Kamp Archieven - Utilities

Minister Kamp van Economische Zaken heeft 150 miljoen euro toegekend voor de realisatie van monomestvergisters op boerderijen. Met een monomestvergister is het mogelijk mest om te zetten in hernieuwbare energie zoals groen gas, elektriciteit of warmte. De vergisters, goed voor  het energieverbruik van in totaal 11.000 huishoudens, leveren een bijdrage aan de doelstelling van veertien procent hernieuwbare energie in 2020. Dit schrijft de minister vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.

Minister Kamp: ‘Het kabinet heeft aangegeven dat in 2050 de CO2-uitstoot tot bijna nul moet zijn gereduceerd. Met de realisatie van monomestvergisters slaan we meerdere vliegen in één klap. We voorkomen broeikasgasemissies uit mest, hetgeen bijdraagt aan het verminderen van de CO2 uitstoot. Daarnaast zijn we in staat mest in te zetten voor de productie van hernieuwbare energie wat bijdraagt aan het doel om in 2020 veertien procent hernieuwbare energie te realiseren. Een gemiddelde vergister biedt voldoende gas en elektriciteit voor ongeveer negentig huishoudens.’

Lagere kostprijs vergisters

De Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE+) stimuleert bedrijven bij het produceren van duurzame energie tegen een zo laag mogelijke prijs. Minister Kamp heeft een aparte tender opengesteld voor monomestvergisters om een kostenreductie te bewerkstelligen. De tender, die eind 2016 is aangekondigd, laat zien dat de sector inderdaad verwacht dat de kostprijs kan dalen naar 12,5 cent per kilowattuur, op dit moment is de kostprijs nog boven de twintig cent per kilowattuur en daarmee duurder dan veel andere hernieuwbare energieopties.

Aan een recordaantal van 4.530 projecten is in het voorjaar 2017 ondersteuning vanuit de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE+) toegezegd. Dit is een verdubbeling ten opzichte van de vorige ronde afgelopen najaar (2.197) en een verviervoudiging ten opzichte van de voorjaarsronde 2016 (986).

Voor het eerst zijn projecten met opgewekte elektriciteit uit zonnepanelen qua verstrekt budget (2,8 miljard euro) koploper. Het Ministerie van Economische Zaken ondersteunt duurzaam opgewekte energie uit zon, wind, water, geothermie en biomassa in Nederland via deze SDE+ ronde met maximaal 5,8 miljard euro.

Minister Kamp: “Technologieën om elektriciteit uit zonlicht op te wekken, hebben een steeds lagere kostprijs. Het is goed om te zien dat mede als gevolg daarvan de bijdrage van zonnestroom aan de Nederlandse energieproductie duidelijk is toegenomen en nu zelfs het grootste aandeel heeft binnen deze ronde van de Stimuleringsregeling Duurzame Energie. Met bovendien een recordaantal projecten dragen bedrijven en instellingen fors bij aan het behalen van de doelstellingen uit het Energieakkoord.”

De toegewezen projecten in deze voorjaarronde dragen, bij volledige realisatie, met een productie van 21,4 petajoule (PJ) per jaar bij aan de Nederlandse energievoorziening. Dit komt overeen met een bijdrage van 1,1 procentpunt aan het aandeel hernieuwbare energie. Nederland heeft in het Energieakkoord een aandeel van veertien procent hernieuwbare energie als doel in 2020 en zestien procent in 2023 afgesproken. Voor deze ronde van de SDE+  was voor bijna 7,1 miljard euro aan projecten ingediend.

Zoveel mogelijk duurzame energie voor zo laag mogelijke kosten

De SDE+ is zo ingericht dat zoveel mogelijk hernieuwbare energie wordt opgewekt tegen zo laag mogelijke kosten. De regeling prikkelt aanvragers om projecten voor een zo laag mogelijke subsidie in te dienen. Het totale budget van de SDE+ (twaalf miljard euro) is dit jaar met drie miljard euro verhoogd ten opzichte van 2016.

In totaal is er met de SDE+ rondes, inclusief wind op zee vanaf 2008 tot en met de voorjaarsronde 2017 in totaal aan circa 29.500 projecten subsidie toegekend. Bijna een kwart van deze projecten is inmiddels gerealiseerd. 62 procent van de projecten is in de ontwikkelings- of bouwfase. Bij veertien van de projecten waarvoor een subsidiebeschikking is afgegeven, is geconcludeerd dat realisatie niet mogelijk bleek. Deze beschikkingen zijn vervolgens ingetrokken. Sommige van deze projecten hebben in latere rondes opnieuw een subsidiebeschikking aangevraagd en gekregen.

Najaarsronde SDE+ in oktober 2017 open

Ook in het najaar kunnen bedrijven en (non-profit) instellingen die hernieuwbare energie gaan produceren, weer gebruik maken van de SDE+ regeling. Inschrijving voor de najaarsronde van de SDE+ is geopend van 3 oktober tot 26 oktober 2017. Er is voor de projecten een budget van zes miljard euro beschikbaar.

De wettelijke verplichting om nieuwbouwwoningen aan te laten sluiten op het gasnet komt te vervallen. Hiermee neemt het kabinet een belangrijk stap in het terugdringen van de CO2-uitstoot.  Minister van Economische Zaken, Henk Kamp, heeft hiervoor vandaag een wetswijziging naar de Tweede Kamer gestuurd.

Minister Kamp: ‘In de Energieagenda heeft het kabinet aangegeven dat in 2050 de CO2-uitstoot naar bijna nul moet zijn teruggebracht. Om dat te bereiken, moeten we ook van het aardgas af. Want een groot deel van de CO2-uitstoot, zo’n dertig procent, wordt nu nog veroorzaakt voor het verwarmen van woningen, gebouwen en tuinbouwkassen. Met het laten vervallen van de verplichte gasaansluiting bij nieuwbouwwijken nemen we opnieuw een belangrijk stap op weg naar het terugdringen van deze CO2-uitstoot.’ Voorwaarde daarbij is wel dat er een alternatieve infrastructuur beschikbaar is die in de warmtebehoefte van de woningen kan voorzien. ‘Van deze maatregel zal dan ook een stimulerend effect uitgaan op de totstandkoming van alternatieve warmtebronnen’, aldus de bewindsman.

Tienduizenden huizen

Jaarlijks krijgen ruim 40.000 nieuwbouwhuizen een nieuwe gasaansluiting. Voor naar schatting 25.000 nieuwbouwwoningen wordt hiervoor een geheel nieuw gasnet aangelegd of uitgebreid. Als na 1 januari 2018 de verplichting voor aansluiting op het gasnet komt te vervallen, is het aan de betreffende gemeenten om te bepalen of deze woningen aangesloten worden op een warmtenet of een andere energie-infrastructuur.

Bestaande woningen

Voor bestaande woningen zal een overstap naar een andere vorm van duurzame energie zeer zorgvuldig moeten plaatsvinden. De bewoners hebben dan immers al een gasaansluiting. Daarvoor moet eerst een helder juridisch kader worden ontwikkeld. De uitwerking hiervan vormt een onderdeel  van het zogenoemde transitiepad lage temperatuur warmte, dat in de Energieagenda is aangekondigd en gedurende dit jaar wordt uitgewerkt.

Green Deal aardgasvrije woningen

Om aardgasvrij wonen te stimuleren, is op 8 maart jongstleden met dertig gemeenten, twaalf provinciën en vijf netbeheerders een Green Deal gesloten die gemeenten in staat stelt om woningen op een andere manier te laten verwarmen dan met aardgas. Dit betreft voornamelijk bestaande woningen. Alle gemeenten die betrokken zijn bij de Green Deal, hebben inmiddels initiatieven voorbereid om bestaande wijken, in overleg met de bewoners, aardgasvrij te maken. Zo heeft de gemeente Amsterdam het voornemen voor 1 januari 2018 10.000 bestaande woningen aan te wijzen die zullen worden omgezet naar aardgasvrij.

China is sinds 2009 de grootste energieverbruiker ter wereld. Tegelijkertijd is de energietransitie van fossiele naar duurzame energie volop gaande. Op welke wijze Nederlandse bedrijven mee kunnen werken aan deze transitie is een belangrijk onderwerp dat aan de orde komt tijdens het bezoek van minister Kamp aan China. Van 6 tot 9 juni brengt de minister van Economische Zaken een bezoek aan de Volksrepubliek China.

Minister Kamp: ‘China heeft de afgelopen tien jaar een indrukwekkende groei laten zien op het gebied van duurzame energie en is ’s werelds grootste investeerder op dat gebied. China heeft duidelijke ambities als het gaat om windmolens op zee. In het laatste vijfjarenplan is het doel gesteld op vijf gigawattuur in 2020, met het streven om dan tien gigawattuur in totaal aan windmolenparken op zee in aanbouw te hebben. Dat is ruim zes keer het aantal windmolens op zee dat China nu heeft (1,5 gigawatt). Deze Chinese ambitie biedt kansen voor Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen. Ik zal het succesvolle Nederlandse wind op zee-model en de Nederlandse expertise onder de aandacht brengen in Beijing en in Xiamen.’

Kamp is Nederlands vertegenwoordiger op ministeriële bijeenkomsten van de Clean Energy Ministerial (CEM) en Mission Innovation in Beijing. De minister spreekt hier met internationale delegaties uit meer dan 20 landen: waaronder de VS, India, China, Canada en verscheidene Europese landen over samenwerking op het gebied van energie-innovatie en duurzame energie-technologieën, zoals wind op zee en elektrisch vervoer.

CO2-besparing

Op dit moment wordt in China nog altijd ruim zeventig procent van de stroom opgewekt met kolen. Tijdens zijn bezoek aan China gaat minister Kamp in gesprek met Nederlandse bedrijven die zich inzetten om de luchtvervuiling die veroorzaakt wordt door het gebruik van kolen te verminderen.  Bijvoorbeeld met nieuwe technologieën om rookgassen en afvalwater van kolenverwerkende industrie te reinigen, en door te zorgen dat stofdeeltjes afkomstig van de kolenbergen niet verstuiven en in de lucht komen. Kamp heeft op dinsdag 6 juni een ontmoeting met deze Nederlandse bedrijven die zich hebben verenigd in het zogenoemde Clean Coal Cluster.

Een rapport van het Europees Parlement over de subsidiering van fossiele brandstoffen gaf aanleiding tot kamervragen. Het rapport meldt onder andere dat Nederland in 2015 tien miljard dollar in fossiele subsidies stak. Het verweer van Minister Kamp geeft een mooi overzicht van de verhoudingen in Nederland, waar met name het vliegverkeer en de scheepvaart uit de wind wordt gehouden. De industrie profiteert ook van volumekortingen om de concurrentiepositie te waarborgen.

Kamp: ‘Kortheidshalve merk ik op dat het rapport van het Europees Parlement onder andere refereert aan eerdere studies van het IMF en het IEA waarin aandacht werd gevraagd voor – vermeende – subsidies voor fossiele brandstoffen. Het is een bekend feit dat met name in ontwikkelingslanden de prijzen voor  motorbrandstoffen aan de pomp kunstmatig laag worden gehouden. In Nederland worden de motorbrandstoffen juist relatief zwaar belast en wordt het gebruik van fossiele brandstoffen niet gestimuleerd. Integendeel, Nederland is een van de koplopers binnen de OESO-landen wat milieubelastingen betreft. Uit een recent rapport van de OESO onder de titel “Effective Carbon Rates” blijkt dat Nederland als enige OESO-lidstaat meer dan vijftig procent van de totale broeikasgasemissies beprijst boven de in het rapport gehanteerde prijs van dertig euro per ton CO2.’

Fossiele brandstoffen worden in Nederland, in tegenstelling tot hernieuwbare energie, niet gesubsidieerd, ook niet via fiscale maatregelen. Sommige leveringen zijn echter vrijgesteld van accijns op grond van internationale verdragen. Het gaat specifiek om het Verdrag van Chicago (accijnsvrijstelling motorbrandstoffen voor de internationale luchtvaart, uitgezonderd plezierluchtvaart) en de Akte van Mannheim (accijnsvrijstelling motorbrandstoffen voor de internationale binnenvaart, uitgezonderd pleziervaart). Kamp: ‘Tevens wordt de degressieve tariefstructuur in de energiebelasting regelmatig beschouwd als subsidie voor fossiele energie. Ten onrechte, omdat deze tariefstructuur geldig is ongeacht of het gaat om fossiele of om hernieuwbare energie. Er is gekozen voor deze tariefstructuur om de concurrentiepositie van het bedrijfsleven ten opzichte van buitenlandse concurrenten te waarborgen.’

Duurzame stimulering

Kamp: ‘Ook in andere landen gelden voor het bedrijfsleven per saldo lagere tarieven dan voor kleinverbruikers. Overigens zal ook de energie-intensieve industrie een bijdrage moeten leveren aan de noodzakelijke energietransitie die met het Energieakkoord in gang is gezet en in de Energieagenda een belangrijk vervolg krijgt. Onlangs zijn met de sector aanvullende afspraken gemaakt om extra energie te besparen. Wat betreft de subsidies voor hernieuwbare energie is er in de begroting van Economische Zaken ten aanzien van de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) voorzien in oplopende kasuitgaven van 678 euro miljoen in 2017 naar 2,5 miljard euro in 2023. Daarnaast zijn in 2017 ook kasuitgaven van 70 miljoen euro voorzien voor de investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) voor kleinschaliger vormen van hernieuwbare energieopties die niet voor de SDE+ in aanmerking komen. Tot slot wordt op deze plaats de subsidieregeling Demonstratie Energie Innovatie (DEI) genoemd als onderdeel van de regelingen binnen de Topsector Energie met een budget van jaarlijks 100 miljoen euro.’

ETS

Kamp ziet een belangrijke rol voor het Europees emissiehandelssysteem (ETS). ‘Het is de inzet van het kabinet om het ETS te versterken, zodat een sterkere prikkel ontstaat voor het nemen van CO2-reducerende maatregelen. Daarnaast wordt via subsidies, zoals de SDE+, de inzet van hernieuwbare energie bevorderd om deze concurrerend te laten zijn ten opzichte van fossiele energie. Tegelijk worden thans in het kader van de uitwerking van de Energieagenda zogenoemde transitiepaden verkend, gericht op een drastische reductie van het gebruik van fossiele energie richting 2050.

Industrie

Kamp gaat ook in op vragen over de industriële emissie, die tot nog toe nauwelijks is afgenomen. ‘Onder het Europese emissiehandelssysteem is het mogelijk dat de CO2-uitstoot van een sector of land (tijdelijk) toeneemt. Het uitstootplafond is immers een Europees plafond, waaronder verschuivingen mogelijk zijn. De Nederlandse bedrijven die aan het EU-emissiehandelssysteem deelnemen, hebben in 2016 in totaal 94 Mton CO2-equivalenten uitgestoten. Dit betekent een stabilisatie van de uitstoot ten opzichte van 2015. Daarbinnen heeft de chemiesector in 2016 18,5 Mton CO2-uitgestoten. Dit is zeven procent meer dan in 2015, toen de uitstoot 17,3 Mton was. Deze toename wordt vooral veroorzaakt door de hervatting van de productie bij één bedrijf.

Overigens wijkt bovenstaand beeld niet substantieel af van de ramingen in de Nationale Energieverkenning (NEV) 2016. In de NEV 2016 werd reeds een tijdelijke toename van de emissies in 2015/2016 gesignaleerd. In de NEV 2016 wordt echter ook geraamd dat, onder andere door de gestage groei van hernieuwbare energie, de broeikasgasemissies in de ETS-sectoren vanaf 2017 tot en met 2020 zullen afnemen.

Minister Kamp van Economische zaken heeft vandaag aangekondigd de gaswinning in Groningen verder te verlagen. Hij zet de voorbereidingen in gang om per eerstvolgende gasjaar, dat start op 1 oktober 2017, het productieplafond met tien procent te verlagen. De bewindsman heeft hiertoe besloten na ontvangst van advies van de onafhankelijke toezichthouder Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) over de ontwikkeling van de seismiciteit in het Groningse gasveld.

Minister Kamp: ‘Voor het kabinet is de veiligheid van de inwoners van Groningen leidend bij het nemen van besluiten over de gaswinning. De aanpak van het kabinet is er de afgelopen jaren op gericht om de veiligheidsrisico’s en de schade voor de Groningers zoveel mogelijk te beperken. Daarom heb ik besloten per direct voorbereidingen te treffen die ertoe leiden dat in het eerstvolgende gasjaar, het productieplafond tien procent lager komt te liggen. De verwachting is dat hiermee de seismiciteit zal afnemen en de veiligheid van de Groningers zal toenemen.’

Loppersum

In het Groningenveld als geheel is het aantal bevingen meer dan gehalveerd en ook de zwaarte ervan is significant gedaald. Rond Loppersum zien we echter de seismiciteit recent – vanuit de verbeterde situatie – weer toenemen. Als de seismiciteit rond Loppersum in de toekomst nog verder toeneemt, dan adviseert SodM om de gaswinning stapsgewijs terug te brengen, te beginnen met een reductiestap van tien procent. De bewindsman geeft vandaag aan niet te wachten met het zetten van deze stappen, maar per direct te starten met de voorbereiding om het productieplafond met tien procent te verlagen.

Advies SodM

Het kabinet besloot vorig jaar de gaswinning uit het Groningenveld voor de komende vijf jaar te maximeren op 24 miljard kuub per jaar. Er wordt gestreefd naar een zo vlak mogelijke winning met zo min mogelijk fluctuaties. Bij een jaarlijks ijkmoment kan blijken dat nieuw verworven kennis of verandering van feiten en omstandigheden, aanleiding geven om aanpassing van het instemmingsbesluit te overwegen. In het instemmingsbesluit van het winningsplan zijn grenswaarden ten aanzien van de seismiciteit vastgesteld om tijdig te kunnen anticiperen op trends in het aardbevingsgebied. De seismiciteit in het Groningenveld wordt daartoe nauwlettend in de gaten gehouden. Het advies dat SodM heeft gepubliceerd vloeit daar uit voort. Minister Kamp wacht het ijkmoment niet af, en neemt op basis van het tussentijdse SodM-advies maatregelen.

 

 

Minister Kamp ondertekende met dertig gemeenten, vijf netbeheerders en alle provincies een green deal om woningen gasloos te verwarmen.

Met de ondertekening van de Green Deal wordt een concrete stap gezet in de uitwerking van de Energieagenda uit december 2016, waarin het kabinet de route schetst naar een CO2-arme samenleving in 2050.  De partijen in de Green Deal worden ondersteund door maatschappelijke organisaties en bedrijven die als partner zijn aangesloten bij de deal.

Het energieverbruik in de gebouwde omgeving beslaat ruim dertig procent van het totale energieverbruik in Nederland. Het gaat om woningen, andere gebouwen en tuinbouwkassen. De CO2-uitstoot die hiermee gepaard gaat, moet zo veel mogelijk omlaag.

Alle gemeenten die betrokken zijn bij de Green Deal, hebben inmiddels initiatieven om bestaande wijken aardgasvrij te maken, in overleg met de bewoners. Zo heeft de gemeente Amsterdam het plan nog dit jaar tienduizend bestaande woningen aan te wijzen die worden omgezet naar aardgasvrij.