Hans Oosters Archieven - Utilities

Het werk van de waterschappen is simpel: veranderingen in het weer en klimaat vóór blijven. Daarom willen ze óók de circulaire economie en energietransitie ter hand nemen. Want: ‘zonder inspanningen om de CO2 uitstoot te beperken, wordt het dweilen met de kraan open’.

Tekst: Tseard Zoethout

Dat stelt Hans Oosters, al meer dan twaalf jaar dijkgraaf van het hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard en sinds 2016 ook de voorzitter van de Unie van Waterschappen (UVW). Meteen aan het begin zet hij de zaken op scherp: Nederland loopt achter op de feiten. Ruim tien jaar geleden schetsten klimatologen in opdracht van de overheid al dat er halverwege deze eeuw meer en frequenter wateroverlast in met name stedelijke gebieden zou kunnen plaatsvinden. De regen die voor 2050 werd voorspeld, valt echter nu al.

‘We kunnen zulke veranderingen enkel en alleen bijbenen als we naast onze klassieke taken – als kustbescherming, dijkonderhoud, waterbuffering en –berging en zekerheid voor de behandeling van afvalwater – aandacht aan mitigerende effecten besteden. We zullen dus de circulaire economie en energietransitie ter hand moeten nemen.

Als ons land al die drie sporen niet volgt, dan wordt het, althans volgens Oosters, tussen nu en een aantal jaren dweilen met de kraan open. ‘Als overheden waaronder waterschappen de uitstoot van broeikasgassen niet beperken’, voorspelt hij, ‘zal de totale schade aan wateroverlast door klimaatverandering in ons land halverwege deze eeuw op ruim 71 miljard euro uit komen.’

Wat zijn de beperkingen van PPS (publiek-private samenwerking) voor industriële grootverbruikers?

‘Jaarlijks zetten de waterschappen voor ruim twee miljard euro aan opdrachten bij het bedrijfsleven uit. Dat is een groot bedrag maar voor verduurzaming van Nederland zullen we meer meters moeten maken, onder andere door energieterugwinning door middel van vergisting van reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie.’

Volgens Oosters beginnen daar de uitdagingen: de wet- en regelgeving is op dit moment niet op deze verduurzaming toegerust.

‘We moeten dergelijke projecten tegenwoordig in aparte BV’s onderbrengen. Nog specifieker: als je als waterschap niet oppast, dan wordt je zelfs vennootschapbelastingplichtig. En dat voor een publiek orgaan.’

‘De beperking dat waterschappen geen energieleverancier mogen zijn, staat terugwinning van energie zwaar in de weg. We hebben daarom – samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Inter Provinciaal Overleg (IPO) – begin dit jaar onze investeringsagenda voor het nu geformeerde kabinet gepresenteerd. Het belang van de regionale aanpak met gemeenten, provincies én waterschappen wordt nu door het regeerakkoord bevestigd. Het kabinet weet ook dat ons land voor het terugdringen van de CO2 uitstoot niet zonder gemeenten, provincies en waterschappen kan.’

Hoe willen jullie als waterschappen die barrières doorbreken?

‘Door alles uit de kast te halen wat maatschappelijke samenwerking op gebied van de circulaire economie en de energietransitie ons kan bieden. Met name in de afvalwaterzuivering kunnen bedrijven voor grote meerwaarde zorgen. Zij doen momenteel forse investeringen in de circulaire economie. Het nemen van maatregelen, zowel bij ons als bij hen, hangt echter sterk af van wederzijds voordeel.’

Kunt u voorbeelden geven?

‘Neem FrieslandCampina. Eind dit jaar stelt de zuivelgigant een deel van haar afvalwaterzuiveringsinstallaties buiten werking. Vanaf haar productielocaties Borculo en Lochem voert ze dan een deel van haar restwater direct naar waterschap Rijn en IJssel. Het waterschap gaat dat water in de Nereda zuiveringsinstallatie te Zutphen behandelen en haalt uit het slib de duurzame grondstof neo-alginaat, een goed alternatief voor zeewier uit China. Deze grondstof, die water zowel kan binden als afstoten, wordt vervolgens aan de bouwsector, in de land- en tuinbouw en de papierindustrie afgezet. Door dit restwater te zuiveren komt tevens een kwart minder slib vrij.’

‘Een ander voorbeeld is Verdygo, ontwikkeld door het waterschap Limburg en door nauwe samenwerking binnen de Gouden Driehoek, dat wil zeggen overheid, bedrijfsleven en wetenschap, nu op meerdere plaatsen toegepast. Met de relatief kleine Verdygo installatie wordt rioolwater op maat en tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten gezuiverd. Omdat Verdygo flexibel en modulair van opzet is, kunnen we het makkelijk opschalen of afbouwen, afhankelijk van het aanbod van afvalwater. Verdygo is bovendien een bovengronds systeem dat we kunnen verplaatsen.’

En past dus goed binnen de stresstest die de gemeenten binnenkort moeten gaan uitvoeren…

‘Inderdaad. Ruimtelijke adaptatie en anticiperen op wateroverlast wordt steeds urgenter. Ik zei het al eerder: ons land loopt achter op de feiten. De voorzien schade en overlast voor 2050 vindt nu al op steeds meer plekken plaats. Ziekenhuizen hebben hun technische en ICT installaties vaak nog in kelders staan. Die zullen zeker een keer vollopen. Transformatorhuisjes voor de verdeling van stroom staan op maaiveld, bedrijventerreinen zijn niet of nauwelijks op een teveel aan water voorbereid. We moeten dus haast maken om potentiële schade te voorkomen.’

Hoe staat het tegenwoordig met opschaling van de energie- en grondstoffenfabriek, de RWZI’s die energie en grondstoffen uit afvalstromen winnen?

‘Dat is een groot succes. Vrijwel alle waterschappen maken er op een of andere wijze gebruik van. Na een vliegende start vanaf 2008 hebben we er veel kennis en ervaring mee opgedaan, vooral met het terugwinnen van fosfaat, cellulose en andere grondstoffen. Dankzij strakke sturing hebben alle energie- en grondstoffenprojecten op de RWZI’s fabrieken sluitende business cases. Zulke maatschappelijke investeringen moeten zich wel terugverdienen, bedrijven en burgers betalen er immers belasting voor.

We verwachten dat deze fabrieken circa veertig procent van alle energiebehoefte van de waterschappen in 2020 zullen dekken. Zo zal waterschap Aa en Maas, een van de eerste initiatiefnemers van de Energiefabriek, op termijn starten met de levering van drie miljoen kuub biogas vanuit hun waterzuivering aan de Heineken brouwerij in Den Bosch. Daarmee wordt het gebruik van aardgas bij de brouwerij met bijna de helft gereduceerd.

Iets soortgelijks gebeurt bij waterschap Vallei en Veluwe. Dat heeft een bio-energiecentrale voor de regio opgezet dat draait op maaisel, mest en andere organische restproducten uit de land- en tuinbouw. Met ingang van volgend jaar zal dit samenwerkingsverband twaalf jaar lang elk jaar circa acht miljoen kuub biogas voor het reguliere aardgasnetwerk produceren.

Waterpartnerschap Harderwijk BV en het biogasproject van Aa en Maas zijn overigens maar twee van de vele voorbeelden. In 2025 zullen uiteenlopende combinaties van wind, PV panelen, waterkracht en warmte en koude uit oppervlaktewater voor de waterschappen tezamen tot energieneutraliteit leiden.’

Lopen waterschappen niet het risico dat ze met deze fabrieken commerciële activiteiten ontplooien en dus concurrentievervalsend bezig zijn?

‘Veel regelgeving staat de duurzaamheidsdoelen van waterschappen in de weg. Fosfaat wordt wettelijk als afvalstof en niet als grondstof gezien waardoor we die niet mogen verhandelen. Dat is de spanning tussen overheidsorganen en de markt. Samenwerking op duurzaam gebied tussen overheid en bedrijfsleven blijkt een knellende band, zeker in het licht van de noodzaak tot het sluiten van kringlopen en de energietransitie. Maar door uitsluitend naar de economie en niet naar milieuvoordelen te kijken, lopen we het risico dat we het kind met het badwater weggooien.

Gelukkig begint het inzicht te veranderen. De bereidheid om wet- en regelgeving op dit gebied aan te passen is er. Bij de provincies, in de politiek, zelfs bij het Ministerie van Economische Zaken. Tot op heden blijft het echter casuïstiek terwijl wij, de waterschappen, juist een generieke regeling verlangen. Ook werkgeversvereniging VNO-NCW staat achter deze invalshoek. Het nieuwe kabinet zal duidelijk moeten maken in hoeverre samenwerking tussen waterschappen en het bedrijfsleven meer speelruimte kan krijgen.’

Niet altijd gaat het goed bij de aanbesteding voor de energiefabriek. Bouwbedrijf Heijmans heeft dat aan den lijve ondervonden…

‘Energiefabriek Tilburg is de uitzondering die de regel bevestigt. In de praktijk heeft die zich onvoldoende bewezen. Heijmans kon het systeem niet lekker laten draaien, waterschap ‘De Dommel’ heeft het project sinds 2016 overgenomen. Je moet wel de juiste manier van aanbesteding vinden, dat voorkomt problemen in de uitvoer en de productie.’

‘De nieuwe slibverwerkingsinstallatie verwerkte in eerste instantie de geplande hoeveelheid van 17.500 ton. Daarna ging het mis. Na verbeteringen verhoogde het waterschap de slibhoeveelheid naar 25.000 ton. Daarnaast heeft ‘De Dommel’ investeringen gedaan om de kwaliteit van de deelstroombehandeling te verbeteren, nodig voor de winning van de laatste resten fosfaat en stikstof. Dat proces is nu afgerond, mede door de inzet van een ervaren operator.’

In het verleden zorgde het afhaken van industrieel afvalwater nog wel eens voor problemen. Hoe staat het daar nu mee?

‘Dankzij verlenging van anti-afhaak subsidies, goedgekeurd door de Europese Commissie tot 2023, levert dat op dit moment nauwelijks problemen op. Bedrijven die vervuild afvalwater goedkoper kunnen zuiveren en willen afhaken van onze afvalwaterzuiveringsinstallaties, krijgen het verschil als korting terug om niet af te haken. Daardoor blijven de zuiveringsinstallaties waarvoor investeringen zijn gedaan beter benut en gefinancierd.’

Hoe ziet de toekomst er qua samenwerking met de industrie uit?

‘We moeten perspectieven bieden waarmee zowel de waterschappen als industriële grootverbruikers van energie en water uit de voeten kunnen. Zo gaan waterschappen investeren in duurzame energie op eigen terreinen, deels om dit zelf af te nemen, deels om aan het net of aan individuele bedrijven te leveren. Je kan daarbij denken aan biogas in Den Bosch of koude uit oppervlaktewater in combinatie met warmte/koude opslag. Ook gaan we hiervoor steeds vaker terreinen aan derden beschikbaar stellen. Op die manier snijdt het mes aan twee kanten.’