koelwater Archieven - Utilities

Preventieve behandeling van suppletiewater voor koelsystemen door middel van ontharden biedt een goed alternatief voor de curatieve chemicaliëndosering in het circulerende koelwater die nu veel wordt toegepast. Preventieve behandeling kan veel kosten en water besparen en de impact op het milieu aanzienlijk verminderen. Een rekentool toont de mogelijke besparingen op kosten en water voor drie realistische voorbehandelingsscenario’s.

Tekst: Nienke Koeman, Frank Oesterholt en Hans Huiting

De (proces)industrie gebruikt koelsystemen om lage-temperatuur-warmte weg te koelen. Vaak wordt een open recirculerend koelwatersysteem gebruikt dat warmte afvoert door water te verdampen in een koeltoren, in direct contact met de buitenlucht. Daarbij worden de stoffen in het koelwater, aangevoerd via het suppletiewater, geconcentreerd. Dit kan problemen geven met groei van micro-organismen, corrosie en zoutafzettingen (vaak kalkafzetting, scaling). Daarom wordt het geconcentreerde koelwater regelmatig gespuid en in de koeltoren conditioneringschemicaliën toegevoegd. Spuien leidt tot gebruik van relatief grote hoeveelheden water en conditioneringschemicaliën, meestal  een speciale mix die is afgestemd op de lokale situatie. Vooral dat laatste maakt het koelproces kostbaar en relatief ingewikkeld en veroorzaakt een grote impact op het milieu, ondanks de stijgende trend om biologisch  afbreekbare chemicaliën in te zetten.

Preventief. Binnen het TKI-watertechnologie programma heeft KWR samen met SABIC, Tata Steel, Brabant Water, Evides Industriewater en Pidpa een deskstudie uitgevoerd gericht op de verschuiving van het zwaartepunt van de curatieve conditionering van koelwater van chemische waterbehandeling in het koelsysteem naar een preventieve behandeling van het suppletiewater gebaseerd op vergaande ontharding. Dit heeft als primair doel het koelwater verder in te dikken en minder te spuien. Omdat een evenwicht met de buitenlucht wordt gevormd, zal de pH bij de lage hardheid stijgen en zullen naar verwachting veel minder chemicaliën nodig zijn om corrosie, zoutafzetting en biofilmvorming tegen te gaan. Bovendien zijn de gebruikte basischemicaliën voor het ontharden tijdens voorbehandeling minder schadelijk voor het milieu dan de conditioneringschemicaliën die nu curatief worden ingezet. Bij comfort koelwatersystemen, die mildere procesomstandigheden hebben, wordt koelwater al massaal preventief geconditioneerd door het voedingswater volledig te ontharden.

Drie opties

Met als voornaamste criterium minimaal waterverlies tijdens de voorbehandeling zelf zijn drie mogelijke scenario’s voor voorbehandeling geselecteerd. Scenario één bestaat uit met kationwisseling om calcium en magnesium te verwijderen en zo scaling te voorkomen, gevolgd door anionwisseling om naast corrosieve anionen ook opgelost organisch materiaal te verwijderen dat voeding vormt voor micro-organismen.

Scenario twee start met pellet-ontharding om calcium en magnesium te verwijderen, gevolgd door zandfiltratie om de pellets en een deel van de aanwezige micro-organismen te verwijderen  en opnieuw kationwisseling voor verdere ontharding. Scenario drie is gelijk aan  scenario twee met na de kationenwisselaar nog een anionenwisselaar voor verwijdering van organisch materiaal.

Rekentool

De onderzoekers onbtwikkelden de rekentool CaShCoW (Calculation Sheet Cooling Water) om de technische en economische haalbaarheid van suppletiewater voorbehandelingen en een toename van concentratiecycli door te rekenen en vergelijkt die met de bestaande situatie van behandeling en indikken. De tool berekent de effecten van de voorbehandeling en een toename van het aantal cycli op de samenstelling en scalingspotentie van het koelwater. Als indicatie voor de scalingspotentie gebruikt CaShCoW onder andere de Puckorius Saturatie Index, gebaseerd op de calciumcarbonaat verzadiging bij de evenwichts-pH van een open koelwatersysteem. Ook berekent de tool de investeringskosten (Capex) en operationele kosten (Opex) van de voorbehandeling om de totale kosten te vergelijken met de huidige kosten voor koelwaterbehandeling.

Beperking

De  rekentool geeft nog geen goede indicatie voor de potentie tot corrosie. Daarover kunnen wel kwalitatieve uitspraken worden gedaan op basis van de aanwezige zouten en de pH. Er is momenteel geen goede index om de mate en de specifieke verschijningsvorm van corrosie te voorspellen voor een open recirculerend koelwatersysteem zonder noemenswaardige hardheid (pH  9 – 9,5) Dat ligt veelal buiten de range van de indices.

Sabic Geleen

Om de bruikbaarheid van de tool te beoordelen, zijn twee praktijksituaties geïnventariseerd en doorgerekend. De eerste is een koelsysteem bij Sabic in Geleen, met een zink/fosfonaat programma voor koelwaterconditionering, en een concentratiefactor van circa negen. CaShCoW laat zien dat in dit geval geen van de drie voorbehandelingsscenario’s economisch voordeliger is dan de huidige conditionering. Vanwege de hoge concentratiefactor is de winst door waterbesparing eenvoudigweg te gering. Mocht Sabic in de toekomst redenen hebben om over te stappen op een conditioneringsprogramma zonder zink, dan biedt scenario 1, (alleen ionenwisseling) economisch het meest interessante alternatief. De waterkwaliteit is in dat geval dusdanig dat hoewel de indices een lichte neiging tot scaling voorspellen, zoutafzetting in de praktijk niet waarschijnlijk wordt geacht.

Tata Steel IJmuiden

Het koelsysteem bij Tata Steel in IJmuiden gebruikt voorbehandeld oppervlaktewater als suppletiewater het conditioneringsprogramma bevat verschillende organische componenten. Omdat het koelwater in een ander koelsysteem terecht kan komen, mag het chloridegehalte in het recirculerende koelwater niet te veel stijgen. Daarom is de maximale concentratiefactor hier 2,4. De rekentool laat zien dat als chloride niet een beperkende factor zou zijn, alle drie de alternatieve behandelingsscenario’s een aanzienlijke besparing van water en kosten zouden kunnen opleveren. Als de concentratiefactor van 2,4 naar 5 mag stijgen, kan 27 procent van het suppletiewater worden bespaard. Met scenario 1 zou in dat geval tot 47 procent op de kosten kunnen worden bespaard. Omdat de investerings- en onderhoudskosten voor pellet-ontharding aanzienlijk hoger zijn dan voor ionenwisseling, is de kostenbesparing voor scenario’s 2 en 3 lager, maar nog steeds ruim twintig procent. De waterkwaliteitsberekeningen laten zien dat het water ongeveer het verzadigingsevenwicht van calciumcarbonaat bereikt, dus scaling noch corrosie van koolstofstalen installatiedelen worden verwacht problemen op te leveren. Door de geringe huidige concentratiefactor zal een aanzienlijke besparing van water- en chemieverbruik kunnen worden behaald. Als bij Tata Steel het chloridegehalte verder mag stijgen, bieden alle drie de scenario’s duidelijk besparingsmogelijkheden.

Nieuwe inzichten

De toepassing van de rekentool op beide casebeschijvingen in deze studie heeft geleid tot een aantal nieuwe inzichten. In de eerste plaats is door toepassing van de rekentool aangetoond dat preventieve behandeling van suppletiewater door middel van ontharding, een goed alternatief kan zijn voor de huidige curatieve behandeling op basis van chemicaliëndosering in het circulerende koelwater. Vooral bij systemen met een laag aantal cycli (<5) en hoge kosten voor water en chemicaliën kan dat veel kosten en water besparen en de impact op het milieu sterk verminderen, onder andere omdat de chemicaliën die nodig zijn voor voorbehandeling een veel kleinere milieu-impact hebben dan de complexe koelwaterconditioneringschemicaliën die bij curatieve behandeling nodig zijn, maar na preventieve behandeling overbodig. Hoeveel besparing kan worden bereikt, is sterk afhankelijk van lokale omstandigheden zoals energiekosten en waterbeschikbaarheid. De rekentool kan deze besparing helpen voorspellen. Het scenario gebaseerd op kationwisseling en anionwisseling geeft de laagste kosten van de drie voorbehandelingsscenario’s omdat de pellet-ontharding in de twee andere scenario’s een hogere kapitaalsinvestering vraagt.

Scalingspotentie

Het effect van voorbehandeling op de scalingpotentie kan goed worden voorspeld. Hoewel gangbare indices soms aangeven dat nog lichte scaling kan ontstaan, is de praktisch afzetbare hoeveelheid calciumcarbonaat zeer laag. Voorbehandeling lijkt ook gunstig om groei van biofilm te verminderen, enerzijds door verwijdering van organische componenten, anderzijds door de hogere resulterende koelwater-pH, maar hierover en over de corrosiviteit is nog geen kwantitatieve uitspraak te doen. Naar verwachting treedt voldoende corrosie-inhibitie op omdat onder de sterk alkalische koelwateromstandigheden het carbonaatgehalte sterk stijgt en oplossen van metalen (behalve aluminium) drastisch onderdrukt  ten opzichte van de meeste huidige open koelwaters. De biofilmvorming en corrosiepotentie kunnen worden onderzocht in een pilot test volgens de NEN-ISO 16784-2 standaard. Deze standaard beschrijft hoe het effect van een behandelingsmethode op een open koelsysteem objectief en reproduceerbaar getest kan worden.

Vervolg

Als blijkt dat voorbehandeling niet alleen een positief effect heeft op de scalingpotentie, maar ook op corrosie en biofilmvorming, kunnen industrie en waterbedrijven samenwerken om deze milieuvriendelijkere behandeling van koelwater toe te passen en mogelijk op te nemen in de BREF (best available technique reference documents) voor koelwaterconditionering daterend uit 2001 Daarvoor is eerst meer praktijkervaring, kenniszekerheid en een onderbouwde en navolgbare “proof of concept” nodig, waarbij ook de rekentool verder gevalideerd kan worden.

Meer hierover kunt u lezen op de site van het TKI Watertechnologie

Voor het conditioneren van koelwater worden doorgaans heel wat chemische middelen ingezet. Maar wat zou er gebeuren als biologische, organische en minerale vervuiling al van tevoren wordt verwijderd? KWR onderzoekt welke technologieën daarvoor in aanmerking komen terwijl onderzoekspartner SABIC de gegevens levert voor het rekenmodel.

De procesindustrie gebruikt heel wat koelwater voor het onder controle houden van chemische processen. In zogenaamde open recirculerende koelwatersystemen wordt water verdampt en daarmee warmte onttrokken aan de chemische producten of bijvoorbeeld aan gesmolten staal. Door die verdamping, dikt het water in met al zijn biologische en chemische componenten. Die componenten leveren problemen op doordat biologische vervuiling gaat aankoeken, ook wel biofouling genoemd, kalk zich afzet op pijpleidingen en procesapparatuur (scaling) en zouten tot corrosie leiden. Op den duur is dit water dan ook niet meer te hergebruiken en moet men overgaan tot spuien. Hiermee gaat kostbaar water verloren. Dit moet anders kunnen, dacht Lambert Paping, toen nog waterexpert bij DOW, al een aantal jaren geleden. Zou het niet verstandiger zijn om het suppletiewater van koelwatersystemen voor te behandelen net zoals dat voor stoomsystemen wordt gedaan?

Matrix

Het leek onderzoekers van KWR, onder de vlag van TKI Watertechnologie, dan ook een goed idee om te onderzoeken welke methoden voor voorbehandeling van suppletiewater voorhanden waren. Als (hardheids)zouten en biologische vervuiling van tevoren uit het water worden gehaald, kun je de koelwaterconditionering vereenvoudigen, zo was de gedachte. Frank Oesterholt, senior onderzoeker bij KWR: ‘Om de koelwaterkwaliteit onder controle te houden worden momenteel veel chemicaliën gebruikt. Dat kost niet alleen geld, maar sommige chemicaliën kunnen ook het milieu schaden. Er zijn tal van voorbehandelingsmethoden beschikbaar die mineralen en biologische vervuiling uit koelwater kunnen halen. Veel van die technieken zijn echter geënt op proces of ketelwaterbehandeling. De volumes die voor koeling worden ingezet zijn doorgaans groter en bovendien is de energiewinst minder groot. De eerste stap in ons onderzoek was dan ook een matrix te maken van beschikbare technieken en de toepasbaarheid ervan in de koelwatervoorbehandeling.’

Pellet ontharding

Uitgangspunt voor de onderzoekers was waterbesparing. En daarmee vielen de vele vormen van membraanfiltratie al snel af. ‘Of je het nu hebt over reverse osmosis of bijvoorbeeld nanofiltratie: er blijft altijd water achter in het digestaat. Andere technieken waren weer te duur of te kleinschalig in te zetten. Uiteindelijk bracht de matrix ons tot een selectie van bewezen technologieën voor het ontharden van het water. De klassieke pellet ontharding, die ook wordt toegepast in drinkwaterzuiveringen, bleek de beste resultaten op te leveren tegen de laagste kosten. Je gebruikt daar toevoegingen als kalkmelk of natronloog wat ervoor zorgt dat aan het entzand op de bodem kalkkorrels groeien. Die korrels zijn vervolgens redelijk eenvoudig te oogsten. Je kunt ze zelfs nog nuttig inzetten als grondstof voor de cement- of ijzerindustrie. Daarna is nog wel een polishing stap nodig met ionenwisseling om de laatste aanwezige zouten uit het water te halen. Maar ook dat is gangbare technologie die zijn diensten heeft bewezen in de waterbehandeling.‘

Potentie

De praktijk is doorgaans weerbarstiger dan de theorie, weten twee industriële partijen met een grote koelvraag die deelnemen aan het project: de vestiging van petrochemiebedrijf SABIC in Geleen en Tata Steel in IJmuiden. ‘We hebben ook een model ontwikkeld waarmee we de verschillende koelwatervoorbehandelingen kunnen doorrekenen’, vervolgt Oesterholt. ‘Maar ook dat blijft een theoretische exercitie. Liefst zouden we natuurlijk een en ander in de koeltorens van SABIC en Tata Steel willen testen. De potentie van dit onderzoek is heel groot. Het kan zelfs een bedreiging zijn voor de industrie die zich heeft gevormd rondom de chemische koelwaterbehandeling. Er zijn talloze partijen die antiscalants of corrosie-inhibitoren leveren, allemaal met hun eigen, geheime recept. Aan de voorkant kost het bedrijven geld om die producten aan te schaffen, maar ook het spuien kost geld omdat de stoffen milieuonvriendelijk zijn. Als we dit project tot een succes weten te maken, kan de procesindustrie op een alternatieve manier koelwater produceren. En waterleveranciers Evides Industriewater en Brabant Water zijn niet voor niets bij het project betrokken. Deze partijen hebben al ervaring met de levering van demiwater voor de industrie. Waarom zouden ze de koelwaterlevering ook niet voor hun rekening kunnen nemen?’

Praktijk

Ook voor SABIC is koelwater een kritische utility. Chief Scientist Roy van Lier werkt dan ook graag mee aan het onderzoek met KWR. ‘De omvang en complexiteit van onze systemen in Geleen in combinatie met het afbreukrisico noodzaakt ons zeer voorzichtig te werk te gaan’, zegt Van Lier. ‘Om maar een idee te geven: we, of eigenlijk onze leverancier USG, onttrekken 5,5 duizend kuub water per uur uit het Julianakanaal. Nadat het water is geflocculeerd en gefiltreerd wordt een deel verder opgewerkt tot ketelvoedingwater zodat we er stoom van kunnen maken. Maar een fors deel wordt ingezet als suppletiewater voor koelwatersystemen.

We hebben hier veel endotherme processen waar we warmte aan moeten toevoegen. Aan het einde van die processen moet de nodige warmte weer weg worden gekoeld. Dat doen we met koeltorens met een thermisch vermogen variërend van zo’n vijf tot 250 megawatt. Uiteraard proberen wij het proces zodanig in te regelen dat we zo weinig mogelijk hoeven te koelen. Uiteindelijk is kostbare energie wegkoelen het laatste wat je wil. Desondanks ontkomen we er niet aan en dus kijken we ook in de processen hoe we zo economisch en duurzaam mogelijk kunnen werken. Om die reden recirculeren we het koelwater bij voorkeur tot acht à negen keer, waarbij het water, doordat een deel ervan verdampt, steeds verder indikt.

Bij iedere indikkingsstap krijgen we steeds meer te maken met de organische en minerale verontreinigingen die in het water aanwezig zijn. Om de kans op vervuiling zoveel mogelijk te beperken, gebruiken we diverse chemische conditioneringsmiddelen. Hoeveel chemische middelen we gebruiken en hoe vaak we het water laten circuleren is met name afhankelijk van de kwaliteit van het innamewater en de seizoensinvloeden. De Maas, waar het Julianakanaal zijn water van ontvangt is een typische regenrivier en de waterkwaliteit kan daardoor behoorlijk fluctueren. Met name de hardheid van het water noodzaakt ons uiteindelijk om het water te lozen. Dankzij de recirculatie van het water hebben we dan wel zowel water als chemicaliën bespaard. De spui moeten we vervolgens nog verwerken in onze afvalwaterzuiveringsinstallatie voordat het water weer terug in het milieu (de Grensmaas) kan worden geloosd.’

Complex

Het idee om suppletiewater te zuiveren vóórdat het in koelsystemen wordt gebracht is volgens Van Lier een interessant idee. ‘Ik weet dat men in de jaren zeventig, in de DSM-tijd, al eens over (deel)ontharding van Julianakanaalwater heeft nagedacht, maar het is er op een of andere manier niet van gekomen.’ De achtergrond daarvan weet Van Lier niet, ‘maar tijden veranderen en wellicht is de technologie verbeterd. Een en ander zal ook te maken hebben met de complexiteit van het systeem. De grootste koelsystemen in Geleen bevatten tientallen warmtewisselaars die processtromen op zeer diverse temperatuurniveaus moeten koelen. Veel van die warmtewisselaars zijn gemaakt van koolstofstaal, typisch met duimse pijpjes met een wanddikte van twee millimeter. Die twee millimeter is alles wat het water scheidt van het proces. Je kunt wel nagaan wat voor gevolgen corrosie zou kunnen hebben voor onze processen. Onze koelwaterconditionering concentreert zich dan ook voornamelijk op het voorkomen daarvan.

Er zijn weinig mensen die stilstaan bij de complexiteit van waterbeheer in chemische fabrieken als de onze, maar het conditioneren van dat water is een echte uitdaging. Te zuiver water is bijvoorbeeld ook niet goed. Als we zuiver demiwater zouden gebruiken, weet je zeker dat je binnen de kortste keren corrosieproblemen hebt. Harder water is minder corrosief, maar kan wel weer leiden tot afzettingen, temeer daar kalk juist minder goed oplost naarmate het water warmer wordt. We moeten dan ook rekening houden met de temperatuur. En oppervlaktewater zoals uit het Julianakanaal bevat biologie die uitstekend gedijt in koelsystemen. Het is dus constant balanceren tussen drie elementen van de gevarendriehoek, ofwel de ABC van de koelwaterconditionering: Afzettingen, Biologie en Corrosie. En per definitie betekent dat een compromis.’

Rekenmodel

Van Lier: ‘Wat SABIC betreft, beperken we het huidige onderzoek naar koelwaterconditionering tot een rekenmodel met een technisch en een economisch deel. Er zijn inmiddels veel cijfers bekend uit de praktijk en de modellen en rekenkracht zijn met sprongen vooruit gegaan. Voordat we überhaupt gaan nadenken over praktijkproeven, willen we eerst weten wat het ons kan opleveren en wat de risico’s zijn. Dat koelwaterconditionering wat kan opleveren, is wel duidelijk. We zijn niet alleen geld kwijt aan de chemicaliën, maar we betalen ook behoorlijke lozingskosten.’

 

 

De Amerikaanse chemiereus Dow vestigde zich vijftig jaar geleden in zoutwaterdelta Terneuzen. Innovatie en samenwerking met publieke en private partijen zorgden ervoor dat het bedrijf zijn waterfootprint aanmerkelijk verkleint. R&D-directeur Henk Pool: ‘Wat wij hier doen is geen rocket science, maar het vergt wel enige inspanning bij de publieke en private partijen om samen te werken.’

Dow Terneuzen vierde in oktober nog zijn vijftigjarige bestaan. Hoewel R&D-directeur Henk Pool de begindagen van de Amerikaanse chemiereus in Zeeland niet meemaakte, weet hij wel dat de toegang tot proceswater een rode draad vormt in de geschiedenis. ‘Vanaf het begin was duidelijk dat we ons vestigden in een erg gevoelig gebied waar water niet zomaar voorhanden was’, zegt Pool. ‘Het zilte grondwater is niet geschikt om als proceswater in te zetten, maar we gebruiken wel veel water voor onze productie. Dow Terneuzen moest dan ook wel samenwerken met het waterschap, de toenmalige waterleidingmaatschappij, de gemeente Terneuzen en de provincie Zeeland om de watervoorziening veilig te stellen. Dat begon met het gebruik van Belgisch polderwater dat via de regionale spaarbekkens bij ons in Terneuzen terecht komt. De toenmalige waterexperts van Dow beseften zich dat het aantrekkelijker was om dat water als basis te gebruiken voor de productie van stoom of als koelwater dan het zilte water uit de Westerschelde. Destijds waren we dan ook de eerste partij die de term industriewater gebruikte en daarmee waren we, zij het noodgedwongen, onze tijd ver vooruit. We gebruiken dat polderwater overigens nog steeds, maar het is lang niet voldoende om te kunnen voorzien in de circa 21 miljoen kuub water die we jaarlijks gebruiken. De waterschaarste in dit gebied maakt het noodzakelijk om constant creatief te blijven nadenken over manieren om op een betaalbare manier de beschikking te houden over schoon, zoet water.’

Misschien wel de meest innovatieve oplossing die Dow alweer een tijd gebruikt, is de inzet van effluent als productiewater. Op RWZI De Drie Ambachten zuivert het Waterschap Zeeuws-Vlaanderen het huishoudelijke afvalwater van de gemeente Terneuzen. Huisleverancier Evides Industriewater bouwde een pompinstallatie bij de afvalwaterzuivering, vanwaar het water via een leiding naar haar eigen waterinstallatie nabij het terrein van Dow wordt verpompt. Sinds februari 2007 stroomt daar ruim 450 kuub effluent per uur doorheen. Evides Industriewater bouwde op het Dow-terrein een MBR met RO om zo het water geschikt te maken als ketelwater voor de stoominstallaties van Dow. ‘Dat water gaat ook nog eens twee keer rond’, zegt Pool. We hergebruiken namelijk ons eigen productiewater ook weer als koelwater. Op die manier gebruiken we het water dus drie keer: een keer door de gemeente Terneuzen en twee keer door Dow.’

Watervisie

De vestiging in Terneuzen is niet de enige Dow site met waterschaarste. Pool: ‘De situatie in Saudi Arabië is vergelijkbaar met die in Terneuzen. Ook daar is voornamelijk zilt water voorhanden en zoekt men naar duurzame oplossingen. De wereldwijde watervisie van Dow is daar zeer helder in: we spelen een leiderschapsrol in de wereldwijde watercrisis door een nieuwe standaard neer te zetten voor duurzaam watergebruik en -management. Dat we in Terneuzen verder daarmee zijn dan in Saudi Arabië heeft met name te maken met die lange historie en het feit dat we qua partnerships veel meer vervlochten zijn met de publieke en private partijen in de directe omgeving. Dat vraagt om een betrokken en actieve houding van het management, maar ook om capabele bestuurders bij onze partners.’ De R&D directeur is lid van het managementteam van Dow Benelux en Pool verzekert dan ook dat de watervoorziening hoog op de strategische agenda staat. Het thema water heeft een apart hoofdstuk in het jaarlijkse duurzaamheidsverslag en we steken behoorlijk wat geld in onderzoek en samenwerking  naar oplossingen voor de waterproblematiek.’

Pool wil dan ook graag de awareness verhogen bij vergelijkbare bedrijven die de komende tien jaar wellicht voor dezelfde problemen worden gesteld als Dow Terneuzen. ‘Veel industriële bedrijven gaan er van uit dat water altijd beschikbaar is en er zijn er bij die geen alternatieve infrastructuur hebben voor het geval dat er bronnen wegvallen. Het feit dat wij vooroplopen heeft met name te maken met de urgentie die hier vanaf het begin was voor het spreiden van de risico’s voor de zoetwatervoorziening. Maar die spreiding is niet alleen uit noodzaak geboren. Technisch gesproken is het voor ons mogelijk om al ons water uit de Biesbosch te halen. Die single source-aanpak zorgt echter niet alleen voor een kwetsbare watervoorziening, maar is ook verre van duurzaam. Dow Terneuzen gebruikt ongeveer vijf keer meer water dan de bewoners van Terneuzen bij elkaar. We hebben de maatschappelijke plicht om onze voetafdruk te verkleinen. Bedrijven zullen altijd moeten kijken wat ze kunnen besparen, waar ze water in de eigen processen kunnen hergebruiken, maar ook naar wat de omgeving ze biedt. Wat wij hier doen is geen rocket science en we delen onze kennis en ervaring breeduit. Er wordt wel eens beweerd dat het voor bedrijven lastig is om met publieke partijen samen te werken, maar Dow Terneuzen bewijst dat het wel kan.’

Samenwerking

Pool heeft geen geheim recept voor een vruchtbare publiek private samenwerking, maar kan wel de randvoorwaarden aangeven die het succes mede bepalen. ‘Een advies dat ik daarbij wil meegeven is dat de samenwerkende partijen zich bij hun leest moeten houden. Wij kennen ons eigen proces en organisatie het beste en datzelfde geldt voor een waterschap of een provincie of een kennisinstelling. Blijf je richten op je span of control en vergroot de scope door meer partijen te betrekken bij de samenwerking. De eerste stap die je als bedrijf sowieso moet nemen is een interne check uitvoeren of je fysiek in staat bent over de eigen grenzen heen samen te werken. Voldoet de bestaande infrastructuur en zo niet ben je bereid daarin te investeren? Vervolgens zal je je moeten verdiepen in de bestaande watersystemen. Wat is er al voorhanden? Kan je je eigen processen daarin integreren. De laatste, maar misschien wel meest belangrijke stap is de bestuurlijke samenwerking. Je zult op gelijkwaardige bestuurlijke niveaus moeten bouwen aan de relatie met de betrokken partijen. Alleen als je dezelfde taal spreekt en elkaar vertrouwt, krijg je daadwerkelijk dingen voor elkaar. Wij zijn bewust eerst de samenwerking aangegaan met de gemeente en het waterschap om vervolgens samen naar een oplossing te zoeken. We hebben allemaal belang bij een robuust watersysteem, maar wel vanuit onze eigen scope. Als je elkaars belangen respecteert, kunnen daar de mooiste oplossingen uit voortkomen.’

Onderzoek

Pool zou geen R&D directeur zijn als hij niet even een paar onderzoeksprojecten zou kunnen noemen waar Dow bij betrokken is. Op het gebied van industriewater kan hij uit een rijke bron tappen. ‘Sinds vorig jaar zijn we betrokken bij het Water Nexus Project dat wordt geleid door NWO-STW. Dit is een zeer intensief onderzoekstraject naar watervoorziening in waterschaarse kustgebieden waar we samen met Shell de industriële watergebruikers vertegenwoordigen. Het mooie van dit project is dat integraal wordt gekeken naar de waterbalans voor zowel de industrie als de landbouw, de omgeving en de lokale bevolking. Ook op kennisgebied worden alle krachten gebundeld. Zowel Wageningen Universiteit als de technische universiteiten, kennisinstituten zoals Deltares en RHDHV zetten hun kennis in om de individuele componenten die al bekend zijn om te vormen tot een model voor het gehele watersysteem. Het credo van dit vijfjarige onderzoek is dan ook: zout waar het kan, zoet waar het moet.

Concreet wordt er bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar wat een wetlandomgeving kan bijdragen aan het watersysteem. Een deel van het water kan op natuurlijke wijze worden voorbehandeld vóór het daadwerkelijke ontziltingsproces plaatsvindt. Inmiddels hebben we al wat resultaten geboekt, maar het is nu nog te pril om echte resultaten te noemen. Laten we zetten dat we wat technology readiness op een niveau van drie a vier zitten. Dat wil zeggen dat er stappen zijn gezet, maar dat er nog wel wat modelleerwerk moet worden gedaan.

Ook het E4water-project is een interessant onderzoek naar de behandeling van brak water. Het onderzoek dat in 2012 startte loopt bijna ten einde en volgens Pool zijn de resultaten hoopgevend. ‘Kortgezegd komt het er op neer dat we het volume van het effluent uit de RWZI van de gemeente Terneuzen willen vergroten. In het project zijn twee nieuwe ontziltingstechnieken onderzocht bij de Evides Waterfabriek. Het is helaas nog te vroeg om daar al te veel over te zeggen, maar het is wel duidelijk dat een van de twee technieken dicht tegen de beloofde kostprijs van veertig cent per kuub zit.’

In hetzelfde rijtje past het Improved Project dat Evides Industriewater, de Universiteit Gent en negen bedrijven, waaronder Dow Terneuzen, in het grensgebied Nederland-Vlaanderen begin 2016 starten. ‘Improved’ staat voor: Integrale Mobiele PROceswaterunit Voor een Economische Delta.

Het mag duidelijk dat de stad Dow, die het terrein van Dow Terneuzen eigenlijk is, zeer verweven is met de stad Terneuzen en de provincie Zeeland. Pool: ‘Als wij water gebruiken heeft dat invloed op de omgeving. En hetzelfde geldt voor de bedrijven om ons heen. We zijn er dan ook allemaal bij gebaat een robuust watersysteem te ontwerpen dat al die functies van water voor de toekomst behoudt. Als laatste wil ik dan ook Waterkringloop Zeeuws Vlaanderen noemen als ultieme samenwerking tussen een twintig tal partners. Het is maar weer een bewijs dat publiek private samenwerking wel degelijk mogelijk is.’