hernieuwbare energie Archieven - Utilities

Energie-Nederland is blij met het nieuws dat het demissionair kabinet volgend jaar ruim 6,8 miljard euro extra uittrekt voor het verminderen van de CO2-uitstoot. Het geld zal onder andere worden gebruikt voor investeringen in noodzakelijke energie-infrastructuur zoals waterstof en de verduurzaming van huizen. De belangenvereniging vraagt wel om ook na 2030 oog te houden voor ondersteuning van duurzame energieprojecten.

De urgentie om méér te investeren in de klimaatmaatregelen wordt met de gepresenteerde begroting onderstreept. Om ook na 2022 te kunnen blijven toewerken naar de doelen van 2030, roept Vereniging Energie-Nederland het kabinet op om snel besluiten te nemen over het vergroten van het aanbod CO2-vrije elektriciteit. Daarnaast is het cruciaal dat het kabinet stuurt op voldoende en tijdige investeringen in de energie-infrastructuur.

Meer aanbod CO2-vrije elektriciteit

Voor de elektrificatie van de industrie, vervoer en gebouwde omgeving is, bovenop de reeds bestaande plannen, extra aanbod van CO2-vrije elektriciteit nodig. Het extra budget van 3 miljard euro voor de SDE++ kan onder andere worden ingezet voor de ontwikkeling van extra zon- en windprojecten, maar helpt ook duurzame warmte en projecten in de industrie.

Om de komende jaren te kunnen blijven investeren in de verdere verduurzaming van de elektriciteitsproductie blijft een stabiel investeringskader ook na 2025 nodig. Dit kan door ontwikkelaars van zon- en windprojecten zekerheid te geven dat hun elektriciteit zal worden gebruikt door het gebruik van groene elektriciteit in de industrie te stimuleren. De verhoging van het SDE++ budget is hiertoe een eerste stap, maar er is ook een specifiek steunmechanisme nodig dat afkoerst op de concrete doelstellingen in 2030 en daarna. Door een koppeling aan te brengen tussen elektrificatie en extra productie van CO2-vrije elektriciteit, wordt de transitie verder versneld.

Naast deze koppeling tussen vraag en aanbod, blijft ook het financiële aspect aandacht vragen. Volgens de huidige plannen is de SDE++ al vóór 2025 niet meer beschikbaar voor nieuwe aanvragen voor zonne- en windenergie. Bij onzekerheid over de groei van de vraag naar duurzame elektriciteit, zullen investeerders niet geprikkeld zijn om nog grootschalig te investeren in duurzame productie. Dit terwijl de doelstellingen voor 2030 nog zullen worden verhoogd als gevolg van de Europese plannen, en daarnaast moet in 2050 onze gehele energievoorziening CO2-vrij zijn. Energie-Nederland pleit daarom voor bodemprijsregeling die de grootste risico’s bij tegenvallende elektrificatie wegneemt.

Noodzakelijke investeringen infrastructuur

In de begroting wordt ook aandacht besteed aan de noodzakelijke investeringen in het elektriciteitsnet. Het is cruciaal dat het kabinet stuurt op voldoende en tijdige investeringen door (regionale) netbeheerders in elektriciteitsnetten. Er moet voldoende ruimte zijn om anticiperend te investeren en dit moet gemakkelijker worden, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van publieke middelen zoals het Recovery & Resilience fund. Tegelijkertijd blijven netbeheerders verplicht om tijdig te investeren. Er moet gekeken worden hoe netbeheerders gestimuleerd kunnen worden om anticiperend te investeren en of er andere structurele belemmeringen zijn die aangepakt moeten worden.

Energie-Nederland verwelkomt het vrijmaken van 750 miljoen euro voor een landelijke transportinfrastructuur voor groene waterstof (‘Waterstof Backbone’). En het extra budget voor het warmtetransportnet Zuid-Holland. Dit zijn belangrijke eerste stappen in de ontwikkeling van een waterstof-economie. Infrastructuur voor het transport van CO2-vrije waterstof is onontbeerlijk en de Europese Green Deal heeft dit belang verder vergroot.

De afgelopen periode waren de elektriciteitsprijzen hoog. Dit heeft gevolgen voor ondernemers die over 2021 subsidie ontvangen voor de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (en Klimaattransitie), de SDE+(+). De kans is groot dat zij hierdoor te veel subsidie hebben ontvangen. Ondernemers voor wie dit geldt, ontvangen hierover bericht, aldus Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

De hoogte van de subsidie is gekoppeld aan de gemiddelde marktwaarde voor elektriciteit. Hiermee bedoelt RVO de opbrengst van de geproduceerde elektriciteit. Hoe hoger de marktwaarde, hoe minder subsidie ondernemers ontvangen. Zij ontvangen dan namelijk meer van de energieafnemer. Bij een lagere marktwaarde krijgen ondernemers meer subsidie. Zij ontvangen dan immers minder van hun energieafnemer.

Jaarlijks subsidievoorschot

Ondernemers ontvangen ieder jaar een voorschot op de subsidie. Dit voorschot is gebaseerd op de jaarlijks vastgestelde, gemiddelde marktwaarde voor elektriciteit. RVO, die de regeling uitvoert, corrigeert het subsidiebedrag ieder jaar. Dit doet zij aan de hand van het vastgestelde, definitieve correctiebedrag. En de productiegegevens van het afgelopen kalenderjaar. Dit heet ‘bijstellen van de subsidie’.

Trend zet door

De trend van hoge elektriciteitsprijzen van de afgelopen maanden zet waarschijnlijk door. De verwachting is dan ook dat de definitieve correctiebedragen in 2021 hoger zijn dan de voorlopige correctiebedragen, waarop het voorschot was gebaseerd. De kans is groot dat ondernemers hierdoor te veel subsidie hebben ontvangen. Dit leidt tot een negatieve bijstelling.

Pensioenfonds PME neemt stelling in de klimaatdiscussie en verkocht alle beleggingen in de fossiele olie- en gaswinning en -distributie. Het pensioenfonds wil meer beleggen in sectoren die de energietransitie mogelijk maken, zoals netbeheer en energieopslag.

PME vindt de roep om aanpak van klimaatverandering evident. De deelnemers, gepensioneerden en werkgevers van PME zien volgens onderzoek het belang in van een aangescherpt klimaatbeleid. Het IPCC spreekt duidelijke taal die het pensioenfonds niet wil negeren. Steeds meer landen en bedrijven stellen ambitieuze doelen op klimaatgebied. Rechters interpreteren verdragen, wetten en overeenkomsten strikt. Rechterlijke uitspraken in de Urgenda- en Shell-zaak laten zien dat internationale klimaatafspraken niet vrijblijvend zijn. De rechters vinden dat bedrijven deze afspraken in woord én in daad moeten uitvoeren.

Netbeheer en energieopslag

Eric Uijen, voorzitter van het uitvoerend bestuur van PME: ‘Alles wijst dezelfde kant op. Wereldwijd moet en gaat de CO2-uitstoot de komende tien jaar drastisch naar beneden. De gevolgen van klimaatverandering voltrekken zich op dit moment onder onze ogen. Daarom beleggen we meer in sectoren die de energietransitie mogelijk maken, zoals netbeheer en energieopslag.’

Marcel Andringa, uitvoerend bestuurder balans- en vermogensbeheer: ‘Door ons klimaatbeleid binnen onze beleggingen was het aandeel van fossiele olie- en gasbedrijven al flink gekrompen. Door dialoog en uitsluiting viel een aantal individuele bedrijven af. Nu nemen we volledig afscheid van onze belangen in fossiele olie- en gasbedrijven.’

Nu focus op verbruikers

PME zet het engagementprogramma op klimaatverandering voort. Maar het programma krijgt een andere invulling. PME richt zich in het vervolg op grote verbruikers van fossiele energie. Die hebben handelingsperspectief en van hen wordt verwacht dat zij de bakens verzetten richting een schoon energiesysteem.

Op Ameland vinden binnenkort de eerste testen plaats met de onderwatervlieger van het Nederlandse bedrijf SeaQurrent: de TidalKite. Na enkele jaren van testen met diverse schaalmodellen startte Getijdencentrale Waddenzee met de demonstratie van de TidalKite.

De TidalKite onderwatervlieger heeft een eenvoudig, maar robuust ontwerp en zit vol slimme elektronica en software. De vlieger is met een hightech kabel aan een ‘monopile’ in de zeebodem verankerd en vliegert onder water dwars op de stroming. De door de vlieger opgewekte trekkracht drijft een hydromotor aan, die een generator laat draaien en groene elektriciteit opwekt.

De vlieger bestaat uit meerdere, achter elkaar geplaatste vleugels. Hierdoor dekt de TidalKite een groot oppervlak en oogst een zo groot mogelijke hoeveelheid energie. De hoge energieopbrengst maakt de TidalKite bij uitstek geschikt voor het benutten van het stromende water in stroomgeulen tussen de Waddeneilanden.

Het volledige TidalKite systeem is zo ontworpen dat deze ecologisch verantwoord inpasbaar is. Onderzoek en waarnemingen bij eerdere testen in de Waddenzee, door de Rijksuniversiteit Groningen en door ecologen, bevestigen dit.

Getijdenstroming

Getijdenenergie is dagelijks beschikbaar. Het is een belangrijke aanvulling op elektriciteitsproductie uit zon en wind en efficiënt in te passen in het bestaande elektriciteitsnetwerk. Zo kan het elektriciteitsnet op de Wadden eilanden optimaal benut worden en de infrastructuur (‘Wadkabels’) naar de vaste wal worden beperkt.

De TidalKite kan dicht bij de kust worden geplaatst. Hierdoor blijft de lengte van de benodigde elektriciteitskabels beperkt. Bovendien is installatie en onderhoud van het TidalKite systeem relatief eenvoudig en zijn specialistische, dure schepen hiervoor niet nodig. Één getijdenvlieger produceert veel elektriciteit in verhouding tot haar gewicht en is perfect te optimaliseren voor de vrijwel constante stromingcondities in de Waddengeulen.

Getijdencentrale Waddenzee

Eén TidalKite wekt genoeg elektriciteit op om maximaal 700 huishoudens een jaar lang van groene stroom te voorzien. TidalKites in de stroomgeulen tussen de Waddeneilanden kunnen voorzien in ongeveer zeventig procent van het totale elektriciteitsverbruik van de eilanden en zo’n twintig procent van de huishoudens in de Waddenkustgemeentes.

Hygro onderzocht de combinatie van een windturbine met een elektrolyzer. Op zich is dat niet nieuw, maar wel het feit dat het bedrijf de elektrolyzer in de voet van een windturbine wil inbouwen. Deze decentrale productie van groene waterstof belooft vele voordelen: meer energieproductie per vierkante kilometer offshore wind, goedkopere aanlanding van groene energie en geen netcongestie of problemen met energieopslag. De techniek vormt dan geen belemmering: de waterstofmolen vraagt wel om een nieuwe kijk op het energiesysteem.

Lees het artikel in de digitale editie van Industrielinqs magazine!

Het Europese statistiekbureau Eurostat meldt dat de Covid-19-pandemie nauwelijks invloed heeft gehad op de groei van hernieuwbare energiebronnen. De lagere energievraag ten gevolge van de lockdown-maatregelen trof een aantal brandstofcategorieën zwaar. Hernieuwbare energiebronnen vormen hierop een uitzondering en blijven groeien, vooral wat de elektriciteitsproductie betreft.

In 2020 bleef de elektriciteitsproductie uit fossiele brandstoffen dalen. Waar gascentrales op het hoogtepunt in 2007 nog 1.584.005 gigawattuur elektriciteit produceerden, was dat in 2019 nog maar tot 1.133.402 gigawattuur. Afgelopen jaar daalde de fossiele productie zelfs naar 1.022.589 gigawattuur: een daling met 9,8 procent ten opzichte van 2019.

Een soortgelijke trend werd waargenomen voor de elektriciteitsproductie uit kernenergie, waar de voorlopige gegevens voor 2020 met 683.183 gigawattuur (6,3 procent lager dan in 1990) het laagste punt sinds 1990 te zien geven.

Hernieuwbaar verslaat fossiel

In het afgelopen decennium groeide de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen opzienbarend. Volgens de voorlopige gegevens voor 2020 is de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare energiebronnen voor het eerst groter dan die uit fossiele brandstoffen. Het aandeel van hernieuwbare energiebronnen in de elektriciteitsproductie is in de loop van de tijd toegenomen van 303.279 gigawattuur in 1990 tot 979.866 gigawattuur in 2019. De voorlopige gegevens voor 2020 laten een verdere stijging zien tot 1.052.582 gigawattuur, wat 29 994 gigawattuur meer was dan de opwekking uit fossiele brandstoffen.

Elektriciteitsproductie uit andere bronnen en niet-gespecificeerde bronnen heeft slechts een zeer klein aandeel in de totale elektriciteitsproductiemix, namelijk ongeveer 5.200 gigawattuur in het afgelopen decennium. In 2020 zal dit aandeel 4.442 gigawattuur bedragen.

Fossiel brandstofgebruik daalt

Voorlopige gegevens voor 2020 wijzen op een aanzienlijke daling van het binnenlands verbruik van fossiele brandstoffen in de EU. In het algemeen wordt verwacht dat het verbruik van fossiele brandstoffen, met name vaste fossiele brandstoffen, in 2020 op een record laag niveau zal liggen sinds er gegevens beschikbaar zijn (1990).

Een enorme daling van het verbruik van aardolie en aardolieproducten en een matige daling voor aardgas staan in schril contrast met de trend van de voorgaande jaren. Uit de voorlopige gegevens voor 2020 blijkt dat het verbruik van aardolie en aardolieproducten met 12,9 procent is gedaald ten opzichte van 2019. In vergelijking met 2005 is het verbruik van aardolie en aardolieproducten in 2020 met 23,1 procent gedaald.

Het binnenlands verbruik van aardgas werd in 2020 minder getroffen: de daling ten opzichte van 2019 bedroeg slechts 2,6 procent. Toch was er een daling van 8,9 procent sinds 2005.

Steenkool

Het verbruik van bruinkool en steenkool bleef sterk dalen, als gevolg van de effecten van de pandemie in combinatie met die van het beleid om uit steenkool te stappen. In vergelijking met 2019 laten de voorlopige gegevens voor 2020 een aanzienlijke daling zien van 20,0 procent voor bruinkool en 18,0 procent voor steenkool. Tussen 2005 en 2020 is het verbruik van steenkool meer dan gehalveerd (-51,2 procent), terwijl bruinkool in dezelfde periode met 44,9 procent is gedaald.

Op Valuepark Terneuzen start Gutami Holding met de bouw van een 60 megawatt zonnepark, dat zonne-energie opwekt voor ruim 14.000 huishoudens.

Valuepark Terneuzen, een samenwerking tussen Dow Benelux en North Sea Port, heeft in 2019 de bouw en exploitatie van een 60 MW zonnepark aan Gutami Holding gegund. Inmiddels is het Duitse Pfalz Solar gestart met de bouw ervan op de locatie Mosselbanken. Het zonnepark is in november 2021 operationeel. En is dan het grootste zonnepark van Zeeland. Het park produceert meer dan 56 miljoen KWh per jaar, wat neerkomt op 22.600 ton CO2 besparing per jaar.’

De locatie Mosselbanken maakt onderdeel uit van het Valuepark Terneuzen. ‘Dankzij de groene stroomvoorziening op de Mosselbanken wordt de locatie extra aantrekkelijk voor nieuwe bedrijven om zich er te vestigen’, aldus Geerten van Dijk, directeur Valuepark Terneuzen.

Groene waterstof

Daan Schalck, CEO North Sea Port: ‘De bouw van dit zonnepark zorgt voor de verankering van bedrijvigheid en werkgelegenheid in het havengebied. Dit gaat hand in hand met de energietransitie en het behalen van de klimaatdoelstellingen waar Dow en andere bedrijven in North Sea Port aan meewerken. De productie van groene elektriciteit in de regio levert bovendien ook een bijdrage voor de productie van groene waterstof.’

ABNAMRO en Meewind zijn de financiële partners in het project. ABNAMRO verstrekt een lange termijn lening en Meewind maakt het via een achtergestelde lening mogelijk voor particulieren te investeren in dit project.

Afbeelding: artist impression

Vattenfall wil een elektrische boiler van 150 megawatt bouwen in Diemen. Deze kan duurzame warmte leveren op momenten dat er veel stroom uit zon en wind is. De installatie is krachtiger dan de omstreden biomassacentrale van 100 megawatt die Vattenfall in Diemen wilde bouwen.

De vergunningen en subsidie voor de boiler zijn rond. Het definitieve besluit volgt medio 2022 nadat de onlangs opgestarte aanbesteding is afgerond. De e-boiler kan dan in 2024 in gebruik worden genomen. De installatie is een soort waterkoker, die stroom omzet in warm water dat kan worden geleverd aan huishoudens en bedrijven of dat kan worden opgeslagen in de al aanwezige warmtebuffer. De e-boiler gaat alleen aan als er veel stroom uit zon en wind is.

De elektrische boiler wordt geplaatst bij een van de twee bestaande gascentrales in Diemen: Diemen-34. Het e-boilergebouw beslaat circa 20 bij 30 meter grondoppervlak en is maximaal 15 meter hoog. Het gebouw heeft plek voor twee elektrische boilers. Eén e-boiler heeft een diameter van zo’n 3,5 meter en een hoogte van 6,5 meter. Het vermogen van een e-boiler kan variëren tussen de 10 en 100 megawatt.

Infographic van een deel van de e-boiler. Bekijk hier de uitgebreide tekeningen

Biomassacentrale

De e-boiler heeft meer capaciteit dan de eventuele biomassacentrale van 100 megawatt waarover veel discussie is, maar kan dus minder worden ingezet. Er is namelijk nog niet voldoende groene stroom om de e-boiler veel te laten draaien. Met de huidige verwachte inzet van de e-boiler denkt Vattenfall ongeveer vijftien procent van de warmte duurzaam te kunnen leveren. Het aantal uur dat de e-boiler aan kan, zal de komende jaren wel stijgen vanwege de groei van het aantal wind- en zonneparken in Nederland. Met de Nederlandse overheid wordt momenteel bekeken hoe de elektrische boiler in de duurzaamheidsregelgeving en bouwregels kan worden gewaardeerd.

Daarnaast werkt Vattenfall aan de ontwikkeling van andere duurzame bronnen voor warmte, zoals geothermie, datacenterwarmte en aquathermie. Vattenfall wil in 2040 honderd procent duurzame warmte leveren in de regio Amsterdam.

Ineos is een stroomafnameovereenkomst aangegaan met RWE voor de aankoop van offshore windenergie in België. Het chemiebedrijf krijgt vanaf volgend jaar groene stroom van het Northwester2 windpark in de Belgische Noordzee.  

Het contract loopt tien jaar en start in 2021. RWE voorziet Ineos van groene stroom met een capaciteit van 56 MW (198 GWh op jaarbasis). De overeenkomst is goed voor circa 25 procent afname van de hernieuwbare stroom van Northwester2. Het vermindert de CO2-voetafdruk van Ineoa in België met 745.000 ton over de volledige looptijd van het contract. Dit is te vergelijken met het van de weg halen van 65.000 personenauto’s elk jaar.

Het is het tweede contract in hernieuwbare energie voor Ineos. In september kondigde ze een overeenkomst met Engie aan. Samen verlagen de deals de koolstofafdruk van Ineos in België met bijna twee miljoen ton.

De polycarbonaatfabriek van Sabic in Cartagena, Zuid-Spanje, draait in 2025 volledig op hernieuwbare energie. Als eerste grootschalige chemische productiesite ter wereld. Daartoe tekende het Saoedische chemiebedrijf een belangrijke overeenkomst met Iberdrola, een wereldwijd opererend elektriciteitsbedrijf.

Zonne-energie speelt een prominente rol spelen bij deze ambitie. Voor 70 miljoen euro bouwt Iberdrola de komende jaren een fotovoltaïsche (PV) installatie met een capaciteit van 100 MW. Maar liefst 263.000 panelen worden op grond geplaatst. De zonnecentrale wordt eigendom van Sabic en wordt het de grootste industriële duurzame elektriciteitscentrale van Europa.

2025

De centrale zal naar verwachting in 2024 volledig operationeel zijn. In 2025 moet de chemielocatie in Cartagena vervolgens volledig op duurzame energie draaien. Cartagena lijkt met haar geografische ligging een belangrijk voordeel te hebben. Zuid-Spanje heeft jaarlijks veel zonne-uren, waardoor de elektriciteitsprijs per kilowattuur laag komt te liggen.