ETS Archieven - Utilities

ArcelorMittal kan zijn kooldioxide-uitstoot aanzienlijk beperken door zijn koolmonoxide naar Dow Terneuzen te transporteren in plaats van te verbranden. Door de huidige opzet van het Europese emissiehandel systeem levert die emissiebeperking het bedrijf echter niets op. Als die fout in ETS niet snel wordt gerepareerd, zal dat volgens group CTO Eric de Coninck zeer negatief uitpakken voor de Europese zware industrie.

Zo’n kleine zeven procent van de mondiale CO2-uitstoot kan op het conto van de staalindustrie worden geschreven. Niet geheel verrassend, want de chemische reacties in de ovens, waarmee deze industrie met koolstof ijzeroxidemoleculen reduceert tot staal, verlopen op hoge temperaturen. Helemaal koolstofvrij zal de staalindustrie dan ook niet worden. Wel kunnen de CO2-moleculen, die ontstaan bij de productie van staal, in de grond worden gestopt of als grondstof voor chemicaliën worden ingezet. ArcelorMittal is vanwege die laatste ambitie vier jaar geleden een samenwerking met Dow Chemical aangegaan voor een gezamenlijke proef. De koolmonoxide van ArcelorMittal, kan namelijk samen met overtollig waterstof van Dow worden omgezet in synthetische nafta. De emissiekosten van ArcelorMittal zullen er echter niet door afnemen onder de huidige regelgeving van het emission trade scheme (ETS) van de Europese Commissie. Eric de Coninck, general manager Group CTO van ArcelorMittal Group ziet dan ook graag een herziening van de ETS-afspraken zodat ook de industrie geprikkeld wordt te investeren in emissieverlaging.

Denkfout

‘De ETS-regeling is in het leven geroepen om de CO2-uitstoot van de energieproducenten in te perken’, steekt De Coninck van wal. ‘De rekensom is bij de utilitiesbedrijven snel te maken: het steenkool of aardgas dat de bedrijven inkopen, levert een bepaalde koolstofemissie op. De bedrijven krijgen dan ook een rekening gepresenteerd die is gebaseerd op die ingaande grondstoffen. De achterliggende gedachte is dat bedrijven dan sneller worden geprikkeld om voor brandstoffen te kiezen met een lager emissieprofiel.

Hetzelfde monitoring schema wordt bij de ETS-plichtige industrie gehanteerd. Ook bij ons kijkt de emissieautoriteit mee wat er aan kolen de fabriek in komt, waarna wij de rekening gepresenteerd krijgen van onze emissies. Alleen staan de chemische industrie en de staalindustrie voor een voldongen feit. Wij hebben koolstof nodig als reactant en kunnen dus niet zonder ingrijpende proceswijzigingen overstappen naar elektriciteit of waterstof, die overigens veel duurder is dan koolstof. Bij de productie van één ton staal produceren de efficiënte bedrijven zo’n twee ton CO2. Wij en Tata Steel in IJmuiden doen het nog iets beter en zitten op een gemiddelde van 1,7 ton, maar in de minder gereguleerde landen is een uitstoot van 3,5 ton CO2 gangbaar.

 

De stoomvoorziening voor de agro en food en de chemische industrie is vooralsnog grotendeels gevoed door aardgas. Desondanks overwegen steeds meer bedrijven duurzame alternatieven voor gasgestookte stoomketels. Een aantal stoomexperts boog zich over de vraag welke alternatieven er bestonden voor stoomproductie met behulp van aardgas. De inzet van biomassa biedt de grootste kansen, maar dan blijft subsidie wel nodig.

Chris Velzeboer is energie coördinator bij de Europese oliezadendivisie van Cargill. Cargill heeft het doel gesteld om in 2020 zo’n achttien procent van zijn energieverbruik met renewables in te vullen. ‘Deels gebeurt dat al’, zegt Velzeboer. ‘Zo gebruiken ze in Brazilië vaak houtpellets of bagasse, de vezelfractie van suikerriet, voor de productie van stoom in een biomassacentrale. In de Oekraïne gebruikt men de schillen van zonnebloempitten. Nu is het verbranden van fiberfracties van sojabonen of cacao niet hetzelfde als het verbranden van hout. Hoewel een leverancier van dit soort systemen dit wel zou kunnen beweren, leren onze ervaringen dat je daarmee grote problemen kunt krijgen. Wijs geworden van deze ervaringen hebben we uiteindelijk zelf een pilotinstallatie in Amsterdam gebouwd die de lastige fiberfracties met een hoger rendement en minder vervuiling kunnen stoken.’

Synergie

Het wordt al snel duidelijk dat er inmiddels wel voorbeelden zijn van bedrijven die duurzame stoom opwekken, maar dat er nauwelijks standaardoplossingen zijn. Egbert Klop, directeur van Industrial Energy Experts: ‘Sommige partijen hebben het geluk dat ze een mooi rest- of bijproduct kunnen inzetten, andere bedrijven willen voorop lopen in de duurzame wedloop. Typerend voor de energietransitie is dat je heel lokaal moet kijken naar de beschikbare bronnen. Of dat nu biomassa is of bijvoorbeeld restwarmte van een buurbedrijf. BDV Ede maakt bijvoorbeeld stadswarmte van snoeihout uit de bossen. HSV Moulded Foam Group, dat eveneens in Ede is gevestigd, kwam bij ons met de vraag of het mogelijk was om zelf biostoom op te wekken. We stelden ze voor om een koppeling met de installatie van BDV te maken, wat niet alleen een investering scheelde, maar uiteindelijk ook duurzamer is.’

Infrastructuur

Is elektrificeren dan wellicht de oplossing? Een elektrische ketel kan immers ook de benodigde hoge temperaturen leveren. Kees de Greef van Energy Technology Services: ‘Technisch is het opereren van een elektrische ketel misschien nog wel eenvoudiger dan een gasketel. In een aantal landen waar veel stroomoverschotten zijn, gebruikt men al dit soort ketels. Het venijn zit hem in de infrastructuur. Je hebt namelijk wel een multi-megawatt aansluiting nodig om stoom te kunnen maken.’

Dit artikel is een samenvatting van een artikel uit de meest recente editie van het vakblad Utilities. Kijk hier voor de mogelijkheden voor een abonnement op het vakblad voor de energiegrootverbruiker.