plastic afval Archieven - Utilities

De afgelopen maanden volgden de aankondigingen voor plastic pyrolyse initiatieven in Nederland elkaar in hoog tempo op. Wat is de stand van zaken?

Jacqueline van Gool

Hoewel wegwerp plastic tasjes al een aantal jaar in de ban zijn gedaan en ook andere plastic wegwerpartikelen in steeds meer landen worden verboden, is het plastic-afval-probleem nog lang niet opgelost. De Nederlandse overheid heeft zich tot doel gesteld om in 2030 de helft van al het plastic te produceren door hoogwaardige recycling en het gebruik van biobased grondstoffen. Zou chemische recycling in de vorm van pyrolyse een doorbraak kunnen zijn om de niet aflatende groei van de plasticberg te keren en de chemische kringloop te sluiten?

Geen ingewikkeld proces

Bij plastic pyrolyse gebeurt eigenlijk hetzelfde als in een thermische kraker. Bij een hoge temperatuur (300-900 graden Celsius) en zonder zuurstof worden de lange ketens van de polymeren afgebroken tot pyrolyse-olie. Pyrolyse is geen ingewikkeld proces en het kan worden gebruikt om zowat ieder type plastic en mengstromen om te zetten. Bovendien kost het proces minder energie dan men zou denken. Het proces vindt plaats bij hoge temperatuur, maar het restproduct kan worden gebruikt in de energievoorziening. Een ander voordeel is dat de pyrolyse-olie minder vervuilingen bevat dan het originele plastic. Anorganische verontreinigingen en inerte stoffen blijven in het bodemproduct achter.

Pyrolyseproeftuin

‘Het verwerken van een plastic stroom tot een bruikbaar product is een moeilijk traject’, vertelt Jayand Baladien, commercieel directeur van het Havenbedrijf Moerdijk. Baladien was betrokken bij de afronding van de Pyrolyse Proeftuin Zuid-Nederland in Moerdijk. De afgelopen jaren vormde de Pyrolyse Proeftuin het hart van de innovaties op het gebied van plastic pyrolyse. ‘Bij recycling spelen waardeketens een grote rol. Dat begint aan de aanbodzijde. Er moet voldoende aanbod zijn dat ook nog van de juiste kwaliteit is. Daarnaast speelt logistiek een grote rol: Hoe krijg je de grondstoffen bij jouw installatie? En natuurlijk de technologie: Welke toleranties heb je in grondstoffen, voorbewerking, product en opzuivering? Je moet ook rekening houden met de afnemers, het product moet immers ook aan hun specificaties voldoen. En niet te vergeten: de wetgeving voor deze processen is ingewikkeld en nog in ontwikkeling.’

‘Als het te recyclen plastic het label ‘afval’ krijgt, mag je daar niet zomaar nieuwe producten van maken.’

Jayand Baladien – commercieel directeur Haven Moerdijk

Onzuivere grondstoffen

Een probleem van plastic recycling is dat het beschikbare materiaal geen homogene kwaliteit heeft. Op zich maakt dat voor het pyrolyseproces niet uit, maar voor het product wel. Om de juiste kwaliteit pyrolyse-olie te verkrijgen, zijn in de Pyrolyse Proeftuin potentiële afnemers nauw betrokken. Eén daarvan is Shell. Richard Zwinkels, directeur van Shell Moerdijk: ‘Plastics zijn helaas niet zuiver na de inzameling. Onzuiverheden komen bijvoorbeeld door kleurstoffen of addititieven die gebruikt worden om er verpakkingsmateriaal van te maken en daarmee geschikt voor marketingdoeleinden. Tevens zijn sommige plasticsoorten zoals PVC minder geschikt om chemisch te recyclen. Dit is niet honderd procent te scheiden van de meer geschikte soorten. Dit levert componenten op in de pyrolyse-olie die je niet kunt verwerken in een kraakproces.’

Shell kijkt daarom ook met interesse naar de ontwikkelingen in de Pyrolyse Proeftuin. Ook ontwikkelde het bedrijf een technologie om de pyrolyse-olie te upgraden. Hierdoor kan pyrolyse-olie met een breder scala aan kenmerken in de krakers worden gebruikt. Een andere grote uitdaging is het opschalen van de technologie. Om de ambities voor 2030 waar te maken, moet er nog een hoop gebeuren.

Waar vestigen?

Wat de ideale vestigingslocatie voor een plastic pyrolysefabriek is, is nog een vraag. ‘Je kunt overwegen om een pyrolyse-fabriekje neer te zetten naast een afvalverwerker, zodat je het plastic niet hoeft te vervoeren. Maar wil je schaalgrootte creëren, dan zijn de risiconiveaus hoger en kun je beter kiezen voor een industriegebied waar grotere stromen plastic gemakkelijk kunnen worden aangevoerd en waar je dichter bij de afnemer zit’, aldus Baladien.

Zwinkels: ‘Naarmate wij meer ervaring hebben opgedaan met welke soorten plastics geschikt zijn als grondstof en het opzuiveringsproces, zal het ook duidelijker worden wat de meest strategische lokatie wordt voor eventuele uitbreiding. Momenteel hebben we gekozen om de pyrolyse-olie in te zamelen bij de fabrieken van bijvoorbeeld Pryme of BlueAlp.’

‘We zien dat er regelgeving ontstaat voor een gelijk speelveld.’

Richard Zwinkels – directeur Shell Moerdijk

Niet labelen als afval

Op het moment vormt ook wetgeving een struikelblok voor chemische recycling van plastic. ‘Als het te recyclen plastic het label ‘afval’ krijgt, mag je daar niet zomaar nieuwe producten van maken. Misschien valt daar te leren van andere ketens waarin dit al gebeurt, zoals in het geval van glas of staal.’ Baladien is afkomstig uit de staalsector, dus zijn kennis hierover komt goed van pas. ‘Scrap dat terug de hoogovens ingaat, is niet gelabeld als afval en wordt dus als grondstof behandeld.’ Daarnaast moet in de wetgeving worden geregeld dat er geen oneerlijke geldstromen ontstaan. ‘Voor het verwerken van afval krijg je geld. Als je er daarna producten van maakt, die je kunt verkopen, zou je er nogmaals aan verdienen. Het is belangrijk dat dit goed wordt gereguleerd.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
pyrolyse

(c) Shell

Roadmap

Zwinkels ziet dat het wel de goede kant op gaat. ‘De energietransitie is duidelijk aan het versnellen. We zien dat overheden en regulerende instanties meer en meer belang hechten aan de circulaire economie en er regelgeving ontstaat voor een gelijk speelveld.’ Zo werd begin dit jaar de Roadmap Chemische Recycling kunststoffen 2030 gepresenteerd om investeringen in chemische recycling te versnellen. De roadmap dient om verschillende het hoofd te bieden, het investeringsklimaat te verbeteren en de samenhang van de keten te versterken. Dat gaat bijvoorbeeld om het ontwikkelen van een uniform meet- en registratiesysteem van koolstof en CO2 impact, het opstellen van specificaties voor het inzamelen en sorteren en het beschikbaar stellen van kunststofafval als test batch. Er is ook oog voor subsidies en financiële ondersteuning. Zo is er de komende acht jaar ongeveer 250 miljoen euro beschikbaar vanuit het Groeifonds voor Materialen NL. Daarnaast lopen de DEI+ en de MOOI Regelingen en kunnen bedrijven via Invest-NL ondersteuning krijgen. Ook helpt de Circular Biobased Delta, bijvoorbeeld bij het aanvragen van vergunningen, financiering en verzekeringen en het initiëren van subsidieprojecten.

PyroCHEM Park

Het Havenbedrijf Moerdijk profileert zich nadrukkelijk om een rol te spelen in deze opkomende sector. De Pyrolyse Proeftuin Zuid-Nederland werd afgelopen zomer officieel afgerond, maar de ontwikkelingen gaan door in een kleiner consortium onder de noemer PyroCHEM Park. Naast het Havenbedrijf Moerdijk nemen ook Green Chemistry Campus, BOM, Wast4Me, Van der Kooy en Avans Hogeschool deel. Er werken momenteel in Nederland zo’n honderdvijftig bedrijven in verschillende fases van ontwikkeling aan plastic pyrolyse. Dat is voor het Havenbedrijf Moerdijk een goed gegeven. Baladien: ‘Op het haven- en industrieterrein Moerdijk hier is nog zo’n zestig hectare beschikbaar voor industriële activiteiten. Hiervan willen we er in ieder geval dertig inrichten voor circulaire activiteiten zoals plastic pyrolyse. Deze activiteiten zijn voor ons erg interessant omdat ze het industriële cluster versterken en bijgdragen aan de decarbonisatie van ons haventerrein. We zijn met de bedrijven Waste4Me en Xycle, die vergevorderde plannen hebben om zich hier te vestigen, een lead-traject ingegaan.’ Xycle is een consortium waarin Patpert Teknow Systems, NoWIT BV en Vopak Ventures deelnemen. Patpert Teknow Systems heeft een beproefde technologie die in India al commercieel wordt toegepast. In 2023 hoopt het bedrijf ook in Moerdijk op te kunnen starten. Waste4Me heeft sinds 2019 een demonstratiefabriek in de Pyrolyse Proeftuin en wil deze in eerste instantie opschalen tot 35 kton en wil in de toekomst een miljoen ton pyrolyse olie produceren.

Ondanks dat er nog een aantal struikelblokken te overwinnen is, kan plastic pyrolyse zeker een belangrijke bijdrage leveren om de chemische industrie circulair te maken. De dag dat al het plastic als grondstof kan worden hergebruikt, is nog een stip op de horizon, maar komt hiermee wel een stapje dichterbij. Getuige ook de vele initiatieven van de industrie in binnen- en buitenland.

Projecten

BP – Brightmark: Next Generation Plastic Renewable Plant in Nederland, België of Duitsland naar Amerikaans model. Capaciteit: 100 kiloton plastic per jaar, waarbij zo’n 68 miljoen liter brandstof en nafta wordt verkregen en 22 miljoen liter wax.

Shell – Pryme – BlueAlp: Pryme bouwt een fabriek in Rotterdam waar vanaf 2022 60 duizend ton plastic afval wordt omgezet in pyrolyseolie. Shell neemt de olie af en mengt deze bij in de krakers in Moerdijk en Rheinland. Er zijn plannen voor een tweede fabriek die jaarlijk 350 duizend ton pyrolyse-olie produceert. Oplevering: 2024.

Chemelot – Itero, Recycling Technologies, Plastic Energy, Sabic: Itero bouwt een demonstratieplant op de Brightlands Chemelot Campus om plastic om te zetten in pyrolyse-olie, -gas en wax. Capaciteit: 27 kiloton gemengd en vervuild plastic. Oplevering: 2023. Op Chemelot werken ook Recycling Technologies en Plastic Energy (in samenwerking met Sabic) aan plastic pyrolyse. De installatie van Plastic Energy wordt in 2022 in gebruik genomen en produceert dan zo’n vijftien duizend ton pyrolyse-olie per jaar.

Dow – Fuenix – Haldor Topsoe: Fuenix Ecogy Group levert pyrolyse­olie aan Dow, die deze gebruikt in haar plasticsproductie. Dow wil in 2025 minimaal honderdduizend ton gerecycled plastic in het productaanbod in de EU te hebben. In Terneuzen wordt daarnaast een Market Development Unit gebouwd (capaciteit: tienduizend ton per jaar) die gebruikmaakt van de PureStep-technologie van Haldor Topsoe.

Renasci – BlueAlp, Indaver: Renasci heeft in Oostende een pyrolyse­installatie van BlueAlp met een capaciteit van 120 duizend ton per jaar in bedrijf. Indaver bouwt in Antwerpen een demonstratie­installatie om vijftienduizend ton plastic per jaar te verwerken.

Shell Ventures en BlueAlp kondigden een strategische samenwerking aan. De bedrijven ontwikkelen BlueAlps pyrolyse-technologie voor het omzetten van plastic afval naar een chemische grondstof om deze vervolgens op te schalen en te implementeren. De technologie zet moeilijk te recyclen plastic via pyrolyse om in een grondstof. Als onderdeel van de overeenkomst verwierf Shell een aandelenbelang van 21,25 procent.

Shell en BlueAlp richtten een joint-venture op voor de bouw van twee nieuwe conversie-installaties in Nederland. Men verwacht dat deze meer dan dertig kiloton plastic afval per jaar kunnen verwerken. De installaties moeten in 2023 operationeel zijn en leveren alle pyrolyse-olie als grondstof aan de krakers van Shell in Moerdijk en Duitsland. Shell onderzoekt ook of licenties kunnen worden verleend voor nog eens twee installaties in Azië die kunnen worden ingezet voor de bevoorrading van het Shell Energy and Chemicals Park Singapore.

Zuiverheid

BlueAlp ontwikkelde zijn technologie al op commerciële schaal. Het Shell-technologieteam in Amsterdam werkt nu met BlueAlp samen om de technologie verder te verbeteren en op te schalen. Momenteel belemmert de ongelijkmatige zuiverheid van de grondstoffen de productie van grotere hoeveelheden pyrolyse-olie. Shell wil eigen technologie inzetten om de zuiverheid van pyrolyse-olie in Shells installaties te verbeteren.

Succesvolle proef

Shell kan nu meer klanten ondersteunen bij het bereiken van hun duurzaamheidsdoelstellingen. De samenwerking volgt op een succesvolle proef met het gebruik van pyrolyse-olie in de petrochemische fabriek van Moerdijk die in augustus 2021 werd afgerond. En sinds november 2019 gebruikt het petrochemische complex Norco van Shell in de VS in toenemende mate gerecyclede grondstoffen.

Andere aandeelhouders van BlueAlp zijn Mourik, Rumali en Den Hartog en het Belgische Renasci.

 

De Californische stad Lancaster krijgt de primeur van de eerste waterstoffabriek die gebruikmaakt van plasmatechnologie. Het Amerikaanse SGH2 Energy ontwikkelde de zogenaamde Solena Plasma Enhanced Gasification (SPEG) technologie dat koolwaterstofrijk afval zoals papier en plastic volledig afbreekt en daarna weer opbouwt tot synthesegas. Het project heeft ook een Nederlands tintje. Fluor neemt namelijk het engineeringsdeel van de grote pilot voor zijn rekening, terwijl Stork het onderhoud en operatiedeel verzorgt.

Lees het artikel in onze digitale editie van Industrielinqs magazine!

ArcelorMittal Belgium heeft zijn hoogoven B in Gent vernieuwd. Hiermee is het staalbedrijf klaar voor een toekomst waarin hij niet alleen de CO2-uitstoot wil verminderen, maar ook afval uit de maatschappij wil verwerken.
De twintig jaar oude hoogoven is zo aangepast dat de productiviteit is verhoogd en zodat ze in de toekomst andere grondstoffen kan verwerken. Want ArcelorMittal is met een heleboel projecten bezig om zijn staalproductie te verduurzamen. Houtafval, plastic, afvalgassen en groene waterstof moeten daar als grondstof bij helpen. De bijproducten van het hoogovenproces moeten ook weer dienen als grondstof voor de cementsector, (petro)chemie en zelfs de voedingsindustrie. Het bedrijf heeft de ambitie om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn.

5.000 ton staal

In september 2020 is gestart met de vernieuwing van de oven. In februari was het project klaar. Zo’n anderhalve maand later dan gepland. Een van de redenen waren de coronamaatregelen. De hoogoven heeft een geoptimaliseerde vorm gekregen. Verder is ArcelorMittal overgeschakeld naar een nieuw PLC-platform en zijn de veiligheidsconcepten naar een hoger niveau gebracht. Daarnaast is er een nieuwe netwerkinfrastructuur gekomen, is de procescomputersoftware aangepast en zijn modellen voor de sturing van de nieuwe hoogoven geoptimaliseerd. Voor de hoogovenvernieuwing is 5.000 ton staal en 3.000 ton vuurvast materiaal gebruikt. Daarnaast is er 265 kilometer aan elektrische kabels getrokken.

Groene koolstof

De nieuwe ‘state-of-the-art hoogoven’ dient als platform om nieuwe technologie en nieuwe grondstoffen in te kunnen zetten. In de hoogovens wil de staalproducent fossiele koolstof vervangen door groene en circulaire koolstof en door groene en circulaire waterstof. Nu worden nog fossiele varianten gebruikt in het proces. Bijvoorbeeld om de grondstof ijzererts te verwerken. Dit is een combinatie van ijzer en zuurstof. Voor de staalproductie moet het ijzergehalte richting de honderd procent gaan. De zuurstof moet dus worden verwijderd. Dat doet het bedrijf nu met fossiele koolstof.

ArcelorMittal zet voor dit proces al steeds meer groene waterstof in. Maar heeft ook nog alternatieven nodig, want er is bij lange na niet genoeg groene waterstof beschikbaar. Ze zet daarom in op groene koolstof. Met de ‘Torero-installatie’ kan het bedrijf vanaf eind 2022 houtafval verwerken tot biokoolstof die geschikt is voor het hoogovenproces.

Bio-ethanol

Bij het gebruik van koolstof ontstaat CO en CO2. Om die twee te scheiden, bouwt ArcelorMittal een installatie. Daarnaast bouwt ze ook nog een installatie, Steelanol genaamd, die de CO vervolgens met behulp van bacteriën omzet in bio-ethanol. Deze moet in 2022 operationeel zijn. En samen met chemiebedrijf Dow in Terneuzen draait het staalbedrijf een pilotproject om CO om te vormen tot synthetische nafta. Verder loopt er nog een project om restgassen van de cokesfabriek en de chemische industrie naar de hoogoven te begeleiden waar ze fossiele brandstoffen kunnen vervangen.

Ook kijkt ArcelorMittal waar ze de CO2 in kan zetten om nuttige producten te maken voor de maatschappij. Zo loopt er een project om CO2 op te slaan in beton en onderzoekt ze samen met de Universiteit Gent of CO2 kan worden gebruikt om eiwitten te maken voor diervoeding.

Afval

ArcelorMittal richt zich echter niet alleen op het emissieprobleem, maar ook op het afvalprobleem. De staalproducent wil zijn hoogovens inzetten als afvalverwerkers. Via het Torero-project kan het bedrijf afvalhout uit containerparken voorbewerken tot biokoolstof die geschikt is voor het hoogovenproces. Ook lopen twee projecten waarbij plasticafval in de vorm van poeder of gas in de hoogoven kan worden geïnjecteerd.

Dan is er ook nog het eigen afval. Dat probeert het bedrijf te hergebruiken. Het hoogovenslak wordt ingezet in de cementindustrie. Een andere vorm van slak, LD-slak, wordt gebruikt in waterbouwwerken.

Impact op de site

De vernieuwing van de hoogoven had een behoorlijke impact op de site van ArcelorMittal in Gent. Met maar één van de twee hoogovens draaiende, kon er maandenlang minder worden geproduceerd. Daar was al rekening mee gehouden door van tevoren extra stock aan te leggen. Hoewel Covid-19 lastig was voor het werken tijdens de vernieuwing, zorgde het er ook voor dat er minder vraag was naar staal.

ArcelorMittal Belgium

ArcelorMittal Belgium heeft vestigingen in Gent, Luik, Genk en Geel en telt 5.000 medewerkers. De totale directe en indirecte tewerkstelling wordt op 30.000 banen geraamd. Het bedrijf produceert hoogwaardig staal voor de meest uiteenlopende toepassingen in de automobielsector en andere industriële sectoren zoals de groene-energiesector, bouwsector, witgoedsector en de
verpakkingssector.

Afvalverwerkingsbedrijf S4 GroNext krijgt 2,8 miljoen euro subsidie voor de investering in productiefaciliteiten voor een nieuwe fabriek in de Eemshaven. De subsidie wordt toegekend vanuit de Regionale Investeringssteun Groningen (RIG). Het bedrijf gaat plastic afval dat niet recyclebaar is verwerken tot gas. Dit gas kan vervolgens in de chemische industrie gebruikt worden als duurzame grondstof. Bij het nieuwe bedrijf komen 28 arbeidsplaatsen. 

Innovatie

Met de subsidie van de provincie schaft het bedrijf een machine aan om plastic afval te verwerken tot korrels. Een chemische installatie verwerkt de korrels vervolgens tot duurzaam gas. Een deel van dit gas wordt omgezet in elektriciteit voor eigen gebruik. In de chemische installatie zit een zogeheten Kinext-unit. Dit innovatieve systeem voor energieopslag wordt onder meer gebruikt om het stroomnet in de Eemshaven stabiel te houden. De fabriek van S4 GroNext wordt gebouwd op 5000 vierkante meter, met uitbreidingsmogelijkheden voor nog eens 5000 vierkante meter. De provincie Groningen ziet het nieuwe bedrijf als een aanwinst voor de chemische industrie in Groningen.

Methanol

In Rotterdam ontwikkelt Enerkem een nieuwe technologie om afval dat niet kan worden gerecycled via vergassing om te zetten naar methanol. Meer over dat project kunt u lezen in het meinummer van Petrochem, dat online te lezen is!

Minister Stientje van Veldhoven, 37 plastic toepassende bedrijven, 17 plastic producerende bedrijven en 20 andere partijen ondertekenden het Plastic Pact NL. Het Plastic Pact focust op het sluiten van de kringloop van eenmalige plastic producten en verpakkingen.

Het Plastic Pact NL is één van de prioriteiten van Van Veldhoven in het kader van het Grondstoffenakkoord en het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie. Hoewel plastic een sterk, licht, flexibel en makkelijk toepasbaar materiaal is, brengt de grootschalige toepassing van het plastic ook nadelen met zich mee. Het gebruik van primaire fossiele grondstoffen oefent druk uit op het milieu, door gebrek aan recycling gaan waardevolle grondstoffen verloren en de verspreiding van plastic zwerfvuil en microplastics resulteert in groeiende vervuiling van onze ecosystemen.

Een breed scala van 75 partijen ondertekent het Plastic Pact NL, dat zich focust op het sluiten van de kringloop van eenmalige plastic producten en verpakkingen (‘fast moving consumer goods’). Mogelijk dat in een later stadium ook vergelijkbare afspraken gemaakt kunnen worden met andere sectoren die veel plastic toepassen, zoals de bouw en de automotive.

Recyclen

In het Plastic Pact NL zijn tussen deze bedrijven onderling en met de minister afspraken gemaakt om de milieudruk van plastics te verminderen en de circulariteit te bevorderen. Partijen beogen met het Plastic Pact NL versneld maatregelen te nemen om de plastic kringloop te sluiten. in 2025 zullen alle eenmalig te gebruiken plastic producten en verpakkingen in ieder geval honderd procent recycleerbaar zijn. Bovendien zullen de plastic toepassende bedrijven niet meer dan nodig gebruik maken van plastic materialen door minder gebruik, door hergebruik, en/of door alternatieve duurzamere materialen, resulterend in twintig procent minder volume plastic (in kg) relatief ten opzichte van het totale volume op de markt gebrachte producten ten opzichte van het gebruik in het basisjaar (2017). Hierdoor zal in ieder geval het totale volume eenmalige plastic producten en verpakkingen van het geheel aan Plastic Toepassende bedrijven dalen.

Biobased

De Plastic Producerende Bedrijven zullen voor voldoende sorteer- en recyclingcapaciteit zorgen zodanig dat minimaal zeventig procent van het gewicht van alle eenmalige plastic producten en verpakkingen die in Nederland in de afvalfase belanden, hoogwaardig gerecycled worden.

Alle eenmalig te gebruiken plasticproducten en verpakkingen die Plastic Toepassende Bedrijven op de markt brengen zullen in 2025 een zo hoog mogelijk percentage gerecyclede plastics (in kg) bevatten, met een gemiddelde per bedrijf van minimaal 35 procent. Daarnaast zullen zoveel mogelijk duurzaam geproduceerde biobased plastics worden gebruikt om het gebruik van primair fossiele plastics te verminderen.

Om de zogenaamde plastic soep tegen te gaan, verbiedt het Europarlement het gebruik van single used plastics. Zwerfvuil bestaat momenteel voor de helft uit plastic bestek, drinkflessen, sigarettenpeuken of wattenstaafjes. De raad zal zich nu eerst over de voorstellen moeten buigen, voordat het Europarlement onderhandelingen met de lidstaten kan beginnen. 

De gevolgen van de hedendaagse wegwerpcultuur van plastics zijn overal in de zeeën en oceanen te vinden. Plastic afval vervuilt de oceanen steeds meer en volgens een schatting zouden de oceanen tegen 2050 meer plastic dan vis kunnen bevatten.

Nieuwe EU-regels, die op 24 oktober door de leden in de plenaire vergadering werden goedgekeurd, richten zich op de tien plastic producten voor eenmalig gebruik die het meest worden aangetroffen aan de Europese kusten en op verloren vistuig. Samen zijn deze twee groepen goed voor zeventig procent van het zwerfvuil op zee.

Circulaire aanpak

Plastic maakt niet alleen een vuilnisbelt van de kusten maar doet ook zeedieren pijn die verstrikt raken in grotere stukken en kleinere stukjes voor voedsel verwarren. Het inslikken van plastic deeltjes kan de vertering van voeding verhinderen. Mensen krijgen plastic binnen via de voedselketen. De gevolgen voor de volksgezondheid zijn onbekend.

Zwerfvuil brengt economische verliezen met zich mee voor sectoren en gemeenschappen die afhankelijk zijn van de zee maar ook voor fabrikanten: slechts zo’n vijf procent van de waarde van plastic verpakkingen blijft in de economie, de rest wordt letterlijk gedumpt, wat de noodzaak van een circulaire aanpak aantoont.

Wat moet worden gedaan?

De doeltreffendste manier om het probleem aan te pakken is door te voorkomen dat er meer plastic in de oceaan komt. Plastics voor éénmalig gebruik vormen de grootste groep afval aan de kusten. Producten zoals plastic bestek, drinkflessen, sigarettenpeuken of wattenstaafjes zijn goed voor bijna de helft van alle zwerfvuil.

Voorgestelde maatregelen

Er wordt een totaalverbod voorgesteld voor plastic voorwerpen voor eenmalig gebruik waarvoor al alternatieven van andere materialen beschikbaar zijn: wattenstaafjes, bestek, borden, rietjes, roerstaafjes en ballonsticks. De leden voegden aan deze lijst onder invloed van zuurstof afbreekbare producten en fastfood doosjes gemaakt van polystyreen.

Voor de rest wordt nog een reeks andere maatregelen voorgesteld:

o Doelstellingen voor een verlaging van het gebruik met 25 procent tegen 2025 van voedselverpakkingen en van vijftig procent tegen 2025 van sigarettenfilters die plastic bevatten;

o Verplichtingen voor producenten van artikelen zoals snoepwikkels, sigarettenfilters, vochtige doekjes enzovoorts om de kosten van afvalbeheer en opruiming te dekken;

o Inzamelingsdoelstelling van negentig procent tegen 2025 voor drankflessen (bijvoorbeeld via systemen voor statiegeldteruggave)

o Etiketteringsvereisten voor maandverband, vochtige doekjes en ballonnen om gebruikers te wijzen op de juiste manier het weg te gooien;

o Bewustmaking.

Voor vistuig, dat goed is voor 27 procent van het zwerfvuil, moet het systeem voor afvalbijdrage worden aangevuld met andere manieren om vissers financieel te stimuleren hun afgedankte vistuig naar de kust terug te brengen. De lidstaten moeten ook jaarlijks minimaal vijftig procent van het verloren vistuig verzamelen en vijftien procent daarvan tegen 2025 recycleren.

De Raad zal nu over zijn standpunt moeten stemmen voordat het Parlement onderhandelingen met de lidstaten kan beginnen.

Bio-based plastics zijn net zo goed mechanisch te recyclen als conventionele plastics. En biologisch afbreekbare plastics zijn geen oplossing voor de plasticsoep in de oceanen. Dat blijkt uit het rapport ‘Bio-based and biodegradable plastics – Facts and Figures’, dat deze week werd uitgebracht door Wageningen Food & Biobased Research. Het rapport inventariseert wetenschappelijke kennis over biobased en biologisch afbreekbare plastics, en focust daarbij op plastics die gebruikt worden in de verpakkingsindustrie.

Over biologisch afbreekbare en bio-based plastics bestaan tal van soms hardnekkige misverstanden. Dat maakt een keuze om over te stappen naar het gebruik van deze materialen lastig voor bedrijven. Wageningen Food & Biobased Research inventariseerde daarom in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) wat er op basis van wetenschappelijk onderzoek wel of niet kan worden beweerd over deze plastics. Christiaan Bolck, programma manager materials bij Wageningen Food & Biobased Research: “Bedrijven en belangengroeperingen beweren van alles. Dit rapport is bedoeld voor wie echt wil weten hoe het zit. Dat is vaak wel een genuanceerd verhaal.”

Bioplastic als term

Deels komt de onduidelijkheid door terminologie. Alleen de term “bioplastic” al. Deze wordt gebruikt voor plastics die gemaakt zijn uit veelal plantaardige biomassa, maar wordt ook gebruikt voor plastics die biologisch afbreekbaar zijn. Het gaat hier echter om twee totaal verschillende kenmerken. In het rapport wordt daarom een duidelijk onderscheid gemaakt tussen deze kenmerken.

Onduidelijkheid rond bio-based en biologisch afbreekbare plastics komt deels ook door kort door de bocht uitspraken waarbij de nuance ontbreekt. Zo klopt de uitspraak “alle plastics zijn slecht voor het milieu” niet maar is het ook niet waar dat “alle bioplastics groen en goed voor het milieu” zijn. Dit zijn echter wel beweringen van zowel bedrijven als milieu-actiegroepen die we terug horen uit de markt en deze beweringen gaan hun eigen leven leiden. Zo wordt van bio-based plastics nog weleens beweerd dat het netto CO2-gebruik nauwelijks verschilt van fossiele plastics omdat wat ze besparen aan aardolie tijdens het productieproces extra aan energie gebruiken. Bolck: “In dit rapport laten we zien dat voor de productie van veel bio-based plastics daadwerkelijk netto minder broeikasgassen vrijkomen dan reguliere plastics.”

Plastic afval

Het rapport draagt bovendien feiten aan die relevant zijn voor actuele discussies over plastic verpakkingsafval. Zo is aangetoond dat de meeste bio-based en biologisch afbreekbare plastics die nu in de handel zijn net zo goed mechanisch te recyclen zijn als gewone plastics, maar ook dat biologisch afbreekbare plastics geen alles omvattende oplossing zijn voor de milieuproblemen van zwerfafval.  Of en met name hoe snel een biologisch afbreekbaar plastic door micro-organismen afgebroken wordt, hangt namelijk in hoge mate af van het milieu waarin ze terecht komen. Bolck: “Zo bestaan er biologisch afbreekbare plastics die binnen enkele maanden volledig afbreken in zee, maar zeevogels kunnen nog steeds stikken in een biologisch afbreekbare plastic zak.”

Download hier het rapport.