klimaatverandering Archieven - Utilities

Iedere keer als er weer een klimaattop is, lijkt het erop dat het internationale overleg alleen maar tot teleurstellingen leidt. Natuurlijk, er zijn zeker pluspunten te noemen. Zo zijn bijna alle landen overeengekomen steenkool uit te faseren. Helaas spreekt China liever over afschalen. Ook wat betreft de uitstoot van methaan, verantwoordelijk voor een derde van de opwarming, beloofden de grootste vervuilers zoals China, India en Rusland maatregelen te nemen. En, misschien wel de belangrijkste afspraak, verschillende landen zijn overeengekomen te stoppen met subsidies voor fossiele brandstoffen.

Toch zijn de beloften en afspraken in veel gevallen niet veel meer dan dat. Want steeds weer zien we berekeningen terugkomen over de geschatte effecten van de afspraken. En dan blijkt dat de verwachte temperatuurstijging in 2100 momenteel op 2,4 graden Celsius staat.

Nu is het misschien te eenvoudig om alleen naar de politieke leiders te kijken. Uiteindelijk zijn die in veel gevallen democratisch gekozen en vertegenwoordigen ze de wil van het volk. En die vindt het in het algemeen maar wat gemakkelijk om met het vingertje te wijzen naar de vervuilende industrie. Terwijl ze wel de producten van diezelfde industrie afnemen, met het vliegtuig op vakantie gaan en het liefste een stukje vlees eten.

Onlangs hoorde ik nog een interview met hoogleraar Bert Weckhuysen, die ook op de European Industry & Energy Summit begin december spreekt, over de belofte van een groene chemie. Goed om te horen dat de onderzoeksgroep van Weckhuysen onderzoekt hoe diezelfde producten waar we als samenleving van profiteren op duurzame wijze kunnen worden geproduceerd. Maar ook confronterend om te horen dat de gemiddelde westerse mens jaarlijks elf ton CO2 uitstoot. Een groot deel van die uitstoot gaat overigens naar de heilige koe: de auto. Natuurlijk hakt een vliegreis er ook goed in. Gedragsverandering heeft dus wel degelijk impact.

Weckhuysen weigerde ook om mee te gaan met de politici die beweerden dat de technologie om de klimaatcrisis af te wenden al klaar ligt. Er zijn natuurlijk al alternatieven voor fossiele brand- en grondstoffen. Maar er is nog heel veel geld en onderzoek nodig om die technologie tot wasdom te laten komen. Het is dan ook te simpel om te denken dat politici, wetenschappers of zelfs de industrie het klimaatprobleem gaan oplossen. Uiteindelijk moet iedereen zijn steentje bijdragen en zijn CO2-uitstoot terugdringen. Je adem inhouden schijnt ook te helpen, maar de trein nemen lijkt me een stuk eenvoudiger.

David van Baarle, hoofdredacteur

De industrie moet wat CDA-politicus Henri Bontenbal betreft weer op het politieke netvlies komen. En dan het liefst via een groene industrieagenda. Maar dat betekent ook dat er complexe knopen moeten worden doorgehakt. ‘De discussie gaat nog teveel over wat men allemaal niet wil’, zegt Bontenbal. ‘Terwijl de politieke discussies vooral moeten gaan over de energiemix waar we wél mee kunnen leven.’

De Tweede Kamer is niet heel dik bezaaid met bèta’s en dat kan de discussie rondom de energie- en grondstoffentransitie best nog wel eens in de weg zitten. Gelukkig zijn er ook uitzonderingen. Henri Bontenbal zit weliswaar tijdelijk in de Kamer als vervanger van Harry van der Molen, maar vormt al langer het energie- en klimaatgeweten van het CDA. De natuurkundige is al snel geneigd even een spreadsheet er bij te pakken wanneer de discussie over energie gaat. ‘Veel van de energiedebatten gaan eerder over beeldvorming dan over de daadwerkelijke beleidskeuzes’, zegtpol Bontenbal. ‘Men heeft het al snel over groene waterstof als oplossing voor alles of men serveert CO2-opslag, biomassa en kernenergie af als opties, terwijl we weten dat we eigenlijk alle opties nodig hebben. Als je de getallen erbij pakt, zie je dat groene waterstof voorlopig schaars is en duur, en dat we dus ook andere opties zoals blauwe waterstof en CO2-opslag nodig hebben. Maar ook de discussies rondom bijvoorbeeld biomassa gaan vaak meer over emoties dan over de harde cijfers. Om de achterban tevreden te houden, praat men al snel de kritische burger naar de mond zonder het eerlijke verhaal te vertellen. En dat is dat er geen free lunch is. Op de postzegel die Nederland is, heeft iedere keuze zijn keerzijde: windturbines nemen nu eenmaal schaarse ruimte in, net als zonneparken en biomassa. Bovendien zijn de duurzame energiebronnen vaak nog duurder dan de fossiele brandstoffen. Houden we het echter bij aardgas, dan worden we steeds afhankelijker van import uit landen die soms politiek gevoelig liggen. Geopolitiek lijkt niet echt een overweging te zijn in het energiebeleid en we vertrouwen nu wel erg op de energiemarkten.’

Keuzes

Bontenbal wil dan ook wat meer sturing vanuit Den Haag. ‘Het is de taak van de Kamer de pro’s en contra’s tegen elkaar af te wegen en knopen door te hakken. Nu lijkt het er op dat Kamerleden, maar ook NGO’s, vooral weten waar ze allemaal tegen zijn. Terwijl de discussie zou moeten gaan over de energiemix waar we wél mee kunnen leven.’

bontenbal

‘Om de achterban tevreden te houden, praat men al snel de kritische burger naar de mond zonder het eerlijke verhaal te vertellen.’

Henri Bontenbal – vervangend Tweede Kamerlid CDA

De actuele energiecrisis maakt weer pijnlijk duidelijk hoe ingrijpend energietekorten kunnen zijn voor de maatschappij. Bontenbal: ‘We kunnen het ons niet veroorloven om alles maar aan de markt over te laten en hebben wel enige vorm van regie nodig. De TTF gasfutures stonden een jaar geleden nog op vijf euro per megawattuur, nu zo’n 88 euro. Dat is echt absurd hoog. Je moet burgers beschermen tegen de gevolgen van dergelijk hoge prijzen, maar ook een beetje gasverbruikend MKB-bedrijf houdt het op deze manier niet lang vol. Als je iets positiefs uit deze energiecrisis wil halen, dan is dat het feit dat energie en leveringszekerheid weer bovenaan de politieke agenda staan. Maar het geeft ook aan hoe wankel het evenwicht is tussen leveringszekerheid, betaalbaarheid en duurzaamheid. Ik zou daarom ook zeker kernenergie meenemen in de afwegingen. Het energiesysteem dreigt spaak te lopen als er te veel volatiel vermogen op het net komt. Kernenergie kan net dat beetje basislast leveren dat nodig is om de balans in evenwicht te houden. Natuurlijk moet je daarbij wel de maatschappelijke baten en lasten doorrekenen, maar op voorhand uitsluiten is een luxe die we ons niet kunnen veroorloven.’

Industrieagenda

Bontenbal bespeurt daarbij met name bij de linkse partijen een cynische houding richting industrie. ‘Als de industrie al in de debatten wordt genoemd, is het vooral vanwege de dingen die de industrie niet goed doet. Dat zie je bijvoorbeeld bij de discussie rondom Tata Steel. Een aantal partijen zien het bedrijf dan ook liever gaan dan blijven. Maar ze vergeten vaak voor het gemak even dat je daarmee ook een hele keten vernietigt van toeleverende bedrijven en kennisnetwerken rondom de staalreus. De door de publieke opinie afgedwongen koerswijziging van het bedrijf naar groene staalproductie is wat mij betreft dan ook de lakmoesproef voor de groene industriepolitiek die het kabinet wil voeren. Want zonder politieke steun heeft zo’n forse ingreep geen kans.’

De rechtszaak tegen Shell is volgens Bontenbal een ander typerend voorbeeld van hoe de industrie in een negatief daglicht staat. ‘Maar het is vooral de taak van de overheid om grenzen te stellen aan de impact die bedrijven hebben op de directe leefomgeving of het klimaat in het algemeen. Je kunt daar bedrijven individueel niet alleen op aanspreken. Je kunt een klimaatdoel van een land of werelddeel niet zo maar één op één vertalen naar een bedrijfsdoel. Het gelijk dat de aanklager kreeg van de rechter is in mijn ogen dan ook een pyrrusoverwinning. De perverse effecten van zo’n rechterlijke ingreep is dat bedrijven hun activiteiten verplaatsen naar landen met minder stringente regelgeving. Of bedrijfsonderdelen verkopen aan partijen die het minder nauw nemen met het milieu, waardoor de werkelijke uitstoot alleen maar toeneemt.’

bontenbalLeiden

Bontenbal gaf zelf al een voorzetje door een groene politieke industrieagenda te schrijven. ‘Het Klimaatakkoord is een goede aanzet geweest om de industrie te betrekken bij de klimaatambities van het kabinet. Toch blijft het publiek in het algemeen wantrouwig kijken naar de industrie. Ook in de discussies rondom de energietransitie wordt de industrie vooral als probleem gezien. Terwijl een groot deel van het verdienvermogen bij diezelfde energie-intensieve industrie ligt. We hebben nu eenmaal een geografisch gunstige ligging aan de Noordzee waar de oude economie van profiteerde, maar die ook ideaal is voor duurzame innovatie. We kunnen offshore windparken aanleggen, duurzame brand- en grondstoffen importeren. Maar ook CO2 afvangen en opslaan omdat we uitgeproduceerde velden hebben die relatief eenvoudig te bereiken zijn. Als de circulaire economie ergens kan slagen, dan is het hier. Bovendien zijn de Nederlandse universiteiten en hogescholen van wereldklasse, waardoor we ook de kennis in huis hebben om vooruit te lopen in de energietransitie.’

Bontenbal is van mening dat als we als maatschappij kiezen voor een duurzame koers voor onze industrie, we een kraamkamer scheppen voor innovatieve technologie. ‘Als we duurzame alternatieven vinden voor kunstmest en chemische producten, profiteert niet alleen Nederland daarvan, maar leiden we de rest van de wereld naar een schonere toekomst.’

Blauwe boorden

Op het moment van schrijven is de kabinetsformatie nog in volle gang, maar de speerpunten voor de komende vier jaar zijn inmiddels wel duidelijk. ‘De klimaatcrisis, stikstofcrisis, veiligheid en woningen vragen de komende jaren veel aandacht’, zegt Bontenbal. ‘De industrie heeft zeker een aandeel aan de klimaatverandering, maar ook het vermogen om deze op te lossen. Het heeft geen zin om schuldigen aan te wijzen. Kijk vooral naar welk aandeel de partijen kunnen leveren in de transitie.’

‘De industrie heeft zeker een aandeel aan de klimaatverandering, maar ook het vermogen om deze op te lossen.’

Henri Bontenbal – vervangend Tweede Kamerlid CDA

De industrie is ook een grote werkgever en voor de energie en grondstoffen­transitie is nog veel meer bèta-kennis en -kunde nodig. ‘Dan helpt het imago dat de industrie krijgt opgelegd niet mee om leerlingen te motiveren te kiezen voor een bètacarrière. Nu kun je niet alles sturen, maar het is wel de vraag hoeveel jongeren we moeten opleiden voor bijvoorbeeld recreatiewetenschap, terwijl elders grote tekorten ontstaan voor technische beroepen. We hebben als maatschappij en bedrijfsleven de bijna onmogelijke opdracht om grootschalig woningen te renoveren en verduurzamen, netten aan te passen aan elektrificatie en waterstof en nieuwe energiebronnen aan elkaar te knopen. Managers en consultants zijn er genoeg, waar we echt behoefte aan hebben zijn de blauwe boorden. Straal dan ook uit dat we ze belangrijk vinden, anders wordt het nog een lastige transitie.’

Nederland sluit zich alsnog aan bij de coalitie van landen die op korte termijn willen stoppen met directe overheidssteun voor internationale fossiele energieprojecten. In Glasgow heeft Nederland hiertoe een verklaring getekend, zo schrijft staatssecretaris Vijlbrief (Financiën) aan de Tweede Kamer. Vorige week gaf het demissonaire kabinet nog aan niet te tekenen en dat deze kwestie aan een volgend kabinet is, wat tot protest in de Kamer en bij verschillende milieuorganisaties leidde.

De ondertekening betekent dat het kabinet in 2022 zal werken aan nieuw beleid voor het beëindigen van internationale overheidssteun aan de fossiele energiesector. Dit geldt in het bijzonder voor de exportkredietverzekering (ekv). Het streven is dit voor eind 2022 te implementeren. Ook hoopt het kabinet dat zoveel mogelijk andere landen de verklaring ook willen ondertekenen, om een gelijk speelveld te behouden voor Nederlandse bedrijven en hun buitenlandse concurrenten.

Al die partijen die de industrie aanwijzen als grote vervuiler die maar beter uit Nederland kan verdwijnen, krijgen een lange neus van de klimaat- en energieverkenning 2021. Want wie denk je dat van de grote CO2-uitstoters de grootste sprongen maakte het afgelopen jaar? Juist, trek de champagne maar open, liefst eentje met veel koolzuur. Natuurlijk worden de energiegrootverbruikers daarbij wel geholpen door de stok die CO2-heffing heet en de SDE++ wortel, maar dat is eigenlijk alleen maar een bewijs dat overheidssturing wel degelijk effect heeft.

De Klimaatwet schrijft voor dat onderzoekers van onder andere CBS, PBL en TNO jaarlijks de tussenstand opmaken van het klimaat- en energiebeleid. Zoals het er nu naar uitziet, is het kabinetsdoel om in 2030 49 procent minder uit te stoten dan in 1990 nog niet in zicht. Als het tegenzit komt men maar tot 38 procent en met alle wind in de rug zou 48 procent nog haalbaar zijn. Dat is niet erg hoopgevend, nu de Europese Unie zint op hogere besparingsdoelen met het ‘Fit for 55’-programma. Nederland mag zich dan zeker ook nog niet op de borst kloppen. Andere landen doen het echt beter.

Ook opvallend: het grootste deel van de industriële CO2-besparing komt op het conto van de afvang en opslag van CO2. Een optie die het Planbureau voor de Leefomgeving in alle publicaties als snelste en goedkoopste oplossing presenteert, maar die politiek nog niet veel bijval krijgt. Volgens de opstellers van het rapport is de reductiepotentie het grootst bij bedrijven die investeren in CCS, gevolgd door elektrificatie, energiebesparing en de reductie van de uitstoot van lachgas. Maar nu komt het addertje: het slagen van die ingrepen gaat gepaard met grote onzekerheden. Voor zowel CCS en elektrificatie zijn forse investeringen nodig in complexe infrastructuur met lange vergunningstrajecten. Daar zal de politiek bij moeten springen. U ziet de patstelling al opdoemen. En dan is het ook nog de vraag wie de CO2-rechten krijgt toebedeeld als CO2 wordt opgeslagen of als bijvoorbeeld warmte wordt uitgewisseld.

Dinsdag 7 en woensdag 8 december brengen we de industrie, energiesector, politiek en wetenschap samen voor de European Industry & Energy Summit. De industrie en energiesector heeft twee dagen lang de tijd om te laten zien hoe ze nog grotere sprongen kan maken. Misschien wel net zo belangrijk is om in de discussies tijdens de summit of in de pauzes de patstellingen om te zetten in een remise. Aan alle oplossingen kleven bezwaren, maar laten we samen kiezen waar we wél mee kunnen leven.

Niet-gouvernementele organisaties (NGO), maar ook particulieren, zoeken steeds vaker de rechtsgang om bedrijven te dwingen hun emissies versneld terug te dringen. Na het succes van de Urgenda-klimaatzaak tegen de Nederlandse staat, zijn ook Shell en Tata Steel gedaagd door respectievelijk Milieudefensie en verontruste burgers. Beide bedrijven hebben al aangekondigd fors te investeren in verduurzaming van de productie. De behaalde successen lijken voor de NGO’s naar meer te smaken.

Het hele artikel vind je in onze digitale Projecten Special 2021!

De Unie van Waterschappen en Vewin maken zich samen sterk voor een watertransitie. De belangenverenigingen maken zich zorgen over een sluipende watercrisis en willen de politiek betrekken bij het verbeteren van waterkwaliteit en kwantiteit.  

Nederland staat bekend als Kampioen Water Afvoeren. Voor een land dat voor zestig procent overstroombaar is, weten we sinds jaar en dag hoe we droge voeten moeten houden. Drie opeenvolgende droge zomers toonden echter aan dat er een mismatch is tussen de beschikbaarheid van water en het watergebruik.

Het huidige watersysteem loopt tegen de grenzen aan. De drinkwaterbedrijven en waterschappen willen daarom de transitie naar een klimaatrobuust watersysteem versnellen om daarmee nadelige effecten van droogte zoveel mogelijk te voorkomen. Zij roepen Rijk, provincies en gemeenten op gezamenlijk werk te maken van de noodzakelijke ruimtelijke keuzes in de boven- en ondergrond voor een duurzame leefomgeving.

Ook moeten overheden verbetering van de waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater en de kwaliteit van bronnen voor drinkwater prioriteit geven in hun water- en omgevingsplannen om de doelen van de Kaderrichtlijn Water te kunnen halen.

Kampioen Water Vasthouden

Drinkwaterbedrijven en waterschappen willen een bijdrage leveren aan de transitie door het verkennen en aandragen van integrale oplossingen in de regio, door zelf hoge prioriteit te geven aan het vasthouden van water en door onttrekkingen en aanvullingen van grond- en oppervlaktewater in evenwicht te brengen. Drinkwaterbedrijven dragen bij aan het opstellen van de gebiedsdossiers om de Kaderrichtlijn Water doelen bij de winningen voor drinkwaterproductie te helpen bereiken.

De waterschappen investeren de komende jaren ieder jaar 1,7 miljard euro in de zorg voor sterke dijken, voldoende en schoon water om de gewenste transitie in gang te zetten en de omslag te maken naar ook kampioen Water Vasthouden. De waterschappen kunnen het echter niet alleen en zien samen met de drinkwaterbedrijven grote kansen wanneer water als verbindende factor van veel grote maatschappelijke vraagstukken wordt gezien.

Een klimaatrobuust watersysteem

Niet alles kan overal. Keuzes moeten worden gemaakt op basis van kansen en bedreigingen voor het watersysteem. De focus ligt op het beter vasthouden van grond- en oppervlaktewater en op het realiseren en behouden van een goede waterkwaliteit.

Waterschappen en drinkwaterbedrijven vragen aan de overheden ook gezamenlijk een landelijk regiekader op te stellen voor een geordende ondergrond, gericht op behoud en herstel van de grondwatervoorraad en gekoppeld aan het gebruik van de bovengrond. In hun gezamenlijke aanbod vragen zij een nieuw kabinet, medeoverheden en gebiedspartners om samen een klimaatrobuust watersysteem te realiseren. Dat kan door water sturend te laten zijn voor de ruimtelijke inrichting, water beter vast te houden, zuinig om te gaan met water en de waterkwaliteit te verbeteren én vervuiling te voorkomen.

Het rechterlijk bevel aan de Staat om de uitstoot van broeikasgassen door Nederland met 25 procent te verminderen voor het einde van 2020 blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag beslist.

Een belangrijke oorzaak van de snelle opwarming van de aarde is de uitstoot in de atmosfeer van CO2 en andere broeikasgassen. Dit brengt grote gevaren mee voor het leven op aarde. De Stichting Urgenda en de Staat vinden allebei dat de uitstoot van broeikasgassen snel moet worden verminderd. Maar ze verschillen van mening over het tempo.

De Staat heeft voor 2020 een doelstelling in EU-verband van vermindering met 20 procent ten opzichte van de uitstoot in 1990. Urgenda daarentegen is van mening dat, gelet op de ernstige risico’s van klimaatverandering, de Staat niet met deze doelstelling mag volstaan. Urgenda eist beperking van de Nederlandse uitstoot in 2020 met ten minste 25 procent ten opzichte van die in 1990.

De rechtbank in Den Haag volgde het standpunt van Urgenda. Zij beval de Staat in 2015 om de uitstoot van broeikasgassen door Nederland met 25 procent te verminderen voor het einde van 2020. Het gerechtshof in Den Haag bevestigde dit bevel in 2018. De Hoge Raad verwierp vervolgens het cassatieberoep van de Staat tegen deze beslissing.

Einddoel

De Hoge Raad baseerde zijn oordeel op het VN-Klimaatverdrag en op de rechtsplichten van de Staat tot bescherming van het leven en het welzijn van burgers in Nederland. Die verplichtingen zijn verankerd in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (het EVRM). Er is consensus over de noodzaak van een reductie van de uitstoot van broeikasgassen eind 2020 met minimaal 25 procent door ontwikkelde landen. De Staat lichtte niet toe waarom zij een lagere reductie verantwoord acht. Nog kan zij aantonen dat het huidige redactiedoel tijdig kan leiden tot het ook door de Staat aanvaarde einddoel.

Grondwet

De Staat vindt dat de besluitvorming over de reductie van broeikasgassen aan de politiek is. De Grondwet schrijft echter voor dat de Nederlandse rechter de bepalingen van het EVRM toepast, aldus de Hoge Raad. Deze opdracht aan de rechter tot het bieden van rechtsbescherming is een wezenlijk onderdeel van de democratische rechtsstaat. De rechter moet immers waken over de grenzen van het recht. Dat is wat het hof in dit geval heeft gedaan, volgens de Hoge Raad.

25 procent

De Hoge Raad oordeelt dan ook dat het hof heeft mogen beslissen dat de Staat verplicht is de reductie met 25 procent voor eind 2020 te behalen. Dit vanwege het risico van een gevaarlijke klimaatverandering die ook de ingezetenen van Nederland ernstig kan treffen in hun recht op leven en welzijn.

RVO heeft haast om handen en voeten te geven aan de Urgenda-zaak. Als de staat daadwerkelijk zijn emissies voor eind 2020 met 25 procent moet terugdringen, zullen alle energiebesparingsopties moeten worden genomen. Jan Maassen weet wel welke maatregelen echt zoden aan de dijk zetten en gaat tijdens de beurs Industrial Heat & Power graag de dialoog hierover aan.

De vergezichten van de energietransitie zijn veelbelovend, met duurzame bronnen als wind- en zonne-energie en waterstofgas als schoon alternatief voor fossiele brandstoffen. De rechtszaak die Urgenda aanspande tegen de staat, maakte echter al snel duidelijk dat er enige haast is geboden. De uitspraak van de rechter was duidelijk: De staat moet de uitstoot van broeikasgassen met minimaal 25 procent terugdringen vóór eind 2020. Jan Maassen is senior adviseur bij RVO en betrokken bij de lopende industriële energiebesparingsprogramma’s en de gevolgen van de Urgenda-uitspraak. ‘We bedachten de afgelopen jaren al heel wat programma’s om de industrie te helpen bij het terugdringen van zijn energieverbruik’, zegt Maassen. ‘Programma’s om het verbruik van elektromotoren te temperen, stoomlekken te vermijden en warmteverlies te voorkomen. Met de Energie Investeringsaftrek (EIA, red.) als middel om de onrendabele top af te vlakken.

Urgenda-zaak

De Urgenda-zaak heeft de druk echter een stuk verhoogd. Om de door de rechter opgelegde 25 procent uitstootbeperking te halen, zullen we alle wegen moeten bewandelen om dit voor elkaar te krijgen. Dat betekent bijvoorbeeld dat drie grote vuilverbranders inmiddels zijn begonnen met het afvangen en gebruiken van CO2 (CCU, red.). AVR in Duiven, HVC in Alkmaar en Twence in Hengelo leveren nu hun koolstofdioxide aan de glastuinbouw.’

Verplichting

Wat betreft energiebesparing ziet Maassen een grote verschuiving. ‘In het verleden probeerden bedrijven nog wel eens onder bepaalde energiebesparingsmaatregelen uit te komen. Het gevolg hiervan was dat Nederland niet kon voldoen aan de door de Europese Unie opgelegde besparingspercentages. Brussel trof maatregelen en verplicht Nederland alsnog de programma’s versneld uit te voeren. Dat betekent voor de industrie dat de vrijblijvendheid er af is. Energiebesparende maatregelen met een return on investment van vijf jaar of korter, zullen verplicht moeten worden doorgevoerd.’

Isolatie

Maassen gaat tijdens de beurs Industrial Heat & Power de dialoog aan met de industrie over de toepassing van isolatie. ‘Met een panel van deskundigen van onder meer het VIB kunnen we openlijk spreken over de energiebesparende potentie van isolatie. Ook hier geldt dat bedrijven vaak verplicht zijn om isolatie toe te passen: de investering weegt namelijk nauwelijks op tegen de besparing op met name aardgas.

Toch zijn bedrijven terughoudend in met name de isolatie van leidingen en appendages. Pas bij een wandoppervlak-temperatuur van boven de vijftig graden Celsius voorziet men om veiligheidsredenen een leiding van isolatie. Ik ken inmiddels de redenen wel om het niet te doen: het product in de leiding moet toch worden gekoeld of men is bang voor corrosie onder isolatie.

De isolatiebranche heeft de afgelopen jaren niet stilgestaan en kan de zorgen die er zijn met hoogwaardige isolatiemiddelen wegnemen. Na de discussie zou ik de aanwezigen dan ook graag uitnodigen om bij de VIB te kijken naar de oplossingen die hun zorgen kunnen wegnemen. Nogmaals, er is haast bij. Dus hoe sneller bedrijven beginnen met het lage fruit te plukken, hoe beter.’

Shell is gedagvaard wegens klimaatschade. In een nieuwe klimaatzaak eisen milieudefensie, zes mede-eisende organisaties en 17.379 Nederlanders dat Shell handelt in lijn met de klimaatdoelen uit het Parijsakkoord. Het is voor het eerst dat van een bedrijf geëist wordt dat het zich houdt aan de klimaatdoelen.

Vorig jaar kondigde Milieudefensie de klimaatzaak aan met het aansprakelijk stellen van Shell. Afgelopen februari sloten ActionAid, Both ENDS, Fossielvrij NL, Greenpeace, JMA en de Waddenvereniging zich aan als mede-eisers. Shell heeft zijn aansprakelijkheid voor klimaatschade niet geaccepteerd en daarom starten Milieudefensie en de mede-eisers vandaag het juridische proces met het dagvaarden van Shell.

Eisen

Milieudefensie eist dat Shell zijn CO2-uitstoot terugbrengt naar netto nul in 2050, met als tussenstap 45 procent minder uitstoot in 2030, ten opzichte van 2010. Deze eis is in lijn met de scenario´s uit het nieuwste IPCC-rapport om onder de 1,5 graad opwarming te blijven.  Dit rapport onderstreept het belang van het beperken van de opwarming tot 1,5 graad.

Milieudefensie zegt in een 235 pagina´s tellend document diverse bewijzen te leveren. Volgens de milieuorganisatie geven de huidige klimaatambities van Shell geen enkele garantie op het terugdringen van uitstoot, en niet passen binnen de doelstelling om onder de 1,5 graad opwarming te blijven. De eisers beargumenteren dat Shell zijn zorgplicht schendt en mensenrechten bedreigt door willens en wetens klimaatschade te veroorzaken.

Ook staat in de dagvaarding dat Shell mensenrechten schendt met zijn activiteiten. Het gaat om artikelen 2 en 8 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens: het recht op leven en het recht op een ongestoord gezinsleven. In de klimaatzaak tegen de Nederlandse staat oordeelde de rechter al dat het niet halen van klimaatdoelen leidt tot deze mensenrechtenschendingen.

De waterschappen gaan de komende jaren zo’n honderd miljoen euro per jaar meer investeren. Ze doen dit vooral om de gevolgen van klimaatverandering voor het waterbeheer op te vangen. Met de investeringen spelen de waterschappen in op de gevolgen van de klimaatverandering. Ook proberen ze die gevolgen te beperken.

Waterschappen heffen eigen belastingen om te zorgen voor veilige dijken, niet teveel en niet te weinig water en het zuiveren van afvalwater. De waterbeheerders moeten investeren om in te spelen op ontwikkelingen zoals extremer weer, zeespiegelstijging, bodemdaling, verstedelijking, verzilting en aangescherpte milieunormen. Uit gegevens van de Unie van Waterschappen (UWV) blijkt dat ze samen gemiddeld 1,5 miljard euro per jaar investeren in de periode 2019-2022. Dat is zo’n honderd miljoen euro per jaar meer dan in de plannen die een jaar geleden voor de komende vier jaar werden gemaakt.

Klimaat- en energiebeleid

‘We merken de negatieve gevolgen van de klimaatverandering als eerste in ons dagelijks werk”, zegt Toine Poppelaars, bestuurslid van de UWV. ‘We zorgen voor afvoer van water bij extreme buien en het vasthouden van water in tijden van droogte. Maar zonder bestrijding van de oorzaak is het dweilen met de kraan open. Daarom hebben we een ambitieus klimaat- en energiebeleid, waarbij we duurzame energie opwekken en inzetten op een meer circulaire economie. Door als sector klimaatneutraal te zijn in 2025, willen de waterschappen een belangrijke bijdrage leveren aan het Nationaal Klimaatakkoord dat nog wordt afgesloten.’

2,9 miljard euro

In 2019 brengen de waterschappen in heel Nederland 2,9 miljard euro aan belastinggeld in rekening. Een gezin van vier personen met een eigen woning van twee ton betaalt dit jaar gemiddeld 327 euro aan waterschapsbelasting, zeven euro meer dan in 2018. Dit is een gemiddelde stijging van 2,1 procent, iets onder het inflatieniveau van 2,4 procent. De tarieven voor de waterschapsbelastingen worden vastgesteld door het waterschapsbestuur. Door op 20 maart te stemmen voor de waterschapsverkiezingen hebben kiezers invloed op de keuzes die hierbij gemaakt worden.

Dashboard Waterschappen

De UVW maakt de belastingen en de kosten van de waterschappen transparant en inzichtelijk via een interactief belastingendashboard. Hierin is per waterschap te zien wat er aan belasting wordt opgehaald en waar het geld aan wordt besteed.