Netbeheer Nederland Archieven - Utilities

TKI Nieuw Gas, KVGN en Groen Gas NL brachten een rapport uit met de voorspelling dat in 2030 2,6 miljard kuub groen gas kan worden geproduceerd en elf miljard kuub in 2050.De Nederlandse netbeheerders berekenden dat tot 2030 een investering van driehonderd miljoen euro nodig is om het gasnet geschikt te maken voor het transport en opslag van dat gas.

Uit het rapport Green Liaisons van TKI Nieuw Gas, KVGN en Groen Gas NL blijkt dat Nederland 2,6 miljard kubieke meter groen gas kan produceren in 2030 (goed voor vier tot vijf megaton CO2-reductie) en ongeveer 11 miljard kuub in 2050. Dat is fors meer dan de ruim 100 miljoen kuub die de netbeheerders in 2017 transporteerden.

Aanpassingen gasnet

De huidige netstructuur is nog niet klaar voor een flinke toename van groen gas. De gasnetstructuur is ontworpen voor het verspreiden van gas van een centrale, flexibele bron naar eindgebruikers. Er zijn aanpassingen nodig om decentraal gas te ontsluiten. Met name de beperkte invoedmogelijkheden door de lage gasvraag in de zomermaanden zorgt voor een toenemend risico op invoedbeperkingen.

Invoedbeperkingen ontstaan wanneer binnen het netgebied op het regionale net de productie de vraag naar gas overschrijdt. Daarvoor bestaan drie typen oplossingen: De groen gas producent kan worden aangesloten op het regionale transportnetwerk van GTS, de invoeding kan worden afgestemd op de afname of de netbheerders zouden netaanpassingen moeten doorvoeren. Welke (combinatie van) oplossingen het beste passen, hangt af van de netconfiguratie en de mate van invoedbeperkingen.

Investeringsprikkel via regulering

De netbeheerders schatten dat een investering van driehonderd miljoen euro in netaanpassingen nodig is om in 2030 drie miljard kubieke meter groen gas aan te kunnen. Zij zijn bereid die investering te doen en vinden deze maatschappelijk verantwoord.

Een voorwaarde is wel dat de regulering wordt aangepast, zodat individuele netbeheerders hun investeringen kunnen terugverdienen. Op dit moment krijgen individuele RNB’s slechts gedeeltelijke dekking voor de gemaakte kosten. Daardoor bestaat er geen prikkel om aanvullende investeringen te doen om invoeding mogelijk te maken. De kosten moeten daarom in de toegestane inkomsten van netbeheerders worden opgenomen.

Uitgangspunten voor invoeding groen gas

Netbeheerders hanteren de volgende uitgangspunten om te zorgen voor voldoende invoedruimte voor groen gas. Ten eerste biedt de netbeheerder de invoeder een aansluitpunt aan op het dichtstbijzijnde punt van het gasnet met een voor die aansluiting geschikte druk en voldoende transportcapaciteit. In geval van een (verwachte) structurele invoedbeperking nemen netbeheerders netmaatregelen om de invoedruimte te vergroten, rekening houdend met toekomstige ontwikkelingen en de doelmatigheid van de investering.

In afwijking van het eerste punt kan de netbeheerder een aansluiting op het dichtstbijzijnde punt van een hoger netvlak, bijvoorbeeld het regionale netwerk, opleggen indien de totale kosten voor een aansluiting, plus de te nemen maatregelen om de invoedruimte te vergroten, hoger zijn dan de kosten van een aansluiting op het hoger netvlak.

Wanneer door veranderend gasverbruik in een lokaal net invoeding wordt gehinderd door het ontstaan van een structurele invoedbeperking, nemen de netbeheerders de invoedbeperking weg.

Om ook na de energietransitie een hoogstaande en betaalbare energievoorziening te garanderen, zijn nu acties en handelingsperspectief nodig, voor de korte én de lange termijn. De netbeheerders hebben daarom een netwerkagenda opgesteld met tien actiepunten, onder meer gebaseerd op de uitkomsten van de studie Net voor de Toekomst.

Volgens de netbeheerders moet Nederland tussen nu en 2020 een aantal no regret-maatregelen nemen die de uitstoot van broeikasgassen snel kunnen verminderen.

 

  1. Schrap de gasaansluitplicht nieuwbouw liever vandaag dan morgen

 

  1. Stimuleer hybride warmtepompen als alternatief voor cv-ketels

 

  1. Hanteer een programmatische (wijk)aanpak, zodat de transitie ook qua menskracht haalbaar is

 

Meer mogelijk maken

Tussen nu en 2030 zijn maatregelen nodig die ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen, experimenten en onderzoek naar wat werkt en wat niet:

 

  1. Maak anticiperend en slim netbeheer mogelijk

 

  1. Geef ruimte voor onderzoek, innovatie en experimenten op het gebied van waterstof

 

  1. Behoud het gasnet op plekken waar het nuttig is voor toekomstige (hybride) warmtevoorziening met duurzame gassen

Duidelijke doelen definiëren

De overheid moet zo snel mogelijk duidelijke kaders en beleid formuleren voor de lange termijn tot 2050, zodat alle partijen weten binnen welke kaders zij kunnen opereren, investeren en innoveren:

 

  1. Maak een integraal kader voor het energiesysteem en zorg voor onafhankelijk netbeheer van alle energie-infrastructuren

 

  1. Kies koers in de energietransitie

 

  1. Creëer een wettelijk kader voor flexibele nettarieven

 

  1. Maak een evenwichtige verdeling van de kosten van de energie-infrastructuur mogelijk

We gaan over deze actiepunten graag verder in gesprek met overheden, marktpartijen, burgers en andere stakeholders, zodat we samen tempo kunnen blijven maken. Immers, alleen door samen te werken in deze (nieuwe) netwerken kunnen we succesvol zijn in de energietransitie.

 

 

De flexibiliteitsbehoefte van het elektriciteitssysteem zal verdubbelen tussen nu en 2030. In de jaren daarna – tussen 2030 en 2050 – verdrievoudigt de vraag. Dat is een van de conclusies van het Flexnet-project waarin ECN, Netbeheer Nederland en Alliander integraal de afstemming tussen vraag en aanbod van duurzame elektriciteit onderzocht. De rol voor opslag is hierin kleiner dan gedacht.

De toenemende vraag naar flexibiliteit wordt – naast een stijging in het verbruik van elektriciteit – volgens de onderzoekers vooral veroorzaakt door een snel groeiend aandeel van zon en wind in de productie van elektriciteit (tot zo’n tachtig procent in 2050). De stijgende vraag naar flexibiliteit wordt overwegend opgevangen door buitenlandse handel en binnenlandse vraagsturing.

Energieopslag zal vanwege de hoge investeringskosten minder worden ingezet dan doorgaans wordt aangenomen. Het voordeel van flexibiliteitsoplossingen om de benodigde verzwaringen van de elektriciteitsnetten te beperken, blijkt meer op tijdelijke inzet voor lokale knelpunten te liggen dan op de uit eerdere studies verwachte grote omvang van vermeden investeringen op lange termijn.

Dit zijn de belangrijkste conclusies uit het Flexnet-project van ECN, Netbeheer Nederland en Alliander.  In dit project is voor het eerst vraag en aanbod van flexibiliteit van een duurzame, CO2-vrije elektriciteitsvoorziening in Nederland tot 2050 op een integrale wijze kwantitatief onderzocht, waarbij een breed scala aan flexibiliteitsopties is meegenomen.

Toenemende vraag elektriciteit

Flexnet-projectleider Jos Sijm: ‘Door de toename van onder meer warmtepompen, elektrisch vervoer en stroomopwekking  uit zon en wind wordt de vraag naar flexibiliteit tot 2050 zes keer zo groot. De traditionele bronnen van flexibiliteit zijn de gas- en kolencentrales, deze gaan verdwijnen en ze in stand houden alleen voor het leveren van flexibiliteit is een dure oplossing. Daarom moeten we ons energiesysteem flink aanpassen om te zorgen dat nieuwe bronnen van flexibiliteit beschikbaar komen. Het systeem moet zowel grote variaties per uur van vraag en aanbod als langdurige perioden met weinig opwek uit zon en wind op kunnen vangen.’

Kansen industrie

De toenemende fluctuaties in  vraag en aanbod van elektriciteit zullen volgens de onderzoekers voor een groot deel opgevangen worden door import en export van elektriciteit, en door verschuivingen in de vraag naar elektriciteit (‘demand response’), waardoor deze vraag beter kan worden verspreid over de dag en afgestemd op het wisselende aanbod van zon en wind. Daar liggen vooral kansen voor de industrie, bijvoorbeeld door de inzet van technieken als Power-to-Gas, Power-to-Heat of Power-to-Ammonia.

Opslag is duur

Daarnaast zullen er steeds meer mogelijkheden komen om energie op te slaan, zowel voor de korte termijn als seizoensopslag. Voorbeelden hiervan zijn de Tesla Powerwall, de elektrische auto, waterkracht of Power-to-Gas. Het belang hiervan wordt door de onderzoekers echter minder groot geschat dan meestal wordt gedacht.

‘De investeringskosten voor opslagtechnieken zullen veelal zo hoog zijn, dat het moeilijk wordt om de business case voor deze oplossingen rond te krijgen. Opslag zal in specifieke situaties een oplossing zijn, maar het wordt niet het antwoord op de groter wordende fluctuaties in onze energievoorziening, tenzij deze opties tegen nog lagere kosten beschikbaar komen dan we hebben aangenomen, of vanuit andere behoeftes in het energiesysteem terecht komen en dan daarnaast alsnog als flexibiliteitsoptie beschikbaar zijn’, aldus Sijm.

De onderzoeksresultaten zijn van groot belang voor netbeheerders. Zij willen weten of hun netwerken de groeiende vraag en de wisselingen in het aanbod aankunnen. Daarnaast zijn ze geïnteresseerd in de vraag of de inzet van flexibiliteitsopties de kosten van benodigde verzwaringen van hun netten kan verlagen.

Knelpunten

Sijm: ‘We laten zien dat er in de komende jaren nog geen grote toename van knelpunten in de huidige netwerken zal zijn. Na 2030 neemt het aantal gevallen van overbelasting echter aanzienlijk toe. De financiële omvang en het voordeel van flexibiliteitsopties om netverzwaringen te reduceren, is over het algemeen echter beperkter dan we tot voor kort dachten. In specifieke, tijdelijke situaties kan het gebruik van flexibiliteit echter van groot belang zijn om overbelasting en kosten van netverzwaring te verlagen, dit biedt voor netbeheerders nu al mogelijkheden om tot efficiëntere oplossingen te komen voor knelpunten in hun netten.’