KVGN Archieven - Utilities

Dat de energietransitie zich over de gehele maatschappij uitstrekt, blijkt wel uit de diverse belangengroepen die zich allemaal over dezelfde vraagstelling bogen: Hoe kunnen we zo snel mogelijk de uitstoot van broeikasgassen terugdringen. Hoever dat terugdringen gaat, daar zijn de meningen nog over verdeeld maar ratificatie van de COP21-afspraken is in ieder geval gewenst.

Het regende de afgelopen maand rapporten. PBL kwam al in maart met zijn rapport over energieneutrale warmtenetten in Nederland terwijl het niet veel later de kosten doorberekende van de energietransitie. Als een ding duidelijk is uit deze rapporten, dan is het dat een centrale regie vanuit een sterke overheid gewenst is. Het doel is in ieder geval duidelijk: de CO2-emissies met 95 tot honderd procent verlagen.

Alle rapporten naast elkaar gelegd, laten zien dat de partijen het eens zijn over een aantal thema’s: terugdringing van fossiele brandstoffen, een hogere bijdrage van warmte, een hoge integratie van  de energiesystemen en een sterkere regie op de energiemarkt. Energiebesparing levert in de plannen nog steeds de grootste bijdrage, terwijl flexibilisering en de grotere marktdynamiek de grootste uitdagingen zijn. Uit de doorberekeningen van PBL blijkt dat de CO2-besparingsmogelijkheden in de industrie zoals de inzet van biomassa, CCS, recycling en efficiencyverbetering de hoogste opbrengsten genereren tegen de laagste kosten.

VEMW

Misschien de meest praktische bijdrage komt van de industriële grootverbruikers die een onderzoek lieten uitvoeren door onderzoeksbureau McKinsey. Geen conceptuele vergezichten, maar een achttal tastbarre maatregelen die de koolstofemissies van de zware industrie met 95 procent kunnen terugdringen. De industrie is verantwoordelijk voor veertig procent van de totale emissies in Nederland en de genoemde percentages kunnen dan ook een belangrijke stap zijn in de terugdringing van CO2-emissies in Nederland. Energiebesparing staat daarbij op nummer één. Met warmtepompen, netwerken voor restwarmte en mechanische damprecompressie kan de industrie nog veel van de warmte die verloren gaat nuttig inzetten.

De industrie kan volgens onderzoeksbureau McKinsey ook een rol spelen in loadbalancing door gebruik te maken van hybride boilers die zowel op elektriciteit als gas kunnen draaien. In processen waar CO2-uitstoot onvermijdelijk lijkt, pleit men voor afvang van CO2 om dit ondergronds op te slaan of eventueel nuttig in te zetten als grondstof.

Een meer circulaire benadering van industriële productieprocessen, kan de industrie helpen bij het terugdringen van de CO2-emissies. Praktische voorbeelden zijn een hub in Rotterdam voor het recyclen van plastic en het inzetten van meer staalschroot voor de productie van staal. Maar ook de inzet van biogas of syngas helpt de industrie zijn uitstoot te beperken. Een stap verder dan biomassa inzetten voor de opwekking van warmte, is het gebruik ervan als grondstof voor chemicaliën zoals azijnzuur of etheen.

McKinsey ziet ook mogelijkheden voor een aantal technieken voor de verdere toekomst. Die projecten kunnen echter pas rendabel worden na een aantal technische doorbraken. Zo heeft industrie op zich interesse in power to gas, waar overtollige elektriciteit via elektrolyse kan worden ingezet om water te splitsen in waterstof en zuurstof. Om dit rendabel te maken, is wel onderzoek nodig naar efficiencyverbetering.

Hetzelfde geldt voor de inzet van warmtepompen voor middelhoge temperaturen, elektrische fornuizen voor hoge temperaturen en a chemische processen met een lagere warmtevraag. De bijdrage in CO2-besparing kan groot zijn, maar de technieken vragen om meer onderzoek.

De staalindustrie, in Nederland met name Tata Steel, kan ook elektrische processen inzetten om staal te smelten. Dit zogenaamde Electric Arc Furnace proces kan echter alleen worden ingezet om schroot om te smelten in staal. Tata is inmiddels bezig met proefprojecten om de CO2-uitstoot van de staalproductie terug te dringen, maar nog wel op basis van cokes. Als dit wordt gecombineerd met CO2 afvang en opslag, zijn hier toch behoorlijke emissieverlagingen te bereiken.

Energie Nederland

Ook Energie Nederland ziet de terugdringing van CO2-emissies als uitgangspunt voor zijn kompas. Energie Nederland kijkt daarbij tot 2030, waar het zich richt op een halvering van de uitstoot. Met dit uitgangspunt wordt niet de inzet van renewables leidend, waardoor ook schoon fossiel nog een plek kan krijgen in de overgang naar volledig duurzame energieproductie. Dit uitgangspunt is met name ingegeven vanuit de leverings- en voorzieningszekerheid en de betaalbaarheid van energie. Met name de onvoorspelbaarheid van wind- en zonne-energie baart de energieproducten zorgen en de opslag van elektriciteit is nog te duur. Energie Nederland pleit dan ook om vooral het instrument emissiehandel (ETS) te blijven gebruiken, maar wel met een aangescherpt plafond en hogere CO2-prijzen.

De energieproducenten geven in hun kompas aan graag in gesprek te gaan met de energie-intensieve industrie om een verhoogde klimaatambitie samen te laten gaan met internationale concurrentiekracht. Hoe ze dat gaan doen, wordt nog niet uitgediept, maar inmiddels zijn er wel voorbeelden van succesvolle samenwerking tussen industrie en energiebedrijven.

Wat ook duidelijk is, is dat de energiebedrijven de overheid nog hard nodig hebben om hun ambities gestand te kunnen doen. De SDE+ subsidie blijft nodig, zolang ETS nog niet als volwaardig instrument kan worden ingezet. Maar ook een stabiel investeringsklimaat, wat nauw samenhangt met subsidies, maar ook ondersteunende wet- en regelgeving. De energiebedrijven spreken daarbij af meer te investeren in energiebesparing bij hun klanten.

Het faciliteren van capaciteit, of zoals Energie Nederland het noemt: de dienst leveringszekerheid, kost geld. De energiebedrijven zouden dan ook het liefste een capaciteitsmarkt zien waarin het leveren van flexibele capaciteit wordt beloond. Voorwaarde voor een dergelijke markt is een flexibele infrastructuur met navenante prijsstructuren. De overheid moet in deze turbulente en dynamische markt meer regie voeren en keuzes maken die de leveringszekerheid, maar ook betaalbaarheid van de energievoorziening veilig stellen.

KVGN

Inmiddels heeft ook de gassector, verenigd in de Nederlandse gasassociatie KVGN, zich verbonden aan het SER Energieakkoord voor duurzame groei. De belangenvereniging presenteerde onlangs zijn strategische agenda met als doe het CO2-neutraal maken van de energievoorziening in 2050. De plannen richten zich op verschillende gebieden, zoals de gebouwde omgeving, de industrie, mobiliteit/transport, het aanbod van hernieuwbaar gas en systeemintegratie op de Noordzee.

Hoewel ook de gasproducenten een grote rol zien voor stadswarmte, ziet men dat voor één à twee miljoen woningen in Nederland  warmtelevering via warmtenetten niet weggelegd is en een volledig elektrische verwarming economisch niet haalbaar is. Hier zouden hybride warmtepompen een goede tussenoplossing kunnen bieden.

Uitgangpunt voor de KVGN-leden is het begrip ‘gas-op-maat’, waarbij de energiebron met de minste CO2-uitstoot voorrang krijgt. Dit betekent dat aardgas vooral daar bijspringt waar nog geen duurzame alternatieven voorhanden zijn. Of waar die nu niet haalbaar zijn vanuit technisch of economisch oogpunt. Waar mogelijk wil men groen gas inzetten. De gasproducenten hopen natuurlijk ook een schoner alternatief te bieden voor steenkool, stookolie en diesel.

Isolatie

De rol van isolatie is opvallend afwezig in de rapporten van de belangenpartijen. En dit terwijl het besparingspotentieel op een slordige 31 Petajoule wordt geschat. Bij de meeste bedrijven  liggen nog kansen voor het thermisch isoleren van leidingen, flenzen, kleppen, kranen enzovoorts. Angst voor corrosie onder isolatie of andere procesverstoringen houdt de industrie tot nog toe tegen. Wellicht helpt het nieuwe akkoord dat de energie-intensieve industrie sloot met minister Kamp om 9 petajoule energie te besparen ook dit struikelblok te overbruggen.