gevaarlijke stoffen Archieven - Utilities

Waternet start in opdracht van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht op de rioolwaterzuivering (RWZI) Horstermeer met een proef om medicijnresten uit het afvalwater te halen. De proef bestaat uit het testen van een nieuwe techniek (O3-STEP filter) om microverontreinigingen zoals medicijnresten uit het water te halen. 

Waternet vindt steeds meer medicijnresten in zijn rioolwater. Het gaat om de werkzame stoffen  in geneesmiddelen zoals bijvoorbeeld in diclofenac, betablokkers en antibiotica. Die stoffen komen via urine en ontlasting in het riool en vervolgens in het oppervlaktewater. Oppervlaktewater is een bron voor de bereiding van drinkwater. Met de pilot wil het waterschap een techniek testen om deze stoffen bij de rioolwaterzuivering te verwijderen zodat deze niet meer in oppervlaktewater terecht komen.

Combinatie

Het O3-STEP filter is een extra stap in de rioolwaterzuivering waarbij Waternet bestaande technieken combineert. Het gaat dan om de combinatie van toepassing van ozonbehandeling (O3) en een  granulair actiefkoolfiltratie (1-STEP-filter). De ozon breekt de medicijnresten af of zet deze stoffen om naar stoffen die makkelijker biologisch afbreekbaar zijn.  En het koolfilter absorbeert de medicijnresten in de afgebroken vorm beter dan zonder ozon. Het is deze combinatie van twee technieken die veelbelovend lijkt.

Waternet kiest voor de RWZI Horstermeer als proeflocatie omdat de waterbeheerder daar al een granulair actief koolfilter toepast. Bovendien draaien op die locatie al proefinstallaties. De investeringen voor een ‘full-scale’  installatie is daardoor minder groot. Het bestuur van het waterschap trekt een kleine twee miljoen euro voor de proef uit.

Een aantal partners voert het onderzoek gezamenlijk uit: Waternet namens Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, Witteveen+Bos, Nijhuis Industries, Cabot en TU Delft.  Het onderzoek maakt deel uit van het ‘Innovatieprogramma Microverontreinigingen uit afvalwater’ van STOWA en het Ministerie van Infrastructuur en Water (I&W).

Planning

Nadat de installatie is gebouwd start Waternet na de zomer met de proef. Die duurt ongeveer een jaar. Als de proef positief uitvalt dan willen de partijen eind 2022 op de RWZI Horstermeer een ‘full-scale’ installatie voor de verwijdering van microverontreinigingen realiseren. Als ook die proef slaagt, kijkt Waternet of ze deze techniek ook op andere RWZI’s kan toepassen.

De aanvraag voor een nieuwe lozingsvergunning van Sitech Services is volgens Waterschap Limburg te laat ingediend. Sitech spreekt van overmacht vanwege de veel gedetailleerdere uitvraag in het kader van een pilot rondom de Aanpak Opkomende Stoffen. Zo moet het bedrijf van alle deelstromen alle aanwezige stoffen inventariseren, wat neerkomt op zo’n 650 stoffen.

Sitech Services behandelt het afvalwater van de dertig organisaties en 54 service users op de Chemelot site in Geleen. Na behandeling van het afvalwater loost Sitech het schone water uiteindelijk op de Ur, een beek die bij Urmond in de Maas uitkomt. Stroomafwaarts haalt WML water uit de rivier om voor de zuivering naar drinkwater. Op Chemelot zijn de nodige verbeteringen gerealiseerd, en ook gaande, om de lozingen te verminderen.

Lozingsvergunning Chemelot

Eind van dit jaar vervalt de oude lozingsvergunning van Sitech en dus zou het bedrijf in maart een nieuwe vergunning moeten indienen. De Rijksoverheid wil echter meer grip krijgen op opkomende stoffen in afvalwater en besloot de vergunningsaanvraag als pilot te gebruiken. Hoewel het bedrijf hetzelfde loost als altijd, is het detailleringsniveau in de vergunning fors omhoog gegaan.

Om de details van de opkomende stoffen goed in de aanvraag te krijgen, moet Sitech alle stoffen in een product of productstroom apart behandelen. Door op dit detailniveau te kijken komt het bedrijf in totaal op zo’n 650 stoffen, die allen deel uitmaken  van de afvalstroom.

Uiteindelijk kon Sitech in juni zijn rapporten indienen, veel te laat volgens Waterschap Limburg. Die zegt tien maanden nodig te hebben om de aanvraag te kunnen beoordelen en af te handelen.

Opkomende stoffen

Vanwege de landelijke wens de kwaliteit van het water verder te verbeteren en de ontwikkeling van methodieken om stoffen te kunnen meten en analyseren, wordt deze nieuwe manier van vergunningaanvraag nu voor het eerst toegepast. Doordat Chemelot als een van de eersten dit proces  doorloopt, is deze nieuwe aanvraag een pilot voor heel Nederland.

Sitech liep tegen grenzen aan omdat niet alle informatie van alle afzonderlijke stoffen even goed bekend waren. Ook is er op dit moment niet voor iedere afzonderlijke stof een norm beschikbaar om de stof aan te kunnen toetsen. Daarnaast ontbreekt het soms aan methoden om iedere stof afzonderlijk te kunnen meten.

In 2015 kreeg Sitech nog een boete vanwege een pyrazool-overschrijding.

​CDA Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik heeft samen met twee Duitse collega’s (Peter Liese en Karl-Heinz Florenz) aan de Europese Commissie gevraagd om het voorstel van het Duitse Milieuagentschap (UBA) over de classificatie van GenX als zeer zorgwekkende stof te steunen.

UBA stelt voor om stoffen die persistent, mobiel en toxisch zijn, zoals GenX, te classificeren als zeer zorgwekkende stoffen in de Europese wetgeving voor registratie, evaluatie en toelating van chemische stoffen (REACH). Het drietal Europarlementariërs vraagt ook aan de Commissie wat zij denkt over het opnemen van een drinkwatercriterium in REACH, zodat mogelijke negatieve effecten op drinkwaterbronnen door lozingen van gevaarlijke stoffen kan worden voorkomen.

Vewin verwelkomt deze vragen omdat dit aansluit bij de wens van Vewin om in REACH een drinkwatercriterium te introduceren zodat de mogelijke negatieven effecten op de drinkwatervoorziening door de lozing van gevaarlijke stoffen meegewogen worden in de toelatingsprocedure van chemische stoffen.

Drinkwatercriterium opnemen in REACH

De vragen zijn vervolgvragen op eerdere vragen van Schreijer-Pierik over opkomende stoffen. Ze vroeg eerder ook of de Commissie kan onderzoeken hoe de preventie van negatieve effecten door lozingen van gevaarlijke stoffen op de drinkwatervoorziening beter kan worden geborgd. Hierop antwoordde de Commissie dat ze bij de evaluatie van de KRW zal onderzoeken of de KRW en de daarmee samenhangende richtlijnen ervoor zorgen dat chemische verontreinigingen, onder meer door opkomende stoffen zoals GenX, op adequate wijze worden aangepakt. Ook antwoordde de Commissie toen dat de Commissie in het kader van de REACH-systematiek acties in gang zet om het gebruik van bepaalde perfluoralkylverbindingen (waaronder GenX) te beoordelen en/of te beperken.

Staatssecretaris van Veldhoven steunt UBA-initiatief

In Nederland heeft staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Stientje van Veldhoven richting de Tweede Kamer uitgesproken het UBA-initiatief te steunen en hier in Brussel werk van te zullen maken. Het Duitse Milieuagentschap UBA heeft politieke steun nodig voor haar initiatief om kans van slagen te hebben. Steun van de Europese Commissie is van groot belang. Vorige week heeft minister van Nieuwenhuizen van IenW in een debat met de Tweede Kamer aangegeven de mogelijkheden van het opnemen van een drinkwatercriterium in REACH te willen onderzoeken.

Waterschap Scheldestromen stelt een onderzoek in naar de aanwezigheid van GenX in het afvalwater op de rioolwaterzuivering in Terneuzen en het nabij gelegen oppervlaktewater. Aanleiding van dit onderzoek zijn metingen van Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland (RUD). Uit deze metingen bleek dat er GenX in het afvalwater van Indaver Industrial Waste Services voorkomt.

Het afvalwater van dit bedrijf wordt via een persleiding vervoerd naar de rioolwaterzuivering. Door een recente lekkage in deze gemeentelijke persleiding in de buurt van de zuivering bestaat er een mogelijkheid dat GenX ook in het oppervlaktewater terecht is gekomen. Samen met de betrokken partners RUD Zeeland, gemeente Terneuzen en Rijkswaterstaat wordt onderzocht of er maatregelen nodig zijn.

Aanleiding

GenX werd eerder aangetroffen bij afvalverwerkende bedrijven en rioolwaterzuiveringen. De RUD heeft daarom een meting gedaan bij Indaver Industrial Waste Services in Hoek.

Onderzoek

De watermonsters zijn door de RUD Zeeland genomen in het afvalwater van het bedrijf. Dit afvalwater (effluent) wordt in een gesloten gemeentelijke persleiding naar de rioolwaterzuivering Terneuzen vervoerd. Omdat GenX niet afbreekbaar is, acht het waterschap de kans groot dat GenX ook wordt aangetroffen op de rioolwaterzuivering. Dat wordt komende weken nader onderzocht. Het onderzoek moet uitwijzen in welke concentraties GenX uiteindelijk terechtkomt in het oppervlaktewater. Het gezuiverde rioolwater komt uiteindelijk in het oppervlaktewater terecht (Westelijke Rijkswaterleiding en Westerschelde). Consequenties voor de waterkwaliteit zijn nu nog niet bekend.

Wat is het?

GenX is eigenlijk geen stof, maar een technologie waarbij twee fluorhoudende stoffen worden gebruikt om coatings te maken. Deze coatings worden onder andere gebruikt om pannen te voorzien van een anti-aanbaklaag. Volgens het RIVM is GenX een potentieel zorgwekkende stof voor mens en dier, zij het alleen bij inname in heel hoge doseringen. Ook al is er in dit geval waarschijnlijk sprake van lage concentraties in het afvalwater, desondanks nemen de in de waterketen samenwerkende partners dit onderwerp uiterst serieus. Landelijk wordt onder regie van Inspectie voor Leefomgeving en Transport onderzoek verricht.

Het oppervlaktewater in Zeeuws-Vlaanderen wordt net als het afvalwater niet gebruikt als bron voor drinkwater. Het drinkwater voor Zeeuws-Vlaanderen kent als bron de Brabantse Biesbosch en is veilig voor consumptie.

 

Waterschap Aa en Maas heeft de tweede bron van GenX gevonden: de Ecoflow afvalwaterinstallatie van Suez. De commerciële biologische afvalwaterzuivering zuivert afvalwater van bedrijven uit de buurt. Het bedrijf weet nog niet waar de afvalwaterstroom vandaan komt, maar staakte wel de inname van stromen met een risico op de aanwezigheid van GenX.

In een brief van minister van Infrastructuur en Waterstaat Cora van Nieuwenhuizen staat een overzicht van het onderzoek dat tot nog toe is gedaan naar aanleiding van de signalering van GenX in het water van Noord Brabant. De eerste bron was al snel herleid tot Custom Powders, dat zichzelf aanmeldde. Een tweede bron bleef nog lang een raadsel. Inmiddels is duidelijk dat er 7900 nanogram per liter GenX is aangetroffen in het effluent van Ecoflow op het bedrijventerrein Ekkersrijt in de gemeente Son en Breugel. Het bedrijf heeft alle medewerking toegezegd om samen met de provincie en de gemeente de bron te achterhalen.

Op advies van de provincie en op aandringen van de gemeente Son en Breugel heeft Ecoflow de inname van alle afvalwaterstromen met een risico op de aanwezigheid van GenX tijdelijk gestaakt en is de beluchting van het zuiveringsproces geminimaliseerd. Ecoflow heeft aangegeven enkel nog afvalwater in te nemen, dat het bedrijf als niet-verdacht beoordeelt.

Ongeveer de helft van de totale concentratieverhoging bij lozingspunten van RWZI’s in het oppervlaktewater wordt veroorzaakt door tien procent van de RWZI’s. Dat is een van de conlusies van de hotspotanalyse die wateronderzoeksbureau Stowa uitvoerde. Wat betreft benedenstroomse waterkwaliteit veroorzaakt twintig procent van de RWZI’s (63 in aantal) ongeveer tachtig procent van de totale invloed op het Nederlandse regionale watersysteem.

De problematiek van ’medicijnresten’ in het oppervlaktewater heeft de afgelopen jaren regelmatig de pers en de agenda van de landelijke politiek gehaald. De maatschappelijke en wetenschappelijke zorg over de effecten ervan neemt bovendien snel toe. Dit vormde voor STOWA aanleiding voor het uitvoeren van een hotspotanalyse. De analyse beperkt zich tot humane geneesmiddelen en is gebaseerd op kentallen, die zijn gebaseerd op daadwerkelijk gemeten waarden in effluent van Nederlandse rwzi’s.

Maatlatten

De concentratiebijdrage van elk van de 314 RWZI’s en de 23 grensoverschrijdende rivieren en beken is berekend voor elk oppervlaktewaterlichaam. Op basis van deze gegevens zijn vervolgens specifieke ’maatlatten’ afgeleid voor drie waterkwaliteitsaspecten. Dit zijn (1) de concentratiebijdrage aan het ontvangende water bij het lozingspunt, (2) de invloed op de benedenstroomse waterkwaliteit en (3) de beïnvloeding van drinkwaterbronnen.

Concentratiebijdrage ontvangende water

Wat betreft de concentratiebijdrage aan het ontvangende water bij het lozingspunt laten de resultaten zien dat ongeveer de helft van de totale concentratieverhoging bij lozingspunten van RWZI’s in het oppervlaktewater wordt veroorzaakt door tien procent van de RWZI’s (31 stuks). De concentratiebijdrage van deze RWZI’s ligt tussen de 18 en 36 µg/l. RWZI’s met een hoge concentratiebijdrage komen vooral voor bij kleine ontvangende oppervlaktewateren in het oosten en zuiden van het land, en bij oppervlaktewateren met weinig doorspoeling in het westen en noorden van het land.

Invloed benedenstroomse waterkwaliteit

De maatlat invloed op de benedenstroomse waterkwaliteit laat zien dat twintig procent van de RWZI’s (63 in aantal) ongeveer tachtig procent van de totale invloed op het Nederlandse regionale watersysteem veroorzaakt. De grootste invloed is te vinden bij RWZI’s die lozen op de boezemsystemen in het westen en noorden van het land. Hier is in de zomer sprake van een geringe doorstroming en dus een lange verblijftijd met relatief grote beïnvloede wateroppervlakken.

Voor wat betreft de beïnvloeding van de drinkwaterbronnen wijzen modelberekeningen uit dat 64 drinkwaterbronnen worden beïnvloed door oppervlaktewater met een significante concentratie medicijnresten.

Regionale verkenning

Het rapport geeft volgens Stowa een aantal handvatten die kunnen worden gebruikt om de ernst van de emissie te bepalen en om locaties te kunnen vaststellen waar de effectiviteit van eventuele maatregelen ter vermindering van die emissies het grootst is. Deze locaties worden aangeduid als hotspots. De uitkomsten dienen enerzijds de ontwikkeling van een landelijke visie over de omvang van eventuele maatregelen bij rwzi’s. Anderzijds vormen zij het vertrekpunt voor een regionale verkenning van, en discussie over eventueel daadwerkelijk te nemen maatregelen.

Verwijderen

Parallel aan de Hotspotanalyse heeft STOWA een verkenning uitgevoerd naar de effectiviteit en de kosten van mogelijke technieken voor het verwijderen van geneesmiddelen op rwzi’s. Beide STOWA-onderzoeken vormen een goede basis voor nadere analyses van de waterschappen om te besluiten of en waar zij tot aanvullende zuivering overgegaan. STOWA en de waterschappen gaan in pilotprojecten verschillende technieken testen op effectiviteit en kosten.

Poederbewerker Custom Powders blijkt verantwoordelijk voor de GenX-stoffen die in het water zijn aangetroffen bij de waterzuivering in Aarle-Rixtel. Volgens het Eindhovens Dagblad meldde de fabrikant zich zelf bij Waterschap Aa en Maas. De bron van de besmetting in de omgeving van Eindhoven is nog niet gevonden.

Evides Waterbedrijf en Rijkswaterstaat hebben metingen gedaan naar GenX. Uit deze onderzoeken bleek een verhoogde waarde GenX aanwezig te zijn in het oppervlaktewater in de monding van de Dieze bij de Maas. De vervuiling was vervolgens terug te leiden naar twee waterzuiveringen: die van Aarle Rixtel en een in Eindhoven. De eerste bron is nu bekend geworden nadat Custom Powders zichzelf bij het Waterschap meldde.

Custom Powders koopt teflon in van Chemours om er vervolgens poeder van te maken. Normaal gesproken wordt het water dat daarbij vrijkomt teruggestuurd naar Chemours. Waarschijnlijk is een deel van dat water in het systeem gekomen via het riool.

Onlangs is GenX aangetroffen in het watersysteem van de waterschappen Aa en Maas en De Dommel. Steeds vaker constateren landelijke en regionale waterbeheerders dat er mogelijk stoffen in het water zitten waar men geen weet van heeft. Waterschappen Aa en Maas en De Dommel uiten hun bezorgdheid hierover. De partijen hebben de bron van de lozing nog niet gevonden. Er zijn in de regio ook geen bedrijven bekend die met het aanti aanbakmiddel werken.

De nu gemeten waarden GenX  zitten onder de voorlopige richtwaarde die het RIVM heeft vastgesteld voor drinkwater. Deze richtwaarde bedraagt 150 nanogram per liter. Het RIVM heeft onlangs een rapport opgesteld over de aanwezigheid van GenX in drinkwater en drinkwaterbronnen in Nederland. Het drinkwater is veilig en voldoet aan alle eisen. Voor GenX in oppervlaktewater is nog geen richtwaarde vastgesteld. Momenteel wordt bekeken of er voldoende onderzoeksgegevens zijn om ook voor oppervlaktewater een GenX-richtwaarde te bepalen.

Aanleiding

Evides Waterbedrijf en Rijkswaterstaat hebben metingen gedaan naar GenX. Uit deze onderzoeken bleek een verhoogde waarde GenX aanwezig te zijn in het oppervlaktewater in de monding van de Dieze bij de Maas. Aanleiding voor de onderzoeken is dat er afgelopen zomer in zes gemeenten in Zuid-Holland GenX is gevonden in het drinkwater.

Metingen

Direct nadat de waterschappen Aa en Maas en De Dommel hierover in oktober zijn geïnformeerd, hebben zij  aanvullende metingen gedaan. GenX is op meerdere plekken in lage concentraties aangetroffen en op twee plekken in verhoogde concentraties. Het gaat  om de rioolwaterzuiveringen  rondom Eindhoven en Aarle-Rixtel, met respectievelijk 130 nanogram en 22 nanogram per liter.

Vervolgonderzoek

De waterschappen en Rijkswaterstaat verfijnen de onderzoeken nu verder om zo de bron(nen) te achterhalen. De uitkomsten worden begin 2018 verwacht. Samen met de Omgevingsdienst wordt onderzocht waar GenX in de regio Zuid-Oost-Brabant wordt toegepast.

Onbekendheid

Door dit soort incidenten wordt duidelijk dat het belangrijk is aandacht te hebben voor opkomende stoffen in het oppervlaktewater. Richtwaarden ontbreken vaak nog en de effecten voor mens en dier zijn soms nog niet direct duidelijk Ook in het regeerakkoord wordt voor deze opkomende stoffen aandacht gevraagd. Dit vraagt om een gezamenlijke aanpak waarin het Rijk samen met regionale waterbeheerders, producenten en consumenten aan een oplossing werkt.

Met de publicatie van ISO 20519 ’Ships and marine technology – Specification for bunkering of liquefied natural gas fuelled vessels’ is er een belangrijke mijlpaal bereikt in de uitrol van de infrastructuur voor alternatieve brandstoffen. Met de publicatie van deze internationale norm hebben partijen de beschikking over breed gedragen eisen voor verlaadsystemen en toebehoren voor het bunkeren van schepen met LNG.

LNG is schoner dan traditionele transportbrandstoffen en motoren op LNG zijn bovendien stiller. LNG wordt dan ook gezien als een belangrijke brandstof voor onder meer schepen in de transitie naar duurzame brandstoffen. Wereldwijd wordt het aantal zogenoemde ‘emission control areas’ uitgebreid, waardoor schepen niet zonder meer op stookolie kunnen varen. De sector wordt voor de keuze gesteld te investeren in filtersystemen om emissies te beperken of over te stappen op (bio-)LNG als alternatieve brandstof. Ook in de binnenvaart wordt het gebruik van schone brandstoffen gestimuleerd om de lokale luchtkwaliteit te verbeteren, naast de verduurzaming van het brandstofgebruik.

Europese richtlijn

In 2014 heeft de Europese Commissie haar richtlijn betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (2014/94/EU) gepubliceerd. In deze richtlijn wordt verwezen naar technische specificaties voor deze infrastructuur, die, als het gaat om interoperabiliteitsaspecten, in Europese normen moeten worden vastgelegd. Daartoe heeft de Europese Commissie de Europese organisaties voor normalisatie – CEN en CENELEC – verzocht deze normen te ontwikkelen, waaronder normen voor LNG-bunkering. Europese belanghebbenden hebben aangegeven dat ISO 20519 toereikend is om als Europese norm te aanvaarden. Daarmee wordt dit een nationale norm voor de 34 bij CEN aangesloten landen. De norm komt dan ook als NEN-EN-ISO 20519 beschikbaar.

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen

Nederland heeft de afgelopen jaren veel kennis en ervaring opgedaan op het gebied van LNG-bunkering. De faciliteiten voor het bunkeren van LNG worden steeds verder uitgebreid. Een voorbeeld is de recentelijk geopende LNG-laadplaats bij Gate Terminal op de Rotterdamse Maasvlakte. Mede om de vergunningverlening van het bunkeren met LNG te harmoniseren en daarmee te vereenvoudigen, is PGS 33-2 ‘Afleverinstallaties van vloeibaar aardgas (LNG) voor vaartuigen’ opgesteld die deel uit maakt van de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). Dit document is ook ingebracht in het ISO-proces en heeft daarmee een bijdrage geleverd aan de uiteindelijk inhoud van de ISO-norm. Momenteel wordt PGS 33 herzien om de nieuwste ontwikkelingen op te nemen.