KWA Archieven - Utilities

De Europese emissiebeperkende richtlijn voor middelgrote stookinstallaties is opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Beheerders van dit soort installaties moeten in de toekomst voldoen aan verscherpte emissie-eisen, meer administratieve verplichtingen en verplichte periodieke metingen uitvoeren. Wie eind dit jaar een nieuwe ketel koopt, zal dan ook al rekening moeten houden met deze nieuwe regels.

Fons Heuven, Senior Adviseur KWA Bedrijfsadviseurs en Marlies Huijbers, Juridisch adviseur KWA Bedrijfsadviseurs

De Europese unie introduceerde Richtlijn (EU) 2015/2193, emissiebeperkingen van verontreinigende stoffen in de lucht door middelgrote stookinstallaties destijds om de emissies van middelgrote stookinstallaties te beperken. Deze richtlijn moest uiterlijk op 19 december 2017 zijn opgenomen in Nederlandse wet- en regelgeving en is nu  te vinden in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer. De richtlijn bevat voorschriften om emissies van middelgrote stookinstallaties van gassen als zwaveldioxide (SO2) en stikstofoxiden (NOx) en stof te beheersen.

Het Activiteitenbesluit bevatte al emissie-eisen voor ketels, zuigermotoren en gasturbines. Door genoemde implementatie krijgen nu alle middelgrote, indirect gestookte installaties emissie-eisen opgelegd. Welke consequenties dit heeft voor uw stookinstallatie? Voordat we daarop ingaan, volgt kort de inhoud van de wijzigingen.

Emissie-eisen

In hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit staan de eisen waaraan de ketels, zuigermotoren en gasturbines moeten voldoen. Met de nieuwe wijziging zijn nu alle indirect gestookte installaties zoals procesfornuizen, drogers en ovens hieraan toegevoegd. Verder gelden de emissie-eisen niet alleen voor standaard brandstoffen, maar ook voor vergunningplichtige brandstoffen.

De bestaande NOx-eisen in hoofdstuk 3 blijven gehandhaafd en zijn strenger dan de eisen van de Richtlijn middelgrote stookinstallaties. De Rijksoverheid geeft aan dat dit nodig is, omdat anders de luchtkwaliteit niet wordt verbeterd. Dit zou in strijd zijn met de verplichting om de best beschikbare technieken (BBT) in te zetten. Bovendien moesten de ketelinstallaties, zuigermotoren en gasturbines al per 1 januari 2017 aan deze eisen voldoen. Bedrijven hebben dan ook fors geïnvesteerd om dit te realiseren.

Verder kan voor bepaalde stookinstallaties maatwerk worden aangevraagd, om af te wijken van de emissiegrenswaarden. De maximale toegestane emissie bij maatwerk is eveneens vastgelegd.

Meten emissies

Onder de voorgaande versie van het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling kon met een éénmalige meting worden aangetoond dat een stookinstallatie voldeed aan de eisen. Door de implementatie van Richtlijn (EU) 2015/2193 moet voortaan periodiek worden gemeten. Vanaf 2025 moeten bestaande stookinstallaties met een ingangsvermogen groter dan twintig megawatt thermisch één keer per jaar de emissies meten. Stookinstallaties tussen de één en twintig megawatt thermisch moeten één keer per drie jaar hun emissies meten. De frequentie voor zuigermotoren en gasturbines is éénmaal per vier jaar.

Bij de periodieke inspectie door de Stichting Certificering Onderhoud en Inspectie van Stookinstallaties (SCIOS), wordt koolmonoxide (CO) gemeten als indicatie van een volledige verbranding. Die meting is nu een verplichting geworden, maar hieraan worden geen verdere eisen gesteld.

Informatie

In navolging van de Europese Richtlijn middelgrote stookinstallaties, moet meer informatie over de stookinstallaties worden geregistreerd. Alle verplichte registraties worden in het SCIOS-afmeldsysteem opgenomen. Deze informatie is, met uitzondering van de emissiegegevens, voortaan openbaar beschikbaar op de website van Infomil.

Het keuringsrapport moet ook meer informatie bevatten. Deze informatie komt eveneens in het afmeldsysteem. Voorbeelden van verplichte informatie zijn het adres van de stookinstallatie, naam en adres van de gebruiker, nominaal thermisch ingangsvermogen, het type stookinstallatie en de datum van de ingebruikname.

Het bevoegd gezag heeft volledig inzicht in alle informatie die beschikbaar is via de SCIOS-database. De keuringsrapporten van de stookinstallatie moeten minimaal zes jaar beschikbaar blijven. Daarnaast moet bij de stookinstallatie een bewijs van onderhoud worden bewaard.

Tijd

De meetverplichting is van toepassing op het moment dat de emissie-eisen van toepassing zijn. Voor bestaande stookinstallaties tussen de één en vijf megawatt thermisch moet per 1 januari 2030 aan de metings- en emissiegrenswaarden worden voldaan. Stookinstallaties tussen de vijf en vijftig megawatt thermisch moeten per 1 januari 2025 aan de metings- en emissiegrenswaarden voldoen.

Nieuwe stookinstallaties, die op of na 20 december 2018 in bedrijf zijn genomen, moeten vanaf de datum van ingebruikname aan de nieuwe emissie-eisen en meetverplichting voldoen.

Praktijk

Voor ketels, zuigermotoren en gasturbines geldt nu een terugkerende meetverplichting, die in 2025 van kracht wordt. Voor indirecte stookinstallaties, zoals fornuizen, luchtverhitters en ovens, moet worden onderzocht of deze voldoen aan de nieuwe emissie-eisen dan wel worden bepaald of maatwerk in de vergunning noodzakelijk is. Het bevoegd gezag kan maatwerk toestaan als de plaatselijke milieuomstandigheden en technische kenmerken dit toelaten.

De nieuwe NOx-emissie-eis voor een indirect gestookte aardgasinstallatie is tachtig milligram per kubieke meter. De verwachting is dat veel bestaande, indirect gestookte installaties hieraan niet voldoen en dus maatwerk moeten aanvragen. Maatwerk zal in een aantal gevallen onvoldoende ruimte bieden, waardoor een DeNOx-installatie moet worden geplaatst. DeNOx-installaties zijn kostbaar en zijn dus zeker belangrijk om rekening mee te houden bij uw toekomstige investeringen. Dus onderzoek welke consequentie deze wetgeving voor u heeft en welke stappen u moet nemen om aan de nieuwe wetgeving te voldoen.