Energy Academy Europe Archieven - Utilities

De bundeling van Energy Valley, Energy Academy Europe en het Energy Delta Institute in de New Energy Coalition vergroot de impact van de drie gevestigde namen op het gebied van energieonderzoek en -opleiding. Voorzitter Gertjan Lankhorst staat dan ook te popelen om de binnen de instituten aanwezige kennis en kunde in te zetten om de energietransitie te versnellen. ‘De energietransitie biedt een enorme kans en dus moeten we vol inzetten op het terugdringen van onze CO2-emissies. Wij hopen onze bijdrage aan het politiek energiedebat te kunnen leveren met joint fact finding binnen een breed scala aan wetenschappelijke disciplines.’

Sinds de ontdekking van het Slochteren gasveld ligt het zwaartepunt van de mondiale gaskennis in Groningen. Hoewel Nederland nog grotendeels afhankelijk is van aardgas, is de liefde dankzij de aardbevingen in het gaswingebied behoorlijk bekoeld. Ook de CO2-uitstoot van het fossiele gas, is niet meer wenselijk en dus kijkt onderzoek, onderwijs en overheid naar duurzamere alternatieven.

Op het gebied van elektriciteit en duurzame energie heeft het noorden van Nederland tevens een goede propositie. De Eemshaven wordt niet voor niets oneerbiedig het stopcontact van Nederland genoemd met bijna twintig gigawatt aan vermogen van de centrales van Nuon, RWE en Engie. Ook de stroom van het Gemini-windpark komt in de Eemshaven aan land, net als de NorNed-kabel met een capaciteit van 700 megawatt. Daar komt volgend jaar de CoBra-kabel tussen Denemarken en Nederland bij met nog eens 700 megawatt capaciteit.

Gevestigde namen

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de energiekennis zich ook met name concentreert op de noordelijke provincies. De bundeling van Energy Valley, Energy Academy Europe (EAE) en het Energy Delta Institute in de New Energy Coalition lijkt net zo’n logische volgende stap om de uitdagingen die de energietransitie met zich meebrengt het hoofd te bieden. Gertjan Lankhorst, voormalig DG Energie, voormalig directeur GasTerra en nog steeds actief voorzitter van belangenvereniging VEMW bekleedt in deze nieuwe energiecoalitie de directeurspositie. Een rol die hem op het lijf geschreven lijkt en die hij wil gebruiken om de energietransitie in geheel Nederland, dus niet alleen voor het noorden, te versnellen.

‘De drie instituten die nu samengaan, hebben hun waarde in het verleden bewezen, de huidige uitdagingen van de energietransitie vragen echter om een integrale aanpak’, vat Lankhorst de bundeling samen. ‘Energy Valley heeft een grote rol gespeeld in de merkbekendheid van noord Nederland als energieregio. Dankzij die sterke branding kon de Eemshaven zich ontwikkelen tot energiehub, maar kwamen ook duurzame initiatieven van de grond op het gebied van duurzame en hernieuwbare energievoorziening zoals groene methaan en groene waterstof. De inspanningen van Energy Valley waren er met name op gericht om de lokale economie te verstevigen en richting te geven en daarin is men zeer succesvol gebleken.’

Energy Academy Europe kent een wat kortere historie dan Energy Valley, maar kan een zeer waardevolle bijdrage leveren aan de technische en sociale vraagstukken rondom de energietransitie. Lankhorst: ‘De uitdagingen van de energietransitie beperken zich allang niet meer tot technische innovatie. De technische elementen zijn al aanwezig om CO2-emissies significant terug te brengen. De uitdaging zit meer in de complexiteit van het energiesysteem en de maatschappelijke acceptatie van de nieuwe energiewerkelijkheid. Energy Academy Europe werkt al vanaf het begin interdisciplinair samen om niet alleen de technische inpassing van duurzame energie te bespoedigen, maar deze ook gelijke tred te laten lopen met de maatschappelijke acceptatie. Bovendien integreert het instituut de academische kennis en visie van het wetenschappelijke onderwijs met de vertaling van die kennis naar de dagelijkse praktijk via het HBO en het veldwerk van het MBO. Alle drie de schakels zijn nodig om de sprongen te maken die nodig zijn om de energietransitie zo snel en pijnloos mogelijk te laten verlopen.’

Het Energy Delta Institute is voortgekomen uit de samenwerking tussen GasTerra, Gasunie, Shell en Gazprom en de Rijksuniversiteit Groningen voor kennisdeling op het gebied van aardgas. Inmiddels is het programma-aanbod uitgebreid met energietransitie thema’s zoals waterstof en opslag van energie.

Lankhorst: ‘De Nederlandse regering heeft grote ambities vastgelegd in het Energieakkoord om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Om dat te bereiken, moeten we niet alleen de eigen energietransitie versnellen, maar ook de rest van de wereld meekrijgen. Het heeft namelijk weinig zin als de hier bespaarde CO2-emissies elders in de wereld alsnog in de atmosfeer worden losgelaten. We kunnen een hefboomeffect creëren als we de Nederlandse kennis en expertise exporteren, wat uiteindelijk ook gunstig is voor onze economische positie.’

Joint fact finding

De bijdrage vanuit de wetenschap aan het maatschappelijke debat is volgens Lankhorst hard nodig. ‘We merken dat het politieke debat erg gekleurd is en niet altijd ondersteund door gedegen wetenschappelijk onderzoek. Veel in opdracht van de overheid en andere partijen uitgevoerd onderzoek komt uit de consultancyhoek, terwijl wij denken dat het maatschappelijk debat moet worden gevoed met academische kennis uit verschillende wetenschappelijke disciplines. Met name de complexiteit van de energietransitie, vergt een zogenaamde T-vorm benadering waarbij je zowel de diepte ingaat wat betreft technische, politieke, maatschappelijke en economische vraagstukken terwijl je ook in de breedte kijkt naar de samenhang tussen die disciplines.

Wij hopen onze bijdrage aan het politiek debat te kunnen leveren door via joint fact finding consensus te krijgen over de impact van politieke beslissingen op het gebied van energievraagstukken. Veel politieke en maatschappelijke keuzes worden gemaakt op basis van opinies en nog te weinig op basis van feiten. Tot nog toe is in de academische wereld nog maar bar weinig interesse voor het energievraagstuk. Economische proefschriften of promotieonderzoeken beperken zich nog teveel tot de financiële of arbeidsmarkt, terwijl de energietransitie juist gebaat zou zijn met meer academische onderbouwing voor keuzes binnen het energiesysteem. Hetzelfde geldt voor gammastudies over de maatschappelijke impact van de energietransitie of de juridische consequenties ervan. De energietransitie is niet alleen een technisch vraagstuk, maar een die alle wetenschappelijke disciplines en de gehele maatschappij raakt.’

Inclusief

De New Energy Coalition wordt volgens Lankhorst dan ook geen exclusief feestje voor de drie samenwerkende partners. ‘Nederland kent een aantal internationaal hoog aangeschreven onderzoeksinstituten op het gebied van energie en dus werken we ook samen met TNO en ECN. Dat deed EAE al onder de vlag van het energy systems transition centre (Estrac, red.) dat miljoenen euro’s aan financiering ontving voor een meerjarig onderzoeksprogramma naar de grote thema’s rondom de energietransitie. Behalve naar energiesystemen, kijkt men ook naar lokale ervaringen met duurzame energieprojecten om die te vertalen naar beleid. Eveneens interessant is het onderzoek rondom waterstof als duurzame energiedrager, net als het onderzoek naar de rol van de Noordzee in de energietransitie. Als laatste neemt het Estrac-onderzoek ook de rol van de industrie in de energietransitie mee. Belangrijk in dit onderzoek is dat het geen op zichzelf staande studies betreft, maar een team van wetenschappers verbindt die zich langdurig verbinden aan de vijf onderzoeksgebieden.’

Voorwaarden

Lankhorst is terughoudend met uitspraken over toekomstscenario’s en hij verwacht ook niet dat de New Energy Coalition zich zal laten verleiden tot uitspraken over de energievoorziening van de toekomst. ‘In deze turbulente tijden is het lastig en eigenlijk ook onnodig om scenario’s neer te leggen. Met name het surprisedeel dat veel energiescenario’s in het verleden als waarschuwing meegaven, maakt het lastig om echt uitspraken te doen. De technologie die we morgen nodig hebben, is hoogstwaarschijnlijk vandaag nog niet beschikbaar of zelfs niet bekend. Het is dan ook heel lastig om beleid te voeren op onbekende technologie.

De voorwaarden om die onbekende technologie straks te kunnen exploiteren zijn veel interessanter. Welk systeem is nodig om het pad te effenen voor disruptieve technologie, welke infrastructuur hebben we straks nodig? De enorme groei van wind op zee is mede mogelijk gemaakt door de infrastructuurinvesteringen los te koppelen van de overige assets. Diezelfde keuzes moeten ook worden gemaakt voor de overige energievraagstukken. Wat betekent het bijvoorbeeld voor de elektrische infrastructuur als we gas willen vervangen voor elektriciteit? Dit zijn serieuze uitdagingen die in coherentie met de markt moeten worden uitgezocht. De meest eenvoudige, maar tevens meest dure oplossing is om de elektrische infrastructuur te vergroten en verzwaren. Maar veel is ook mogelijk met peakshaving en loadbalancing. Op dit vlak kan de industrie een grote bijdrage leveren, zeker als ook industrieel gas plaatsmaakt voor elektrochemie, elektrische of hybride boilers.’

CO2-neutraal

Als het over de rol van de industrie in de energietransitie gaat, zet Lankhorst ook regelmatig de pet op van VEMW-voorzitter. ‘VEMW heeft een duidelijk signaal afgegeven naar de politiek met een achttal opties om de industriële CO2-emissies in 2050 met 95 procent te reduceren. Elektrificatie van de industrie kan niet alleen een antwoord zijn op het klimaatprobleem, maar biedt tevens een kans voor de Nederlandse industrie om efficiënter en daarmee concurrerend te worden. Bij een noodzakelijke investering in nieuwe ketels zouden bedrijven vooruit moeten kijken en nadenken over hun warmtesystemen. Zijn er elektrische alternatieven, zijn de hoge temperaturen echt nodig en zo ja, kan die temperatuur ook worden bereikt met bijvoorbeeld waterstof of biomassa? De alternatieven zijn er al en dankzij die alternatieven is de industrie ook minder afhankelijk van ontwikkelingen in het geopolitieke speelveld die de energieprijzen opstuwen.’

‘De energietransitie biedt dus een enorme kans voor zowel de maatschappij als de industrie en dus moeten we vol inzetten op het terugdringen van de CO2-emissies’, besluit Lankhorst. ‘Dat betekent ook dat we niet om de afvang en opslag van CO2 heen kunnen. Hoewel dit voor de lange termijn misschien niet de beste oplossing zal zijn, wordt er momenteel gewoon teveel CO2 uitgestoten. Natuurlijk kijk je eerst naar energiebesparing en fossielvrije alternatieven, maar die omschakeling is niet van de ene op de andere dag gemaakt. Om dit te laten slagen moeten ook duidelijke keuzes worden gemaakt rondom de infrastructuur. Hetzelfde geldt voor de noodzakelijke infrastructuur voor waterstof. De overheid heeft een grote rol in het al dan niet slagen van deze oplossingen, met name omdat zij ook met lagere rendementen genoegen kan nemen.

De New Energy Coalition kan de pijn rondom de energietransitie niet geheel wegnemen, maar wel verzachten. In een revolutie vallen nu eenmaal slachtoffers. Vooral gascentrales en WKK’s hebben het onder de huidige omstandigheden zwaar omdat ze moeten concurreren tegen gesubsidieerde duurzame stroom. Iedere maatregel die de overheid neemt, verstoort de markt hoe dan ook. Het is onze taak om de overheid te ondersteunen bij zijn keuzes om voor de BV Nederland de meeste waarde te creëren.’

Drie Groningse organisaties uit de energiewereld bundelen hun krachten in de New Energy Coalition. De samenwerking tussen de stichtingen Energy Valley, Energy Academy Europe en Energy Delta Institute, geeft gehoor aan de oproep van het kabinet om Noord-Nederland koploper te maken in de energietransitie. Voormalig Gasterra-directeur Gertjan Lankhorst zal de nieuwe organisatie leiden.

Door een brede coalitievorming met kennisinstellingen zoals de Rijksuniversiteit Groningen en Hanzehogeschool Groningen, de energiesector, overheden en de industrie heeft New Energy Coalition alle kennis en ervaring in huis. Met de jarenlange ontwikkeling van de Energy Valley regio als ‘energietransitie-regio’ is een stevig fundament gelegd waarop verder kan worden gebouwd. ‘New Energy Coalition is het antwoord op de oproep van het kabinet om Noord-Nederland koploper te maken in de energietransitie,’ aldus directeur Gertjan Lankhorst. ‘Deze organisatie is opgericht om partijen die het verschil kunnen maken, te verenigen en het voortouw te nemen in de energietransitie. Wij gaan aan de slag met concrete thema’s die wij als noodzakelijk zien om de transitie te realiseren.’

De projecten van New Energy Coalition richten zich op fundamenteel en toegepast onderzoek, het bevorderen van onderwijs op alle niveaus, de ontwikkeling van nieuwe toepassingen en producten en op een nieuwe manier van innoveren.

Lankhorst: ‘De energietransitie is een systeemtransformatie van een hele keten. Veel partijen zullen goed samen moeten werken en dat is precies waarop New Energy Coalition zich richt. Wij brengen partijen samen die echt het verschil kunnen maken en nemen zo het voortouw.’