Evides Archieven - Utilities

Netbeheerder Stedin en Evides Waterbedrijf willen nauwer samenwerken. De werkgebieden van Stedin en Evides overlappen elkaar voor een groot deel in Zuid-Holland. De twee bedrijven onderzoeken daarom of intensiever samenwerken bijdraagt aan verhoging van de klanttevredenheid en aan kostenefficiëntie door bijvoorbeeld vervanging van gas- en waterleidingen te combineren.

Marc van der Linden (voorzitter raad van bestuur Stedin) en Annette Ottolini (algemeen directeur Evides) tekenden hiervoor een intentieverklaring. In de afgelopen jaren zijn – vooral uit praktisch oogpunt – diverse samenwerkingsverbanden ontstaan waaraan onder andere ook Stedin en Evides deelnemen. Van structurele samenwerking met zijn tweeën kwam het nog niet.

Annette Ottolini, Algemeen directeur Evides: ‘Voor Evides Waterbedrijf staat omgevings- en klantgericht werken centraal. We hebben succesvolle voorbeelden van projecten die vanuit de werkvloer zijn geïnitieerd en die laten zien welke resultaten we in dat opzicht samen met Stedin kunnen behalen. Zo hebben we, waar we grote vervangingsprojecten merendeels gezamenlijk uitvoerden, de impact op de omgeving aantoonbaar kunnen beperken en efficiënter kunnen werken.’

Samenwerken goed voor de toekomst

Stedin en Evides zijn enthousiast over de gezamenlijke aanpak van werkzaamheden aan gas- en waterleidingen. We zien dat deze praktijkvoorbeelden lonen. Marc van der Linden, voorzitter raad van bestuur Stedin: ‘De veranderingen in de energiesector, zoals de opkomst van duurzame energie, vragen de nodige investeringen in het energienet. De samenwerking met Evides is een prachtig voorbeeld om de kosten voor deze investeringen in toom te houden en zo de netbeheerkosten op de energierekening zo laag mogelijk te houden.’

De komende maanden gaan de partijen ook verkennen of ze samen kunnen optrekken op het gebied van veranderende wetgeving, werving van technisch personeel en datamanagement. Eind mei moeten de resultaten van het samenwerkingsonderzoek bekend zijn. De afspraken die daaruit voortkomen, zullen Stedin en Evides vervolgens officieel bekrachtigen in een samenwerkingsovereenkomst.

Dat afvalwater veel grondstoffen bevat is een publiek geheim. Er ontstaan dan ook steeds meer initiatieven om deze grondstoffen terug te winnen of om te zetten in energie. Maar hoeveel is er technisch mogelijk, wat is nog betaalbaar en maatschappelijk wenselijk en hoe kunnen publieke en private partijen samenwerken? Allemaal vragen die het best kunnen worden beantwoord door de praktijk. Dat dacht men ook in Rotterdam en dus startte de Gemeente Rotterdam samen met een aantal waterbedrijven en waterschappen het Rotterdam Innovative Nutrients Energy and Watermanagement (Rinew)-project.

In 2013 startte Rinew als onderzoeksproject op de afvalwaterzuiveringslocatie Harnaschpolder in Den Hoorn. Uitgangspunt voor het concept was het realiseren van innovatief en duurzaam hergebruik van afvalwater, het terugwinnen van grondstoffen en energie met een decentraal zuiveringsconcept. Twee jaar later diende zich een mooie kans aan om de testen nog dichter bij de werkelijkheid uit te voeren. In het Merwe-Vierhavensgebied (M4H), onderdeel van het Rotterdam Innovation District, worden namelijk vernieuwende producten bedacht en gemaakt. Onderdeel hiervan is het Uit je eigen stad-initiatief, die laat zien hoe moderne steden op een duurzame manier kunnen voorzien in hun eigen voedsel. Onderdeel van Uit je eigen stad is de Stadsboerderij en die locatie bleek dan ook een uitgelezen plek voor Rinew.

Grondstoffen

Projectleider en procestechnoloog Han van de Griek: ‘Nu gaat afvalwater allemaal naar een centrale afvalwaterzuivering. Daar wordt het schoongemaakt om het vervolgens op oppervlaktewater te lozen. Ons concept is om afvalwater decentraal te zuiveren en de nutriënten, energie en het water ter plekke weer te gebruiken. In de toekomst kan zo’n decentrale afvalwaterzuivering worden gebruikt in woonwijken waar wonen en werken worden gecombineerd. In de tussentijd wordt ook gekeken of dergelijke hergebruik concepten op de afvalstromen van huidige installaties kunnen worden toegepast.

Rinew focust zich op het terugwinnen van cellulose (wc-papier), humuszuren, fosfaten, stikstof, biogas en water. Deze stoffen worden met behulp van scheidingstechnieken zoals vlokken en membraanfiltratie uit het afvalwater gehaald. Van de Griek: ‘Als we de stoffen er uit hebben gehaald kijken we naar de kwaliteit en de toepasbaarheid.’

Kunstmest

Er zijn al ideeën van wat er met de stoffen kan gebeuren. Zo kan cellulose worden gebruikt om de structuur van asfalt te verbeteren. En in combinatie met schimmels kan het als isolatiemateriaal worden gebruikt. Van de Griek: ‘Door middel van schimmeldraden kan je het cellulosemateriaal aan elkaar vergroeien. Ook testen we op het kationiseren van cellulose. Dan geven we cellulose een positieve lading waardoor we het als vlokmiddel kunnen gebruiken. Dus op je afvalwaterzuiveringsinstallaties kan je het afval dan vlokken met je teruggewonnen cellulosemateriaal.’

Het teruggewonnen humuszuur is interessant voor boeren, want het zorgt ervoor dat planten beter in staat zijn om nutriënten op te nemen en water vast te houden. Boeren hebben minder kunstmest nodig doordat de planten dankzij het humuszuur met minder stikstof en fosfaat dezelfde opbrengst genereren. Het fosfaat ten slotte kan weer in de industrie worden gebruikt. Van de Griek: ‘Fosfaten zijn eindig, eerder dan olie. Daarom moeten we naar andere bronnen toe en afvalwater is er daar één van.’

Van de Griek: ‘Dit is heel erg actueel en treft iedereen. We streven naar een beter milieu en een circulaire economie waar de grondstoffen worden hergebruikt. Met ons project willen we de CO2-footprint drukken. Met ons concept heb je geen transporten van stoffen meer nodig over de hele wereld, maar kan je alles lokaal verkrijgen.’