Shell Archieven - Utilities

Shell Ventures en BlueAlp kondigden een strategische samenwerking aan. De bedrijven ontwikkelen BlueAlps pyrolyse-technologie voor het omzetten van plastic afval naar een chemische grondstof om deze vervolgens op te schalen en te implementeren. De technologie zet moeilijk te recyclen plastic via pyrolyse om in een grondstof. Als onderdeel van de overeenkomst verwierf Shell een aandelenbelang van 21,25 procent.

Shell en BlueAlp richtten een joint-venture op voor de bouw van twee nieuwe conversie-installaties in Nederland. Men verwacht dat deze meer dan dertig kiloton plastic afval per jaar kunnen verwerken. De installaties moeten in 2023 operationeel zijn en leveren alle pyrolyse-olie als grondstof aan de krakers van Shell in Moerdijk en Duitsland. Shell onderzoekt ook of licenties kunnen worden verleend voor nog eens twee installaties in Azië die kunnen worden ingezet voor de bevoorrading van het Shell Energy and Chemicals Park Singapore.

Zuiverheid

BlueAlp ontwikkelde zijn technologie al op commerciële schaal. Het Shell-technologieteam in Amsterdam werkt nu met BlueAlp samen om de technologie verder te verbeteren en op te schalen. Momenteel belemmert de ongelijkmatige zuiverheid van de grondstoffen de productie van grotere hoeveelheden pyrolyse-olie. Shell wil eigen technologie inzetten om de zuiverheid van pyrolyse-olie in Shells installaties te verbeteren.

Succesvolle proef

Shell kan nu meer klanten ondersteunen bij het bereiken van hun duurzaamheidsdoelstellingen. De samenwerking volgt op een succesvolle proef met het gebruik van pyrolyse-olie in de petrochemische fabriek van Moerdijk die in augustus 2021 werd afgerond. En sinds november 2019 gebruikt het petrochemische complex Norco van Shell in de VS in toenemende mate gerecyclede grondstoffen.

Andere aandeelhouders van BlueAlp zijn Mourik, Rumali en Den Hartog en het Belgische Renasci.

 

De eerste paal voor project Skyline van Shell Moerdijk is de grond in gedraaid. In totaal zijn er zo’n driehonderd heipalen nodig. Shell vervangt een groot aantal oude fornuizen van de stoomkraker. Acht nieuwe fornuizen komen in de plaats van de zestien oudste eenheden. De capaciteit blijft gelijk.

Het aantal schoorstenen van het complex zal door ‘project Skyline’ dalen van tien naar zes. De nieuwe fornuizen van de Moerdijk Lower Olefins-kraker (MLO) zijn een stuk efficiënter dan de oude waardoor het energieverbruik aanzienlijk daalt. Minder energieverbruik betekent ook een forse daling van de uitstoot van CO2 en andere gassen zoals zwavel, stikstof en fijnstof. Shell Moerdijk verlaagt de CO2-uitstoot met naar verwachting tien procent. Dit is vergelijkbaar met de uitstoot van ongeveer 50.000 personenauto’s.

De nieuwe fornuizen komen in modules met schepen naar Moerdijk. Daar worden zij fornuis voor fornuis in elkaar gezet. Door de gefaseerde aanpak kan de fabriek tijdens de verbouwing gewoon blijven draaien. Naar verwachting is de verbouwing in 2025 afgerond.

Shell heeft op haar Duitse energie- en chemiepark Rheinland Europa’s grootste waterstofelektrolyser in zijn soort in gebruik genomen. Als onderdeel van het Refhyne-consortium en met financiering van de Europese Commissie maakt de tien megawatt PEM-elektrolyser gebruik van hernieuwbare energie om in eerste instantie tot 1.300 ton groene waterstof per jaar te produceren.

De groene waterstof zal in eerste instantie worden gebruikt voor de productie van brandstoffen met een lagere koolstofintensiteit in de raffinaderij. Shell werkt er ook aan om de groene waterstof te gebruiken voor het koolstofvrij maken van andere sectoren, zoals het wegvervoer.

De Refhyne-elektrolyzer is een tien megawatt PEM-elektrolyser en de grootste in zijn soort in Europa. De elektrolyzer is gebouwd door ITM Power en zal worden geëxploiteerd door Shell, dat 1.300 ton groene waterstof per jaar zal produceren uit hernieuwbare energie. Er zijn al plannen om de capaciteit van de elektrolyser uit te breiden tot honderd megawatt.

Meer raffinaderijen

In haar Powering Progress Strategy stelde Shell zich ten doel om in 2050 een energiebedrijf te zijn met een netto-nul-uitstoot. Als onderdeel van dit plan zal Shell tegen 2030 vijf kernraffinaderijen omvormen tot geïntegreerde energie- en chemieparken.

De transformatie van deze raffinaderijen houdt in dat er meer gerecyclede en hernieuwbare grondstoffen worden gebruikt, zoals waterstof en afgewerkte olie, en dat er minder ruwe olie wordt verwerkt. Als gevolg daarvan zal Shell tegen 2030 de productie van traditionele brandstoffen met 55 procent verminderen en meer koolstofarme brandstoffen, chemicaliën en energieproducten produceren.

Windmolenpark

Het uiteindelijke doel van Shell is om groene waterstof te produceren, via elektrolyse, met gebruikmaking van hernieuwbare energiebronnen zoals wind en zon. Maar het tempo van de energietransitie vraagt om zowel groene als blauwe waterstof.

Dow en Shell onderzoeken de mogelijkheden voor de aanleg van een multi-megawatt proefinstallatie voor elektrisch kraken. Deze zou in 2025 op moeten starten. Vorig jaar kondigden de twee bedrijven al aan kraakfornuizen met stroom te willen verhitten.

Shell en Dow hebben van de Nederlandse overheid via een MOOI-financiering (Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie) een subsidie toegekend van 3,5 miljoen euro aan hun programma. Ook kondigen de twee bedrijven aan samen te werken met TNO en het Institute for Sustainable Process Technology (ISPT). De samenwerking tussen de vier partijen is erop gericht om de doelen op de korte en langere termijn sneller te behalen.

In het eerste jaar van de samenwerking hebben Dow en Shell de elektrificatieoplossingen voor de huidige stoomkrakers verder ontwikkeld, en hebben ze tegelijkertijd gewerkt aan ontwerpen van nieuwe geëlektrificeerde krakers op de langere termijn. Het doel is om de CO2-uitstoot te verlagen in lijn met de plannen van de bedrijven in 2030. Uiterlijk in 2050 willen ze netto emissievrij zijn. Gezamenlijke teams in Nederland en de Verenigde Staten hebben hun expertise op het gebied van elektrisch ontwerp, metallurgie, koolwaterstoftechnologie en vloeistofdynamica ingezet om concepten te verfijnen, emissievoordelen te valideren, octrooien te ontwikkelen, de duurzaamheid van elektrische verhittingselementen aan te tonen en samen te werken met leveranciers van apparatuur.

Shell begint volgende week aan een groot aardwarmteproject: Warmte van Leeuwarden. Daarbij gaat het bedrijf warm water oppompen uit een warmtebron, zo’n 2,7 kilometer onder het aardoppervlak, om er woningen en gebouwen mee te verwarmen. Het afgekoelde water gaat terug in de aarde om daar weer op te warmen.

Het project begint met een boring die moet uitwijzen of de warmtebron geschikt en bruikbaar is. Als dat zo is, kan de aanleg van een warmtenet beginnen. Het project gaat dan warmte leveren die gelijk staat aan de warmtevraag van zes- tot achtduizend woningen.

In potentie kan aardwarmte voorzien in ongeveer 26 procent van de totale warmtevraag van alle huizen en gebouwen, blijkt uit recent onderzoek naar aardwarmte van EBN. Vanaf 10 mei begint de aanleg van de boorlocatie. Dat neemt twee maanden in beslag. In de zomer volgt een eerste proefboring. Hieruit zal in september blijken of de ondergrond goed genoeg is om door te gaan met de aanleg van het warmtenet, de bouw van een warmtecentrale en het boren van een tweede put. Als alles volgens plan verloopt, begint de levering van warmte in 2023

De eerste stukken equipment voor project Skyline zijn op de site van Shell Moerdijk aangekomen. Het gaat om de eerste vier radiant coils, die samen het hart van een nieuw fornuis voor de stoomkraker gaan vormen. De komende jaren gaat Shell in totaal acht nieuwe fornuizen op de site bouwen.

De acht nieuwe fornuizen vervangen zestien oude fornuizen die begin jaren zeventig zijn gebouwd. Het project vergt een investering van honderden miljoenen euro’s. En hoewel de totale capaciteit gelijk blijft, brengt Shell het energieverbruik op Moerdijk flink terug met de nieuwe, veel efficiëntere fornuizen.

Dat gaat het bedrijf straks vooral terugzien in het gasverbruik. Doordat de efficiëntere fornuizen minder fuelgas uit de kraker nodig hebben, blijft daar meer van over voor het ketelhuis voor het maken van stoom. Bovendien verbetert de warmte-uitwisseling waardoor er ook nog eens minder stoom van het ketelhuis nodig is. De CO2-uitstoot van Shell Moerdijk gaat hiermee met zo’n tien procent per jaar omlaag.

Gefaseerd

De radiant coils voor project Skyline zijn ongeveer een jaar geleden al besteld bij TechnipFMC. Dit bedrijf regelt het ontwerp, de inkoop en de faseerde bouw van de modules. Elke module weegt zo’n 5,8 ton. Het gewicht van de coils is belangrijk want ze komen op de bestaande fundatie van de oude fornuizen terecht.

In totaal komen er 32 radiant coils naar Moerdijk. Eén voor één worden de nieuwe fornuizen in elkaar gezet om gefaseerd de capaciteit van de oude fornuizen over te nemen. Daardoor kan de stoomkraker gedurende het hele upgrade-project in bedrijf blijven. Naar verwachting zijn de werkzaamheden in 2025 klaar.

Lees meer over project Skyline.

Shell Geothermie en Eneco hebben een vergunning gekregen voor het opsporen van aardwarmte in de regio Rotterdam.

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft een vergunning afgegeven voor onderzoek naar aardwarmte in Capelle aan den IJssel, Rotterdam, Lansingerland, Krimpen aan den IJssel en Zuidplas. Aardwarmte kan als bron een bijdrage leveren aan het verder verduurzamen van warmtenetten. Het biedt de mogelijkheid om meer woningen en gebouwen aardgasloos te verwarmen.

Eneco en Shell brengen de komende jaren het potentieel voor aardwarmte in de ondergrond in kaart. Ook maken ze afspraken met mogelijke afnemers van de aardwarmte. Daarnaast worden de techniek en kosten verder uitgewerkt. En de partijen zoeken naar mogelijke locaties voor boringen en bekijken hoe deze eruit kunnen komen te zien.

Shell en Eneco geven aan dat het nog onbekend is wanneer ze beginnen met het ontwikkelen van aardwarmtelocaties en het aanboren van warmtebronnen. De komende jaren is dit in ieder geval nog niet aan de orde.

Shell, Equinor en Total hebben een definitief investeringsbesluit genomen voor een CO2-opslagproject in Noorwegen. Equinor leidt het Northern Lights project, dat moet zorgen voor de opslag van 1,5 miljoen ton CO2 per jaar.

Dankzij het project kunnen Europese industriële bedrijven die CO2-uitstoot moeilijk kunnen reduceren, hun CO2 opslaan. Northern Lights kan daardoor bijdragen aan het halen van de klimaatdoelstellingen.

Het project wordt in fases opgestart. Fase 1 moet het mogelijk maken om CO2 te transporteren, injecteren en op te slaan in een leeg gasveld 2500 meter onder de zeebodem. Om dit mogelijk te maken komt er een speciale terminal in Øygarden (in het westen van Noorwegen). In eerste instantie gaat het om 1,5 miljoen ton CO2 per jaar. De capaciteit kan later worden uitgebreid als er meer vraag is van CO2-uitstoters in Europa. De investering voor deze eerste fase is omgerekend 630 miljoen euro.

2024

Namens de drie partijen heeft Equinor al niet-bindende overeenkomsten gesloten met verschillende Europese bedrijven voor de ontwikkeling van een waardeketen voor de afvang en opslag van CO2.

De plannen voor het project liggen nu bij het ministerie van olie en energie. Die moet nog toestemming geven voor het project. Als die toestemming er is, dan is de verwachting dat fase 1 in 2024 operationeel is.

Shell Ventures en het Participation Fund for Sustainable Economy North Holland (PDENH) investeren in koeltechnologie van Asperitas. Door olie als koelmiddel te gebruiken, kunnen datacenters de warmte van hun processoren inzetten als verwarming voor woningen. Bovendien kunnen de processoren veilig op hogere snelheid draaien.

Asperitas ontwikkelde een technologie ontwikkeld op basis van onderdompelingsvloeistofkoeling. Deze koelmethode is geschikt voor de meest veeleisende gebruikers, ongeacht de fysieke omgeving van de datacenters. De technologie, genaamd Immersed Computing, wordt al gebruikt door meerdere datacenters van cloudproviders, banken en universiteiten in Europa.

Warmteleverancier

Een uniek aspect van de oplossing van Asperitas is de mogelijkheid om warm water te koelen. Daardoor is het mogelijk om datacenters te koelen met buitentemperaturen, zelfs in warme gebieden. De oplossing zet alle elektriciteit  de hardware gebruikt om in een bruikbare energievorm: warm water van minimaal 55 graden Celsius. Dit zou het mogelijk maken datacenters op grote schaal om te zetten in leveranciers van warmte. Dit zou in een grote behoefte voorzien van veel Europese regio’s waar veel datacenters zijn gevestigd, waaronder de regio Amsterdam.

Optimalisaties

Rolf Brink, CEO, Asperitas: ‘Shell Ventures en de investering van PDENH ondersteunen ons bij onze missie om duurzame datacenters op grote en wereldwijde schaal mogelijk te maken. We bouwen aan een langdurig strategisch partnerschap met Shell, inclusief de ontwikkeling van vloeistoffen voor onze technologie, die al tot optimalisaties leidde.’

Koeltechnologie

Datacenters kunnen energiezuiniger worden met behulp van de koeltechnologie van Asperitas. Tegelijkertijd vermindert de koeltechnologie het ruimtebeslag van de snel groeiende datacenters. De oplossing van Asperitas is het enige dompelloze onderdompelingsgekoelde systeem dat is gebaseerd op het natuurlijke convectieconcept. deze configuratie resulteeert in plug-and-play enterprise ready oplossingen.

Eneco en Shell willen gezamenlijk zoeken naar naar Rotterdamse aardwarmte. Daartoe hebben ze een aanvraag voor een opsporingsvergunning ingediend bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De warmte zal vooral worden ingezet in bestaande en nieuwe warmtenetten.

De opsporingsvergunning geldt voor zowel Rotterdam als Capelle aan den IJssel, Lansingerland, Krimpen aan den IJssel en Zuidplas. In deze regio heeft de ondergrond een gunstige samenstelling voor de winning van aardwarmte. De aardwarmte kan bovendien eenvoudig worden aangesloten op bestaande en nieuwe warmtenetten.

Beide partijen hebben hun kennis en expertise gebundeld. Ze willen in samenwerking met klanten, bedrijven, omwonenden, de (lokale) overheid en andere belanghebbenden, een positieve bijdrage leveren aan de rol van aardwarmte in de energietransitie.

Geothermie

Aardwarmte, ook wel geothermie genoemd, is bestaande warmte die uit aardlagen op dieptes tussen de 500 meter en 4.000 meter wordt benut. Zowel de nationale overheid, de provincie Zuid-Holland, als lokale overheden zien voor duurzame aardwarmte een belangrijke plek in de energietransitie. De provincie Zuid-Holland is hiervoor bij uitstek geschikt.

Het kan tot een jaar duren voor het ministerie van EZK beslist over de opsporingsvergunning. Indien deze aan Eneco en Shell wordt verleend brengen zij het aardwarmtepotentieel in de betreffende regio in kaart om tegelijkertijd de warmtevraag bovengronds te onderzoeken.