven per saldo lagere tarieven dan voor kleinverbruikers. Overigens zal ook de energie-intensieve industrie een bijdrage moeten leveren aan de noodzakelijke energietransitie die met het Energieakkoord in gang is gezet en in de Energieagenda een belangrijk vervolg krijgt. Onlangs zijn met de sector aanvullende afspraken gemaakt om extra energie te besparen. Wat betreft de subsidies voor hernieuwbare energie is er in de begroting van Economische Zaken ten aanzien van de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) voorzien in oplopende kasuitgaven van 678 euro miljoen in 2017 naar 2,5 miljard euro in 2023. Daarnaast zijn in 2017 ook kasuitgaven van 70 miljoen euro voorzien voor de investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) voor kleinschaliger vormen van hernieuwbare energieopties die niet voor de SDE+ in aanmerking komen. Tot slot wordt op deze plaats de subsidieregeling Demonstratie Energie Innovatie (DEI) genoemd als onderdeel van de regelingen binnen de Topsector Energie met een budget van jaarlijks 100 miljoen euro.’

ETS

Kamp ziet een belangrijke rol voor het Europees emissiehandelssysteem (ETS). ‘Het is de inzet van het kabinet om het ETS te versterken, zodat een sterkere prikkel ontstaat voor het nemen van CO2-reducerende maatregelen. Daarnaast wordt via subsidies, zoals de SDE+, de inzet van hernieuwbare energie bevorderd om deze concurrerend te laten zijn ten opzichte van fossiele energie. Tegelijk worden thans in het kader van de uitwerking van de Energieagenda zogenoemde transitiepaden verkend, gericht op een drastische reductie van het gebruik van fossiele energie richting 2050.

Industrie

Kamp gaat ook in op vragen over de industriële emissie, die tot nog toe nauwelijks is afgenomen. ‘Onder het Europese emissiehandelssysteem is het mogelijk dat de CO2-uitstoot van een sector of land (tijdelijk) toeneemt. Het uitstootplafond is immers een Europees plafond, waaronder verschuivingen mogelijk zijn. De Nederlandse bedrijven die aan het EU-emissiehandelssysteem deelnemen, hebben in 2016 in totaal 94 Mton CO2-equivalenten uitgestoten. Dit betekent een stabilisatie van de uitstoot ten opzichte van 2015. Daarbinnen heeft de chemiesector in 2016 18,5 Mton CO2-uitgestoten. Dit is zeven procent meer dan in 2015, toen de uitstoot 17,3 Mton was. Deze toename wordt vooral veroorzaakt door de hervatting van de productie bij één bedrijf.

Overigens wijkt bovenstaand beeld niet substantieel af van de ramingen in de Nationale Energieverkenning (NEV) 2016. In de NEV 2016 werd reeds een tijdelijke toename van de emissies in 2015/2016 gesignaleerd. In de NEV 2016 wordt echter ook geraamd dat, onder andere door de gestage groei van hernieuwbare energie, de broeikasgasemissies in de ETS-sectoren vanaf 2017 tot en met 2020 zullen afnemen.

Het ministerie van Economische Zaken opende meerdere subsidieregelingen voor energie-innovatieprojecten binnen de Topsector Energie. Er is 130 miljoen euro beschikbaar voor energie-innovatieprojecten die zorgen voor schone en efficiënt opgewekte energie die Nederland economisch sterker maakt.

Met de energie-innovatiesubsidies stimuleert het ministerie van Economische Zaken onderzoek, ontwikkeling en demonstraties voor onder meer (consortia van) bedrijven en kennisinstellingen.

Vanaf 3 april zijn de volgende regelingen geopend:

  • Demonstratie Energie Innovatie (DEI)
  • Hernieuwbare Energie
  • MVI Energie
  • Systeemintegratiestudies
  • Biobased Economy en Groen Gas (BBEG) Innovatie
  • Urban Energy
  • Energie en Industrie Early Adopter Projecten (EAP’s)
  • Energie en Industrie Joint Industry Projecten (JIP’s)
  • Systeemintegratie op de Noordzee
  • Wind op Zee R&D

Projectidee vooraf toetsen

Bent u van plan om subsidie aan te vragen? Laat uw projectidee vooraf toetsen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Doe dat via het projectideeformulier. Tot 3 weken voor sluiting van de regeling krijgt u dan tijdig een gepast advies.