onderhoud Archieven - Utilities

John Kapteijn is service engineer bij Holland Water. Bij klanten installeert hij systemen waardoor bacteriën zoals legionella zich niet kunnen ontwikkelen, vermeerderen en verspreiden in watersystemen. Dat doet hij zowel in de industrie bij bijvoorbeeld koeltorens, maar ook bij drinkwaterleidingen van hotels en ziekenhuizen.

Hoe zorgt jullie installatie ervoor dat legionella niet kan ontstaan?

‘We plaatsen onze installatie waar het water binnenkomt. In ons systeem zitten koperen en zilveren elektroden. Die geven koper- en zilverionen af aan het water. Die materie gaat door het hele waterleidingnetwerk.’ Deze koper- en zilverionen zijn schadelijk voor bacteriën, waardoor ze zich niet kunnen ontwikkelen.

Wat doe jij bij Holland Water?

‘Ik werk zowel in onze werkplaats als bij klanten. In de werkplaats bouwen en testen we de systemen voordat ze naar een klant toe gaan. Bij klanten installeer, activeer en onderhoud ik de systemen. Daarnaast train ik onze klanten in wat ze zelf moeten doen om de werking van ons systeem te optimaliseren. De installatie is namelijk geen tovermachine. De klant moet zorgen dat het water in beweging blijft om de koper- en zilverionen op hun plek te krijgen. Als er bij ons nieuwe medewerkers komen, dan train ik ze. En ik geef ook training aan buitenlandse klanten. Ik leer ze hoe ze de installatie kunnen onderhouden.’

Wat voor onderhoud is er nodig?

‘Twee tot vier keer per jaar gaan we bij klanten langs voor onderhoud. Tijdens het onderhoud verwijderen we bijvoorbeeld eventuele aanslag, reinigen we het systeem en vervangen we elektrodes als dat nodig is. En als er nieuwe mensen bij de technische dienst van een klant zijn komen werken, geef ik die een kleine training.’

Hoe groot is de installatie waarmee je een watersysteem legionellavrij kunt maken?

‘We hebben verschillende soorten. Een klein systeem voor bijvoorbeeld een b&b met twee kamers past in de meterkast. Maar een systeem voor een hotel waar duizend kubieke meter per jaar doorheen gaat, is zo groot als een groot whiteboard. We kunnen dat vlak tegen de muur hangen, vaak in de kelder van een gebouw. Mensen zijn verbaasd hoe weinig ruimte het inneemt.’

Wat vind je leuk aan jouw werk?

‘Ik ben graag met mensen bezig en met techniek. Als ik een training geef, mag ik altijd graag alle neuzen dezelfde kant op krijgen. Ze noemen ons soms service engineers plus. Ook leuk is dat we behoorlijk aan het groeien zijn en we een steeds breder portfolio krijgen. Nu zijn we bijvoorbeeld bezig met UV-installaties waarmee je ook kunt voorkomen dat er legionella in het water komt. Je krijgt nieuwe producten en nieuwe mensen en daar zit ook weer educatie bij. Zo blijf je aan de gang.’

Techniekhelden

De industrie wemelt van de techniekhelden. Want hoe kunnen we producten maken voor auto’s, smartphones of medicijnen zonder technici die de machines en installaties in conditie houden? De techniekheld mag wat ons betreft best eens op het podium worden gehesen. Ben of ken jij iemand in de procesindustrie of energiesector die enthousiast kan vertellen over hun beroep? Laat het ons weten via redactie@industrielinqs.nl. In ons magazine tonen we de grote verscheidenheid aan beroepen in de industriële omgeving.

Terwijl het spanningsveld tussen beschikbaarheid en betrouwbaarheid van elektriciteitslevering en economisch rendement van hun centrales oploopt, doen Engie, RWE en Uniper er alles aan om deze in topconditie te houden. Gelukkig ondersteunt vergaande automatisering ze in hun besluitvorming. Want het groeiende palet aan brandstoffen en duurzame energiebronnen maakt het asset management alleen maar complexer.
Het toenemende aandeel duurzaam vermogen in de energiemix zorgt voor steeds meer uitdagingen bij de traditionele kolen- en gascentrales. Want de centrales krijgen steeds meer een rol als leverancier van back up-vermogen. Die wisselende belasting heeft uiteraard ook zijn weerslag op de assets.Linus Wiersema is manager onderhoud bij Engie. Het Nederlandse portfolio van Engie strekt zich uit over het Friese Bergum, de Eemshaven en Lelystad. ‘Als je over asset management spreekt, speelt de leeftijd zeker een rol’, zegt Wiersema. ‘De vijf stoom- en gaseenheden in de Eemshaven dateren uit 1995 en 1998 terwijl de Maximacentrale (Lelystad, red.) in 2010 in bedrijf is genomen. Vaak zetten we zo’n nieuwere centrale eerder in omdat hij nu eenmaal efficiënter is, maar ook de units van de Eemscentrale draaien hun uren wel.’

Pieken en dalen

Engie draagt op twee manieren bij aan de transitie naar emissievrije elektriciteit. ‘Ten eerste beperken we onze eigen CO2-uitstoot zoveel mogelijk door het constant doorvoeren van efficiency-verbeteringen. Door vóór verbranding de CO2 van de waterstofmoleculen af te scheiden en op te slaan, voorkomen we emissies. En met redelijk eenvoudige aanpassingen is het al mogelijk om vijftien tot zeventien procent waterstof bij te mengen bij het H-gas. Dat wil overigens niet zeggen dat de productie van dat waterstof eenvoudig en goedkoop is.’

De tweede bijdrage aan de energietransitie is het leveren van zoveel mogelijk flexibiliteit. ‘Als er maar een wolk voor de zon schuift, heeft dat al gevolgen voor de stabiliteit van het net. Gascentrales lenen zich goed voor het snel opschakelen van vermogen zodat we die productieverstoringen snel kunnen opvangen. Toch moeten we wel rekening houden met de degradatiemodellen die daar het gevolg van zijn. Eenvoudig gezegd schrijft de leverancier van de gasturbines een revisie voor na een x-aantal draaiuren of zoveel keer starten en stoppen.’

Technisch streeft Engie naar zoveel mogelijk draaiuren omdat het daarmee de assets zo goed mogelijk benut. ‘De afgelopen jaren is de rol van grootschalige energieproductie echter verschoven van baseload-productie naar peakload of zelfs superpeak. Dit resulteert in veel minder draaiuren, en CO2-uitstoot, voor deze eenheden. Dat laatste is hartstikke goed en juist het doel, maar aan de andere kant produceren we dan wel in korte pieken. Soms starten we zelfs twee keer per dag. Deze trend zal alleen maar groeien als er meer zon en wind aan het systeem wordt toegevoegd. Dat vraagt ook om een andere onderhoudsfilosofie.’

Delicaat evenwicht

In de toekomst zal het aantal starten en stoppen de revisie-intervallen steeds meer gaan domineren. ‘We tornen niet aan de verplichte overhauls, al moeten we iedere keer weer overwegen of die investering is geoorloofd. We hebben een paar jaar geleden een aantal units in de mottenballen moeten leggen omdat de investering niet opwoog tegen de opbrengsten. Die tijden zijn veranderd, maar nog steeds blijft het een delicaat evenwicht tussen beschikbaarheid en betaalbaarheid van assets. De vraag wie betaalt voor het bieden van beschikbaarheid en stabiliteit wordt met de toename van het duurzaam vermogen steeds dringender. Als we alleen worden betaald per geleverde kilowattuur loopt de businesscase uit de pas met de marktvraag.’

RWE meet welke invloed de opgebouwde hitte bij snel opregelen heeft op de heaters en de drums, om dat vervolgens te vertalen naar de maintenance planning. (c) RWE

‘Nog steeds blijft het een delicaat evenwicht tussen beschikbaarheid en betaalbaarheid van de assets.’

Linus Wiersema, manager onderhoud Engie

Faalgedrag

Het onderhoud aan de turbine mag zijn voorgeschreven, de assets daaromheen zijn net zo belangrijk voor de betrouwbaarheid van de energielevering. Wiersema: ‘Als een unit moet bijspringen of opschakelen, moet je er wel zeker van zijn dat hij werkt. En dus besteden we meer tijd en geld aan het monitoren van met name de draaiende delen. Door meer inzicht in het faalgedrag lukt het ons steeds beter om uitval voor te zijn. Veel van onze pompen zijn redundant uitgevoerd, waardoor we ze preventief kunnen reviseren. Het voordeel van een groot internationaal bedrijf is dat we ondersteuning krijgen van een zeer kundig maintenance support centrum. Samen met onze collega’s hebben we al grote stappen gemaakt om data-analyses te maken van de pompen. We focussen ons met name op temperaturen en trillingen. Aan de hand van de pompcurves kunnen we al voorspellen wanneer de lagers moeten worden vervangen. Dat voorkomt niet alleen uitval, maar we hoeven daardoor ook minder reservedelen op voorraad te houden.’

IT en OT

RWE gebruikt al vrij lang kunstmatige intelligentie voor de besluitvorming rondom netbalancering. En ook de vertaling naar asset health monitoring wordt daarin meegenomen. Toch is verdergaande digitalisering wel een topic waar Marinus Tabak, hoofd centraal assetmanagement bij RWE, zich de komende jaren over zal buigen.

‘De toenemende complexiteit van het energiesysteem vraagt om verdergaande integratie van de operationele technologie en informatie en communicatietechnologie. RWE riep dan ook een aparte unit digital transformation in het leven die de operationele systemen koppelt aan de administratieve systemen in de kantooromgeving. Om competitief te blijven, moeten we de juiste assets kunnen inzetten tegen de laagste kosten. Het voordeel van een redelijk jonge kolencentrale zoals we die in de Eemshaven bedrijven, is dat hij is ontworpen om snel op te regelen. De keerzijde daarvan is dat je op zo’n moment meer stress krijgt in de materialen. We meten dan ook wat de sneller opgebouwde hitte voor invloed heeft op de heaters en de drums om dat vervolgens te vertalen naar de maintenance planning.’

RWE heeft een lighthouse project opgezet richting value based maintenance. ‘In de basis komt het erop neer alleen dát onderhoud uit te voeren dat waarde toevoegt voor het bedrijf. De volatiliteit van de duurzame energielevering zal de komende jaren alleen maar groter worden. Zo stond de Eemshavencentrale vorig jaar zomer nog uit, terwijl hij momenteel weer voluit staat te draaien. Je moet met je onderhoudsplanning kunnen meeveren en zoveel mogelijk uitstellen als de vraag hoog is terwijl je de noodzakelijke revisies uitvoert in stillere tijden.’

Coöperatieve systemen

Er zijn zoveel variabelen die de vraag- en het aanbod van stroom bepalen dat een mens dat niet meer kan overzien, meent Tabak. ‘Je moet dus gebruikmaken van kunstmatige intelligentie om de besluitvorming te ondersteunen. Nu zit in de moderne DCS-systemen al veel intelligentie die we steeds meer inzetten om bijvoorbeeld ook remote operations mogelijk te maken. Dit soort systemen zijn nog wel gebaseerd op vaste regels en niet zelflerend, maar je moet het ook meer zien als coöperatieve systemen die de operator bijstaan. Je hebt nog steeds een expert nodig om een root cause analyse uit te voeren, maar de machine levert de data.’

Bijkomend voordeel is dat deze systemen heel veel data verzamelen die kunnen worden gebruikt om best practices te lokaliseren en uit te wisselen. Tabak: ‘Op die manier wordt het ook mogelijk om het asset management te centraliseren. En wij kunnen met een upgrade waterstof gaan bijmengen in onze gascentrales. Dat betekent dat we straks de keuze hebben uit aardgas, kolen, biomassa én waterstof als brandstof. De inzet ervan moeten we afwegen tegen de emissies, netstabiliteit, belasting van de assets én de kosten en opbrengsten.’

Menselijke creativiteit

Voor Yolande Verbeek, plantmanager van de Uniper-centrale op de Maasvlakte, is het een grote uitdaging dat haar splinternieuwe kolencentrale vanwege politieke keuzes op den duur moet sluiten. ‘Tot die tijd willen en kunnen we een significante bijdrage leveren aan de energietransitie’, zegt Verbeek. ‘Zo plaatsten we in de MPP3-centrale een batterij om een snellere respons mogelijk te maken op de volatiele energiemarkt. Daarmee leveren we het nodige regel- en reservevermogen aan netbeheerder TenneT. Ook wat betreft netkwaliteit kunnen we onze assets inzetten. Zo bouwden we een van de oude generatoren in de MMP2-unit om naar een synchrone condensor die blindlast kan leveren. De invoeding van bijvoorbeeld de Brittnetkabel, maar ook van windenergie, beïnvloedt namelijk de kwaliteit van de stroom op het hoogspanningsnet.’

(c) Wim Raaijen

‘De creativiteit en inzichten van de mens zijn niet door algoritmes te vervangen.’

Yolande Verbeek, plantmanager Uniper

Bijkomende uitdaging voor de Uniper centrale op de Maasvlakte is het feit dat de centrale ook stoom levert aan industriële klanten. ‘De combinatie van stoom- en elektriciteitsproductie verhoogt het rendement van de centrale, maar zorgt er eveneens voor dat we hem niet zomaar stil kunnen zetten. Aan de andere kant investeerden we juist vanwege die stoomlevering in een gasturbine en stoomketels als backup. De asset mix waar we tussen kunnen schakelen, is dus zeer divers waardoor we in staat zijn de uitdagingen die gepaard gaan met de energietransitie het hoofd te bieden.’

Machine learning

Wat betreft de belasting van de centrale maakt Verbeek zich nog niet veel zorgen. ‘Niet alleen omdat de centrale zeer robuust is ontworpen en dus goed kan omgaan met de verschillen tussen de laagste en hoogste belasting. Maar vooral omdat we nu al weten dat de technische levensduur de economische levensduur fors zal overschrijden. Dat wil niet zeggen dat we niet het uiterste uit onze assets willen halen. Het voordeel van een gloednieuwe fabriek is dat we een zeer hoge automatisering- en informatiseringgraad hebben. Uniper ontwikkelde bovendien zelf een machine learning tool die voorspellingen kan doen op basis van de data die hij zelf uit het systeem haalt. Operators worden tijdig gewaarschuwd als het DCS-systeem ziet dat de prestaties teruglopen. Terwijl maintenance via pompmodellen de uptime ervan kan monitoren en het breakdownrisico berekenen. Ze krijgen daarvoor live data uit het plant integrity systeem.’

Ondanks dat Verbeek een groot vertrouwen in de OT en IT heeft, ziet ze de centrales nog niet zo snel autonoom draaien. ‘De creativiteit en inzichten van de mens zijn niet door algoritmes te vervangen. Juist nu we nieuwe markten betreden en onze assets moeten aanpassen aan steeds veranderende omstandigheden, hebben we die creativiteit keihard nodig. De operator van nu is al heel anders dan die van tien jaar geleden en het werk is vele malen uitdagender geworden. Samenwerking tussen operations en maintenance was altijd al belangrijk, maar zal alleen maar toenemen. En zeker wat betreft trouble shooting is niets zo waardevol als menselijke creativiteit.’

Openingsfoto: Engie

Een van de aanvoerleidingen naar chemiesite Chemelot in Geleen is door de recente wateroverlast beschadigd. Hierdoor is er tijdelijk minder aanvoer van grondstoffen naar Chemelot, waardoor niet alle fabrieken op volle sterkte kunnen opereren.

Bedrijven werken sinds de uitbedrijfname van de pijpleiding aan het herstel daarvan. De beschadiging heeft niet geleid tot bodem- of watervervuiling. De tijdelijk verminderde aanvoer van grondstoffen kan als gevolg hebben dat fabrieken of bepaalde fabrieksonderdelen vaker moeten stoppen en weer opstarten. Dit kan gepaard gaan met een bruine pluim of fakkel boven het Chemelot-terrein.

Tekort aan proces-/koelwater

De wateroverlast zorgde er ook voor dat voor het eerst het Platform Industriële Incidentbestrijding (PII) is ingezet. Limburg werd medio juli tot rampgebied verklaard. Chemiesite Chemelot in Geleen ligt net buiten het getroffen gebied en ondervond naast de beschadigde aanvoerleiding geen overlast van het wassende water. Tot op 16 juli de dijk van het Julianakanaal in Meerssen dreigde te bezwijken. Omringende dorpen en buurtschappen werden snel geëvacueerd. Chemelot zou bij een dijkdoorbraak niet onder water komen te staan, maar zou bij een te grote daling van het waterpeil in het Julianakanaal wel te maken krijgen met een tekort aan proces-/koelwater, want dit wordt betrokken uit het Julianakanaal. Met als gevolg tijdelijk afschakelen van fabrieken.

Water naar de site brengen

Vorig jaar is het Platform Industriële Incidentbestrijding (PII) opgericht, een samenwerkingsverband van de bedrijfsbrandweer van Dow Terneuzen, Shell Moerdijk, Gezamenlijke Brandweer Rotterdam en Sitech Geleen. Om toerbeurt staat bij elk lid een PII-coördinator paraat. De aanvrager signaleert een probleem, alarmeert via het PII-alarmnummer de dienstdoende PII-coördinator en overlegt hoe verder te handelen. In dit geval kwam het telefoontje van Sitech. Na overleg werd besloten alle leden van het PII te alarmeren. Het Actiecentrum Chemelot kwam met het idee om water naar de site brengen, en het PII bleek daarin een rol te kunnen spelen met het beschikbaar stellen van hun benodigde systemen.

Pompen

De bedrijfsbrandweer van Gezamenlijke Brandweer Rotterdam, Shell en Dow rukten met grootwater-transportsystemen en grootvermogen-bluswaterpompen op naar Chemelot. De Nationale Politie ondersteunde de verplaatsing van de eenheden. Het plan was om een slangenverbinding te leggen tussen de Maas bij de Urweg in Urmond en het waterinnamepunt van de Chemelot-site. Rond 20:30 uur waren alle eenheden aanwezig op de site. Ter plaatse voerden de liaisons samen met de Officier van Dienst Chemelot de verkenning uit betreffende opstelplaatsen voor pompen en slangenwegen.

Toen de slangen met een vrachtwagen op het traject werden uitgerold, kwam het signaal dat de noodreparatie aan de dijk in het Julianakanaal was gelukt en de geëvacueerde bewoners terug konden naar hun dorpen. Toen wist ook het actiecentrum van Chemelot dat het kanaal bruikbaar zou blijven voor de aanvoer van water.

Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) legde 28 april de gaswinningslocatie van de NAM op Ameland stil. Zo blijkt uit een persbericht dat SoDM nu pas publiceerde. Inspecteurs constateerden flinke corrosie bij de koelinstallatie waardoor er ernstig gevaar voor de werknemers was ontstaan. Inmiddels zijn een aantal veiligheidsmaatregelen genomen, waardoor er weer voldoende veilig kan worden gewerkt op de locatie. De stillegging is daarom weer opgeheven.

Op de gaswinningslocatie van de NAM staat een koelinstallatie om de temperatuur van het geproduceerde aardgas te verlagen. Op en direct onder de koelinstallatie kunnen medewerkers van de NAM aan het werk zijn. SodM constateerde dat de koelinstallatie in dermate slechte staat van onderhoud verkeert dat er flinke corrosie was ontstaan. Werknemers die direct onder de koelinstallatie liepen, zouden daardoor het risico lopen te worden getroffen door vallende (installatie)onderdelen.

Door de corrosie kwamen de koelleidingen in de verdrukking en waren deels zichtbaar vervormd. Deze vervorming kan op een gegeven moment leiden tot lekkage, en daarmee gevaar voor bedwelming van personen, of ontbranding/ontploffing van aardgas en condensaat. Op het moment van inspectie was er nog geen sprake van lekkage.

Omdat dit ernstig gevaar kan opleveren voor personen beval de inspecteur ter plekke dat de werkzaamheden moesten worden gestaakt, dan wel niet mochten aanvangen.

Veiligheidsmaatregelen

Op 12 mei bezochten inspecteurs van SodM de locatie opnieuw. De NAM voerde een aantal veiligheidsmaatregelen door. Zo plaatste men een hekwerk rond de koelinstallatie om te voorkomen dat medewerkers eronder kunnen komen. Daarnaast plaatste de NAM een extra sensor bij de koelinstallatie om bij lekkage de gasproductie direct veilig uit te schakelen. Door deze veiligheidsmaatregelen kunnen de werkzaamheden voldoende veilig worden hervat.

SodM hief de stillegging daarom op. SodM verplichtte de NAM wel om de koelinstallatie vóór 1 september 2021 in goede staat van onderhoud te brengen.

De koelinstallatie bij NAM Ameland

Het gecorrodeerde frame dat tegen leidingen drukt

Met de overname door Trafigura, krijgt Nyrstar de financiële slagkracht die het nodig heeft om zijn processen te blijven stroomlijnen en verduurzamen. Vice President European Operations Guido Janssen ziet dan ook een rol weggelegd voor het zinkbedrijf als leverancier van flexcapaciteit. De eenzijdige keuze van de Nederlandse overheid om compensatie voor de CO2-opslag op elektriciteit vooralsnog af te schaffen, helpt daar niet bij.

Verder in dit nummer:

Met het toenemende aandeel groene stroom is industriële elektrificatie een belangrijke stap in decarbonisatie van de industrie. Het is de vraag wat deze elektrificatietrend betekent voor het asset management van de procesindustrie.

Nadat eerder bekend werd dat er een rechtszaak op stapel staat tegen Tata Steel in Velsen-Noord meldt de staalreus zijn Roadmap 2030 naar voren te halen.

Als alle plannen doorgaan, zou medio 2030 bijna één gigawatt aan elektrolysevermogen beschikbaar kunnen zijn voor de productie van groene waterstof. Nog lang niet genoeg om de toenemende vraag te vergroenen, maar het kan een steeds belangrijkere rol spelen in het balanceren van de energievraag.

Techport special: Als er één bedrijfstak is die zichzelf continu heruitvindt, dan is het wel de papierbranche. Crown van Gelder is daar zeker geen uitzondering op.
Technieken die zijn ontwikkeld voor het meten van bewegingen bij paarden worden nu ingezet in de staalfabriek in IJmuiden om de fabriek slimmer te maken, en in het Fieldlab Smart Maintenance Techport werkt de voorhoede van bedrijven, asset owners, mkb’ers, start-ups, ROC en universiteit samen om te experimenteren met nieuwe, slimme technologie.

Dit en veel meer lees je in Industrielinqs 5, op 8 juni bij de lezers en nu tijdelijk alvast online door te bladeren!

Wat we al een tijdje van plan waren, gaan we nu eerder doen. We gaan verschillende papieren magazines vanaf september combineren tot een integraal blad: Industrielinqs magazine. Als voorproefje daarop ontvangt u nu alvast een digitale versie.

In dit zomernummer:

Toen de coronamaatregelen in maart van kracht gingen, reageerden bedrijven die een onderhoudsstop gepland hadden verschillend: sommigen stelden hun stop uit, anderen stelden alleen niet per se noodzakelijke deelprojecten uit of gingen (met extra maatregelen) gewoon door. Hoe pakten bedrijven die hun turnaround doorzetten het aan en hoe ging het?
Hoewel veel projecten nog in de planfase zitten, lijkt het er op dat de komende jaren veel blauwe en groene waterstof op de markt komt. De projecten concentreren zich met name rondom de vijf Nederlandse industrieclusters. We geven u een overzicht van de plannen.
En verder: interviews met plantmanager Susanne Peters van Heineken, maintenance manager Johan Verdoes van Duinrell en techniekheld Andries Visser van Philips Drachten.

Dit en meer leest u in het ons Industrielinqs e-magazine!

Hij is zeker geen voorstander van mothballing, het tijdelijk conserveren van een installatie. Plantmanager Harry Talen van de gasgestookte aardgascentrales van Engie in Nederland noemt mothballing het voorlaatste alternatief. Toch heeft hij de afgelopen jaren delen van de centrales stil moeten leggen. Als gevolg van economische omstandigheden. Gelukkig worden die momenteel weer uit de mottenballen gehaald. 

Tijdens de online talkshow Industrielinqs Break Outs ging het dinsdag over overlevingsstrategieën in de industrie. Experts van PDM en Presserv hebben respect voor de manier waarop Harry Talen met zijn team de centrales van Engie overeind hielden. Ook denken ze dat Engie de strategie voor mothballing goed heeft aangepakt.

Nog beter zou zijn dat bedrijven in hun strategie  al rekening houden met extreme omstandigheden. En als je dan al nagedacht hebt over de optie om een installatie tijdelijk stil te leggen, dan helpt dat op het moment dat de nood het hoogst is. Want ook mothballing vraagt om een doordachte aanpak.

Kijk hier Industrielinqs Break Outs terug:

Fabrieken die in 2019 geïnspecteerd dienden te worden, hebben uiterlijk tot 30 juni om aan de eisen te voldoen. Lukt dat niet, dan dreigt stilstand. Dat blijkt uit een recente brief van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daarmee houdt het ministerie vast aan de normale regelgeving, die volgens haar genoeg flexibiliteit biedt. 

Keuringen van industriële installaties die in 2020 moeten plaatsvinden, hebben nog ruim de tijd. Volgens het ministerie geeft het Warenwetbesluit drukapparatuur uit 2016 voldoende ruimte om een keuring die voor 2020 is gepland tijdelijk uit te stellen. De keuringsdatum van drukapparatuur is voor een kalenderjaar bepaald. Bovendien kan een keuringsbedrijf aanvullend nog tot zes maanden uitstel toekennen, onder meer vanwege overmacht zoals nu in verband met Covid 19. ‘Daar is de zes maanden uitstelmogelijkheid voor beoogd. Dit verzoek tot uitstel moet goed onderbouwd zijn,’ stelt het ministerie in de brief. 30 juni 2021 lijkt dus voor deze installaties de absolute deadline.

Onderhoudsstops

De wetgeving geeft dus voldoende ruimte voor het uitstellen van onderhoudsstops. Zeker als de keuringen dit jaar of later moeten gebeuren. Veel productiebedrijven overwegen om tot uitstel over te gaan omdat de coronamaatregelen groot onderhoud nog complexer maken dan dat het al is. Vaak werken honderden of zelfs meer mensen extra op een fabrieksterrein ten tijde van een stop.

Geen extra respijt

Voor industriële installaties die al in 2019 gekeurd hadden moeten worden, en daar uitstel voor kregen, valt 30 juni echt het doek. In de digitale talkshow Industrielinqs LIVE suggereerde keuringsexpert Gerlof Seinstra van Bureau Veritas onlangs nog dat de overheid mogelijk enig extra respijt kan geven. Maar daar lijkt dus geen sprake van te zijn. Fabriekseigenaren de hun installaties niet binnen twee maanden gekeurd krijgen, lopen dus het risico dat ze van overheidswege stilgelegd worden. Volgens de overheid komt anders de integriteit en de veiligheid van installaties in gevaar.

 

Tijdens de eerste digitale talkshow van Industrielinqs over onderhoud in coronatijd bleken de twee plantmanagers “aan tafel” juist nu open te staan voor nieuwe ideeën en technologieën. Zo vertelde Marinus Tabak van RWE dat zijn team daar wel eens mee experimenteert, maar dat er nog nooit iets grootschalig is toegepast. ‘Normaal gesproken heb je het veel te druk met 83 andere dingen. Dat houdt je dan tegen. Maar nu kunnen we daar eens wat beter naar kijken.’

Tabak noemde zichzelf een techniek-enthousiast. ‘Ik denk er met mijn team zeker over na: Wat zouden we nu eens slim kunnen gaan doen? Ik verdiep me ook wel in nieuwe dingen. Maar telkens bij een nieuwe techniek denk ik: er zijn nog zoveel nieuwe technieken waar ik nog nooit van heb gehoord.’ Ann Geens van Ducor beaamde dat: ‘We weten niet altijd wat er allemaal beschikbaar is om toe te passen.’

Stops opknippen

Op de vraag waarvoor de plantmanagers op dit moment graag een oplossing zouden zien, antwoordde Geens dat het opdelen van stops bij haar plant interessant zou zijn. ‘Wij werken twee jaar aan de voorbereiding van onze zesjaarlijkse shutdown. We hebben geen data beschikbaar om dat anders in te richten, we hebben een oudere plant en een ouder team. Maar ik zou dit graag op een andere manier willen doen, waardoor de voorbereidingstijd kan worden ingekort. Bijvoorbeeld om de twee jaar een kleinere stop. Dat heb ik liever dan om de zes jaar één grote.’

Zij haakte daarbij in op een suggestie van Wouter van Gerwen van Bilfinger Tebodin. Hij stelde voor stops op te knippen in gedeeltes en te kijken wat er op dit moment kan worden gedaan. ‘Tijd is nu relatief goedkoop omdat de productie laag is. We moeten bovendien stops gaan optimaliseren, naar optimale uren op de site. Dat hebben we altijd al gewild qua veiligheid en daar is nu Corona-veiligheid bij gekomen. Wij kunnen bijvoorbeeld een bepaald gebied van de fabriek inscannen. In dat geval kun je het voorbereidende werk doen in je eigen werkplaats. Je krijgt dan meer tie-in achtige stops.’

Twintig jaar onderhoudsvrij

Een oproep onder de mensen die de talkshow live volgden om hun ideeën over nieuwe technologieën naar de redactie te sturen, leverde ook nog een paar suggesties op. Zo stuurde Zytec informatie over zijn contactloze magneetkoppeling voor bijvoorbeeld pompen, ventilatoren, generatoren en compressoren. De magneetkoppeling verbindt contactloos machines met elkaar en kan de snelheid van de installatie regelen. Voordeel van contactloos koppelen is dat de totale installatie robuuster en betrouwbaarder wordt.

Als voorbeeld noemt Zytec een ventilator in een koeltoren. De vloeistofkoppeling is daar vervangen door een contactloze magneetkoppeling. Eerder was elke twee jaar onderhoud aan de vloeistofkoppeling nodig voor het vervangen van lagers, keerringen en olie. De contactloze magneetkoppeling heeft geen verbruiksonderdelen en is voor meer dan twintig jaar onderhoudsvrij.

Ook Emerson reageerde op de oproep. Het bedrijf kwam met diverse technologieën die plantmanagers op afstand inzicht kunnen geven in de gezondheid en performance van hun plant. Een eenvoudig voorbeeld daaruit is dat operators nog vaak rondes lopen om metingen en basiscontroles uit te voeren. Daarmee waarborgen ze de betrouwbaarheid van mechanische apparatuur of vloeistofniveaus. Maar dat kan anders, met draadloze sensoren. Die verbeteren bovendien de controle waardoor er minder ongeplande storingen zijn.

Handenarbeid

Tegelijkertijd relativeerde Tabak de inzet van technologie tijdens de talkshow. ‘We moeten niet vergeten dat heel veel werk ook gewoon handenarbeid is. Een steiger kun je niet bouwen met een drone, daar heb je eenvoudigweg vijftien man voor nodig. Om dat op een nette manier te doen, en die vijftien man daar ook in mee te nemen, dat vind ik een uitdaging.’

 

Lees ook het artikel Onderhoud in coronatijd vraagt om slimme interventies in iMaintain 3 2020.

Of kijk Industrielinqs LIVE over onderhoud in coronatijd nog eens terug.

Groot onderhoud valt niet onder vitale processen onder de huidige corona-maatregelen. Toch wil de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) onder strenge voorwaarden een uitzondering maken voor onder andere turnarounds. Dat schrijft burgemeester Aboutaleb in een brief aan directies van productiebedrijven in de regio.

Daarmee wil de burgemeester een uitzondering maken op de noodverordening die hij als voorzitter van de VRR op 30 maart afkondigde. Of zoals hij het verwoordt in zijn recente brief: ‘Ik wijs u erop dat grote onderhoudsprojecten, zoals turnarounds, niet vallen onder de uitzondering zoals bedoeld in artikel 3.1 eerste lid onderdeel b1. Ik erken dat het, zowel vanuit economisch als uit veiligheidsbelang, noodzakelijk kan zijn dat de geplande grote onderhoudsprojecten, zoals turnarounds, door kunnen gaan. Voor deze activiteiten kan daarom een vrijstelling of ontheffing worden verleend op basis van artikel 3.1 eerste lid onder c van de Noodverordening. Deze ontheffing of vrijstelling kunt u aanvragen bij de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.’

Externe opdrachtnemers

Bedrijven die een ontheffing willen hebben, moeten wel inzichtelijk maken welke maatregelen ze treffen om verspreiding van het virus te voorkomen. Ook moeten ze aangeven hoe ze de gezondheid van de werknemers waarborgt. Ook moeten ze specifieke afspraken maken met de externe opdrachtnemers, die normaal gesproken in grote getalen aanwezig zijn bij grote onderhoudsprojecten. En ten slotte moeten ze een goed plan hebben over hoe ze het tijdelijk onderkomen van externe opdrachtnemers regelen.

Shell Pernis

Met de brief geeft de VRR meer duidelijkheid over de positie van de regionale overheid als het gaat om onderhoudsstops. De afgelopen weken hebben veel bedrijven met geplande onderhoudsstops hun eigen afwegingen gemaakt. Zo heeft Gunvor een turn around van haar raffinaderij uitgesteld, waardoor de fabrieken nu stilliggen. Shell Pernis heeft daarentegen extra maatregelen getroffen, om haar grote onderhoudsstop wel door te laten gaan.

Talkshow

In de industrie is ook een debat losgekomen over het uitstellen van onderhoud. Of moet je onderhoud nu juist opknippen en deels naar voren halen. Daarover organiseerde Industrielinqs afgelopen woensdag een digitale talkshow. Die kunt u hier terugkijken.