Hugo Buis Archieven - Utilities

Waar energiebedrijven voorheen redelijk anoniem bleven, zoeken ze nu actief de samenwerking met burgers en bedrijfsleven. Ook Eneco mengt zich steeds meer in dit soort proactieve coalities. Directeur generation & storage Hugo Buis voorziet een verschuiving van moleculen naar elektronen, waar ook de industrie van kan profiteren. En als de industrie daar zelf niet in wil investeren, zou Eneco graag de rol van utilitiespartner op zich willen nemen.

Al vanaf het begin staat Nederland en het kabinet Rutte 3 in het bijzonder, voor de uitdaging de energietransitie en verdere verduurzaming te versnellen, recent is daar de verdere beperking van het verbruik van Groninger gas bijgekomen. De CO2-reductie-ambities van het nieuwe kabinet zijn hoog en dus zullen we alle zeilen moeten bijzetten om de gewenste CO2-reductie van 49 procent in 2030 te halen. In die omstandigheden voelt Hugo Buis, directeur Generation & Storage, zich gesterkt in zijn opdracht de bestaande duurzame productiemiddelen van Eneco zo goed en efficiënt mogelijk in te zetten en de groei in duurzaam te versnellen. Buis: ‘Ik zie dit voor Eneco als een enorme kans om samen onze klanten, de omgeving, de overheden en andere belanghebbende nu door te pakken op de energietransitie. Alle elementen zijn aanwezig, burgers en bedrijven willen verduurzamen, zo zijn er talloze coöperaties die lokaal willen verduurzamen, we hebben de meest innovatieve tuinbouwsector van de wereld en er is een zeer goed ontwikkelde industrie. We kunnen goed samenwerken in Nederland, mits er urgentie is en die is er nu. Ook kunnen we nog veel energie besparen en dat wordt ook ondersteund door de bouwnormen. Er is voldoende potentie op duurzame energieproductie met onze mogelijkheden vanuit wind op zee, wind op land, zon, biomassareststromen uit de toekomstige biogrondstoffen en geothermie. Nederland heeft een goede gasinfrastructuur, die in eerste instantie met aardgas de back-up kan verzorgen en in tweede instantie ingezet kan worden voor het transport van duurzaam gas uit biomassareststromen en groene waterstof. Zeer positief is ook de samenwerking in Europa tussen de Benelux, Duitsland en Frankrijk. We wonen gewoon op de meest geschikte plek om de energietransitie te verwezenlijken, nu dus doorpakken.

Het is wat mij betreft geen keuze tussen wind op land of op zee, tussen biomassa of geothermie, groen gas of zonne-energie. We hebben alles nodig om de fossiele brandstoffen te vervangen en de energiebedrijven kunnen dit niet alleen. We zullen hoe dan ook verdere samenwerkingsverbanden moeten aangaan met onze klanten, maar ook gemeentes, havenbedrijven, de tuinbouwsector en de industrie om de bijdrage duurzaam zo snel mogelijk op te schroeven. De hele keten zal moeten samenwerken om zowel de gebouwde omgeving, de transportsector als de tuinbouw én de industrie te decarboniseren.’

Elektrificatie

‘Gelukkig zijn de omstandigheden om de Nederlandse energievoorziening te verduurzamen inmiddels zeer goed’, vervolgt Buis. ‘We hebben een prima ondernemersklimaat om de bijdrage van wind- en zonne-energie in het energiepalet aanzienlijk te vergroten. Ook blijken de bouwnormen maakbaar waardoor energieneutrale woningen de norm worden. En vlak de goede gasinfrastructuur niet uit. Hoewel duurzame energie de norm wordt, kunnen we de bestaande gasinfrastructuur goed gebruiken om de energietransitie te ondersteunen.

Tegelijkertijd ontkom je niet aan een verdere elektrificatie van de energievraag. We vergeten namelijk nog wel eens voor het gemak dat ongeveer twintig procent van onze huidige vraag elektriciteit is en de andere tachtig procent bestaat uit warmtevraag, transport en grondstoffen. De warmtevraag wordt grotendeels ingevuld door aardgas, dus daar liggen veel kansen voor elektrificatie op basis van wind- en zonne-energie. Dat kan in de gebouwde omgeving en in de tuinbouw met elektrische warmtepompen, maar ook in de industrie kunnen elektrische boilers worden ingezet om warmte te produceren. In sommige gevallen bieden elektrochemische processen een alternatief voor hogetemperatuurchemie. Het voordeel van deze elektrificatie van de warmtevraag zoals in de industrie is dat daarmee ook automatisch kansen ontstaan voor netbalancering. Een hybride boiler die op elektriciteit draait als het waait en op gas als het niet waait, maken netbalancering goedkoper.’

Eneco ziet haar rol in deze energietransitie met name in opzetten van deze samenwerkingsverbanden, het investeren in productie-, opslag- en conversiemiddelen en faciliteren van deze nieuwe energievoorziening voor onze klanten. ‘Energievoorziening is steeds meer maatwerk geworden’, zegt Buis. ‘We investeren steeds vaker samen met andere partijen in nieuwe assets en we zoeken die samenwerking al vroeg in het proces door de klant, de omgeving en overheden er bij te betrekken. Dat deden we bijvoorbeeld bij AkzoNobel, die duurzaam opgewekte stoom wilde gebruiken, maar bijvoorbeeld ook bij Schiphol en Unilever die elektriciteit van onze windparken afnemen. We hanteren dezelfde aanpak bij coöperaties of lokale duurzame energie initiatieven met de wens te willen investeren in windenergie. Steeds meer partijen zien het voordeel van windenergie voor milieu en portemonnee en schakelen onze expertise in om het voor elkaar te krijgen. Het voordeel van zo’n vroegtijdige samenwerking is dat je niet alleen commitment van de klant krijgt, maar ook veel minder weerstand vanuit de samenleving. Doordat partijen vanaf het begin betrokken zijn bij de inpassing van windturbines of -parken kunnen ze invloed uitoefenen hoe het wordt ingepast in de omgeving.’

Samenwerking

Hoewel de samenwerking met AkzoNobel redelijk uniek is voor Eneco, is het wel een voorbeeld van hoe de energiewereld en die van de industriële grootverbruikers samenvloeit. Buis: ‘De ombouw van Eneco Golden Raand naar een warmtekrachtcentrale bood kansen voor beide partijen. AkzoNobel kon zijn stoomvraag verder verduurzamen terwijl het rendement van de centrale een stuk hoger wordt. Bovendien kregen wij er een vaste afnemer bij die in ieder geval tot eind 2028, als de SDE+ subsidie afloopt, zijn stoom en stroom bij ons afneemt.

Zo’n samenwerking vraagt een stevige commitment van beide partijen en een open bedrijfscultuur waarin partijen elkaar vertrouwen. Uiteindelijk investeren zowel AkzoNobel als wij behoorlijke bedragen. Dat kan je alleen doen als je strategisch in lijn staat en beiden bereid bent om lange termijnafspraken te maken.

Daarnaast helpt het als ook de overheden meewerken, met name wat betreft het verlenen van vergunningen. Onze ervaring met zowel de lokale overheden als de centrale overheid zijn wat dat aangaat positief. Voor de bouw van de Eneco Bio Golden Raand heeft de overheid hard gewerkt om de vergunningen zo snel mogelijk te verlenen. Hetzelfde geldt voor de samenwerking met Havenbedrijf Groningen, dat in de twee 2,5 kilometer lange pijpleidingen investeerde die nodig zijn voor het transport van het stoom en het retourcondensaat. Bij dit soort kapitaalsintensieve projecten heb je alle medewerking nodig van zowel de publieke als private partijen. Ook in Rotterdam gaan we dit soort samenwerkingen verder uitbouwen.’

Investeren

Buis ziet een grotere rol weggelegd voor Eneco dan alleen energieleverancier. ‘Ik denk dat wij de rol van utilitiespartner goed kunnen invullen. De industrie krijgt een steeds grotere invloed op energieproductie, distributie en netbalancering, maar dat is niet zijn corebusiness. Bedrijven moeten zich dan ook afvragen waar ze waarde toevoegen en welke onderdelen ze kunnen uitbesteden. Energieproductie en handel is wel ónze corebusiness. Wij zijn bereid op te schuiven en te investeren in elektroboilers of bijvoorbeeld energie- of warmteopslag. In dit nieuwe energiesysteem is nog wel stimulering nodig deze systemen rendabel te exploiteren, met onze kennis en ervaring kunnen we deze ondersteuning in omvang en tijd zo veel mogelijk beperken. Of dit soort samenwerkingen echt succesvol wordt, is nu vooral afhankelijk van politieke keuzes. Onze inzet is de stimulering van de elektrificatie, waardoor de afzetmogelijkheden voor grote hoeveelheden van offshore windelektriciteit mogelijk worden gemaakt en vooral onze klanten kunnen verduurzamen en een alternatief hebben voor fossiele energie die steeds meer belast gaat worden met de CO2-belasting.’

Europees

Over het gebruik van steenkool is Buis duidelijk: ‘In mijn ogen zijn kolencentrales in het huidige energielandschap niet meer nodig. De huidige lage energieprijzen zijn een gevolg van overcapaciteit, wat duidelijk maakt dat we ook met minder baseload afkunnen. In het nieuwe energiesysteem is wel meer flexibilisering nodig, met name aan de verbruikskant en daarnaast flexibele gascentrales die ook als back-up dienen als het niet waait.

Natuurlijk moet de centrale overheid daarin zijn overwegingen maken in een Europees landschap met lidstaten die allemaal hun eigen belangen nastreven. Het kan niet zo zijn dat wij in Nederland de CO2-belasting verhogen, terwijl minder efficiënte centrales elders in Europa CO2 de lucht in blijven stoten. De instrumenten om dit te voorkomen zijn er al, maar ETS werkt alleen met reële prijzen en een consistent Europees breed overheidsbeleid. Het zou niet verkeerd zijn om fossiele brandstoffen op den duur dermate te belasten dat de alternatieven aantrekkelijker worden. Tegelijkertijd is wel stimulering nodig om de alternatieven voor die fossiele brandstoffen betaalbaar te houden. Technisch is verduurzaming niet eens zo heel ingewikkeld, maar de lage prijzen voor fossiele brandstoffen maken het heel moeilijk daar economisch tegen te concurreren.’

Maatschappelijke uitdaging

Buis benadrukt dat de energietransitie geen probleem is van de energiebedrijven of de industrie alleen. ‘De energietransitie vraagt om grote veranderingen in zowel de energiewereld als de industrie, de transportsector én de gebouwde omgeving. De hele samenleving zal mee moeten veranderen met de overgang van fossiele energie naar duurzame elektriciteit en warmte. Die transitie gaat over technische uitdagingen zoals opslag van elektriciteit of warmte, maar ook om sociale innovatie. De consument moet worden verleid om energie te besparen, de industrie zal nieuwe samenwerkingen moeten aangaan om ook die laatste stappen in energiebesparing te kunnen maken. Elektrische auto’s spelen een belangrijke rol in zowel de verduurzaming van het transport als in lokale netbalancering. Hetzelfde geldt voor elektrische boilers of warmtepompen.

De overheid zal ook zijn positie moeten vinden in het nieuwe speelveld en op zoek moeten naar instrumenten om de transitie te versnellen. De SDE+ heeft zich voor duurzame productie bewezen. Die successen zouden kunnen worden doorgetrokken naar andere sectoren. Eneco speelt een leidende rol in de energietransitie, maar we realiseren ons daardoor juist dat we alleen met samenwerken succesvol kunnen zijn.’