IFF Archieven - Utilities

Tien jaar geleden besloot Fuji Film zijn eigen afvalwaterzuivering aan te leggen. Buurtgenoten Coca Cola, Agrist en IFF haakten al snel aan bij het plan, dat uiteindelijk de grootste private afvalwaterzuivering zou worden. Dick Nootenboom van Fujifilm geeft het geheim prijs van de voor alle partijen lucratieve samenwerking: ‘dit soort complexe contracten alleen maar succesvol kunnen zijn als partijen elkaar vertrouwen en het einddoel in beeld houden.’

De Tilburgse vestiging van het Japanse Fujifilm Manufacturing heeft een interessante geschiedenis in Nederland. Niet alleen is het een van de grootste productievestigingen van Fujifilm buiten Japan, maar het bedrijf vond zichzelf ook opnieuw uit toen fotorolletjes plaatsmaakten voor digitale fotografie. In 2006, het jaar dat het laatste fotorolletje in Tilburg  van de band rolde, opende het bedrijf ook zijn tweede lijn voor digitale offsetplaten. Het bedrijf produceert in Tilburg nu fotopapier, offsetplaten en membranen voor onder andere energieopwekking en ontzilting. Daarnaast werkt men in het Tilburg Research Laboratory aan de ontwikkeling van nieuwe technologieën en producten.

Met name voor de productie van fotopapier en offsetplaten gebruikt Fuji water. Op jaarbasis circa 1.600.000 kuub. Het bedrijf pompt het proceswater op uit de ondergrond, haalt het ijzer eruit en zet dit vervolgens in voor de productie van fotopapier en offsetplaten. Bij het produceren van offsetplaten wordt onder andere salpeterzuur, gebruikt, een stof die veel nitraat bevat. De uitbreiding van de offsetplaten-fabriek betekende een toename van het nitraatrijke afvalwater en Fuji vroeg bij waterschap Brabantse Delta een vergunning aan om meer nitraat te mogen lozen. Het waterschap de Brabantse Delta eiste echter dat het bedrijf een deel van het afvalwater zelf zou zuiveren. Samen met de vergunningverlener waterschap Brabantse Delta en de zuiveraar waterschap de Dommel, ging het bedrijf vervolgens op zoek naar de beste manier om nitraat uit het afvalwater te krijgen.

Samenwerking

ESH manager Dick Notenboom van Fujifim was vanaf het begin betrokken bij het traject dat uiteindelijk tien jaar zou duren. ‘Al snel werd duidelijk dat het waterschap Brabantse Delta andere ideeën over de waterbehandeling had  dan wij. Aangezien waterschap de Dommel in de praktijk de zuiveraar was van ons afvalwater zijn we in overleg met waterschap Brabantse Delta aan tafel gegaan met waterschap de Dommel. Vanaf dag één was er een klik met waterschap de Dommel. Die klik is een lopende rode draad in het project, dat niet zozeer een technisch ingewikkeld traject was, maar vooral een sociale innovatie. ‘Uiteindelijk draait samenwerking om individuen die ergens in geloven en die elkaar vertrouwen dat ze gezamenlijk het beste resultaat uit een project willen halen’, zegt Notenboom. ‘Twee mensen van waterschap De Dommel en twee vertegenwoordigers van Fujifilm keken dan ook met open blik naar de mogelijkheden in de omgeving. Al snel werd duidelijk dat buurman Agristo voor dezelfde uitdaging stond. De aardappelverwerker heeft veel zetmeel in zijn afvalwater, wilde uitbreiden en zou ook zelf moeten zuiveren. Gaandeweg ontstond het idee om samen te werken. En als we toch samen een zuivering zouden bouwen, waarom dan niet met nog meer partners. Een rondgang in de directe omgeving leverde nog twee kandidaten op voor de gezamenlijke afvalwaterzuivering: frisdrankproducent Coca Cola en smaak- en geurstoffenproducent IFF.’

De vier bedrijven produceren gezamenlijk zo’n 380 kubieke meter afvalwater per uur. Fujifilm is met een bijdrage van 170 kuub per uur de grootste afvalwaterlozer, gevolgd door Agristo met honderd kuub per uur. De afvalwaterstroom van Coca Cola en IFF, respectievelijk veertig en zeventig kuub per uur, zijn iets kleiner, maar nog steeds significant. Dat betekent dat de zuivering zo’n tien miljoen liter water per dag zuivert.

Notenboom: ‘Bijkomend voordeel was dat de afvalstromen complementair aan elkaar waren. Fujifim heeft nitraatrijk water en het afvalwater van Agristo bevat  zetmeel. In het water van Coca Cola zitten nog suikers enzovoorts. Kortom: waar de één veel stikstof had en weinig koolstof, hadden de anderen juist de omgekeerde afvalwaterstroom. Ook niet onbelangrijk was het feit dat Agristo, Coca Cola en IFF lagere zuiveringskosten zouden krijgen dan als ze op het riool zouden storten. Fujifilm betaalt meer per vervuilingseenheid dan voorheen, maar minder dan ze zou moeten doen als de andere drie partijen niet waren aangehaakt. Iedereen wint dus bij deze samenwerking en het milieu is er ook nog eens bij gebaat.’

Geen juristen

Notenboom werd al snel aangewezen als projectleider van de gezamenlijke afvalwaterzuivering Tilburg en riep een studiegroep en werkgroep bijeen om de ideeën uit de hoofden in een plan van aanpak te krijgen. Notenboom: ‘We kozen er bewust voor om met technologen aan tafel te zitten en nog geen juristen er bij te betrekken. Het voordeel daarvan was dat we eerst naar oplossingen zochten voor ons probleem en niet direct vastliepen op taken, verantwoordelijkheden en risico’s. De vier deelnemende partijen werden dan ook naarmate het proces verder verliep steeds enthousiaster. Ook de waterschappen De Dommel en de Brabantse Delta schoven weer aan, want als vier bedrijven hun eigen zuivering zouden bouwen, scheelde hun dat een investering in uitbreiding van de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Tilburg noord.’

Nadat de specificaties bekend waren, werd dan ook de eerste tender uitgeschreven. ‘Het was al snel duidelijk dat een membraan bioreactor de beste oplossingen was voor de zuivering van ons afvalwater. Uiteindelijk stuurde een achttal marktpartijen hun ontwerpvoorstel in en we kozen daaruit de in onze ogen beste oplossing voor de laagste prijs.’

Contacten

De partij die de bieding had gewonnen, bleek zijn uiteindelijk de financiering van het project niet rond te krijgen en dus werd opnieuw een tender uitgeschreven. Uiteindelijk won ENGIE het contract. De partijen sloten met hen een design, build, finance, maintain and operate (DBFMO) contract voor vijftien jaar af, met een optie op verlenging. De partijen betalen in die tijd een vaste prijs per vervuilingseenheid terwijl ENGIE zorgt dat het water zo wordt gezuiverd dat het op het Wilhelminakanaal kan worden geloosd.

Notenboom: ‘Ook in dit geval zijn de contacten waardevoller gebleken dan de contracten. ENGIE bouwde hier een van de grootste industriële MBR’s ter wereld.

Inmiddels draait de zuivering op zo’n zeventig procent van zijn capaciteit. De overige dertig procent wordt nog steeds op het riool geloosd, maar op den duur moet de zuivering al het water kunnen verwerken. ‘Het heeft gewoon even nodig om de biologie op gang te krijgen’, zegt Notenboom. ‘Als het goed is hebben we straks zelfs capaciteit over voor eventuele andere bedrijven in de buurt. We gunnen de installatie nu even rust om op gang te komen.’

Contracten

Notenboom blijft er op hameren dat dit soort complexe contracten alleen maar succesvol kunnen zijn als partijen elkaar vertrouwen en het einddoel in beeld houden. ‘Mensen vragen wel eens of ze ons contract mogen gebruiken als voorbeeld voor een vergelijkbarre samenwerking. Wat ons betreft is het prima om inzicht te geven in het contract, echter pas na dat partijen een concrete case hebben uitgewerkt die ze werkelijk willen realiseren. Ons voorbeeldcontract doornemen zonder concrete plannen zal alleen maar afschrikken. De onderlinge afhankelijkheid zorgt voor potentiële financiële en technische risico’s. Als een partij besluit af te haken, zal hij daar dan ook geld voor moeten betalen. Bovendien is een eigen zuivering kwetsbaarder dan een robuust systeem zoals een RWZI, die veel meer afvalwaterstromen heeft. Daar komt bij dat we hebben gekozen voor een groeicontract waarin nog niet alles tot op de komma nauwkeurig is vastgelegd. We willen immers voorkomen dat we elkaar juridisch de tent uitvechten terwijl we er allemaal bij gebaat zijn dat de installatie naar tevredenheid draait.

Veel partijen schrikken daarvan en besluiten dan maar helemaal niet aan zo’n samenwerking te beginnen. Wij hebben voor ogen gehouden dat de economische en ecologische voordelen te groot zijn om er niet aan te beginnen. Het zuiveringsrendement voor nitraat ligt op 96,8 procent en voor fosfor op 95,6 procent. Dankzij de geconcentreerdere afvalstromen in een compacte installatie is er bovendien veel minder zuurstof, en dus energie, nodig. Hetzelfde geldt voor het chemicaliënverbruik, dat is in deze geconcentreerde afvalwaterstroom veel lager dan als dezelfde vervuiling in een RWZI zou moeten worden verwijderd. Gecombineerd met lagere zuiveringskosten, is het de investering waard geweest.’

Intensief

Intussen denkt Notenboom ook na over de volgende stap. ‘Het mooiste is als we het gezuiverde water weer nuttig zouden kunnen inzetten. Bijvoorbeeld als proceswater in onze eigen fabrieken, maar wellicht ook als gietwater voorde boeren in de omgeving. Het slib wordt in ieder geval vergist tot biogas, wat ook weer positief bijdraagt aan het milieu.’

Notenboom kan het partijen die een vergelijkbare samenwerking overwegen dan ook van harte aanbevelen. ‘Maar hou er wel rekening mee dat het een intensief proces is waar je moet investeren in de samenwerking. Uiteindelijk werk je niet met bedrijven samen, maar met personen van deze bedrijven. En als het op persoonlijk vlak niet klikt, zal je ook nooit positieve resultaten bereiken. We ronden dit jaar een proces af dat we tien jaar geleden hebben ingezet. Het voordeel is dat de communicatie nu zeer vlot verloopt. Als iemand problemen verwacht, weet hij direct wie hij op de hoogte moet stellen. Dus zonder dat we naar contracten gaan wijzen, lossen we de problemen pragmatisch op. En dat werkt uiteindelijk een stuk fijner.’