GroenLinks Archieven - Utilities

Groen Links kamerlid Tom van der Lee wilde van Minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat weten of het stoken van hout inderdaad vervuilender was dan kolen. Wiebes zette voor de kamer uiteen waarom biomassa volgens hem bijdraagt aan de verduurzaming van de energievoorziening.

Minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat stuurde de Tweede Kamer een brief naar aanleiding van het verzoek van Tom van der Lee (GroenLinks) over het bericht dat het stoken van hout vervuilender is dan kolen. Wiebes: ‘Het kabinet streeft naar 49 procent emissiereductie van broeikasgassen in 2030. De doelstellingen van het Energieakkoord, 14 procent hernieuwbare energie in 2020 en 16 procent in 2023, zijn belangrijke mijlpalen op weg daarnaartoe. De maximaal 25 PJ van het bij- en meestoken van biomassa in kolencentrales levert hier een bijdrage van circa 1,2 procent aan en is een kosteneffectieve maatregel om de uitstoot van CO2 te reduceren.’

In 2018 wordt bij- en meestook van biomassa in kolencentrales niet opengesteld in de SDE+. De sluiting van kolencentrales en de werking van het systeem van emissiehandel staat volgens Wiebes in belangrijke mate los van de stimulering van hernieuwbare energie. Hiermee wordt invulling gegeven aan het Energieakkoord en het regeerakkoord, wat past in het streven naar een meerjarig, consistent en betrouwbaar overheidsbeleid voor de energietransitie.

Hoge duurzaamheidscriteria

In het Energieakkoord is afgesproken dat er duurzaamheidseisen worden gekoppeld aan de stimulering van bij- en meestook van biomassa in kolencentrales. In nauw overleg met de energiebedrijven en milieuorganisaties zijn vervolgens duurzaamheidscriteria opgesteld. De overeengekomen duurzaamheidscriteria behoren tot de meest vooruitstrevende en verregaande criteria in de wereld. Momenteel is er zelfs nog geen privaat certificaat dat aan alle Nederlandse duurzaamheidseisen voldoet. De eisen bevatten criteria voor duurzaam bosbeheer, klimaatcriteria en criteria voor koolstofschuld en indirecte verandering van landgebruik (Indirect Land Use Change, ILUC). Daarbij worden strenge eisen gesteld aan de handelsketen zodat bekend is waar de biomassa vandaan komt.

Koolstofschuld

In het door Van der Lee aangehaalde bericht worden zorgen rondom de inzet van biomassa genoemd. De inzet van biomassa voor energie zou kunnen leiden tot ontbossing en bedreiging van al dan niet beschermde dier- en plantensoorten. Tevens wordt er zorg uitgesproken over de klimaatneutraliteit van het toepassen van biomassa voor energie.

Wiebes: ‘De CO2 die vrijkomt bij het verbranden van biomassa moet ook weer worden vastgelegd bij de aanleg en groei van de biomassa. De tijdsduur die  het vergt om de CO2 vast te leggen wordt ook wel koolstofschuld genoemd. Voorkomen moet worden dat deze koolstofschuld ontstaat. Om deze zorgen te adresseren heeft Nederland strikte en vergaande duurzaamheidcriteria opgesteld en vastgelegd. Ik noem hieronder enkele voorbeelden, met name ten aanzien van de koolstofschuld. Doordat het een bepaalde periode vergt voordat het bos weer in oude staat is aangegroeid kan een koolstofschuld optreden. De teelt en kap van vaste biomassa voor energie leidt in dat geval tot een (tijdelijke) vermindering van de totale hoeveelheid vastgelegde koolstof. Dit betekent dat het gebruik van vaste biomassa kan leiden tot een netto uitstoot van CO2, hetgeen vanuit klimaatperspectief onwenselijk is. Daarom is ervoor gekozen om vast te leggen dat de aangroei en het behoud van het bos waaruit vaste biomassa wordt verkregen groter is dan het verlies aan koolstof. Op die manier treedt geen netto schuld op maar heeft het toepassen van vaste biomassa voor energietoepassingen daadwerkelijk een vermindering van de CO2-uitstoot tot gevolg.

Tevens is het onwenselijk dat het kappen van het bos leidt tot een wijziging in het landgebruik elders (ILUC). De omzetting van veengrond en wetlands in overige landbouwgrond of bos resulteert in een uitstoot van broeikasgassen en is derhalve ongewenst. Daarom mag er geen biomassa worden toegepast afkomstig uit bos dat na 1 januari 2008 is omgezet vanuit veengronden of wetlands. De omzetting van natuurlijke bossen naar houtplantages kan ook leiden tot een verlies aan koolstofvoorraden en biodiversiteit. Om die reden mag biomassa niet afkomstig zijn uit houtplantages die na 31 december 1997 zijn omgezet.

Resthout

Een inefficiënte verbranding van biomassa verhoogt ook de CO2-uitstoot. Daarom moet de omzetting van biomassa in elektriciteit of warmte ten opzichte van een fossiele referentie leiden tot een daadwerkelijke vermindering van CO2-uitstoot. Op basis van Europese rekenregels moet deze reductie in broeikasgasemissies ten minste 70 procent bedragen.

Ten slotte mag een bos niet volledig worden gekapt waarbij al het hout bestemd is voor energieopwekking (maximaal de helft). Zo wordt voorkomen dat bomen alleen worden gekapt voor de productie van biomassa voor energie. Bij de productie van biomassa voor energie wordt hierdoor voornamelijk gebruik gemaakt van resthout.

Tot slot

Uit het bovenstaande blijkt dat de Nederlandse duurzaamheidseisen tot de strengste en meest vergaande eisen behoren. Deze eisen zijn ontwikkeld met het oog op de zorgen die er zijn over de inzet van biomassa, welke ook in het bericht worden genoemd. Dat betekent niet dat alle biomassa die wordt geproduceerd voldoet aan de hoge Nederlandse standaard voor duurzaamheid. Veel bosgebieden voldoen momenteel niet aan deze duurzaamheidseisen en het hout afkomstig hiervan kan dus niet worden toegepast voor het bij- en meestoken in kolencentrales. Dit betekent dat er een aanzienlijke bewijslast bij de bedrijven ligt  om aan te tonen dat zij de duurzaamheid op orde hebben en dat deze hoge DGETM-E2020 / 17196003 standaard in de bosbouw worden toegepast. Onder deze voorwaarden vind ik de bij- en meestook van biomassa verantwoord.

De opslag duurzame energie (ODE) stijgt door afspraken in het regeerakkoord. Minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) wil zo extra geld ophalen voor verduurzaming van de energievoorziening. Voor CCS wil de minister een nieuwe regeling, buiten de SDE+ om, in het leven roepen.

De ODE is een heffing op het verbruik van aardgas en elektriciteit. Met de opbrengsten wordt de Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) gefinancierd. Deze subsidieregeling moet ervoor zorgen dat de energievoorziening duurzamer wordt. Afgesproken is dat huishoudens en bedrijven ieder voor vijftig procent bijdragen aan de regeling.

Nederland bungelde jarenlang onderaan bij de verduurzaming van de energievoorziening, stelt Jetten (D66) vast. De ODE kan volgens hem helpen om koploper te worden in Europa. Ook Yesilgöz (VVD) steunt een ambitieus klimaatbeleid, maar ze wil tegelijkertijd zuinig omgaan met belastinggeld.

De helft van de energierekening bestaat ondertussen uit belastingen, stelt Kops (PVV) vast. De burgers zijn volgens hem de klos. Ze worden uitgeknepen en mogen via de ODE en de energiebelasting betalen voor peperdure hobby’s van de linkse elite. Het gevolg is volgens de PVV’er dat steeds meer mensen in de schulden terechtkomen. De kosten van verduurzaming van de energievoorziening zijn hoog, erkent Van der Lee (GroenLinks). Maar de kosten van niets doen tegen klimaatverandering zijn volgens hem nog vele malen hoger.

Grootverbruikers

Grootverbruikers betalen per kuub gas of per kWh (veel) minder ODE dan huishoudens. Dit is niet alleen onrechtvaardig, betoogt Beckerman (SP), maar ook ineffectief. Heffingen op productie werken namelijk veel beter dan het belasten van de eindgebruiker. Is het verstandig om de ODE te verschuiven van huishoudens naar bedrijven? De grote vervuilers betalen te weinig, vindt Moorlag (PvdA). Van der Lee wil dat grootverbruikers zestig procent gaan betalen, Beckerman pleit voor tachtig procent.

Het zwaarder belasten van bedrijven tast de Nederlandse concurrentiepositie aan, vrezen de minister, Yesilgöz en Mulder (CDA), en jaagt bedrijven het land uit. Bovendien betalen de huishoudens uiteindelijk toch wel, denkt Kops, want bedrijven belasten hun kosten gewoon door.

CCS

Het kabinet wil in de toekomst de energiesubsidies niet alleen gebruiken voor wind- en zonne-energie, maar ook voor de afvang en opslag van CO2, ook wel CCS genoemd. Onterecht, vinden Beckerman, Van der Lee en Moorlag, want CCS draagt niet bij aan hernieuwbare energie. CCS past niet in de SDE+, erkent Wiebes. Daarom zal er een nieuwe regeling komen, naast of ter vervanging van de bestaande regeling.