recycling Archieven - Utilities

Het omzetten van heterogene afvalstromen in chemische bouwstenen, zonder uitstoot en nog betaalbaar ook. Op 8 december tijdens de European Industry & Energy Summit gaat technostarter DOPS bij de allereerste Dragons’ Den of Transition op zoek naar Dragons die de ontwikkeling van een proeffabriek mogelijk kunnen maken. Ook zoekt het bedrijf coaching op haar groeiambities.

Innovatie vraagt ​​om meer dan eens over het hek durven kijken. Dat deden de oprichters van de technische start-up DOPS Recycling Technology ook. Een enige tijd geleden ontwikkelde technologie voor de productie van cokes in de staalindustrie werd daar nog niet toegepast. Directe Carbon Immobilisatie (DCI) bleek echter een uitstekende basis voor het recyclen van heterogeen organisch afval.

Grondstoffen

Het is een proces op basis van pyrolyse en hoge temperaturen. In twee stappen zet de DCI-technologie heterogene afvalstromen om in bouwstenen voor de chemie. Met name syngas uit waterstof en koolmonoxide, maar ook vaste koolstof, metalen en mineralen.

Een groot voordeel van het proces is dat er geen voorscheiding van organisch afval nodig is. Het is letterlijk een alleseter. Biomassa, plastic afval, papier, agrofoodresten, rioolslib en alle mengsels die deze componenten bevatten; het proces zet alles om in bruikbare grondstoffen. Volgens Wiebe Pronker, een van de vier oprichters van DOPS, kan dat op een betaalbare manier. En belangrijker nog, het proces kent geen uitstoot van CO2 of stikstofverbindingen. En het breekt moeiteloos PFAS af en ook bijvoorbeeld dioxines. DOPS voert momenteel uitgebreide experimenten uit in het laboratorium.

Hulpvraag

Ondertussen werkt DOPS ook aan de volgende stappen. Wiebe Pronker: ‘We ontwerpen een testreactor ter grootte van een zes meter lange container. Hiermee willen we onze technologie demonstreren aan potentiële klanten in realistische omgevingen. Daarom zijn we op zoek naar financiering voor de ontwikkeling, bouw en inbedrijfstelling van deze proeffabriek. We verwachten een budget van minimaal twee miljoen euro nodig te hebben.’

DOPS zoekt ook andere hulp. ‘Tegelijkertijd zoeken we coaching voor een triple digit jaarlijks groeitraject. Om onze technologie in Nederland en ook internationaal te verspreiden.’

European Industry & Energy Summit 2021

De Dragons’ Den of Transition is het slotevenement van de European Industry & Energy Summit 2021 (EIES2021).
>Meer informatie over het evenement op 7 en 8 december in Rotterdam Ahoy

Zoals een aantal jaren geleden veel projecten werden opgezet om biobrandstoffen te maken van plantaardig materiaal, schieten nu diverse projecten om afval om te zetten in allerlei grondstoffen als paddestoelen uit de grond. Zo richten verschillende bedrijven zich op het verwerken van afvalplastic dat niet geschikt is voor recycling. En zelfs CO2 is straks een nuttige materiaalstroom.

Het hele artikel vind je in onze digitale Projecten Special 2021!

De eerste recyclingfabriek voor vervuild staal ter wereld is eind september geopend in Delfzijl. Purified Metal Company kan hier staal dat bijvoorbeeld is vervuild met asbest of chroom-6 een nieuw leven geven. Er is zoveel interesse om schroot in te leveren voor recycling dat het niet bij deze ene fabriek gaat blijven.

In Nederland komen jaarlijks tienduizenden tonnen vervuild staalschroot vrij, bijvoorbeeld van gebouwen, treinen, schepen en industriële installaties. Dit staal wordt nu gestort, waardoor een waardevolle grondstof verloren gaat. Of het wordt schoongemaakt, een lastig en kostbaar werk. Voor chroom-6 is er op het moment zelfs geen andere goede oplossing dan de nieuwe fabriek.

Proces

Het gepatenteerde proces van Purified Metal Company (PMC) is vrij simpel. Het normale proces van staalsmelten gebeurt bij temperaturen boven de 1500 graden Celsius, het smeltpunt van staal. Bij die temperatuur zijn alle asbestvezels al lang vernietigd. ‘Wit asbest gaat al kapot bij 700 graden en andere vezels hebben een iets hogere temperatuur nodig. Bij 1040 graden Celsius zijn alle vezels vernietigd’, zegt Jan Henk Wijma, CEO van PMC. ‘Door verhitting vallen alle asbestvezels uiteen in zand, glas en magnesiumoxide. Drie schone grondstoffen voor hergebruik.’

‘We willen kosten voor de samenleving verlagen. We willen het recyclen niet duurder maken dan het storten.’

Jan Henk Wijma, CEOPurified Metal Company

Belangrijk is echter wel dat er geen asbestvezels of andere vervuilingen in de lucht terechtkomen. Daarom heeft de fabriek een volledig gesloten verwerkingsproces. Luchtsluizen, onderdruk in de fabriek en speciale filters voorkomen dat asbestvezels, chroom-6 en andere gevaarlijke stoffen bij het transport, de overslag en de verwerking vrijkomen en zich kunnen verspreiden. Ook de rookgassen uit de fabriek zijn volledig schoon.

Chemische samenstelling

Uiteindelijk is het verontreinigde staalafval na het proces omgevormd tot Purified Metal Blocks (PMB). Deze stalen blokken worden gegoten in een baksteenformaat en zijn volledig vrij van vuil. Door het compacte formaat kunnen de PMB’s efficiënt en gericht worden ingezet in productieprocessen in staalfabrieken en gieterijen.

De Purified Metal Blocks worden in batches van twintig ton verkocht. Elke batch heeft een unieke chemische samenstelling. Deze hangt af van wat er aan de voorkant de fabriek is ingegaan. ‘Dat kan verschillen van RVS tot constructiestaal’, legt Wijma uit. ‘Pas nadat het gesmolten is, kunnen wij zien wat de samenstelling is.’

Die verschillende chemische samenstellingen kunnen een voordeel zijn voor staalfabrieken en gieterijen. Zij kunnen kiezen welke batch voor hen interessant is. Wijma: ‘Ze kunnen zelfs nuttig gebruikmaken van de legeringen die erin zitten. Dat kan namelijk een besparing opleveren. Nikkel is daar een mooi voorbeeld van. Het is ontzettend duur materiaal. Als er een procentje in zit, is dat al bijna honderd euro per ton waard. Dat is echt waardevol voor bedrijven.’

Nog een voordeel voor de staalproducenten is dat ze door het gebruik van de blokken van PMC 75 procent minder CO2 uitstoten dan fabrieken die staal uit ijzererts maken.

Opgespaard

De nieuwe fabriek kan al rekenen op veel interesse. Verschillende Nederlandse bedrijven, zoals BASF, Shell, DOW en Prorail, hebben zich al gemeld om hun schroot in te leveren.

Industrielinqs nu 3 maanden gratis ontvangen?

Dit artikel komt uit de tweede editie van het Industrielinqs magazine, dat zich richt op de procesindustrie, energiesector en onderlinge infrastructuur. Met het magazine verbinden we industriële ketens zodat ze van elkaar kunnen leren. Belangrijke thema’s zijn: innovatie, energietransitie, onderhoud en veiligheid.

Gebruik kortingscode ILQS20GRATIS voor een gratis proefabonnement

Wijma: ‘Ik heb van een aantal bedrijven begrepen dat ze het afgelopen half jaar hun schroot hebben opgespaard, zodat ze het niet naar de stort hoefden te brengen in afwachting van onze opening. Dat is heel mooi nieuws.’ Zelf heeft PMC op twee locaties ook al een paar duizend ton vervuild schroot liggen. ‘Dat is gelijk serieus’, zegt Wijma.

Ook bedrijven uit andere Europese landen en de VS weten PMC al te vinden. ‘Het laat zien dat de kern van het probleem in westerse landen identiek is’, zegt Wijma. ‘Onze oplossing is daar een milieuvriendelijk alternatief voor dat kosten bespaart. Dat zijn onze drivers. We willen kosten voor de samenleving verlagen. We willen het recyclen niet duurder maken dan het storten.’

Meerdere fabrieken

De fabriek biedt werk aan dertig mensen. Wanneer ze op volle capaciteit draait, komen daar nog eens 35 arbeidsplaatsen bij. Met de bouw van de fabriek is een investering van zeventig miljoen euro gemoeid. De fabriek in Delfzijl kan, eenmaal op maximale capaciteit, 150.000 ton schroot per jaar verwerken, equivalent aan het gewicht van vijftien Eiffeltorens. Daar wordt in drie jaar tijd naartoe gewerkt.

Met die capaciteit kan PMC het vrijgekomen staal uit Nederland recyclen, aangevuld met wat staal uit België en Duitsland. Voor het schroot uit de andere geïnteresseerde landen is nu dus eigenlijk geen plek. Daarom heeft het bedrijf al plannen voor meerdere fabrieken wereldwijd. In Duitsland heeft PMC zelfs al een locatie in de omgeving van Leipzig op het oog.

Financiering

De financiering voor deze volgende fabrieken zal een stuk gemakkelijker gaan dan de eerste fabriek in Delfzijl. ‘De Europese investeringsbank vond ons eerste project veel te risicovol’, zegt Wijma. ‘Maar ze heeft nu aangegeven een rol te willen spelen in meerdere van onze fabrieken.’

CO2- en grondstoffenbesparing

Door staal te recyclen tot nieuw staal hoeft er geen nieuw staal geproduceerd te worden via delving en opwerking. Per kilo Purified Metal Blocks (PMB’s) bespaart PMC ruim twee kilo primaire grondstoffen (1,4 kilo ijzererts, 0,8 kilo steenkool en 0,3 kilo kalksteen), vergeleken met het delven en opwerken van nieuw staal. Daarnaast bespaart het bedrijf per kilo geproduceerde (en dus gerecyclede) PMB’s de uitstoot van één kilo C02, vergeleken met het delven en opwerken van nieuw staal.

Tijdens het recyclingproces worden verschillende verontreinigingen met de rookgassen meegevoerd. In het zeer geavanceerde rookgasreiningssysteem worden deze onschadelijk gemaakt. De verontreinigingen (minder dan één procent van het binnenkomende vervuilde staalschroot) worden verzameld en vervolgens gestort.

Het thema van dit oktobernummer is onderhoudsstops. Met het stijgen van de jaren van industriële assets nam de complexiteit van turnarounds toe. Gelukkig hoeft die toegenomen complexiteit de duur van een gemiddelde shutdown niet te verlengen. Het vereist echter wel een degelijke voorbereiding met de juiste managementtools en de juiste informatie over de conditie van de assets. Althans, dat stellen Walter Mesterom van expertisebureau PDM en Marc Dassen van technisch dienstverlener Sitech.

Verder in dit nummer

‘De industriële revolutie was eigenlijk meer een evolutie. Als je het op microniveau beschouwt, ging het om een proces van heel veel kleine stapjes’, stelt Jeroen van Woerden, kwartiermaker van het nieuwe Fieldlab Industriële Elektrificatie. ‘De huidige transitie van de industrie zal ook niet van de ene op de andere dag gaan, maar we kunnen er wel alles aan doen om die te versnellen.’

De eerste recyclingfabriek voor vervuild staal ter wereld is eind september geopend in Delfzijl. Purified Metal Company kan hier staal dat bijvoorbeeld is vervuild met asbest of chroom-6 een nieuw leven geven.

Van alle energieverbruikers is de luchtvaart een van de lastigste om te verduurzamen. De druk op de sector om de CO2-uitstoot te verlagen, neemt ondertussen toe.

Grote industriële elektriciteitsverbruikers kunnen een rol spelen in netbalancering en zo een virtuele batterij vormen. Als dat goed gebeurt, profiteert daar zowel de industrie als de netbeheerder van.

Dit en veel meer leest u in het Industrielinqs oktobernummer!

Industrielinqs nu 3 maanden gratis ontvangen?

Gebruik kortingscode ILQS20GRATIS voor een gratis proefabonnement!

Vynova investeerde zes miljoen euro in een installatie die restwarmte inzet voor de productie van stoom. Dat brengt het energieverbruik van de site in Tessenderlo flink naar beneden. Het chemiebedrijf rekent op een jaarlijkse energiebesparing van 65.000 megawattuur.

Vynova produceert in Tessenderlo verschillende basischemicaliën, waaronder monovinylchloride (MVC), een tussenproduct voor pvc. Op twee kraakovens van de MVC-fabriek heeft het bedrijf nu een warmterecuperatie-installatie gebouwd. De restwarmte uit de kraakgassen van de ovens is daardoor beschikbaar om stoom te produceren. Die stoom is in het bestaande productieproces nodig om producten verder te zuiveren.

Op jaarbasis kan Vynova zo’n tachtigduizend ton stoom genereren die eerder werd opgewekt via stoomketels op aardgas. Dat betekent een energiebesparing van 65.000 megawattuur per jaar, ongeveer het energieverbruik van 2.850 gezinnen. De CO2-uitstoot van de vestiging daalt daarmee met twaalfduizend ton per jaar.

Membraanelektrolyse

In 2018 zette Vynova in Tessenderlo ook al een flinke stap naar duurzamere productie. Toen nam het bedrijf een nieuwe installatie voor de productie van kaliumhydroxide in gebruik. Deze eenheid – een investering van 65 miljoen euro – werkt op basis van membraanelektrolyse in plaats van kwikceltechnologie. Het elektriciteitsverbruik ten opzichte van de stopgezette eenheid daalde met dertig procent. Ook deze installatie hergebruikt restwarmte in de vorm van stoomrecuperatie.

Lees meer over het project van Vynova in 2018.

De gemeente Amsterdam gaat het noodlijdende Afval Energie Bedrijf Amsterdam (AEB) met zestien miljoen euro steunen op de korte termijn. De gemeente staat hierbij garant voor zes miljoen, samenwerkende banken dragen tien miljoen euro krediet bij. Bij AEB zijn begin juli vier van de zes productielijnen stilgelegd in verband met achterstallig onderhoud en veiligheid.

Sinds vorig jaar staat AEB onder verscherpt toezicht van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied na een serie branden. Bij het doorvoeren van verbeteringen boekte het bedrijf echter te weinig progressie. Het Afvalenergiebedrijf startte mede naar aanleiding van het verscherpt toezicht een verbetertraject die de veiligheid van de installaties en systemen optimaliseert. De snelheid waarmee het bedrijf de verbeteringen doorvoert, is tot nu toe onvoldoende. Om de veiligheid te borgen, constateerden medewerkers en het management dat het noodzakelijk was de verbrandingslijnen gedeeltelijk uit bedrijf te nemen.

Een speciaal crisisteam van de gemeente werkt momenteel plannen uit om het ophalen en de verwerking van Amsterdams huishoudelijk afval te waarborgen. Ook wordt gekeken hoe de warmtelevering van 35.000 huishoudens op de korte en lange termijn kan worden gegarandeerd. De financiële injectie moet helpen deze doelen te realiseren.

Achterstallig onderhoud

AEB voert in het in bedrijf zijnde gedeelte van de installatie (twee van de zes productielijnen) een programma van maatregelen door dat zich richt op het wegwerken van achterstallig onderhoud. Daarnaast verbetert het zijn processen, werkwijzen en cultuur. Zodra het verbeterprogramma succesvol is afgerond, worden de volgende twee verbrandingslijnen weer in gebruik genomen. Daar wordt dan het verbeterprogramma doorgevoerd. Tot slot volgen de resterende verbrandingslijnen. De doorlooptijd van het hele programma neemt de komende maanden in beslag. Na afronding van het programma zijn alle verbrandingslijnen weer volledig in gebruik.

Starter Purified Metal Company (PMC) is afgelopen week in Delfzijl begonnen aan de bouw van haar circulaire staalfabriek. In een gesloten installatie wordt vanaf volgend jaar asbesthoudend staal verhit tot 1500 graden, zodat alle asbestvezels kapot gaan en het staal smelt. Het bedrijf hoopt de fabriek uiterlijk in juli 2020 operationeel te hebben.

Vorig jaar was PMC nog finalist bij de Enlightenmentz-verkiezing. Toen was het rond krijgen van voldoende financiering nog de hoogste prioriteit. Inmiddels is die vorig jaar rondgekomen en kan het bedrijf met de bouw beginnen.

Schoon

Het proces is simpel. Het normale proces van staalsmelten gebeurt al bij temperaturen boven de 1500 graden Celsius, het smeltpunt van staal. Bij die temperatuur zijn alle asbestvezels al lang vernietigd. Wit asbest gaat al kapot bij 700 graden en andere vezels hebben een iets hogere temperatuur nodig. Bij 1040 graden Celsius zijn alle vezels vernietigd. Door verhitting vallen alle vezels uiteen in zand, glas en magnesiumoxide. Drie schone grondstoffen voor hergebruik.
Belangrijk is echter wel dat er geen asbestvezels of andere vervuilingen in de lucht terechtkomen. Het antwoord is een volledig gesloten verwerkingsproces. Luchtsluizen, onderdruk in de fabriek en speciale filters voorkomen dat asbestvezels bij het transport, de overslag en de verwerking vrijkomen en zich kunnen verspreiden. Ook de rookgassen uit de fabriek zullen volledig schoon zijn.

Nieuwe staalproducten

Tot het verbod in 1993 werd asbest met staal ruim toegepast in Nederland. Denk bijvoorbeeld aan hittebestendige pakkingen tussen stalen flenzen. Ook is veel asbest verwerkt in olie- en gasplatforms in de Noordzee die de komende decennia grootschalig worden afgebroken. En wat te denken van gaspijpleidingen van voor 1993. Veel van deze asbesthoudende staalproducten worden gewoon gestort, omdat schoonmaken te duur is of technisch nog onmogelijk.
PMC brengt daar verandering in. Haar circulaire proces zet gevaarlijk afval om in hoogwaardige grondstoffen. Tijdens het proces wordt de asbestvezel vernietigd en vormt het geen gevaar meer voor mens en milieu.
Het gerecyclede staal is bovendien een hoogwaardige grondstof die ingezet kan worden door staalfabrikanten om nieuwe staalproducten te produceren. Niet alleen lost PMC daarmee straks een afvalprobleem op. Fabrieken die staal produceren uit de blokken van PMC stoten 75 procent minder CO2 uit dan fabrieken die het uit ijzererts maken.

Sabic wil in Geleen een commerciële fabriek bouwen die afvalplastic van lage kwaliteit om kan zetten in grondstoffen voor haar stoomkraker. De verwachting is dat deze fabriek in 2021 gaat draaien.

Sabic gaat samenwerken met het Britse Plastic Energy, een ‘pionier op het gebied van chemische recycling van kunststoffen’. De bedrijven hebben een memorandum van overeenstemming getekend.

Het bedrijf heeft een gepatenteerde thermochemische omzettingstechnologie om moeilijk recyclebare kunststoffen om te zetten in bruikbare grondstoffen. De vuile en gemengde plastics die bij Sabic worden ingezet, worden anders verbrand of gestort.

Plastics worden in een zuurstofvrije omgeving gesmolten en vervolgens afgebroken tot synthetische oliën, waarna de oliën moeten worden geraffineerd en opgewaardeerd als grondstof voor traditionele petrochemische toepassingen.

Annette Ottolini, algemeen directeur Evides Waterbedrijf opende de NEREUS-pilotlocatie in Rotterdam. Op deze locatie in het Merwe-Vierhavengebied vindt onderzoek plaats naar hergebruik van huishoudelijk afvalwater.

NEREUS is een voortzetting van het RINEW-onderzoek dat Evides deed naar het hergebruik van huishoudelijk afvalwater. Het rioolwater van Rotterdamse huishoudens werd gebruikt als gietwater, terwijl afvalstoffen als cellulose en humuszuren een tweede leven kregen. In dit nieuwe onderzoek werkt het Nederlandse bedrijf samen met Belgische, Franse en Engelse partners.

Out-of-the box

In het bijzijn van vertegenwoordigers van de Europese en Nederlandse projectpartners sprak Daan Roosegaarde – kunstenaar, ondernemer, uitvinder, ontwerper en ‘buurman’ van de pilotlocatie – over de relatie tussen ontwerp en technologie. Innoveren, out-of-the-box-denken en laten zien wat je doet zijn volgens hem belangrijke bouwstenen van het NEREUS-project.

Hierna verrichtte Annette Ottolini de openingshandeling door symbolisch waardevolle grondstoffen uit huishoudelijk afvalwater te halen. Ottolini: “Hergebruik is een speerpunt van Evides, om actief bij te dragen aan een duurzame leefomgeving. Daarbij zoeken we actief de samenwerking, wat in dit project nadrukkelijk tot uiting komt. Eerder onderzoek was veelbelovend, dat zetten we nu door in een internationale context.”

Waarde uit afvalwater

In de NEREUS-pilotlocatie doet Evides Industriewater onderzoek om zoveel mogelijk waarde uit huishoudelijk afvalwater te creëren, zoals water, nutriënten en energie. In verschillende stappen en met behulp van diverse technieken wordt het afvalwater verzameld en verwerkt tot bruikbare grondstoffen. Evides doet dit in samenwerking met Logisticon Water Treatment , Hoogheemraadschap van Delfland, Waterschap Hollandse Delta, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en de gemeente Rotterdam.

Wat is NEREUS?

Dit onderzoek is onderdeel van het Europese Interreg project NEREUS, dat het inzetten van innovatieve technologieën voor het hergebruik van water, energie en nutriënten uit afvalwater in stedelijke context stimuleert. De Europese projectpartners zijn: CAPSO, DuCoop, HZ University of Applied Sciences, Southern Water Services LtD, University of Portsmouth, Water-Link en Vito/VLAKWA.

Op 1 mei 2018 start het onderzoek naar de concentratie en het hergebruik van afvalwater onder de naam CoRe. Het concept CoRe Water staat voor een sterk vernieuwende aanpak van de behandeling van afvalwater, en beoogt hergebruik van water en waardevolle grondstoffen te bewerkstelligen, emissies van broeikasgassen te verminderen, de emissie van geneesmiddelen sterk te reduceren en een modulaire bouwwijze te stimuleren.

Hoe ziet de waterzuivering van de toekomst eruit? In het CoRe Water-concept wordt dit fundamenteel anders dan nu. ‘Als eerste stap concentreren we communaal afvalwater met een factor twintig met behulp van Forward Osmose’, aldus Lex van Dijk, directeur van BLUE-tec. De geconcentreerde stroom (één deel van de twintig) wordt biologisch – eerst anaeroob dan aeroob – gezuiverd. Danny Traksel, Business Developer bij Royal HaskoningDHV: ‘Op deze wijze kunnen we maximaal energie en waardevolle componenten terugwinnen, en maken we de verwijdering van geneesmiddelenresten hanteerbaar. Bovendien maken we grote stappen in het beperken van de emissie van broeikasgassen.’

De overige negentien delen van het oorspronkelijke afvalwater komen vrij als zuiver water van demiwater-kwaliteit, dat geschikt is voor hergebruik in tal van toepassingen. De centrale techniek is Forward Osmose, een relatief jonge en veelbelovende technologie die nu in de praktijk begint door te breken. ‘Ruim tien jaar geleden zijn we op kleine schaal Forward Osmose gaan onderzoeken, en stap voor stap hebben we vooruitgang geboekt. Ik zie ernaar uit om nu samen de sprong naar de praktijk te maken’, aldus Emile Cornelissen, senior scientist bij KWR. Van Dijk: ‘Met CoRe Water maken we nu echt de stap van rwzi naar waterfabriek.’

Succesvolle proef

De membraanfiltratie, een van de sleutelstappen van het CoRe Water concept, is in 2017 al succesvol beproefd op een schaalgrootte van 0,2 kuub per uur op de locatie Simpelveld van Waterschapsbedrijf Limburg. ‘Deze proeven hebben ons het vertrouwen gegeven om verder te gaan met de opschaling. We zien ernaar uit om samen met het CoRe Water-team en de waterschappen Vallei en Veluwe en Rijn en IJssel hier verder aan te werken’, aldus Guus Pelzer, directeur van Waterschapsbedrijf Limburg. De partijen achter CoRe Water zijn Allied Waters, BLUE-tec, KWR en Royal HaskoningDHV.

Drie regio’s

Het onderzoek, dat start op 1 mei 2018, gaat zich op verschillende locaties afspelen, elk met een eigen doel. Waterschap Vallei en Veluwe wil bekijken hoe de gezuiverde waterstroom nuttig ingezet kan worden in het stedelijk waterbeheer. Waterschap Rijn en IJssel richt zich op het verwaarden van componenten uit de concentraatstroom en de lokale benutting vanuit de circulaire economiegedachte. Waterschapsbedrijf Limburg wil onderzoek doen naar de opschaling van de technologie en voor welke toepassingen in onder andere industrie en landbouw het gezuiverde water in de regio kan worden ingezet.