groene waterstof Archieven - Utilities

Gasunie en Vopak kondigden aan dat zij een samenwerkingsovereenkomst zijn aangegaan. De bedrijven willen samen terminalinfrastructuur ontwikkelen voor de invoer van waterstof via Nederlandse en Duitse havens.

Volgens de partners is grootschalige import van groene waterstof essentieel voor het behalen van de Europese Green Deal en de Fit for 55-doelstellingen. Men verwacht dan ook in 2025 de eerste groene waterstof te kunnen importeren. Om de invoer van groene waterstof te vergemakkelijken, is de ontwikkeling van een  wereldwijde toeleveringsketens en logistieke infrastructuur essentieel.

De samenwerkingsovereenkomst omvat importprojecten voor waterstof via groene ammoniak, liquid organic hydrogen carriers en vloeibare waterstoftechnologieën. Om producten als waterstof en ammoniak veilig en betrouwbaar te kunnen behandelen, zijn hoogwaardige infrastructuur en operaties nodig. Vopak en Gasunie richten zich op de ontwikkeling van importinfrastructuur voor opslag. Wat verdere distributie van waterstof naar eindgebruikers mogelijk maakt via pijpleidingen, schepen, weg en spoor.

Open access

Gasunie en Vopak richten zich uitsluitend op de ontwikkeling en exploitatie van open access infrastructuur. Volgens de partners is dit het meest effectief, zowel vanuit het oogpunt van de kosten als de ecologische voetafdruk. Een open toegankelijke infrastructuur kan volgens de infrabedrijven de invoer en het gebruik van groene energie versnellen.

ACE Terminal

Op 11 april 2022 maakten Gasunie, Vopak en HES International bekend dat zij hun krachten bundelen om een importterminal voor een waterstofdrager te ontwikkelen in de haven van Rotterdam: de ACE Terminal.

TNO werkt samen met het Belgische bedrijf Bekaert, Johnson Matthey uit Engeland en het Duitse Schaeffler bij het ontwikkelen van een nieuwe generatie elektrolyzers. De partijen willen de totale kosten van groene waterstofproductie omlaag brengen en de energie-efficiëntie sterk verhogen.

Het consortium wil de ontwikkeling van de Proton Exchange Membrane (PEM) elektrolysetechnologie versnellen door te werken aan verbetering en integratie van de verschillende componenten in de elektrolyser-stack. Dit is het technische ‘hart’ van de elektrolyzer. De nieuwe generatie PEM elektrolyzers zal een lager elektriciteitsverbruik hebben, wat leidt tot lagere waterstofkosten, en zal compacter zijn dan zijn voorgangers. De partners besteden extra aandacht aan het minimaliseren van het gebruik van schaarse materialen en verhoging van de energie-efficiëntie.

Voltachem

De partijen werken samen aan een langjarig gezamenlijk onderzoeksprogramma dat een belangrijke basis legt voor efficiënte elektrolyzers met een langere levensduur. De samenwerking is onderdeel van het Voltachem-programma waar de chemische industrie, de energiesector en de maakindustrie samenwerken op weg naar een klimaatneutrale toekomst.

Samen met organisaties, bedrijven en mede-overheden hebben ministeries 37 voorstellen ingediend voor een administratieve en procedurele toetsing door de Toegangspoort van het Nationaal Groeifonds. Opvallend zijn dat er twee waterstofprojecten meedingen, maar ook een groeiplan watertechnologie.

Afgelopen voorjaar maakten de ministers van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Financiën bekend dat zij 646 miljoen euro investeren en 3,5 miljard euro reserveren voor tien projecten die moeten zorgen voor meer economische groei in Nederland.

Uit 244 ideeën, zijn nu 37 voorstellen geselecteerd. De volgende stap is dat de voorstellen worden voorgelegd aan de commissie. Naar verwachting wordt in januari bekend welke voorstellen hiervoor in aanmerking komen. De commissie licht deze selectie inhoudelijk door met behulp van experts. Per voorstel brengt de commissie advies uit aan het kabinet om wel of geen bijdrage te leveren. Het kabinet maakt naar verwachting in april 2022 bekend welke voorstellen een investering zullen ontvangen. Het parlement moet vervolgens nog goedkeuring verlenen voordat de bijdragen definitief worden toegekend.

Bij de voorstellen zitten ook voor de industrie interessante projecten. Zoals een voorstel voor een honder megawatt elektrolyzer, een offshore waterstofleiding, een groeiplan watertechnologie, duurzame materialen voor duurzame energie en circulaire plastics. En de verduurzaming van de luchtvaart zal gepaard gaan met de bouw van fabrieken voor synthetische vliegtuigbrandstof.

Groenvermogen II

Waterstof speelt een belangrijke rol in onze economie. Nederland is met 16,5 miljard m3 per jaar, de op één na grootste speler in Europa. Om die positie te behouden in een klimaatneutrale wereld moet groene waterstofproductie worden opgeschaald. Dit programma maakt dat mogelijk door een tender uit te schrijven voor elektrolysefaciliteiten van minimaal 100 MW. Enerzijds bieden deze elektrolysers direct groene waterstofproductie, maar ze zijn ook essentieel om te leren hoe de opschaling van waterstof naar de uiteindelijk benodigde 1000 MW schaal mogelijk is.

H2opZee

Voor de Nederlandse energietransitie is duurzame energie uit de Noordzee essentieel. Aanlanding en integratie van die energie is een belangrijke barrière voor het tijdig, betaalbaar en optimaal benutten van de Noordzee. Het ver weg op zee produceren van groene waterstof met additionele

windenergie en die aanlanden met een (bestaande) pijpleiding zal helpen de energietransitie te versnellen en kostenefficiënter te maken. Eén pijpleiding vervoert immers evenveel energie als 5-10 elektriciteitskabels, die in realisatie kostbaar en complex zijn.

Groeiplan Watertechnologie

Waterschaarste vormt wereldwijd een van de grootste bedreigingen voor de welvaart (World Economic Forum). Dit betekent een grote kans voor de op exportgerichte Nederlandse watertechnologiesector. Het Groeiplan Watertechnologie geeft een belangrijke impuls aan uitbreiding en export van de sector. Het plan zorgt er tevens voor dat in Nederland voldoende schoon water beschikbaar is, zowel voor drinkwater en natuur als voor de veel waterverbruikende (exporterende) land- en tuinbouw en industrie.

Duurzame materialen NL

Opschaling van duurzame materiaalinnovaties biedt oplossingen voor de energietransitie en duurzaamheidsvraagstukken en tegelijkertijd een enorme economische kans. Op weg naar een duurzame toekomst is er dringend behoefte aan innovatieve manieren om CO2-emissie en materiaalverspilling terug te dringen. Functionele, duurzame en circulaire materiaalinnovaties zijn hiervoor essentieel. Met dit Groeifondsvoorstel pakken meer dan 300 samenwerkende partijen drie belangrijke materiaalsectoren met grote economische en duurzaamheidspotentie aan: Energiematerialen, Constructieve materialen en Circulaire plastics. Het voorstel ontwikkelt 12 Demonstrators voor nieuwe technologieën waarmee duurzame materialeninnovaties van het lab naar de praktijk kunnen worden gebracht.

Luchtvaart in Transitie

De Nederlandse luchtvaartsector heeft de kans om als pionier in Europa te acteren in de transitie naar duurzame luchtvaart. Hiervoor ontwikkelt Luchtvaart in Transitie technologie, producten en kennis waarvoor sterk toenemende vraag uit de wereldmarkt bestaat. Dit programma lost deze knelpunten op door de luchtvaartsector te verenigen en bouwt hiervoor een open innovatie-infrastructuur door het realiseren van fabrieken voor synthetische vliegtuigbrandstof. Ook wil men duurzame ultra-efficiënte demonstratievliegtuigen ontwikkelen met doorbraaktechnologie voor waterstofaandrijving, materialen en systemen.

Bekijk hier alle projectvoorstellen

Ineos investeert meer dan twee miljard euro in de productie van groene waterstof in heel Europa. Het bedrijf bouwt daarvoor in de komende tien jaar fabrieken in België, Noorwegen en Duitsland. Ook zijn investeringen gepland in het VK en Frankrijk.

De eerste installatie die Ineos bouwt, is een 20 MW-elektrolyzer. Hiermee kan het bedrijf schone waterstof produceren door middel van elektrolyse van water, aangedreven door koolstofvrije elektriciteit in Noorwegen. Dit project leidt tot een minimale reductie van naar schatting 22.000 ton CO2 per jaar door de ecologische voetafdruk van de activiteiten van Ineos in Rafnes te verkleinen en als hub te dienen voor de levering van waterstof aan de Noorse transportsector.

Duitsland

In Duitsland is Ineos van plan om een 100 MW elektrolyzer op grotere schaal te bouwen om groene waterstof te produceren op de locatie in Keulen. Waterstof uit de installatie gebruikt ze bij de productie van groene ammoniak. Het Keulen-project resulteert in een vermindering van de CO2-uitstoot van meer dan 120.000 ton per jaar. Het biedt ook kansen om E-Fuels te ontwikkelen via Power-to-Methanol-toepassingen op industriële schaal.

Ineos ontwikkelt andere projecten in België, Frankrijk en het VK en het bedrijf verwacht verdere partnerschappen aan te kondigen met toonaangevende organisaties die betrokken zijn bij de ontwikkeling van nieuwe waterstoftoepassingen.

Infrastructuur

In november 2020 lanceerde Ineos een nieuw bedrijf als onderdeel van dochterbedrijf Inovyn, dat een exploitant is van elektrolyse. Het nieuwe bedrijfsonderdeel is opgericht voor de ontwikkeling en opbouw van groene waterstofcapaciteit in heel Europa, ter ondersteuning van het streven naar een koolstofvrije toekomst.

Het Ineos-waterstofbedrijf krijgt zijn hoofdkantoor in het VK hebben en heeft als doel capaciteit op te bouwen om waterstof te produceren in het Ineos-netwerk van locaties in Europa, naast partnerlocaties waar waterstof de decarbonisatie van energie kan versnellen.

Ineos is ook van plan nauw samen te werken met Europese regeringen om ervoor te zorgen dat de nodige infrastructuur wordt aangelegd voor waterstof.

Foto: Ineos in Rafnes. Credit: Ineos

Gasunie injecteerde succesvol waterstof in een boorgat op de locatie Zuidwending. Na verdere succesvolle afronding kan Gasunie verder met de ontwikkeling van opslag in vier zoutcavernes, waarvan de eerste in 2026 volledig in bedrijf kan zijn.

Gasunie inecteerde tijdens het demonstratieproject op de locatie Zuidwending waterstof in een boorgat om onderzoek te kunnen doen. De druk werd daarbij stapsgewijs opgevoerd tot meer dan 200 bar. Ook zijn materialen en onderdelen die nodig zijn voor gasopslag beoordeeld op geschiktheid voor de opslag van waterstof. De lopende fase van werkzaamheden neemt circa vier tot zes weken in beslag. Vanaf november tot voorjaar 2022 volgen nog verdere demonstraties en tests. Zoals gebruikelijk worden omwonenden van tevoren geïnformeerd over de activiteiten.

Vier cavernes

Wanneer het vervolgtraject eveneens succesvol verloopt, volgt volgend jaar naar verwachting een definitief besluit voor grootschalige waterstofopslag in zoutcavernes op de locatie Zuidwending. De eerste zoutcaverne zou in 2026 volledig operationeel kunnen zijn. Met groeimogelijkheden naar vier opslagcavernes in 2030. Daarmee ontstaat een opslagvolume dat past bij de huidige Nederlandse ambitie om in 2030 drie tot vier GigaWatt groene waterstof uit duurzame elektriciteit te realiseren. Aandachtspunt hierbij is wel dat Gasunie zal moeten voorinvesteren. Zo moet onder meer de benodigde infrastructuur direct gereed zijn voor een eindsituatie met vier zoutcavernes. Ook is voor ingebruikname van een zoutcaverne voor opslag een grote hoeveelheid waterstof nodig als ‘kussengas’ om de techniek haar werk te kunnen laten doen. Dat zijn kosten die in beide gevallen niet direct kunnen worden terugverdiend.

EnergyStock

Waterstof is een essentieel onderdeel van de duurzame energiemix van de toekomst. Om vraag en aanbod met elkaar te verbinden, ontwikkelt Gasunie een landelijke infrastructuur voor het transport van waterstof. Daarbij is grootschalige opslag van waterstof van onmisbaar belang.

Ondergrondse waterstofopslag in zoutcavernes is een veilige, efficiënte en betrouwbare manier om grote hoeveelheden energie op te slaan, ook voor langere tijd. De locatie Zuidwending biedt unieke omstandigheden om grootschalige waterstofopslag gereed te hebben voor de beoogde ontwikkeling van de waterstofmarkt. Bovendien beschikt Gasunie via dochteronderneming EnergyStock over de benodigde kennis en expertise, omdat al meer dan tien jaar op een veilige manier aardgas wordt opgeslagen in de zoutcavernes in Zuidwending.

Energiebedrijf Uniper en het Havenbedrijf Rotterdam sloten een overeenkomst voor de productie van groene waterstof op Uniper’s Maasvlakte-locatie. Deze plannen borduren voort op de uitkomsten van een recente haalbaarheidsstudie en sluiten ook aan op de geplande nieuwe waterstofinfrastructuur en de groeiende vraag naar duurzame waterstof vanuit de Rotterdamse petrochemische industrie.

De overeenkomst, vastgelegd in een memorandum of understanding (MOU), is een mijlpaal in de verdere ontwikkeling van de waterstofwaardeketen in de Rijnmond regio. Eerder al werd bekend dat maar liefst de helft van alle Nederlandse IPCEI waterstofprojecten in Rotterdam wordt ontwikkeld. Uniper’s project staat ook op die Nederlandse IPCEI-shortlist.

De gezamenlijke haalbaarheidsstudie die recent werd afgerond, toont aan dat de Uniper-locatie op de Maasvlakte bij uitstek geschikt is voor grootschalige productie van groene waterstof met behulp van stroom van Noordzee-windparken. Het plan is om de waterstoffabriek van Uniper aan te sluiten op de HyTransport.RTM-pijpleiding door de Rotterdamse haven. Daarmee krijgt de Uniper-fabriek ook een verbinding met de nationale waterstofinfrastructuur en de Delta Corridor-buisleidingenbundel. Dit laatste project wil voorzien in de levering van waterstof aan chemieclusters in Moerdijk en Geleen (Chemelot) en aansluitend in Noordrijn-Westfalen.

CO2-reductie

De industrie in Rotterdam gebruikt circa 77PJ aan waterstof per jaar (circa 40% van het totale Nederlandse waterstofgebruik). De overstap van grijze naar groene, duurzame waterstof door de Rotterdamse industrie voor het maken van schonere brandstoffen en als grondstof in de chemie leidt dus tot een forse CO2-reductie. In combinatie met de import van duurzame waterstof, opslagcapaciteit en het (inter)nationale waterstof-transportnetwerk kan het uiteindelijk leiden tot een volledige uitfasering van grijze waterstofproductie in Rotterdam.

Een belangrijke volgende stap in het Uniper-project betreft de front-end engineering & design (FEED) studie die op dit moment wordt aanbesteed. Die studie duurt ongeveer negen maanden en levert een belangrijke verdiepingsslag op het conceptuele ontwerp van de electrolyse-installatie. Die zal een capaciteit van 100 MW krijgen bij de start met een toekomstige uitbreiding naar 500MW capaciteit. De studie zal ook meer informatie geven over de planning en de begroting van het project. Aan de hand van deze uitkomsten kan de eerste fase van deze elektrolyse-fabriek worden aanbesteed aan diverse specialistische leveranciers en contractors.

Tegelijkertijd wordt binnenkort begonnen met de aanvraag van de benodigde vergunningen, het verkrijgen van (financiële) steun van diverse overheden, het sluiten van overeenkomsten met alle relevante partners in de waardeketen en de voorbereiding van een investeringsbesluit in 2022.

Het groene waterstof proefproject PosHYdon krijgt 3,6 miljoen euro uit het Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) subsidiefonds. PosHYdon is de eerste offshore groene waterstofpilot op een operationeel platform ter wereld. Met deze subsidie kan het consortium met de pilot van start gaan.

PosHYdon integreert drie energiesystemen op de Noordzee: offshore wind, offshore gas en offshore waterstof en zal plaatsvinden op het Q13a-A platform van Neptune Energy. Dit producerende productieplatform is het eerste volledige geëlektrificeerde platform op de Nederlandse Noordzee en ligt circa dertien kilometer voor de kust van Scheveningen.

Om groene waterstof te kunnen maken, zal zeewater op het platform worden omgezet in gedemineraliseerd water. Dit water wordt vervolgens door middel van elektrolyse omgezet in waterstof. Daarbij wordt stroom van wind gebruikt om deze groene waterstof te produceren. De pilot heeft als doel om ervaring op te doen met het integreren van werkende energiesystemen op zee en het vervaardigen van waterstof in een offshore omgeving. Daarnaast testen de onderzoekers de efficiency van een elektrolyzer met een variabele voeding vanuit offshore wind en bouwt men kennis op in de kosten, van zowel de installatie offshore als van het onderhoud.

De groene waterstof zal worden bijgemengd met het gas en via de bestaande gaspijpleiding richting de kust getransporteerd worden. De 1 MW electrolyser zal maximaal 400 kilo groene waterstof per dag produceren.

Systeemintegratie Noordzee

René Peters, Business Director Gas Technologies TNO: ‘PosHYdon is het ultieme voorbeeld van systeemintegratie op de Noordzee. In veel studies wordt waterstof ‘the missing link’ voor de energietransitie genoemd en wordt er veel over de mogelijkheden gesproken. Maar hier, voor de kust van Scheveningen, gaat het daadwerkelijk plaatsvinden. PosHYdon zal ons veel leren over de te zetten vervolgstappen richting grootschalige groene waterstofproductie op zee.’

Peters vervolgt: ‘Groene waterstofproductie offshore maakt het ook mogelijk dat grootschalige windparken ver op zee kunnen worden ontwikkeld. Offshore elektrolyzers zetten dan windenergie direct om naar groene waterstof, dat vervolgens via bestaande gasinfrastructuur de kust bereikt. Daardoor kunnen offshore windprojecten sneller gerealiseerd worden tegen significant lagere kosten voor de maatschappij.’

Jacqueline Vaessen, Managing Director Nexstep, nationaal platform voor hergebruik en ontmanteling: ‘Samen met een aantal operators en TNO is dit idee zo’n jaar of twee geleden voortgekomen uit een brainstormsessie van de ‘Re-purpose’ werkgroep binnen Nexstep. Vervolgens hebben we gekeken wat de beste locatie zou zijn en zijn toen op de Q13a-A van Neptune Energy uitgekomen. Aangezien dat platform al geheel middels groene stroom geëlektrificeerd is.’

 

Invest-NL investeert 15 miljoen euro in SCW Systems en wordt daarmee aandeelhouder. SCW bouwt een installatie voor de productie van groene waterstof en gas uit organische reststromen. Hiervoor gebruikt het bedrijf een zelf ontwikkelde techniek: superkritisch water vergassen.

Bij deze techniek worden organische reststromen onder hoge temperatuur en grote druk omgezet in groene waterstof en groen gas. Op de demolocatie bouwen SCW en haar partner Gasunie op dit moment een industriële installatie met een initiële capaciteit van 18,6 megawatt. De investering van Invest-NL maakt de weg vrij voor een verdere opschaling naar 100 megawatt. De doelstelling is om op termijn op verschillende locaties in Nederland een half miljard kuub groen gas te produceren.

Parrallel hieraan ontwikkelt SCW haar ‘CO2 Cleanup’ proces. Hierbij wordt CO2 permanent vastgelegd en omgezet in nuttige grondstoffen, bijvoorbeeld voor duurzaam cement. Op dit moment wordt dit op bescheiden schaal getest. Bij een succesvolle pilot kan door de investering direct worden doorgepakt naar een industriële demonstratiefabriek.

Naast SCW Systems en Invest-NL is ook PGGM aandeelhouder.

Shell heeft op haar Duitse energie- en chemiepark Rheinland Europa’s grootste waterstofelektrolyser in zijn soort in gebruik genomen. Als onderdeel van het Refhyne-consortium en met financiering van de Europese Commissie maakt de tien megawatt PEM-elektrolyser gebruik van hernieuwbare energie om in eerste instantie tot 1.300 ton groene waterstof per jaar te produceren.

De groene waterstof zal in eerste instantie worden gebruikt voor de productie van brandstoffen met een lagere koolstofintensiteit in de raffinaderij. Shell werkt er ook aan om de groene waterstof te gebruiken voor het koolstofvrij maken van andere sectoren, zoals het wegvervoer.

De Refhyne-elektrolyzer is een tien megawatt PEM-elektrolyser en de grootste in zijn soort in Europa. De elektrolyzer is gebouwd door ITM Power en zal worden geëxploiteerd door Shell, dat 1.300 ton groene waterstof per jaar zal produceren uit hernieuwbare energie. Er zijn al plannen om de capaciteit van de elektrolyser uit te breiden tot honderd megawatt.

Meer raffinaderijen

In haar Powering Progress Strategy stelde Shell zich ten doel om in 2050 een energiebedrijf te zijn met een netto-nul-uitstoot. Als onderdeel van dit plan zal Shell tegen 2030 vijf kernraffinaderijen omvormen tot geïntegreerde energie- en chemieparken.

De transformatie van deze raffinaderijen houdt in dat er meer gerecyclede en hernieuwbare grondstoffen worden gebruikt, zoals waterstof en afgewerkte olie, en dat er minder ruwe olie wordt verwerkt. Als gevolg daarvan zal Shell tegen 2030 de productie van traditionele brandstoffen met 55 procent verminderen en meer koolstofarme brandstoffen, chemicaliën en energieproducten produceren.

Windmolenpark

Het uiteindelijke doel van Shell is om groene waterstof te produceren, via elektrolyse, met gebruikmaking van hernieuwbare energiebronnen zoals wind en zon. Maar het tempo van de energietransitie vraagt om zowel groene als blauwe waterstof.

Roland Berger constateert na een studie naar de Europese offshore windsector dat de aanlanding van windenergie in de vorm van waterstof aanzienlijk goedkoper is. De uitrol van wind op zee kan nóg goedkoper en sneller als een bestaande aardgasleiding wordt hergebruikt.

In een nieuwe studie Innovate and industrialize – How Europe’s offshore wind sector can maintain market leadership and meet the continent’s energy goals toont Roland Berger hoe de Europese Wind op zee (WoZ) sector haar wereldwijde leiderschap kan verstevigen door verdere innovatie en industrialisatie.

Maarten de Vries van Roland Berger: ‘Het is aanzienlijk goedkoper om WoZ in waterstof om te zetten door middel van elektrolyse bij de bron op zee, dan op de kust. Het is namelijk veel goedkoper om grote hoeveelheden energie aan te landen via waterstofmoleculen door pijpleidingen dan elektronen door elektriciteitskabels. Verder kan dan bij harde wind de energie als waterstof worden opgeslagen in lege offshore gasvelden of zoutkoepels. Een enkele pijpleiding kan evenveel energie aanlanden als tien elektriciteitskabels of méér. Dit maakt tijdrovende consultaties voor extra aanlandingen door kwetsbare kuststreken overbodig. De uitrol van WoZ kan nóg goedkoper en sneller als een bestaande aardgasleiding wordt hergebruikt.’

Kostenverlaging

Waterstof zal op termijn een belangrijke energiedrager worden voor de energiebehoeftes van Nederland. Bram Albers van Roland Berger: ‘Voor onze energieonafhankelijkheid moet een groot deel van die waterstof in Nederland worden geproduceerd. Verder zal alleen dan de toegevoegde waarde van de productie van bijvoorbeeld chemicaliën en synthetische brandstof voor Nederland behouden blijven, en niet verplaatsen naar de landen waar de waterstof wordt gemaakt.’

Het is echter nu nog niet duidelijk of in Nederland met hernieuwbare energie geproduceerde waterstof op termijn zal kunnen concurreren met geïmporteerde waterstof uit landen zoals Chili en Saoedi Arabië met goedkope zon- en windenergie. Waterstof geproduceerd uit Nederlandse WoZ is nog steeds relatief duur en ongeveer tweederde van de kosten per kilogram zijn toe te schrijven aan WoZ zelf. Daarom moeten die WoZ-kosten nog verder omlaag dan nu al het geval  is.

Grotere turbines

Gelukkig zijn er duidelijke mogelijkheden om de kosten van WoZ verder te verlagen door innovatie en industrialisatie. Eén van de mogelijkheden is het gebruik van grotere turbines. De limiet daarvoor is nog niet bereikt en fabrikanten zijn al bezig met de ontwikkeling van modellen van 20 megawatt. Als de industrie eenmaal een maximum turbinegrootte heeft vastgesteld, kunnen onderdelen in de hele toeleveringsketen worden gestandaardiseerd. Digitaal onderhoud en zelfherstellende materialen voor bladen zullen ook de hoge kosten voor onderhoud en herstel tijdens de levensduur van een windmolenpark drastisch doen dalen.

Leiderschap

De Europese WoZ sector verwierf en geschat aandeel van zestig procent in de investeringen in windparken die in 2020-2023 wereldwijd operationeel worden. Europese bedrijven zijn namelijk ook zeer actief in de ontwikkeling van nieuwe capaciteit in Azië en de VS. Nederland voert de Europese landen aan met de meeste leidende posities op de wereldmarkt. Wereldwijde concurrenten – met name uit China – vormen echter een ernstige bedreiging voor Europa’s WoZ-dominantie, omdat zij de eerste contracten in Europese wateren al hebben binnengehaald. Als Europese spelers nu stappen zetten om verdere kostenverlagingen en concurrerende waterstof-uit-zee te realiseren, kunnen zij de concurrentie het hoofd bieden.

In de komende jaren zullen miljarden euro’s moeten worden geïnvesteerd in innovatie en industrialisatie om WoZ naar een hoger niveau te tillen en de kosten verder te verlagen. De toeleveringsketen kan dergelijke investeringen alleen doen als overheden en projectontwikkelaars ervoor zorgen dat een gezond rendement op de uitrol van WoZ-capaciteit mogelijk is. Ook moeten overheden betrouwbare prognoses van toekomstige capaciteitsuitbreidingen faciliteren. Alleen dan kan Europa voorop blijven lopen in de wereldmarkt en tegelijkertijd bouwen aan een duurzame toekomst.