rotterdam Archieven - Utilities

Shell Geothermie en Eneco hebben een vergunning gekregen voor het opsporen van aardwarmte in de regio Rotterdam.

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft een vergunning afgegeven voor onderzoek naar aardwarmte in Capelle aan den IJssel, Rotterdam, Lansingerland, Krimpen aan den IJssel en Zuidplas. Aardwarmte kan als bron een bijdrage leveren aan het verder verduurzamen van warmtenetten. Het biedt de mogelijkheid om meer woningen en gebouwen aardgasloos te verwarmen.

Eneco en Shell brengen de komende jaren het potentieel voor aardwarmte in de ondergrond in kaart. Ook maken ze afspraken met mogelijke afnemers van de aardwarmte. Daarnaast worden de techniek en kosten verder uitgewerkt. En de partijen zoeken naar mogelijke locaties voor boringen en bekijken hoe deze eruit kunnen komen te zien.

Shell en Eneco geven aan dat het nog onbekend is wanneer ze beginnen met het ontwikkelen van aardwarmtelocaties en het aanboren van warmtebronnen. De komende jaren is dit in ieder geval nog niet aan de orde.

Grootschalige productie en toepassing van blauwe waterstof stelt de industrie in Rotterdam in staat haar CO2-emissies al voor 2030 aanzienlijk omlaag te brengen. Dat is de uitkomst van een haalbaarheidsstudie die zestien bedrijven en organisaties verenigd in het project H-vision hebben uitgevoerd.

Met de positieve uitkomst van het onderzoek heeft Rotterdam de kans zich te ontwikkelen tot een hub waar naast bestaande productie straks ook blauwe en groene waterstof wordt gemaakt, gebruikt en verhandeld. Daarmee kan H-vision de start gaan vormen van de waterstofeconomie in Rotterdam en in hoge mate bijdragen aan de klimaatdoelstellingen.

H-Vision

H-vision richt zich in eerste instantie op het maken van waterstof op basis van aardgas en door hergebruik van raffinaderijgas. De CO2 die vrijkomt bij de productie wordt afgevangen en opgeslagen in lege gasvelden onder Noordzee. De zo verkregen blauwe waterstof kan vervolgens als koolstofarme energiedrager in de industrie worden ingezet voor het opwekken van hoge temperaturen en voor de productie van elektriciteit.

H-vision baant hiermee de weg voor groene waterstof die wordt geproduceerd door middel van elektrolyse met stroom uit duurzame bronnen als offshore windparken. Bij deze vorm van waterstofproductie komt geen CO2 vrij. Op dit moment is er te weinig groene stroom voor productie van groene waterstof op industriële schaal.

Investering

Met de bouw van de waterstofinstallaties voor H-vision is in de referentievariant op basis van de huidige inzichten een investering van circa 1,3 miljard euro gemoeid. Inclusief infrastructuur en technische aanpassingen aan industriezijde komt de totale investering op naar schatting 2 miljard euro.

Met de positieve afronding van de haalbaarheidsstudie gaat H-vision een nieuwe fase in, waarin wordt overlegd met de overheid over regelgeving, risicoafdekking en financiële ondersteuning. Ook de keuzes in het uiteindelijke Klimaatakkoord zijn van groot belang.

Maasvlakte

H-vision richt zich nu op een verdere detaillering van technisch ontwerp, financiële onderbouwing, marktpositie en organisatie. Uit de studie is de Maasvlakte als een goede locatie voor de waterstoffabrieken naar voren gekomen. Ook hier wordt verder onderzoek naar gedaan.

Een investeringsbesluit zou in 2021 genomen kunnen worden. In een dergelijke planning kan de eerste installatie begin 2026 de industrie in Rotterdam van koolstofarme waterstof kunnen voorzien.

Een paar uitkomsten van het onderzoek

  • H-vision kan op korte termijn een forse CO2-reductie realiseren. Die loopt op van 2,2 miljoen ton in 2026 tot 4,3 miljoen ton in 2031.
  • Afgezet tegen de totale CO2 -uitstoot van de industrie in Rotterdam over 2018 (26,4 miljoen ton) leidt gebruik van blauwe waterstof als energiedrager in de industrie tot een emissiereductie van 16 procent.
  • De prijs per vermeden ton CO2 bedraagt in de referentievariant €86 – €146 (exclusief ETS-credits), afhankelijk van de economische scenario’s.
  • De te bouwen H-vision waterstofinstallaties krijgen een productiecapaciteit van ruim 700 kiloton op jaarbasis ofwel circa 3200 MW. Daarmee kan de industrie in Rotterdam maar liefst 20 procent van de benodigde warmte en stroom op basis van blauwe waterstof produceren.

Eneco en Shell willen gezamenlijk zoeken naar naar Rotterdamse aardwarmte. Daartoe hebben ze een aanvraag voor een opsporingsvergunning ingediend bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De warmte zal vooral worden ingezet in bestaande en nieuwe warmtenetten.

De opsporingsvergunning geldt voor zowel Rotterdam als Capelle aan den IJssel, Lansingerland, Krimpen aan den IJssel en Zuidplas. In deze regio heeft de ondergrond een gunstige samenstelling voor de winning van aardwarmte. De aardwarmte kan bovendien eenvoudig worden aangesloten op bestaande en nieuwe warmtenetten.

Beide partijen hebben hun kennis en expertise gebundeld. Ze willen in samenwerking met klanten, bedrijven, omwonenden, de (lokale) overheid en andere belanghebbenden, een positieve bijdrage leveren aan de rol van aardwarmte in de energietransitie.

Geothermie

Aardwarmte, ook wel geothermie genoemd, is bestaande warmte die uit aardlagen op dieptes tussen de 500 meter en 4.000 meter wordt benut. Zowel de nationale overheid, de provincie Zuid-Holland, als lokale overheden zien voor duurzame aardwarmte een belangrijke plek in de energietransitie. De provincie Zuid-Holland is hiervoor bij uitstek geschikt.

Het kan tot een jaar duren voor het ministerie van EZK beslist over de opsporingsvergunning. Indien deze aan Eneco en Shell wordt verleend brengen zij het aardwarmtepotentieel in de betreffende regio in kaart om tegelijkertijd de warmtevraag bovengronds te onderzoeken.

Ruim zestig bedrijven en organisaties roepen de Rotterdamse politiek op vol in te zetten op een circulaire en duurzame stad. Onder de bedrijven zijn grote spelers als AkzoNobel, Engie, Eneco, Huntsman, Unilever en Ahoy.

De bedrijven en organisaties doen hun oproep  in het licht van de gemeentelijke verkiezingen in maart.  Een sprong voorwaarts is onvermijdelijk. Die wordt volgens de ondertekenaars van de oproep gedreven door de noodzaak te voldoen aan het Akkoord van Parijs. ‘Onze stad, die als geen andere in Nederland loopt op kolen, olie en gas, zal over dertig jaar amper nog fossiele brandstof mogen gebruiken. Alle gebouwen in Rotterdam zijn dan energieneutraal of, liever nog, energieproducerend. Vervoer is slim en schoon. Bedrijven en de haven zijn toonaangevend in de wereld en zijn aanjagers van een economie die van afval weer nieuwe grondstoffen maakt.’

Kansen

De energietransitie biedt volgens de bedrijven kansen voor economische vernieuwing en innovatie. De bedrijven vragen om ‘ambitieuze inzet van de gemeente’. Dat moet het vertrouwen versterken van zowel bestaande als nieuwe bedrijven. ‘Dat Rotterdam de beste plek is om te ondernemen, te investeren en te innoveren. Hiermee worden de kansen voor blijvende welvaart en werkgelegenheid in Rotterdam  gerealiseerd.’

Consistentie

Een overgang naar de nieuwe economie staat volgens de bedrijven al beschreven  in de Roadmap Next Economy. Volgens hen een prima leidraad voor al het gemeentelijk beleid en handelen. Ze vragen de gemeente Rotterdam ‘de visie van de Roadmap Next Economy concreet te maken met expliciete tussendoelen voor 2022, 2030 en 2040.’

Ze willen betrokkenheid door overheidslagen heen. Ze vragen  de gemeente budgetten vrij te maken om die doelen te kunnen realiseren. Ook consistentie is gewenst. De bedrijven en organisaties vragen om een blijvende betrokkenheid en daadkracht van het gemeentebestuur en de Rotterdamse samenleving.

 

Rotterdam is de beoogde vestigingsplaats van een waste-to-chemicals fabriek in Nederland, waar vanuit restafvalstromen synthesegas en vervolgens methanol wordt geproduceerd. Een samenwerkingsverband bestaande uit AkzoNobel, Van Gansewinkel, Air Liquide, AVR, Enerkem en Havenbedrijf Rotterdam onderzoekt samen met de gemeente Rotterdam, provincie Zuid-Holland, InnovationQuarter en Clean Tech Delta de realisatie.

De nieuwe grondstoffenfabriek is gebaseerd op een technologie van het Canadese Enerkem. Restafval wordt via een specifiek vergassingsproces omgezet in synthesegas en methanol, een basisgrondstof voor de chemische sector. Methanol kan vervolgens worden omgezet in onder meer azijnzuur (voor bijvoorbeeld vezels en lijmen), verdikkingsmiddelen en dimethylether (schone drijfgassen). Deze stoffen worden nu nog vrijwel volledig uit fossiele bronnen gemaakt, waarvoor de geplande fabriek dus een duurzaam alternatief biedt.

De technologie is de afgelopen vijftien jaar uitgebreid getest en doorontwikkeld. Een fabriek op commerciële schaal is sinds 2015 in bedrijf in Edmonton, Canada, en is onlangs gecertificeerd volgens de International Sustainability and Carbon Certification (ISCC).

 

Transitie

De definitieve beslissing over de bouw van de fabriek wordt in de eerste helft van 2017 genomen als de volledige haalbaarheid van de business case is uitgezocht. Als het consortium in 2017 over gaat tot de daadwerkelijke realisatie en bouw van de waste-to-chemicals fabriek is dit een nieuwe en belangrijke stap in de transitie naar een duurzame en circulaire manier van produceren in het Rotterdamse havengebied.