SER Archieven - Utilities

De borgingscommissie van het Energieakkoord stuurde onlangs zijn uitvoeringsagenda naar het kabinet. Met een aantal aanvullende maatregelen denkt de borgingscommissie de doelstellingen van het Energieakkoord te kunnen behalen. Zo worden bedrijven verplicht informatie te verschaffen over energiebesparende maatregelen en kunnen ze een sanctie verwachten als ze daaraan niet kunnen voldoen. Als dan ook nog de doelstellingen voor wind op land en zonne-energie worden gehaald, denkt de borgingscommissie de doelstellingen van het Energieakkoord te kunnen halen.

Sophie Dingenen, Margot Besseling & Sharon van de Kerkhof, Corporate Energy Team, Bird & Bird LLP

De energietransitie is volop in beweging, maar worden er voldoende maatregelen getroffen om de doelstellingen voor 2020 en 2023 te behalen? In oktober 2017 luidde het Energieonderzoek Centrum Nederland nog de noodklok omdat doelstellingen als veertien procent hernieuwbare energie en honderd petajoule extra energiebesparing in 2020 niet langer haalbaar zouden zijn gebleken. De Borgingscommissie is daarentegen positiever gestemd en stelt een aantal aanvullende maatregelen voor in de Uitvoeringsagenda Energieakkoord 2018 om de doelstellingen van het Energieakkoord te kunnen behalen.

Extra energiebesparing

Van de beoogde honderd petajoule extra energiebesparing in 2020 (ten opzichte van 1990) is tot op heden 75 petajoule aan bezuiniging gerealiseerd. De nog 25 petajoule extra besparing kan volgens de Borgingscommissie de komende twee jaren onder meer worden gerealiseerd door het invoeren van een informatieplicht in de Wet Milieubeheer. Artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit Milieubeheer verplicht bedrijven op dit moment al om alle energiebesparende maatregelen te nemen die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het vervangen van de bestaande verlichting door LED-verlichting. Op basis van het nieuwe artikel 2.15 zijn bedrijven verplicht informatie te verstrekken over de maatregelen die zij hebben genomen en dienen daarbij tevens te motiveren waarom zij voor deze maatregelen hebben gekozen. Deze informatieplicht legt de bewijslast voor het treffen van energiebesparende maatregelen neer bij bedrijven, waardoor deze temeer worden aangespoord om het energieverbruik te reduceren.

Handhaving

Niet enkel de uitvoering, maar tevens de handhaving van de verplichtingen zal naar verwachting verbeteren, aldus de Borgingscommissie. Het is immers niet langer aan de gemeenten om actief de naleving van de Wet Milieubeheer te controleren. Bedrijven dienen de energiebesparende maatregelen nu op eigen initiatief te melden aan lokale overheden. Indien bedrijven niet of niet tijdig aan de op korte termijn in te voeren informatieplicht voldoen, zal er een nader te bepalen sanctie worden opgelegd door het bevoegd gezag. Naar schatting zal de informatieplicht voor 100.000 bedrijven in het MKB gaan gelden. De ambitie is dat de bedrijven eind 2020 voldoen aan de nieuwe energiebesparende verplichting.

Hernieuwbare energie

De realisatie van windprojecten op land is volgens de Borgingscommissie een belangrijke drijfveer voor het behalen van een aandeel van veertien procent hernieuwbare energie. Op dit moment blijft de realisatie van wind op land echter achter ten opzichte van de voorspellingen. Daarnaast is het ook nog maar de vraag of de offshore windparken daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden gezien de recentelijke resultaten van de tenders. Investeerders hebben immers in de toekomst te verwachten prijsdalingen ten aanzien van de realisatie van windparken op zee al meegenomen in de subsidieloze tenderbiedingen die zij eind 2017 hebben ingediend. De finale beslissing om te investeren in windparken op zee zal door een afwachtende houding van investeerders in het licht van toekomstige prijsdalingen pas ruim na de subsidie- en vergunningstoekenning worden genomen, zo stelt de Nationale Energieverkenning. Of investeerders daadwerkelijk in staat zijn om windparken op zee geheel zonder subsidie te realiseren, blijft dus nog even de vraag.

Kernteam

Om de realisatie van de overeengekomen zesduizend megawatt voor wind op land in 2020 te bespoedigen, is er een kernteam wind op land samengesteld, bestaande uit onder meer het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Het kernteam rapporteert iedere drie maanden de voortgang van de te realiseren wind op land projecten aan de voorzitter van de Borgingscommissie. In geval van problemen zal de voorzitter passende maatregelen treffen, wat kan resulteren in het plaatsen van projecten onder de Rijkscoördinatieregeling, om de realisatie van deze projecten te versnellen. Zo kunnen besluiten met betrekking tot vergunningen en ontheffingen op basis van de Rijkscoördinatieregeling tegelijkertijd worden genomen door de verschillende bevoegde instanties, na onderling overleg. Ook andere verplichtingen, zoals het verzorgen van de kennisgeving en terinzagelegging van de besluiten, worden vanuit één orgaan geregeld.

Aanvullende maatregelen

Een aandeel van veertien procent hernieuwbare energie in 2020 komt volgens de Nationale Energieverkenning  2017 overeen met 280 petajoule. Om een aandeel van 280 petajoule hernieuwbare energie te behalen in 2020 zijn volgens de Borgingscommissie aanvullende maatregelen noodzakelijk. Dergelijke aanvullende maatregelen kunnen gestalte krijgen in de vorm van het ter beschikking stellen van rijksgronden voor de realisatie van duurzame energieprojecten, het verbeteren van de huidige SDE+ regeling, onder meer op het gebied van warmteprojecten en biogas, en een hernieuwde aandacht op de bijdrage die lokale energiecoöperaties kunnen bieden aan de ontwikkeling van duurzame energieprojecten.

Met name de focus op de versnelde realisatie van wind op land-projecten zal een flinke bijdrage leveren aan het behalen van de doelstelling van veertien procent hernieuwbare energie in 2020. Naar verwachting levert de versnelde realisatie van wind op land een besparing op van tien petajoule, waarmee de helft van de nog benodigde twintig petajoule wordt gerealiseerd. Het verbeteren van de SDE+ regeling levert een potentiële bijdrage van zes petajoule. De Borgingscommissie stelt in de Uitvoeringsagenda meerdere malen dat de doelen van 2020 nog steeds kunnen worden behaald, mits er per direct maximale inspanningen volgen van alle betrokken partijen.

In het kader van de Uitvoeringsagenda heeft de Rijksoverheid op 28 februari jl. bekend gemaakt dat van start zal worden gegaan met de voorbereiding van zes à zeven pilots ten behoeve van de realisatie van grondgebonden zonneparken. De projecten zullen ieder een gemiddeld vermogen van tachtig tot honderd megawatt opleveren en vóór 2020 worden gerealiseerd.

Tijdsdruk

Het behalen van de doelstellingen voor 2020 en 2023 is eveneens van belang met het oog op het nieuw op te stellen Klimaat- en Energieakkoord. De onderhandelingen over het Klimaat- en Energieakkoord zullen naar verwachting spoedig van start gaan. De meer dan veertig organisaties die zich reeds in 2013 hebben aangesloten bij het huidige Energieakkoord zullen dan ook gezamenlijk de krachten moeten bundelen om de verduurzaming van het energiegebruik in Nederland te kunnen realiseren en de gestelde doelen te behalen. Het is zaak dat de overheid duidelijke regelgeving opstelt met concrete handhavingsmogelijkheden indien deze niet wordt nageleefd.

Minister van Economische Zaken en Klimaat Eric Wiebes stuurde een brief naar de Tweede Kamer over de aanpak van de aangekondigde Klimaatwet en het Klimaat en energieakkoord. De minister hoopt in de zomer van 2018 de hoofdlijnen van een Klimaat- en energieakkoord te kunnen presenteren. Over de klimaatwet informeert Wiebes de kamer in het eerste kwartaal van volgend jaar.

Minister Eric Wiebes probeert de ambitieuze klimaat- en energieagenda uit het regeerakkoord vorm te geven. Zowel nationaal als internationaal zet het kabinet in op versnelde actie om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. In Europa neemt het kabinet het voortouw om de reductiedoelstelling voor 2030 te verhogen van ten minste veertig procent ten opzichte van 1990 naar 55 procent. Nederland zal zelf maatregelen nemen voor een CO2-emissiereductie van 49 procent ten opzichte van 1990.

Twee belangrijke pijlers onder de nationale ambitie zijn de Klimaatwet, waarin het kabinet de hoofdlijnen van het klimaat- en energiebeleid wil vastleggen, en het Klimaat- en Energieakkoord, die burgers en bedrijven moet aanzetten tot maatregelen die de ambities van het kabinet ondersteunen.

Klimaatwet

In het Regeerakkoord is aangegeven dat de hoofdlijnen van de afspraken op het terrein van klimaat en energie worden verankerd in een Klimaatwet. Zoals bekend ligt er een initiatiefvoorstel voor een Klimaatwet van GroenLinks, PvdA, SP, D66 en ChristenUnie voor behandeling in de Tweede Kamer. De minister is de mogelijkheden hiertoe aan het verkennen en verwacht de Tweede Kamer in het eerste kwartaal van 2018 te kunnen informeren over de resultaten daarvan.

Klimaat- en Energieakkoord

Wiebes wil de daadkracht, investeringen en kennis en kunde van alle partijen in de maatschappij benutten: ‘Bedrijven, energiecoöperaties, netbeheerders, woningcorporaties, boeren, burgers, vakbonden, natuur- en milieuorganisaties: ze hebben allemaal een uitgesproken ambitie om bij te dragen aan de klimaat- en energietransitie vanuit hun eigen expertise’, aldus de minister. Die positieve energie wil het kabinet benutten door met al deze partijen afspraken te maken over ieders eigen inzet en gezamenlijke acties.

Tegelijkertijd houdt de minister wel de hand op de knip. Hij verwacht dan ook dat niet alleen de overheid in CO2-besparende maatregelen investeert, maar dat alle partijen investeringen doen en hun huidige werkwijzen in meer of mindere mate aanpassen. De minister stelt kwaliteit vóór snelheid: ‘Een sterk Klimaat- en Energieakkoord staat voor mij voorop. Het streven van het kabinet is erop gericht om in de zomer van 2018, op basis van de afspraken uit het Regeerakkoord, te komen tot een Klimaat- en Energieakkoord op hoofdlijnen voor de periode tot 2030.’

Het ambitieuze tijdpad vraagt van alle betrokken partijen grote inspanningen. Wiebes: ‘In de elektriciteitssector, de industrie, de gebouwde omgeving, de transsportsector en op het gebied van landbouw en landgebruik zullen de komende jaren stappen moeten worden gezet om, met het oog op de afspraken uit het Akkoord van Parijs, de broeikasgasuitstoot sterk te reduceren. Bij voorkeur is in de zomer van 2018 duidelijkheid over het Klimaat- en Energieakkoord om eventuele maatregelen met budgettaire consequenties binnen het financieel kader uit het Regeerakkoord zorgvuldig in de Ontwerpbegroting 2019 te verwerken. Ook biedt dit tijdpad het kabinet de mogelijkheid om de afspraken, aangevuld met andere maatregelen op het gebied van klimaat- en energiebeleid, op te nemen in het concept Integraal Nationaal Energie- en Klimaatplan (INEK) dat Nederland als onderdeel van de Europese Energie Unie eind 2018 moet indienen.’

 

Regie

Wiebes zal zelf de regie nemen bij de totstandkoming van het Klimaat- en Energieakkoord. Voor de SER past volgens de minister nu veel meer een faciliterende rol. Het akkoord gaat over alle vijf sectoren. Voor de onderhandelingen wordt gekozen voor een structuur met vijf sectorale tafels en één coördinatieoverleg. Aan de sectortafels zitten in ieder geval de partijen die daadwerkelijk zelf een bijdrage leveren aan de transitie.

In het Klimaat- en Energieakkoord wil het kabinet inzetten op drie sporen: Ten eerste een Kostenefficiënte uitrol van maatregelen die al op korte termijn tot kostenefficiënte CO2 reductie leiden. Ten tweede pilotprojecten voor maatregelen waarvan de kosten op dit moment nog hoog zijn, maar die naar verwachting een grote rol zullen spelen richting 2050. En als derde spoor innovatietrajecten voor innovatieve maatregelen, die van belang zijn om de transitie richting 2050 verder vorm te kunnen geven.

De energietransitie wordt steeds concreter. Dit jaar is op diverse terreinen voortgang geboekt naar een meer duurzame energievoorziening. Dat blijkt uit de vierde voortgangsrapportage van het Energieakkoord. Er is meteen werk aan de winkel aangezien de Nationale Energieverkenning constateert dat bij ongewijzigd beleid niet alle doelen worden gehaald.

Onder regie van de SER Borgingscommissie zijn aanvullende afspraken gemaakt over energiebesparing bij de industrie, woningen en kleine kantoren. Die zijn goed voor 22 petajoule besparing. Dat is gelijk aan het verbruik van 330.000 huishoudens.

Dit jaar zijn volgens afspraak in het Energieakkoord de laatste twee van de vijf oude kolencentrales gesloten. In totaal is voor 6600 megawatt aan projecten voor windenergie op land gerealiseerd of in voorbereiding. Provincies en gemeenten gaan extra hun best doen alles op tijd te realiseren. Doel is 6000 megawatt in 2020.

Windenergie op zee is fors goedkoper geworden. Het doel van het Energieakkoord is een kostenreductie van veertig procent. Op basis van recente tenders is al een reductie van 55 procent gerealiseerd.

Opwekken van duurzame energie door particulieren groeit harder dan verwacht. Waar gerekend was op 80.000 huizen met zonnepanelen zijn het er al meer dan 400.000. Ook het aantal lokale energiecoöperaties waar burgers het initiatief nemen groeide van 331 naar 387.

Ed Nijpels, voorzitter SER Borgingscommissie: ‘We zien van steeds meer afspraken nu ook het effect. Soms gaat het sneller dan gedacht. Op andere terreinen gaat het niet altijd soepel. Net als eerdere jaren maken we aanvullende afspraken als dat nodig is om zo de doelen in 2020 te halen. Dit jaar spelen de voornemens uit het regeerakkoord daar ook een rol bij.’

Werk aan de winkel

Er is meteen werk aan de winkel voor de SER Borgingscommissie. De Nationale Energieverkenning (NEV) constateert dat bij ongewijzigd beleid niet alle doelen worden gehaald. Dat gaat met name om de extra energiebesparing van in totaal honderd petajoule in 2020 en de groei van nieuwe banen door de energietransitie.

De SER-Borgingscommissie start met de betrokken partijen de onderhandelingen hierover. Net als voorgaande jaren moet dit leiden tot aanvullende afspraken waarmee de doelen alsnog worden gehaald. Eind dit jaar komt de Borgingcommissie met de uitvoeringsagenda. Daarin wordt duidelijk hoe de ‘tekorten’ uit de NEV zullen worden ingelopen.

Ed Nijpels: ‘In 2013 hebben alle partijen die het Energieakkoord ondertekenden ingestemd met het maken van aanvullende afspraken als uit de NEV blijkt dat het nodig is. De wil is er dus. Over hoe we dat precies zullen doen, starten we de eerste gesprekken met alle partijen inclusief het kabinet.’

Mariëtte Hamer, voorzitter SER: ‘Zodra duidelijk is hoe de verantwoordelijkheden in het nieuwe kabinet zijn verdeeld wil ik snel met partijen bij elkaar komen om te bekijken hoe we een Energieakkoord 2.0 vorm gaan geven.’

 

Als het de industriële grootverbruikers die meedoen aan het MEE-convenant dit jaar niet lukt negen Petajoule energie te besparen, dan wordt de besparing per 1 januari 2018 verplicht. Dit blijkt uit de voortgangsrapportage van de Borgingscommissie Energieakkoord.

De vijf centrale doelen van het Energieakkoord zijn binnen bereik. Dat concluderen de samenwerkende partijen in de Borgingscommissie Energieakkoord in hun Voortgangsrapportage 2016. Eerder dit jaar werd hiervoor een extra pakket maatregelen overeengekomen. De uitwerking van deze maatregelen leidt onder andere tot een verplichte energiebesparing voor de energie-intensieve industrie die ingaat op 1 januari 2018. Daarnaast is er een pakket maatregelen afgesproken voor energiebesparing in de gebouwde omgeving. Marktpartijen, energieleveranciers, netbeheerders en de overheid leggen de afspraken vast in een taakstellend convenant.

Afspraken energie-intensieve industrie

Voor de industrie zijn in het Energieakkoord afspraken gemaakt om tot 23 PJ energie in 2020 te besparen. Uit de NEV 2016, die in oktober is uitgekomen, bleek dat daarvan 12 PJ werd gerealiseerd. Voor de industrie zal worden geborgd dat het doel wordt gerealiseerd door de reeds ingezette intensiveringen. Conform de afspraken van eerder dit jaar heeft de energie-intensieve industrie aangegeven zeker te willen stellen dat de afgesproken energiebesparing van 9 PJ bij de energie-intensieve bedrijven gerealiseerd wordt. De minister van EZ heeft aan de Tweede Kamer gemeld dat per 1 januari 2018 een verplichting zal worden ingevoerd als de 9 PJ nog niet binnen bereik is. Bedrijven die kunnen aantonen dat zij hun bijdrage recent hebben geleverd of zullen gaan leveren, voldoen daarmee al aan hun verplichting.

Convenant energiebesparing

Energiebesparing in de gebouwde omgeving krijgt een extra impuls door een taakstellend convenant tussen marktpartijen, netbeheerders en de overheid. Dit convenant dient een markt voor energiebesparing op gang te brengen en een besparing te realiseren van 10 PJ in 2020.

Indien deze aanpak eind 2018 niet op koers ligt om de doelen te halen, zullen alsnog aanvullende maatregelen worden genomen. Dit kunnen ook meer verplichtende maatregelen zijn bij marktpartijen, al dan niet ondersteund met fiscale maatregelen.

Ed Nijpels, voorzitter van de Borgingscommissie, toonde zich tevreden met de overeenstemming die de 47 partijen van het Energieakkoord hebben bereikt over de uitwerking van de extra maatregelen. ‘Met dit pakket is het stadium van de vrijblijvendheid in de energietransitie definitief gepasseerd. De partijen in het Energieakkoord zijn daar allemaal van overtuigd en zijn daarom ook bereid daar waar noodzakelijk verplichtende maatregelen te nemen. Dat is ook dringend noodzakelijk omdat het Klimaatverdrag van Parijs nog geweldige sprongen op energieterrein van Nederland vraagt. Bij de kabinetsinformatie 2017 zijn daarvoor doorbraken nodig’, aldus Nijpels.

Maatschappelijke dimensie

De voorzitter van de Borgingscommissie dringt er in zijn aanbiedingsbrief bij het kabinet op aan nog voor de formatie de mogelijkheid van een extra windpark op zee voor 2023 te onderzoeken. Hij vraagt ook om bijzondere aandacht voor de maatschappelijke dimensie en de vergroting van het draagvlak in de samenleving. “Voor de maatschappelijke acceptatie is het van groot belang de lusten en de lasten eerlijk te verdelen,” aldus Nijpels.

Doelen binnen bereik

Van de vijf doelen van het Energieakkoord lagen drie al op koers: het aandeel hernieuwbare energie in 2023 op 16 procent, een besparing van het energieverbruik met gemiddeld 1,5 procent per jaar en een werkgelegenheidsgroei van ten minste 15.000 extra banen. Op basis van de resultaten uit de Nationale Energieverkenning 2015 (NEV) hebben de partijen van het Energieakkoord eerder dit jaar een extra pakket maatregelen afgesproken. Voor de twee doelen – 100 petajoule (PJ) energiebesparing en 14 procent hernieuwbare energie in 2020 – zijn in de Voortgangsrapportage 2016 extra maatregelen uitgewerkt. Hiermee komen alle vijf doelen voor 2020 en 2023 binnen bereik.

Evaluatie

2016 is een cruciaal jaar geweest voor de Borgingscommissie Energieakkoord. De contouren van de uitvoering worden steeds meer zichtbaar. Daarnaast is ook het systeem van de borging onder de loep genomen. Uit deze evaluatie blijkt onder meer het belang van de continuïteit op het gebied van energietransitie. Met het Energieakkoord is een onomkeerbaar proces in gang gezet naar een duurzame energievoorziening en meer duurzame groei.

Dynamiek

De Borgingscommissie constateert in de Voortgangsrapportage 2016 dat rondom de energietransitie een nieuwe dynamiek in de samenleving is ontstaan. Zowel bedrijven als particulieren komen met initiatieven. Dat bleek onder meer tijdens de Klimaattop in oktober. Met deze nieuwe initiatieven kunnen partijen substantieel bijdragen aan de realisatie van de doelen van het Energieakkoord, waardoor de realisatie mogelijk hoger uitvalt dan nu is voorzien. Begin 2017 volgen gesprekken met initiatiefnemers.

Meer informatie op: energieakkoordser.nl