proceswater Archieven - Utilities

 

De Amerikaanse chemiereus Dow vestigde zich vijftig jaar geleden in zoutwaterdelta Terneuzen. Innovatie en samenwerking met publieke en private partijen zorgden ervoor dat het bedrijf zijn waterfootprint aanmerkelijk verkleint. R&D-directeur Henk Pool: ‘Wat wij hier doen is geen rocket science, maar het vergt wel enige inspanning bij de publieke en private partijen om samen te werken.’

Dow Terneuzen vierde in oktober nog zijn vijftigjarige bestaan. Hoewel R&D-directeur Henk Pool de begindagen van de Amerikaanse chemiereus in Zeeland niet meemaakte, weet hij wel dat de toegang tot proceswater een rode draad vormt in de geschiedenis. ‘Vanaf het begin was duidelijk dat we ons vestigden in een erg gevoelig gebied waar water niet zomaar voorhanden was’, zegt Pool. ‘Het zilte grondwater is niet geschikt om als proceswater in te zetten, maar we gebruiken wel veel water voor onze productie. Dow Terneuzen moest dan ook wel samenwerken met het waterschap, de toenmalige waterleidingmaatschappij, de gemeente Terneuzen en de provincie Zeeland om de watervoorziening veilig te stellen. Dat begon met het gebruik van Belgisch polderwater dat via de regionale spaarbekkens bij ons in Terneuzen terecht komt. De toenmalige waterexperts van Dow beseften zich dat het aantrekkelijker was om dat water als basis te gebruiken voor de productie van stoom of als koelwater dan het zilte water uit de Westerschelde. Destijds waren we dan ook de eerste partij die de term industriewater gebruikte en daarmee waren we, zij het noodgedwongen, onze tijd ver vooruit. We gebruiken dat polderwater overigens nog steeds, maar het is lang niet voldoende om te kunnen voorzien in de circa 21 miljoen kuub water die we jaarlijks gebruiken. De waterschaarste in dit gebied maakt het noodzakelijk om constant creatief te blijven nadenken over manieren om op een betaalbare manier de beschikking te houden over schoon, zoet water.’

Misschien wel de meest innovatieve oplossing die Dow alweer een tijd gebruikt, is de inzet van effluent als productiewater. Op RWZI De Drie Ambachten zuivert het Waterschap Zeeuws-Vlaanderen het huishoudelijke afvalwater van de gemeente Terneuzen. Huisleverancier Evides Industriewater bouwde een pompinstallatie bij de afvalwaterzuivering, vanwaar het water via een leiding naar haar eigen waterinstallatie nabij het terrein van Dow wordt verpompt. Sinds februari 2007 stroomt daar ruim 450 kuub effluent per uur doorheen. Evides Industriewater bouwde op het Dow-terrein een MBR met RO om zo het water geschikt te maken als ketelwater voor de stoominstallaties van Dow. ‘Dat water gaat ook nog eens twee keer rond’, zegt Pool. We hergebruiken namelijk ons eigen productiewater ook weer als koelwater. Op die manier gebruiken we het water dus drie keer: een keer door de gemeente Terneuzen en twee keer door Dow.’

Watervisie

De vestiging in Terneuzen is niet de enige Dow site met waterschaarste. Pool: ‘De situatie in Saudi Arabië is vergelijkbaar met die in Terneuzen. Ook daar is voornamelijk zilt water voorhanden en zoekt men naar duurzame oplossingen. De wereldwijde watervisie van Dow is daar zeer helder in: we spelen een leiderschapsrol in de wereldwijde watercrisis door een nieuwe standaard neer te zetten voor duurzaam watergebruik en -management. Dat we in Terneuzen verder daarmee zijn dan in Saudi Arabië heeft met name te maken met die lange historie en het feit dat we qua partnerships veel meer vervlochten zijn met de publieke en private partijen in de directe omgeving. Dat vraagt om een betrokken en actieve houding van het management, maar ook om capabele bestuurders bij onze partners.’ De R&D directeur is lid van het managementteam van Dow Benelux en Pool verzekert dan ook dat de watervoorziening hoog op de strategische agenda staat. Het thema water heeft een apart hoofdstuk in het jaarlijkse duurzaamheidsverslag en we steken behoorlijk wat geld in onderzoek en samenwerking  naar oplossingen voor de waterproblematiek.’

Pool wil dan ook graag de awareness verhogen bij vergelijkbare bedrijven die de komende tien jaar wellicht voor dezelfde problemen worden gesteld als Dow Terneuzen. ‘Veel industriële bedrijven gaan er van uit dat water altijd beschikbaar is en er zijn er bij die geen alternatieve infrastructuur hebben voor het geval dat er bronnen wegvallen. Het feit dat wij vooroplopen heeft met name te maken met de urgentie die hier vanaf het begin was voor het spreiden van de risico’s voor de zoetwatervoorziening. Maar die spreiding is niet alleen uit noodzaak geboren. Technisch gesproken is het voor ons mogelijk om al ons water uit de Biesbosch te halen. Die single source-aanpak zorgt echter niet alleen voor een kwetsbare watervoorziening, maar is ook verre van duurzaam. Dow Terneuzen gebruikt ongeveer vijf keer meer water dan de bewoners van Terneuzen bij elkaar. We hebben de maatschappelijke plicht om onze voetafdruk te verkleinen. Bedrijven zullen altijd moeten kijken wat ze kunnen besparen, waar ze water in de eigen processen kunnen hergebruiken, maar ook naar wat de omgeving ze biedt. Wat wij hier doen is geen rocket science en we delen onze kennis en ervaring breeduit. Er wordt wel eens beweerd dat het voor bedrijven lastig is om met publieke partijen samen te werken, maar Dow Terneuzen bewijst dat het wel kan.’

Samenwerking

Pool heeft geen geheim recept voor een vruchtbare publiek private samenwerking, maar kan wel de randvoorwaarden aangeven die het succes mede bepalen. ‘Een advies dat ik daarbij wil meegeven is dat de samenwerkende partijen zich bij hun leest moeten houden. Wij kennen ons eigen proces en organisatie het beste en datzelfde geldt voor een waterschap of een provincie of een kennisinstelling. Blijf je richten op je span of control en vergroot de scope door meer partijen te betrekken bij de samenwerking. De eerste stap die je als bedrijf sowieso moet nemen is een interne check uitvoeren of je fysiek in staat bent over de eigen grenzen heen samen te werken. Voldoet de bestaande infrastructuur en zo niet ben je bereid daarin te investeren? Vervolgens zal je je moeten verdiepen in de bestaande watersystemen. Wat is er al voorhanden? Kan je je eigen processen daarin integreren. De laatste, maar misschien wel meest belangrijke stap is de bestuurlijke samenwerking. Je zult op gelijkwaardige bestuurlijke niveaus moeten bouwen aan de relatie met de betrokken partijen. Alleen als je dezelfde taal spreekt en elkaar vertrouwt, krijg je daadwerkelijk dingen voor elkaar. Wij zijn bewust eerst de samenwerking aangegaan met de gemeente en het waterschap om vervolgens samen naar een oplossing te zoeken. We hebben allemaal belang bij een robuust watersysteem, maar wel vanuit onze eigen scope. Als je elkaars belangen respecteert, kunnen daar de mooiste oplossingen uit voortkomen.’

Onderzoek

Pool zou geen R&D directeur zijn als hij niet even een paar onderzoeksprojecten zou kunnen noemen waar Dow bij betrokken is. Op het gebied van industriewater kan hij uit een rijke bron tappen. ‘Sinds vorig jaar zijn we betrokken bij het Water Nexus Project dat wordt geleid door NWO-STW. Dit is een zeer intensief onderzoekstraject naar watervoorziening in waterschaarse kustgebieden waar we samen met Shell de industriële watergebruikers vertegenwoordigen. Het mooie van dit project is dat integraal wordt gekeken naar de waterbalans voor zowel de industrie als de landbouw, de omgeving en de lokale bevolking. Ook op kennisgebied worden alle krachten gebundeld. Zowel Wageningen Universiteit als de technische universiteiten, kennisinstituten zoals Deltares en RHDHV zetten hun kennis in om de individuele componenten die al bekend zijn om te vormen tot een model voor het gehele watersysteem. Het credo van dit vijfjarige onderzoek is dan ook: zout waar het kan, zoet waar het moet.

Concreet wordt er bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar wat een wetlandomgeving kan bijdragen aan het watersysteem. Een deel van het water kan op natuurlijke wijze worden voorbehandeld vóór het daadwerkelijke ontziltingsproces plaatsvindt. Inmiddels hebben we al wat resultaten geboekt, maar het is nu nog te pril om echte resultaten te noemen. Laten we zetten dat we wat technology readiness op een niveau van drie a vier zitten. Dat wil zeggen dat er stappen zijn gezet, maar dat er nog wel wat modelleerwerk moet worden gedaan.

Ook het E4water-project is een interessant onderzoek naar de behandeling van brak water. Het onderzoek dat in 2012 startte loopt bijna ten einde en volgens Pool zijn de resultaten hoopgevend. ‘Kortgezegd komt het er op neer dat we het volume van het effluent uit de RWZI van de gemeente Terneuzen willen vergroten. In het project zijn twee nieuwe ontziltingstechnieken onderzocht bij de Evides Waterfabriek. Het is helaas nog te vroeg om daar al te veel over te zeggen, maar het is wel duidelijk dat een van de twee technieken dicht tegen de beloofde kostprijs van veertig cent per kuub zit.’

In hetzelfde rijtje past het Improved Project dat Evides Industriewater, de Universiteit Gent en negen bedrijven, waaronder Dow Terneuzen, in het grensgebied Nederland-Vlaanderen begin 2016 starten. ‘Improved’ staat voor: Integrale Mobiele PROceswaterunit Voor een Economische Delta.

Het mag duidelijk dat de stad Dow, die het terrein van Dow Terneuzen eigenlijk is, zeer verweven is met de stad Terneuzen en de provincie Zeeland. Pool: ‘Als wij water gebruiken heeft dat invloed op de omgeving. En hetzelfde geldt voor de bedrijven om ons heen. We zijn er dan ook allemaal bij gebaat een robuust watersysteem te ontwerpen dat al die functies van water voor de toekomst behoudt. Als laatste wil ik dan ook Waterkringloop Zeeuws Vlaanderen noemen als ultieme samenwerking tussen een twintig tal partners. Het is maar weer een bewijs dat publiek private samenwerking wel degelijk mogelijk is.’