geothermie Archieven - Utilities

Het TKI Nieuw Gas stelt 2,5 miljoen euro beschikbaar voor onderzoek naar diepe geothermie. Het TKI hoopt daarmee kosten te verlagen, efficiency te verhogen, risico’s te verminderen en transparantie en veiligheid te vergroten van (ultra) diepe geothermie.  

De programmalijn Geo-Energie richt zich op veilig en duurzaam gebruik van de diepe ondergrond voor energiewinning en energieopslag. Dat doet zij via het ontwikkelen, testen, demonstreren en implementeren van kennis en innovatieve technieken.

Projectvoorstellen

Belangrijke voorwaarden voor dit soort innovaties is dat ze de ondergrond gebruiken met minimale impact op milieu en leefomgeving en maximale operationele veiligheid. Het TKI Nieuw Gas nodigt daarom projectvoorstellen uit die zich specifiek richten op het onderzoeksgebied Geo Energie voor de energietransitie.

Deze call voor projectvoorstellen richt zich inhoudelijk op het gebruik van de diepe ondergrond voor duurzame energiewinning (zoals geothermie) en energieopslag. Voor verschillende toepassingen is er sprake van onzekerheden als het gaat om kosten en risico’s en spelen vragen omtrent veiligheid van productie en opslag een grote rol.

Voorwaarden

De innovaties die  een projectvoorstel kunnen indienen, moeten bijdragen aan kostenverlaging, efficiencyverhoging en risicovermindering. Daarnaast moeten ze de transparantie vergroten en de veiligheid garanderen van duurzame toepassingen in de ondergrond. Qua positionering in de innovatieketen gaat het hierbij om TRL3 – TRL6.

Alhoewel het TKI verwacht dat ondergrondse activiteiten tot een diepte van vier kilometer voorang krijgen, heeft de call geen restrictie als het gaat om een maximale diepte.

Enkele belangrijke gegevens

  • In totaal stelt het TKI Nieuw Gas € 2,5 miljoen aan budget beschikbaar
  • Projectvoorstellen ontvangen een maximale bijdrage van € 500.000
  • Opening call: 15 juli 2020
  • Sluiting 1e ronde (Expression of Interest): 6 oktober 2020, 17.00 uur
  • Opening 2e ronde (Volledig projectvoorstel): 13 oktober 2020, 17.00 uur
  • Sluiting call: 24 november 2020, 17.00 uur
  • De PPS-toeslagregeling is van toepassing
  • Een deskundige en onafhankelijke expertcommissie beoordeeld elke ingediende Expression of Interest (1e ronde) en alle project voorstellen (2e ronde). Hun oordeel is bindend
  • Projectvoorstellen worden op vier criteria beoordeeld: Bijdrage aan de doelstelling, slaagkans, mate van innovatie, kwaliteit van het project

Zie voor verdere vragen de bijlage

TNO denkt met multilateraal boren, een boring met verschillende zijtakken, de kosten van geothermie te verlagen. De onderzoekers voeren in Rijswijk en Zwolle de eerste proefboringen uit. Daarmee kunnen ze in potentie de productie uit dunne aardlagen met dertig tot honderd procent verbeteren.

TNO onderzoekt samen met ENGIE, Huisman Geo en EBN of met multilateraal boren de productie van geothermische warmte uit dunne aardlagen economisch haalbaar kan worden gemaakt. Met het Enhancing REServoirs in Urban deveLopmenT (Result) project wil het consortium aantonen dat de nieuwe boortechniek de productie uit dunne aardlagen met dertig tot honderd procent kan verbeteren. De voorkeurslocatie  voor deze demonstratie ligt in de gemeente Zwolle.  Het onderzoeksproject krijgt van het Europees subsidieprogramma Geothermica maximaal 5,7 miljoen euro subsidie.

Dunne lagen

Het Masterplan Aardwarmte in Nederland formuleerde de ambitie in 2050 circa 25 procent van de huizen, glastuinbouw en lichte industrie te verwarmen met geothermie. Het economisch winbaar potentieel is sterk afhankelijk van de diepte, dikte en doorlatendheid van de aardlagen in de diepe ondergrond. Voor een economisch haalbaar project is een goed doorlatende aardlaag nodig van bij voorkeur minimaal honderd meter dikte. Toch is er hoop dat er voldoende warmte te winnen is uit minder dikke en minder doorlatende lagen.

Multilateraal boren

Na geologisch, technisch en economisch vooronderzoek is een demonstratieboring nodig. Als deze demonstratie succesvol blijkt, volgt een tweede. Remco van Ee van Huisman Geo: ‘Voor Zwolle gaan we uit van een aardlaag van circa zestig meter diep op de locatie waar een warmtenet kan worden ontwikkeld. Via multilateraal boren, een boring met verschillende zijtakken, willen we aantonen dat de productie flink verhoogd en kosten kunnen worden verlaagd  ten opzichte van reguliere boortechnieken. De eerste put wordt bij een succesvolle demonstratie de productieput, de tweede de injectieput.’

Warmtenet

Wethouder Monique Schuttenbeld van de Gemeente Zwolle: ‘In Zwolle hebben we al veel voorwerk gedaan om geothermie in te kunnen zetten als duurzame warmtebron voor de stad. In Dijklanden hebben we hiervoor een geschikte locatie gevonden. De ligging naast de wijken Holtenbroek en Aa-landen is zeer gunstig. Voor deze wijken lijkt een warmtenet het beste alternatief voor verwarmen met aardgas. Uit onderzoek blijkt dat de ondergrond geschikt is voor het winnen van aardwarmte, maar dat er sprake is van een aardlaag met een beperkte dikte. Het doel van Result past dus heel goed bij de Zwolse situatie. Voor ons is dit project een prachtige kans om de ontwikkeling van geothermie in Zwolle naar een volgende fase te brengen.’

Rijswijk

De totale projectkosten van Result worden geraamd op achttien miljoen euro. Het resterende deel zal worden geïnvesteerd door partijen in het consortium na een finale investeringsbeslissing. Vooruitlopend op dit project zal Huisman Geo samen met TNO deze boortechniek uitgebreid testen op een andere locatie. TNO beschikt over een faciliteit, Rijswijk Centre for Sustainable Geo-energy (RCSG), waar de innovatieve boortechniek dit jaar al op een diepte van 400 meter zal worden getest.

Trias Westland kondigt zijn tweede aardwarmteproject aan. De nieuwe bron van aardwarmte op 2,3 kilometer diepte maakt duurzame warmte voor nog eens dertig glastuinbouwers (totaal 56 bedrijven) en 345 woningen in Liermolen beschikbaar.

De reis naar warm water op 2,3 kilometer diepte startte vandaag met de boring naar de tweede aardwarmtebron. Dankzij de uitbreiding van Trias Westland kan nog eens honderd hectare, in eigendom van dertig glastuinbouwondernemers, duurzaam worden verwarmd. Ook 345 woningen in de wijk Liermolen krijgen straks warmte van deze aardwarmtebron. Het gebruik van aardwarmte leidt tot fors minder CO2-uitstoot. De productiecapaciteit van de uitbreiding is circa 15 megawattuur, vergelijkbaar met het aardgasverbruik van circa 15.000 huishoudens.

In de Westlandse bodem is volop duurzame energie te vinden. De aardbodem bevat natuurlijke waterhoudende grondlagen; hoe dieper, hoe warmer het water in de aarde is. Trias Westland pompt het hete water op en draagt de warmte via een warmtewisselaar over aan het warmtenet. Van hieruit kan het water naar de glastuinbouwbedrijven en woningen in wijk Liermolen verspreid worden. Na gebruik gaat het afgekoelde water weer terug de aarde in. De aardkern warmt het water dan weer op.

Groeien naar 56 deelnemers

De boring, vindt plaats aan de Lange Broekweg in Naaldwijk ter hoogte van de Zandheullaan. Het is de tweede aardwarmtebron van Trias Westland. De aan Trias Westland verbonden glastuinbouwbedrijven die bij de eerste boring niet mee konden doen, krijgen dankzij de uitbreiding (Trias Westland 2) straks ook toegang tot duurzame warmte. Nog eens dertig Westlandse glastuinbouwbedrijven verwarmen straks hun kassen en gebouwen op een duurzame manier dankzij Trias Westland 2. Daarnaast worden Royal Flora Holland en 345 nieuwbouwwoningen in Liermolen aangesloten op duurzame warmte van Trias Westland.

Werkzaamheden

De werkzaamheden op de boorlocatie zijn inmiddels gestart. Direct omwonenden zijn hierover geïnformeerd. De boring naar de Onder-Krijt aardlaag duren naar verwachting ongeveer 2 maanden. De tweede aardwarmtebron kan na een succesvolle welltest naar verwachting in het tweede kwartaal van 2021 in bedrijf worden genomen.

Samenwerking

Trias Westland is een project van en voor de glastuinbouwondernemers. Via een eigen coöperatie werken zij samen met elkaar én met grote regionale partijen om op een duurzame energievoorziening over te kunnen stappen. Voor de aansluiting op het warmtenet betalen zij jaarlijks een vast bedrag op basis van werkelijke kosten. De warmte nemen zij af tegen werkelijke kosten, waarbij zij profiteren van eventuele meevallers. Wat zij niet gebruiken kunnen ze onderling verhandelen; zo kunnen ze de kosten laag houden en de warmtebron optimaal benutten. Na vijftien jaar is de Westlandse warmtecoöperatie volledig eigenaar van het geothermiebedrijf.

Warmtesysteem Westland

De uitbreiding van het warmtenet van Trias Westland aan de Kasteelweg in Naaldwijk zijn recentelijk uitgevoerd zodat een combinatie mogelijk was met de geplande onderhoudswerkzaamheden vanuit de gemeente Westland. Het warmtenet van Trias Westland wordt het komende jaar verder uitgebreid om de nieuwe aansluitingen te realiseren. Een groot deel van dit net fungeert daarnaast als hoofdleiding binnen WarmteSysteem Westland (WSW), het regionaal geplande warmtenet in het Westland.

Shell Geothermal BV en het Havenbedrijf Rotterdam houden een onderzoek naar geothermie in het westelijk deel van de Rotterdamse haven. De bedrijven hebben hiervoor een opsporingsvergunning gekregen van het ministerie van EZK.

De opsporingsvergunning betekent dat Shell en het Havenbedrijf de komende jaren de tijd hebben om hun plan verder uit te werken. Hiermee kunnen ze in het westelijk deel van de haven aardwarmteprojecten ontwikkelen. De komende circa twee jaar ligt het accent op het maken van afspraken met mogelijke afnemers van de aardwarmte. Daarnaast focussen ze zich op het uitwerken van de kosten, het bepalen van een mogelijke locatie voor een proefboring en het uitzoeken hoe de infrastructuur eruit kan zien. Essentieel is ook dat de aardwarmte kan concurreren met energie uit andere bronnen. Een (proef)boring is nog niet aan de orde.

Zeven projecten met onderzoek naar geothermie

De afgelopen jaren is de ondergrond goed in kaart gebracht. Dit gebeurde mede als onderdeel van de green deal Ultra Diepe Geothermie (UDG). Het doel van UDG is uiteindelijk 30% van de industriële warmte te laten komen van ultra diepe aardwarmte, zoals eerder bij Petrochem is beschreven. Zeven consortia werken aan voorstudies op dit gebied. De verwachting is dat dit jaar de resultaten van onderzoek naar geothermie bekend worden. De eerste pilotprojecten, waaronder een in de haven van Rotterdam, worden dan ook gestart.

De Rotterdamse industrie verbruikt veel energie. Als aardwarmte in de vorm van heet water naar boven kan worden gebracht, kan dat een goede duurzame energiebron zijn. Denk daarbij met name aan de productie van stoom voor de industrie. Daarbij wordt het enigszins afgekoeld. Het water kan dan gebruikt worden voor verwarming van woningen en kassen via een regionaal warmtenet.

Shell en Havenbedrijf zullen EBN (Energie Beheer Nederland) betrekken bij de uitwerking van de plannen.

Eneco en Shell willen gezamenlijk zoeken naar naar Rotterdamse aardwarmte. Daartoe hebben ze een aanvraag voor een opsporingsvergunning ingediend bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De warmte zal vooral worden ingezet in bestaande en nieuwe warmtenetten.

De opsporingsvergunning geldt voor zowel Rotterdam als Capelle aan den IJssel, Lansingerland, Krimpen aan den IJssel en Zuidplas. In deze regio heeft de ondergrond een gunstige samenstelling voor de winning van aardwarmte. De aardwarmte kan bovendien eenvoudig worden aangesloten op bestaande en nieuwe warmtenetten.

Beide partijen hebben hun kennis en expertise gebundeld. Ze willen in samenwerking met klanten, bedrijven, omwonenden, de (lokale) overheid en andere belanghebbenden, een positieve bijdrage leveren aan de rol van aardwarmte in de energietransitie.

Geothermie

Aardwarmte, ook wel geothermie genoemd, is bestaande warmte die uit aardlagen op dieptes tussen de 500 meter en 4.000 meter wordt benut. Zowel de nationale overheid, de provincie Zuid-Holland, als lokale overheden zien voor duurzame aardwarmte een belangrijke plek in de energietransitie. De provincie Zuid-Holland is hiervoor bij uitstek geschikt.

Het kan tot een jaar duren voor het ministerie van EZK beslist over de opsporingsvergunning. Indien deze aan Eneco en Shell wordt verleend brengen zij het aardwarmtepotentieel in de betreffende regio in kaart om tegelijkertijd de warmtevraag bovengronds te onderzoeken.

Energie Beheer Nederland (EBN) mag risicodragend deelnemen in aardwarmteprojecten in Nederland. Dat schrijft minister Wiebes in een brief aan de Tweede Kamer. De deelname van de overheidsinstantie kan de ontginning van aardwarmtebronnen versnellen. EBN zal vooralsnog voor twintig tot veertig procent deelnemen in projecten.

Met de deelname van EBN hoopt de minister op een professionele versterking en versnelling van het aantal projecten in de aardwarmtesector. Wiebes: ‘Bij aardwarmteprojecten is de inbreng van kennis en ervaring juist ook in de opsporingsfase, onder meer bij het boren, van belang. Vooral in deze fase kan verplichte deelname door EBN vanaf de eerste vergunning leiden tot betere keuzes en verlaging van risico’s die zich voor zouden kunnen doen gedurende de gehele looptijd van een aardwarmteproject.’

Coördinatie

Ook kan EBN een actieve rol vervullen bij coördinatie-vraagstukken in de ondergrond en het optimaal benutten van de maatschappelijke en economische meerwaarde ervan, het zogeheten planmatige beheer en doelmatige winning van de publieke ondergrond.

Toestemming

Om EBN risicodragend te laten deelnemen, moet de overheidsinstantie een wettelijke taak krijgen op het gebied van aardwarmte. Dit wordt geregeld via een wijziging van de Mijnbouwwet. Vooruitlopend op deze wijziging geeft de minister EBN toestemming om zich bezig te houden met activiteiten die gericht zijn op aardwarmte. Totdat de Mijnbouwwet is gewijzigd kan deelname op vrijwillige basis, wat betekent dat het aan de initiatiefnemer is om EBN te verzoeken deel te nemen. De minister moet tot inwerkingtreding van de wijziging van de Mijnbouwwet per project toestemming geven voor deelname.

Nu we in de toekomst van het gas af moeten en er al steeds minder gas uit het Groningen-veld mag worden geproduceerd, is de NAM bezig om zich te heroriënteren als energiebedrijf. Er wordt onder andere gekeken naar geothermie en waterstof. Binnen twee tot drie jaar gaat industriële geothermie plaatsvinden. Dat vertelde directeur Johan Atema deze week tijdens een bijeenkomst in Den Helder.

Zolang het mogelijk is, wil NAM gas blijven produceren. ‘Gas is nog lang nodig. Maar ook in de toekomst willen we een energiebedrijf blijven en kijken hoe we Nederland kunnen blijven voorzien van energie.’ Het bedrijf richt zich daarbij niet alleen op gas, maar kijkt naar alternatieven.

Directeur Johan Atema.

Geothermie

Zo wordt onderzocht of platforms in de Noordzee kunnen worden gebruikt om met behulp van windenergie groene waterstof te maken. Verder is het bedrijf bezig met geothermie, waarbij bestaande warmte uit aardlagen op dieptes tussen de vijfhonderd en vierduizend meter wordt gewonnen. Atema: Wij kunnen dit, want we hebben de knowhow voor geothermie. Wij kunnen grote complexe technische projecten aan en we kunnen zelf funding doen. Er zijn al licenties aangevraagd voor industriële geothermie. Dat gaat binnen twee tot drie jaar plaatsvinden.’ Volgens de directeur lijkt Zuid-Holland het meest veelbelovend op het gebied van geothermie.’

Staatstoezicht op de Mijnen kondigde aan strenger toe te zien op de veiligheid van geothermieputten. Alle geothermisten hebben namelijk last van corrosie en sommige putten zijn zelfs stilgelegd omdat water in de omgeving dreigde te lekken.

Geothermie staat aan de vooravond van een grote vlucht in Nederland. In het Klimaatakkoord wordt bijna een vertienvoudiging voorspeld in de komende twaalf jaar. Geothermieputten hebben last van corrosie, wat kan leiden tot lekkages naar de omgeving. SodM gaat daarom scherper toezien op de veiligheid van geothermieputten en zal bovendien strengere eisen formuleren waaraan putten moeten voldoen om ervoor te zorgen dat het veilig blijft.

Corrosie

‘Geothermie zal in de toekomst een steeds grotere rol gaan spelen in onze energievoorziening. Dan is het van belang dat het veilig gebeurt. Alle geothermisten in Nederland hebben te maken met corrosie van de put door het oppompen van het zoute water uit de ondergrond. In sommige gevallen is de put zelfs stilgelegd om lekkage naar de omgeving te voorkomen. Dit probleem moet duurzaam opgelost worden door een kwalitatief betere put. Daar gaan wij komend jaar na overleg met de sector eisen voor opstellen.” Aldus Theodor Kockelkoren, inspecteur-generaal van SodM.

Locatie

Ook de locatie is van belang. Allereerst heeft SodM geadviseerd om terughoudend te zijn met geothermie in de buurt van seismisch actieve breuken in de diepe ondergrond vanwege het risico op het veroorzaken van aardbevingen. Ten tweede is het goed als gemeentes rekening houden met de plek waarop zij geothermie toestaan. Geothermie moet weliswaar bij uitstek in de buurt van afnemers plaatsvinden in verband met de transport van de warmte, maar dat betekent niet dat installaties pal naast woonwijken hoeven te worden gesitueerd. Bij mogelijk onderhoud en weghalen van de put aan het einde van de levensduur moet er namelijk weer een boortoren op kunnen, zonder overlast voor de directe omgeving. Dat is ook belangrijk voor het maatschappelijk draagvlak voor geothermie.

HVC gaat de potentie voor geothermie in Alkmaar, Langedijk en Heerhugowaard onderzoeken. Onlangs heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat een opsporingsvergunning voor geothermie aan HVC toegekend.

Samen met de gemeenten Alkmaar, Langedijk en Heerhugowaard verkent HVC of en onder welke voorwaarden de ondergrond een bijdrage kan leveren aan de verduurzaming van de regio. Het kassengebied Alton in Heerhugowaard wordt als eerste onderzocht, omdat uit eerder onderzoek blijkt dat deze locatie zeer kansrijk is voor geothermie.

Nederland aardgasvrij

De overheid heeft bepaald dat onze energievoorziening in 2050 volledig aardgasvrij moet zijn. Dat is een enorme opgave waarbij de gemeenten een belangrijke rol gaan vervullen. Ruim 7 miljoen huishoudens moeten van het aardgas af. Aardgas draagt als fossiele brandstof bij aan de klimaatverandering. Voor een klimaatneutraal Nederland moeten we daarom over op nieuwe manieren van verwarmen, douchen en koken.

Regie ondergrond gemeenten

De Nederlandse overheid stimuleert het in kaart brengen van de ondergrond in Nederland om het potentieel van geothermieprojecten volledig te benutten. Marco van Soerland, (manager Lokale warmte HVC): “Gemeenten erkennen de duurzaamheidsopgave en zien het belang om geothermie op een veilige en maatschappelijk verantwoorde manier te winnen. Door samen met de gemeenten  een opsporingsvergunning aan te vragen, blijft de regie op de ondergrond  publiek geborgd. Met deze vergunning heeft de aanvrager het exclusieve recht om binnen dit gebied onderzoeken op de aanwezigheid van aardwarmte.” In eerste instantie wordt gekeken naar de ontwikkeling van een geothermieboring in het glastuinbouwgebied Alton in Heerhugowaard. HVC heeft een duurzame energie subsidie (SDE+) aangevraagd bij het ministerie om het project te realiseren. Op zijn vroegst zal de boring in de tweede helft van 2020 plaatsvinden.

Vermilion Energy Netherlands heeft bij Staatstoezicht op de mijnen (SodM) een aanvraag ingediend voor het gebruik van explosieven voor verkenningsonderzoek in Akkrum en Zuid-Friesland. Doel van het onderzoek is om informatie te verkrijgen over eventueel aanwezige aardgashoudende lagen en om bodemlagen die geschikt zijn voor geothermie te onderscheiden.

De Inspecteur-generaal der Mijnen heeft naar aanleiding van deze aanvraag recentelijk een vergunning verleend en daar voorschriften aan verbonden. De vergunning betreft alleen het gebruik van explosieven bij verkenningsonderzoek. SodM ziet toe op adequate naleving van deze vergunning. Voordat Vermilion het verkenningsonderzoek daadwerkelijk uit kan voeren zijn nog andere vergunningen benodigd, van onder andere gemeenten in het onderzoeksgebied. Deze vergunningen worden door de betreffende instanties verleend en niet door SodM.

Vermilion Energy heeft al langer aspiraties op het gebied van geothermie en is onlngs nog als aspirant-lid toegetreden tot DAGO, de Vereniging van Nederlandse Geothermie Operators. Deze toetreding is volgens Vermilion een concrete stap in een verdere samenwerking tussen de geothermiesector en de olie- en gassector met als doel meer van elkaar te leren, de ontwikkeling van geothermie in Nederland te versnellen en zo bij te dragen aan de transitie naar een duurzame energievoorziening.

Leren van elkaar

Geothermie operaties zijn voor een deel vergelijkbaar met olie- en gasactiviteiten. De olie- en gasindustrie heeft in de loop der jaren hoge veiligheidstandaarden ontwikkeld voor operationele mijnbouwactiviteiten. Vermilion deelt haar kennis en ervaring binnen DAGO om zo de industriestandaarden voor geothermie naar een nog hoger plan te helpen brengen. Ook heeft Vermilion veel kennis en data van de Nederlandse ondergrond die van groot belang is voor de ontwikkeling van geothermie. Deze kennis wil ze samen met DAGO en de geothermie operators verder ontsluiten.

Vermilion heeft zo’n 75 gasproductielocaties met ongeveer 110 putten. De intentie is om te onderzoeken of deze bestaande locaties in de toekomst gebruikt kunnen worden voor mede- of hergebruik voor geothermie om daarmee de transitie naar een duurzame energievoorziening te ondersteunen. Het Gas to Geothermal project in Middenmeer is hier een voorbeeld van. In dit project, een initiatief van ECW Netwerk en Vermilion, wordt onderzocht of een gasput kan worden hergebruikt als geothermiebron. Verder onderzoekt Vermilion de mogelijkheden om nieuwe aardgas activiteiten te combineren met de ontwikkeling van duurzame energiebronnen, zoals groengas en geothermie.