NAM Archieven - Utilities

Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) stelt de injectie van productiewater van de NAM in Schoonebeek onder verscherpt toezicht. NAM constateerde in februari namelijk een scheur in de buitenbuis van een waterinjectieput in Twente. Hoewel SodM geen aanwijzingen vond van lekkage van productiewater, vindt SodM wel dat het incident al in 2017 had moeten worden opgemerkt, onderzocht en gemeld. Inmiddels legde NAM alle injectie-activiteiten stil.

NAM constateerde in februari 2021 een scheur in de buitenbuis van een waterinjectieput in Twente (ROW2). De NAM meldde deze bevinding aan SodM en voerde conform de wettelijke verplichting een onderzoek uit. SodM beoordeelde het onderzoek van de NAM en komt tot de conclusie dat de NAM onvoldoende onderzoek deed naar de oorzaak van de scheur.

Bovendien was het monitoringsprogramma van de NAM niet in staat om schade aan deze put tijdig op te sporen. SodM acht dit met name een risico voor injectieput ROW7, die zich in de nabijheid bevindt van ROW2. SodM sluit niet uit dat op dit moment vergelijkbare krachten in de diepe ondergrond inwerken op deze put.

Op aangeven van SodM legde de NAM daarom de waterinjectie in ROW7 uit voorzorg stil. Daarnaast stelt SodM de injectie van productiewater afkomstig van de oliewinning in Schoonebeek per direct onder verscherpt toezicht. In het kader van het verscherpt toezicht, lichtte SodM ook het Openbaar Ministerie in. Het OM kijkt vanuit een strafrechtelijk oogpunt naar deze zaak.

Geen lekkage productiewater

SodM benadrukt dat er op dit moment geen aanwijzingen zijn dat zich gevaarlijke situaties hebben voorgedaan bij put ROW2. Of dat deze dreigen plaats te vinden bij de overige injectieputten in het Rossum-Weerselo veld. SodM stelde vast dat het teruggehaalde deel van de binnenbuis van ROW2 nog intact was. En dat de gemeten injectiedrukken geen lekkage van productiewater naar de buitenbuis laten zien.

Wel staat vast dat zo’n tien kuub mijnbouwvloeistof die tussen de binnen- en de buitenbuis zit, naar de diepe ondergrond is gelekt. Deze vloeistof bestaat uit water met een pH-waarde van 11 door de toevoeging van kaliumchloride (zout). Deze vloeistof is in een injectiereservoir terechtgekomen.

Druk viel weg

De NAM had al in 2017 kunnen weten dat er problemen waren met de integriteit van injectieput ROW2. In augustus van dat jaar viel namelijk de druk in de ruimte tussen de binnen- en de buitenbuis kortstondig weg. De gemeten drukdaling had tijdig moeten worden opgemerkt, onderzocht en bij de toezichthouder gemeld. De NAM stelde de toezichthouder pas in maart 2021 van deze drukdaling op de hoogte.

Aanvullende metingen

In Twente vindt de injectie van productiewater plaats dat vrijkomt bij de oliewinning in Schoonebeek. NAM injecteert het productiewater in het voormalig gasveld Rossum-Weerselo via putten ROW4, ROW5 en ROW7. NAM meet regelmatig de integriteit van deze putten. Zo meet men jaarlijks de staat van de binnenbuis, en het onderste deel van de buitenbuis elke vijf jaar. De metingen van zowel de binnen- als de buitenbuis van ROW4 en ROW5 zijn van voldoende kwaliteit om te kunnen vaststellen of injectie verantwoord kan plaatsvinden. Ook de jaarlijkse metingen van de binnenbuis van ROW7 zijn van afdoende kwaliteit. Omdat de binnenbuis van ROW7 echter een stuk smaller is en hierdoor niet alle meetapparatuur past, hanteert de NAM een alternatieve, minder nauwkeurige methode voor de vijfjaarlijkse metingen van de buitenbuis. Gezien het incident bij ROW2 wil SodM dat de NAM hier aanvullende metingen verricht, voordat kan worden overwogen of deze put weer gebruikt mag worden voor de injectie van productiewater.

De Nederlandse gasvoorraden nemen sneller af dan de schattingen van de Nederlandse Staat tot nog toe laten zien. Dat concluderen Lucia van Geuns en Jilles van den Beukel van the Hague Center for Strategic Studies. Ontwikkeling van kleine velden is steeds ongunstiger door langere vergunningsprocedures en een verslechterd belastingregime. Daardoor wordt Nederland afhankelijker van import, wat ongunstig uitpakt voor de CO2-uitstoot.

In de afgelopen tien jaar hebben de langetermijnprognoses voor de Nederlandse aardgasproductie in kleine velden de productie voortdurend overschat. De belangrijkste reden hiervoor is niet technisch of geologisch, maar eerder een onderschatting van de snelheid waarmee het bedrijfsklimaat voor de Nederlandse gasindustrie is verslechterd.

Tot deze conclusie komen Lucia van Geuns en Jilles van den Beukel van the Hague Center for Strategic Studies. In het rapport Detoriation for Dutch small natural gas fields leggen de onderzoekers uit waarom de oliemaatschappijen terughoudend zijn in investeringen in de kleine Nederlandse gasvelden.

Mijnwet

Er zijn minder projecten gerealiseerd dan verwacht en de projecten die wel zijn gerealiseerd, duurden langer dan verwacht. De vergunningsprocedures nemen veel tijd in beslag, zeker na de invoering van een nieuwe mijnwet. Het belastingregime is minder gunstig dan in de Britse zuidelijke Noordzee. Lokale overheden maken vaak gebruik van alle mogelijkheden die de nieuwe mijnbouwwet biedt om projecten zoveel mogelijk te vertragen.

Lage prijzen

De huidige lage gasprijzen maken het voor Nederlandse gasproducenten moeilijker om aan financiering te komen. Een lage casusvoorspelling, uitgaande van een verdere verslechtering van het investeringsklimaat, voorspelt dat de Nederlandse aardgasproductie in 2030 vrijwel geheel zal zijn stopgezet.

Import

Aangezien het Nederlandse aardgasverbruik de komende tien jaar naar verwachting relatief constant zal zijn, zal de gasinvoer drastisch toenemen. Binnen de EU wordt Nederlands gas vervangen door Russisch pijpleidinggas en LNG-import.

Uitstoot

De totale uitstoot van broeikasgassen voor geïmporteerd aardgas is ongeveer dertig procent hoger dan die van Nederlands gas. Dit komt door methaanlekkages en de energie die nodig is om gas over lange afstanden te transporteren. Op wereldschaal wordt hiermee alle vooruitgang tenietgedaan die momenteel wordt geboekt door het vergroten van het aandeel van zon en wind in de Nederlandse energiemix.

 

De gaswinning uit het Groningenveld daalt het komende gasjaar naar 11,8 miljard kuub. Daarmee zakt de winning onder het door Staatstoezicht op de Mijnen geadviseerde niveau van twaalf miljard kuub. Naar verwachting zal de gaswinning in Groningen vanaf medio 2022 op nul uitkomen.

Dat schrijft minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat in een brief aan de Tweede Kamer. Het kabinet neemt een aantal aanvullende maatregelen waardoor de gaswinning nog sneller daalt dan men vorig jaar voorzag. Volgens netbeheerder Gasunie Transport Services (GTS) leidt dat ertoe dat de winning bij een gemiddelde temperatuur al medio 2022 nihil kan zijn. In het geval van een strenge winter kan het nodig zijn dat ook na 2022 nog gas moet worden gewonnen. NAM sluit het gasveld daarom pas  op een later moment.

Stikstof

Afgelopen zomer werkte Wiebes aanvullende maatregelen uit die het komende gasjaar (oktober 2019 tot oktober 2020) al zorgen voor een extra daling van de winning uit het Groningenveld. Hierbij speelt de inzet van stikstof een sleutelrol. Door toevoeging van stikstof aan hoogcalorisch gas ontstaat laagcalorisch gas, ook wel pseudo-Groningengas genoemd. De productie van meer pseudo-Groningengas zorgt voor daling van de winning van Groningengas. Wiebes besloot ook de gasopslag Norg te vullen met pseudo-Groningengas waardoor minder gas uit het Groningenveld nodig is. Ook exporteert Gasterra meer pseudo-Groningengas naar Duitsland.

Twaalf miljard kuub

Met de extra maatregelen geeft het kabinet invulling aan de belofte om alles te doen om de gaswinning zo snel mogelijk te beëindigen. De versnelde afbouw en de aanvullende maatregelen brengen wel financiële consequenties met zich mee. Zo leidt de verlaging naar 11,8 miljard kubieke meter tot vierhonderd miljoen euro minder aardgasbaten op de rijksbegroting komend jaar.

Compensatie

De lagere winning en de inzet van gasopslag Norg hebben ook financiële gevolgen voor de aandeelhouders van NAM, Shell en ExxonMobil. In het vorig jaar gesloten Akkoord op Hoofdlijnen spraken de betrokkenen af dat ze bij een substantiële wijziging van de gaswinning nieuwe afspraken maken. De gesprekken ronden de partijen naar verwachting volgend voorjaar af. In afwachting daarvan is voor de kosten van gasopslag Norg en de lagere winning een voorlopig bedrag van negentig miljoen euro afgesproken dat later wordt verrekend.

Een gebrek aan alertheid bij de NAM is een belangrijke oorzaak voor de lekkage van dertig kuub aardgascondensaat uit het tankenpark in Delfzijl. Dat stelt het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). SodM heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) de gezondheidsrisico’s als gevolg van de lekkage laten controleren. Omwonenden hebben geen gezondheidsrisico’s gelopen, daarvoor is de blootstelling te laag geweest.

De lekkage van oktober 2018 is veroorzaakt door een opeenvolging van menselijk handelen en technisch falen. De NAM heeft inmiddels voldoende technische maatregelen genomen om herhaling te voorkomen. Echter, het gedrag van de mijnbouwonderneming vóórafgaand aan het incident typeert de toezichthouder als ‘onvoldoende alert’.

Geen langdurend gezondheidsrisico

Aardgascondensaat is een giftige, licht ontvlambare vloeistof, die vrijkomt bij de winning van aardgas. Het aardgascondensaat bevat met name koolwaterstoffen zoals benzeen en een zeer kleine hoeveelheid kwik. Ook omwonenden en hulpverleners zijn in aanraking gekomen met aardgascondensaat. Zij hadden onder andere last van prikkende ogen, hoofdpijn en misselijkheid. Het gezondheidsrisico als gevolg van blootstelling aan een stof hangt af van de hoogte en duur van de blootstelling en de schadelijkheid van de stof. Benzeen kan kankerverwekkend zijn bij langdurige blootstelling. SodM heeft het RIVM laten controleren in hoeverre de blootstelling aan aardgascondensaat gevolgen kan hebben gehad voor de volksgezondheid. Het RIVM onderschrijft de conclusie dat er geen sprake is van langdurend gezondheidsrisico.

Strengere eisen veiligheid

Naar aanleiding van het oordeel heeft SodM de minister gevraagd om de veiligheidseisen in de vergunning van de NAM voor het tankenpark Delfzijl aan te scherpen. In oktober had de NAM op aandringen van SodM al een aantal extra maatregelen genomen om opnieuw een lekkage te voorkomen. Het verscherpt toezicht op het tankenpark dat SodM sinds het incident heeft ingesteld, blijft van kracht. SodM zal minstens drie keer per jaar het tankenpark inspecteren, waarvan twee keer samen met de Veiligheidsregio. Sinds het incident heeft SodM al 2 inspecties uitgevoerd samen met de Veiligheidsregio.

Betere samenwerking omgeving

SodM constateert tot slot dat de NAM onvoldoende pro-activiteit en openheid heeft getoond in de communicatie tijdens het incident. Niet alleen met SodM, maar ook met de gemeente, het Waterschap, de Omgevingsdienst en de Veiligheidsregio. SodM dringt er bij de NAM op aan de samenwerking met deze partijen te evalueren en de uitkomst daarvan vóór 1 september 2019 te delen met SodM.

Strafrechtelijk onderzoek

Het bestuursrechtelijk onderzoek van het SodM is erop gericht om een dergelijk incident in de toekomst te voorkomen. Daarnaast loopt een strafrechtelijk onderzoek van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie. Het verdenkt de NAM ervan in strijd met de milieuvoorschriften te hebben gehandeld.

Ondanks het terugschroeven van de gasproductie, werd Groningen vanmorgen opgeschrikt door een aardbeving. De beving had een magnitude van 3.4 volgens de Schaal van Richter, wat maar 0.2 punten lager is dan de hoogst gemeten aardbeving. Het epicentrum lag bij Westerwijwerd.

NAM-directeur Johan Atema: ‘Vanochtend heeft er rond 06.00 uur een aardbeving van 3.4 plaatsgevonden in de omgeving van Westerwijtwerd. In de eerste plaats ben ik opgelucht dat er voor zover wij weten geen persoonlijk letsel is. Maar natuurlijk ben ik ook geschrokken van deze aardbeving en het effect dat deze weer heeft op de Groningers. Wij werken aan een analyse conform het Meet- en Regelprotocol Groningen. Binnen 48 uur stuurt de NAM een eerste analyse aan SodM en EZK.’

Sinds de jaren negentig hebben meer dan duizend aardbevingen in het noorden plaatsgevonden doordt doordat de zandsteenlaag in elkaar wordt gedrukt als gas uit de bodem wordt gehaald.

Vorig jaar heeft NAM nog productieclusters gesloten na een aardbeving bij Zeerijp. De gasproductie was al teruggeschroefd naar 21,6 miljard kuub per jaar.

Woordvoerders van alle Tweede Kamerfracties hebben een motie van GroenLinks-Tweede Kamerlid Tom van der Lee ondertekend waarin wordt uitgesproken dat er een parlementaire enquête naar de gaswinning in Groningen gaat komen. De enquête zal starten wanneer regio en Rijk twee gezamenlijke doelen in het kader van de versterkingsoperatie en schadeafhandeling hebben behaald. De motie komt vandaag nog in stemming en daarmee geeft een eensgezinde Tweede Kamer de Groningers duidelijkheid dat er een parlementaire enquête zal komen.

In de eerste week na het Kerstreces diende Tom van der Lee, samen met Henk Nijboer (PvdA) al een motie over de enquête in. Op verzoek van de coalitie heeft hij  de motie vervolgens aangehouden en is hij in gesprekken met Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD), Agnes Mulder (CDA), Mathhijs Sienot (D66) en Carla Dik-Faber (Christen Unie) tot een verbeterde tekst gekomen. Deze motie is vervolgens door woordvoerders van alle andere fracties mede ondertekend.

De motie verzoekt het presidium met een parlementaire enquête te starten op het moment dat de volgende gezamenlijke doelen van regio en Rijk in het kader van de versterkingsoperatie en schadeafhandeling behaald zijn:

  • De beoogde uitvoeringsorganisaties – het Instituut Mijnbouwschade en het Instituut Versterkingsorganisatie – zijn opgericht, wettelijk verankerd en functioneren;
  • Fysieke versterking van de meest risicovolle woningen structureel op gang is gekomen, evenals het proces van schadeafhandeling.

Tom van der Lee: ‘Terwijl heel Nederland profijt heeft gehad van de opbrengst van de gaswinning, zitten veel Groningers nog dagelijks met schade of in nog niet versterkte huizen en leven velen van hen in grote onzekerheid. Het is belangrijk dat een eensgezinde Tweede Kamer nu zekerheid biedt over de komst van een parlementaire enquête. Er zal daarin publieke verantwoording worden afgelegd over keuzes die door betrokken personen, bedrijven en instanties zijn gemaakt’

Een parlementaire enquête is het zwaarste middel dat de Tweede Kamer kan inzetten. De getuigen die de enquêtecommissie oproept, zijn verplicht om te verschijnen en bovendien staan alle sprekers onder ede. Dat betekent dat ze strafrechtelijk kunnen worden vervolgd wegens meineed wanneer blijkt dat ze niet de waarheid hebben gesproken.

Dit wordt de 21e parlementaire enquête in de Nederlandse geschiedenis. Alle eerdere enquêtes  brachten waardevolle informatie aan het licht. Hopelijk kunnen er straks ook waardevolle lessen worden getrokken voor de toekomst.

Adviesbureau RoyalHaskoningDHV onderzocht welke ontwikkelingen er zijn op het gebied van waterzuiveringstechnieken. Dit is van belang voor de verwerking van productiewater van het olieveld Schoonebeek. Het onderzoek wees uit dat op dit moment nog geen zuiveringstechniek voorhanden is die meer milieuvriendelijk is dan de huidige manier van waterverwerking: injectie in lege gasvelden.

Twee jaar geleden voerde het adviesbureau RoyalHaskoningDHV (RHDHV) de wettelijke zesjaarljkse herevaluatie uit van de waterinjectie in Twente. Bij de afronding van dit evaluatieproces gaf NAM aan om ook in de tussentijd de ontwikkelingen in de gaten te blijven houden op het gebied van waterzuivering. In de afgelopen maanden onderzocht RHDHV voor NAM deze ontwikkelingen.

Op dit moment wordt het productiewater dat meekomt uit de diepe ondergrond van Schoonebeek, via een zeventig kilometer lange pijpleiding teruggebracht in de ondergrond van Twente. Dat gebeurt in een leeg gasveld in Rossum.

De samenstelling van het injectiewater wordt bepaald door de waterkwaliteit van het productiewater met daarbij de toegevoegde mijnbouwhulpstoffen. De meting vindt plaats nadat het productiewater de oliebehandelingsinstallatie (OBI) in Schoonebeek heeft verlaten en via de transportleiding naar de waterinjectielocaties gaat. In de loop van de jaren is de waterkwaliteit van het productiewater veranderd, doordat steeds meer geïnjecteerd stoom de onttrekkingsputten bereikt. Hierdoor vindt een verdunning plaats en daarmee afname van concentraties. Dit blijkt duidelijk uit het chloridegehalte, dat gedurende 2017 is afgenomen van 26.000 milligram per liter naar 17.000 milligram per liter halverwege 2017.

Drie technieken

De NAM beloofde de alternatieven voor deze waterinjectie om de zes jaar te bekijken, maar ook tussendoor op eigen verantwoordelijkheid de alternatieven in de waterzuivering te bestuderen. RHDHV heeft daarom in opdracht van NAM opnieuw gekeken naar de laatste stand van zaken.

Het bureau onderzocht de inzet van Een proces op basis van de bewezen technologie van Mechanical Vapour Recompression, een proces op basis van de DyVaR-technologie van Salttech en een proces op basis van keramische membranen gevolgd door elektrodialyse (CMF-ED). Hoofdconclusie is dat er vooralsnog nog geen techniek beschikbaar is die tot een andere afweging leidt voor de verwerkingswijze van het productiewater. De ontwikkelingen in de waterzuivering blijven echter interessant voor NAM om ook op korte termijn te blijven volgen. Op lange termijn staat de volgende herevaluatie gepland in 2022.

Testlocatie productiewater

Onderdeel daarvan is dat NAM op dit moment kijkt naar welke NAM-locatie in of rondom Schoonebeek het meest geschikt is om een testfaciliteit aan te leggen. Met deze testfaciliteit kunnen geïnteresseerde ondernemingen hun waterzuiveringstechnieken testen met het echte productiewater. Daarbij wordt ook gekeken welke wettelijke vereisten -die gelden in de mijnbouwsector- van toepassing zijn en wordt er uiteraard vooraf overlegd met toezichthouder Staatstoezicht op de Mijnen en de betreffende gemeente.

De gaswinning uit het Groningenveld moet  komend jaar dalen naar maximaal 19,4 miljard Nm3. Dat blijkt uit het ontwerp-instemmingsbesluit voor het gasjaar 2018/2019 dat vanaf vandaag ter inzage ligt. De daling van de gaswinning is in lijn met het afbouwplan van het kabinet. In maart heeft het kabinet besloten de gaswinning op zo kort mogelijke termijn volledig te beëindigen.

Op 15 november 2017 heeft de Raad van State (RvS) aangegeven dat er een nieuw instemmingsbesluit nodig was voor het Groningenveld. De RvS was van oordeel dat  het risico voor de inwoners onvoldoende was betrokken bij het instemmingsbesluit, er  te weinig rekening werd gehouden met de veiligheid en dat onvoldoende alternatieven werden aangedragen voor gaswinning. RvS bepaalde dat de minister voor 15 november 2018 een nieuw besluit moet nemen.

In maart besloot het kabinet om de gaswinning zo snel mogelijk helemaal te beëindigen. Het nieuwe ontwerp- instemmingsbesluit volgt dan ook het basispad voor de afbouw van de gaswinning. Om een betrouwbare inschatting te kunnen maken over de hoeveelheid te winnen gas en de gevolgen voor de veiligheid, is voorafgaand aan dit instemmingsbesluit advies ingewonnen bij betrokken provincies, gemeenten, waterschappen, veiligheidsregio Groningen, het Staatstoezicht op de Mijnen, de Technische Commissie bodembeweging en de Mijnraad. Ook TNO, GTS en het COT (Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement) adviseerden over verschillende deelonderwerpen.

Gaswinning Groningenveld naar nul

Het kabinet neemt maatregelen om de gaswinning zo snel mogelijk geheel af te bouwen. Uiterlijk per oktober 2022, maar mogelijk al een jaar eerder, daalt de gaswinning naar verwachting tot onder het niveau van 12 miljard Nm3. Afhankelijk van het effect van de maatregelen wordt vanaf oktober 2022 een daling voorzien naar 7,5 miljard Nm3 en mogelijk fors minder. In de jaren daarna wordt de gaswinning helemaal afgebouwd tot nul. De inzet van Groningengas wordt het sluitstuk in de vraag naar laagcalorisch gas. Daarvoor is een aanpassing van de Gaswet en Mijnbouwwet noodzakelijk. Totdat de wetten in werking  treden, geldt de bestaande Mijnbouwwet als grondslag voor dit instemmingsbesluit. Nieuw is dat al bij dit instemmingsbesluit  geldt dat de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) wordt opgedragen niet meer te winnen dan wat nodig is voor leveringszekerheid. Bij de afbouw van de gaswinning staat de veiligheid van Groningen voorop. In het ontwerp-instemmingsbesluit wordt ook de leveringszekerheid meegewogen.

Op de NAM-locatie van de voormalige gaszuiveringsinstallatie (GZI) in Emmen komt mogelijk een groene waterstoffabriek. Eigenaar NAM gaat met verschillende partners deze optie nader onderzoeken. Groen waterstof kan de fabrieken op het Emmtec-terrein van onder andere DSM en Teijin Aramid onafhankelijk maken van het Groningen-gas.

Het industrieterrein behoort tot de 200 grootverbruikers, die van minister Wiebes binnen vier jaar moeten overschakelen op alternatieven. De plek van de GZI is zo geschikt, omdat de waterstof is te distribueren via het bestaande gasnetwerk. Bovendien is de locatie aangesloten op het industriële elektriciteitsnetwerk. Belangrijk voor de aanvoer van de grote hoeveelheden groene elektriciteit die nodig zijn om via elektrolyse waterstof te produceren.

Experimenteren

NAM werkt bij het haalbaarheidsonderzoek samen met de gemeente Emmen, provincie Drenthe, Emmtec, Gasunie en de New Energy Coalition. Komende woensdag tekenen de partners hiertoe een intentieverklaring. Het onderzoek richt zich naast de fabriek ook op de bouw van een waterstof-tankstation en een zogenoemd fieldlab, waar ondermeer studenten kunnen experimenteren met waterstoftechniek.

Sloop

Het was al enige tijd bekend dat de gasontzwavelingsfabriek langs de N862 gesloopt zou worden. Komende maanden begint NAM met de ontmanteling van de installatie staat gepland en die zal ruim een jaar in beslag nemen. SGS Search is ingehuurd voor het projectmanagement van de sloop. De meeste materialen zijn aan het einde van hun levensduur, een beperkt deel komt nog in aanmerking voor hergebruik. Het gas in de leidingen en de omliggende velden is inmiddels verwijderd en de fakkel in de top van de installatie is definitief gedoofd. Het afgelopen half jaar  is de NAM druk geweest met het sluiten van specifieke onderdelen van en leidingen naar de fabriek.

Knop om

De fabriek sluit omdat het operationeel houden van de installatie niet langer rendabel meer is. De fabriek opende in 1987 de deuren om het gas uit om en nabij de vijftien velden in Zuidoost-Drenthe en Twente te ontzwavelen. Op deze manier ontstond er een kwalitatief beter product. Op acht januari van dit jaar ging de knop letterlijk en figuurlijk om en was de fabriek officieel buiten gebruik. Met de stopzetting van de GZI werden ook de gasvelden in Emmen, Gasselternijveen en Collendoorn gesloten. Het gas uit de resterende velden wordt nu verwerkt in Collendoorn (Hardenberg) en Ten Arlo (Hoogeveen)

 

 

Storelectric heeft de  NAM70 Challenge gewonnen. De innovatie van het Britse bedrijf is gebaseerd op Compressed Air Energy Storage. Bij stroomoverschotten wordt lucht samengeperst. Zodra er weer elektriciteit nodig is, wordt de druk er weer afgehaald. Zodoende kan weer stroom worden opgewekt. 

Storelectric werd unaniem door de jury tot winnaar uitgeroepen en ontvangt 50.000 euro. Bovendien gaat het bedrijf de innovatie samen met NAM implementeren. Naast Storelectric streden Proton Ventures uit Nederland en Eco-Tech Ceram uit Frankrijk om de winst.

Scale-ups

Deze drie innovatieve bedrijven hadden zich ingeschreven voor de NAM70 Challenge. Dat is een initiatief van NAM om groeibedrijven, zogenaamde scale-ups, uit te dagen. Ze moesten met innovatieve ideeën komen voor het grootschalig opslaan van duurzame energie. Opslag van duurzaam geproduceerde energie wordt cruciaal om het toekomstige energiesysteem door de seizoenen heen stabiel te houden en vraag en aanbod op elkaar af te stemmen.

Gamechanger

Met Compressed Air Energy Storage kan een overschot aan wind- of zonne-energie onder de grond worden opgeslagen. Daar wordt de overtollige energie gebruikt om lucht onder hoge druk in een ondergronds reservoir te bewaren. De lucht wordt dan samengedrukt om energie op te slaan. Wanneer je de energie nodig hebt, laat je de lucht weer vrij. Door het drukverschil ontstaat opnieuw bruikbare energie.

De jury was lovend over het idee: ‘Wij hebben na intensief beraad gekozen voor Storelectric, vanwege de mogelijkheid hun oplossing voor grootschalige opslag van duurzame energie snel op te kunnen schalen. Daarnaast is de oplossing op bestaande locaties van NAM te implementeren. Wij zien hun oplossing als een potentiële game changer, waarmee we de energietransitie samen kunnen versnellen.’

De jury bestond uit Manon Janssen (CEO Ecorys/boegbeeld Topsector Energie), Tim van der Hagen (Voorzitter van het College van Bestuur TU Delft), Gertjan Lankhorst (Voorzitter van Vereniging voor Energie, Milieu en Water/directeur New Energy Coalition), Nynke Dalstra (CFO Royal HaskoningDHV) en Gerald Schotman (directeur NAM en President KIVI).

Lees meer informatie over het verloop van deze wedstrijd op NAM70 Challenge website.