stikstof Archieven - Utilities

Na het nieuws over de rechtszaak tegen Tata Steel in Velsen-Noord meldt de staalreus zijn roadmap 2030 naar voren te halen. Met een extra investering van driehonderd miljoen euro in Roadmap Plus zegt Tata de geurbelasting en stofneerslag in twee jaar fors te reduceren.

Het maatregelenpakket Roadmap Plus – 300 miljoen extra investering – leidt in twee jaar tot afname van geurbelasting met circa 85 procent en rond de 65 procent minder stofneerslag door Tata Steel in de omgeving van de staalfabriek. De Roadmap Plus wordt versneld uitgevoerd: Tata Steel Nederland (TSN) rondt de projecten in 2023 af, met uitzondering van de DeNOx- en ontstoffingsinstallatie die in 2025 in bedrijf gaat.

Deze concrete resultaten volgen uit nadere uitwerking en berekening van het effect van de Roadmap Plus. Ook na 2023 zullen de maatregelen tastbare resultaten hebben op de vermindering van door omwonenden ervaren overlast.

Met de Roadmap Plus kondigde TSN in december aan haar acties te intensiveren met een aantal nieuwe maatregelen en versnelling van milieuprojecten in de Roadmap 2030. Verdere analyse en uitwerking leert dat het maatregelenpakket in 2023 leidt tot vermindering van hinder door geur, stof en geluid.

Rechtszaak

Omwonenden van Tata Steel in IJmuiden stapten onlangs naar de rechter om de staalfabriek aan te klagen. Advocaat Bénédicte Ficq deed namens 1100 mensen en acht stichtingen aangifte tegen het bedrijf.

Stof

De Roadmap Plus bevat nieuwe maatregelen in de aanpak tegen stofverspreiding. Een belangrijke maatregel in het verminderen van het zichtbare stof is het beperken van stofverwaaiing bij de opslagen en bij het overstorten op transportbanden in het grondstoffengebied. Dit doet TSN door het bouwen van stofschermen en het overkappen van de bunkers van de Hoogovens en de grondstoffenaanvoer hiernaartoe. Ook het overkappen van het koelproces van converterslak levert hieraan een belangrijke bijdrage. In 2023 verwacht TSN hiermee de stofneerslag in de directe omgeving – in vergelijking met 2021 – met circa 65 procent te verlagen.

Geur

De geurbronnen met een grote impact op de omgeving zijn Kooks- en Gasfabriek 2 (KGF2), de droogstandinstallatie bij de Staalfabriek en Beitsbaan 22 bij de Koudbandwalserij. Tata Steel neemt ook extra maatregelen binnen de Roadmap Plus. Zo voert TSN versneld verbeteringen door bij de KGF2, waaronder aanpassingen van de mechanische afdichting en verlaging van de ovendruk van de 108 kookskamers. Deze projecten zijn inmiddels gestart. Een andere nieuwe maatregel bij de aanpak tegen geur is het installeren van een nieuwe dampwasser bij Beitsbaan 22. Door het totaalpakket aan geurmaatregelen verwacht Tata Steel een vermindering van geurbelasting voor de directe woonomgeving tot ongeveer 85 procent in 2023.

DeNOx en overige maatregelen

Een groot project binnen de Roadmap Plus is de realisatie van een DeNOx- en ontstoffingsinstallatie bij de Pelletfabriek. Naast het verminderen van stikstofoxiden met circa 30 procent (NOx) wordt ook 35 procent minder fijn stof en 55 procent minder zware metalen uitgestoten. Met dit project is een investering van 150 miljoen euro gemoeid.

Door diverse maatregelen tegen de uitstoot van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) realiseert TSN tegen 2023 ook een reductie van circa 30 procent in de uitstoot van Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK).

Gasunie heeft de drie destillatiekolommen voor de nieuwe stikstoffabriek in Zuidbroek succesvol geïnstalleerd. Na vervolgwerkzaamheden begint begin 2022 de testfase en aansluitend is de ingebruikname gepland. 

Ongeveer drie weken geleden is begonnen met het plaatsen van de grote installatiedelen die het hart vormen van de stikstofinstallatie te Zuidbroek. Deze activiteit is afgelopen onlangs afgerond met het plaatsen van de derde grote destillatiekolom. In de komende periode krijgt de staalconstructie voor de nieuwe grote hal verder vorm. Daarna worden alle grote, nieuwe onderdelen met elkaar verbonden worden via leidingwerk en kabels. Deze werkzaamheden duren tot  eind dit jaar.

Mengstation

Het mengstation, waar de geproduceerde stikstof wordt gemengd met geïmporteerd hoog-calorisch gas tot Groningen-kwaliteit aardgas, is intussen gereed en wordt momenteel getest en in gebruik genomen. Met de werkzaamheden die de komende tijd zullen plaatsvinden, heeft de fabriek al ongeveer de aanblik die het na afronden van de bouw in 2022 zal hebben. Waarbij de drie grote kolommen van 65 meter hoogte het meest in het oog springen.

Laagcalorisch gas

Om de gaswinning in Groningen zo snel mogelijk te brengen naar nul, is de uitbreiding van de stikstofinstallatie nabij Zuidbroek een noodzakelijke maatregel. Door aan geïmporteerd gas uit Noorwegen en Rusland stikstof toe te voegen, kan van dit hoogcalorisch gas, laagcalorisch gas worden gemaakt. Dat is dezelfde kwaliteit als het Gronings gas en daarmee geschikt voor onder andere onze verwarmingsketels en gasfornuizen. Vanaf het moment dat de stikstofinstallatie Zuidbroek volledig beschikbaar is, kan de gaswinning uit Groningen vanuit het Groningenveld tot een minimum worden beperkt.

Stikstofinstallatie

De uiteindelijke installatie beslaat een terrein van ongeveer 12 hectare en krijgt een capaciteit van 180.000 kubieke meter stikstof per uur, waarmee maximaal 10 miljard kubieke meter aardgas op de gewenste kwaliteit kan worden gebracht. De verwachte planning van ingebruikname is in april 2022. Met de bouw is een investering van 500 miljoen euro gemoeid.

De bouw van de stikstoffabriek in Zuidbroek ter vervanging van het Gronings gas, is in volle gang. Met de installatie van de drie benodigde destillatiekolommen start nu de constructie van ‘het hart’ van deze nieuwe fabriek. De komende dagen worden de kolommen naar Zuidbroek (provincie Groningen) vervoerd.

Nu het grondwerk klaar is, het ondergrondse leidingwerk is aangelegd en de fundaties klaarliggen, kan de bouw van het procesgedeelte van de stikstoffabriek starten. De kolommen die hiervoor worden geïnstalleerd, vormen het hart van de fabriek. Deze 65 meter lange kolommen, waarin stikstof wordt geproduceerd, hebben een gewicht van ongeveer 270 ton per stuk. In de kolommen wordt bij temperaturen van minus 185 graden Celsius stikstof uit de buitenlucht gescheiden van de zuurstof.

Onlangs zijn de drie kolommen vanuit China in de haven van Delfzijl aangekomen en overgezet op transport per binnenschip naar Veendam. In de komende dagen ze op transport naar de locatie in Zuidbroek. Een groot gedeelte van dit uitzonderlijk transport vindt op de eigen bouwweg plaats. In Zuidbroek vindt vervolgens ook direct de installatie plaats.

Laagcalorisch gas

Om de gaswinning in Groningen zo snel mogelijk te brengen naar nul, is de uitbreiding van de stikstofinstallatie nabij Zuidbroek een noodzakelijke maatregel. Door aan geïmporteerd gas uit Noorwegen en Rusland stikstof toe te voegen, kan van dit hoogcalorisch gas, laagcalorisch gas worden gemaakt. Dat is dezelfde kwaliteit als het Gronings gas en daarmee geschikt voor onder andere onze verwarmingsketels en gasfornuizen. Vanaf het moment dat de stikstofinstallatie Zuidbroek volledig beschikbaar is, kan de gaswinning uit Groningen vanuit het Groningenveld tot een minimum worden beperkt.

Stikstofinstallatie

De uiteindelijke installatie beslaat een terrein van ongeveer 12 hectare en krijgt een capaciteit van 180.000 kubieke meter stikstof per uur, waarmee maximaal 10 miljard kubieke meter aardgas op de gewenste kwaliteit kan worden gebracht. De verwachte planning van ingebruikname is in april 2022. Met de bouw is een investering van 500 miljoen euro gemoeid.

Hoofdfoto: Overzicht fabriek met drie destillatiekolommen. Credit: Gasunie

Onderzoekers van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) bouwden een kleine plasma-reactor die vloeibare kunstmest maakt met behulp van zon, water en lucht. ‘De installatie is eenvoudig, duurzaam en zeer efficiënt’, zegt TU/e-onderzoeker Fausto Gallucci. ‘We willen de reactor nu op de markt brengen, zodat hij beschikbaar komt voor boeren over de hele wereld.’

Stikstof is een van de drie belangrijkste macronutriënten die planten gebruiken om te groeien (naast fosfor en kalium). In 2015 werd ongeveer een op de twee mensen gevoed met voedsel dat werd geteeld met behulp van stikstofhoudende meststoffen. Dit aandeel zal de komende jaren nog verder toenemen. Hoewel kunstmest in de ontwikkelde wereld ruim voorhanden is, is het in ontwikkelingslanden een stuk minder gangbaar.

Niet-thermische plasma

De zogenaamde Leap Agri reactor maakt gebruik van plasmatechnologie. Plasma is de vierde toestand van de materie en bestaat uit geïoniseerde atomen en moleculen. Het plasma dat in de kunstmestfabriek wordt gebruikt is niet-thermisch. Terwijl de elektronen die de reactie aandrijven extreem hoge temperaturen bereiken, blijft het gas dat de reactie omringt relatief koel. Dit bespaart uiteraard energie. Het maakt plasmatechnologie een aantrekkelijk alternatief voor de traditionele manier om stikstof te produceren: het zogenaamde Haber-Bosch-proces. Daarvoor zijn zowel hoge druk als hoge temperaturen vereist. Het Haber-Bosch-proces verbruikt naar schatting 1 tot 2 procent van de totale energie in de wereld.

Stikstoffixatie

Om stikstofhoudende meststoffen te maken in een plasmareactor gebruikt men een proces dat bekend staat als stikstoffixatie. Dit is nodig omdat N2, een gas dat ruimschoots beschikbaar is in de lucht, chemisch inert is. Dit maakt het moeilijk voor planten om het te gebruiken. Stikstoffixatie lost dit probleem op. Het zet de stikstof (N2) uit de lucht om in NOx, dat op zijn beurt met zuurstof en water reageert tot nitraat (NO3-). Dit nitraat is een ingrediënt voor vloeibare meststof. Om het fixatieproces op gang te brengen, moeten de N2-moleculen eerst worden ‘geactiveerd’ via een elektrische lading. Dit verbreekt de bindingen die de stikstofatomen bij elkaar houden, waardoor een plasma ontstaat. In het geval van de Leap Agri-reactor levert een zonnepaneel de elektriciteit voor de plasmavorming, een goedkope, duurzame bron en ruim beschikbare bron in ontwikkelingslanden.

Hoewel de technologie ultramodern is, is de toepassing erg low-tech. ‘We stuurden onze plasmareactor naar het National Agricultural Research Organisation (NARO) in Uganda, die nog nooit met plasmatechnologie had gewerkt’, zegt Gallucci. ‘Ze konden binnen een maand kunstmest produceren. Ons systeem is kleinschalig, eenvoudig en zeer snel. Zodra je het aanzet, is het een kwestie van seconden voordat het kunstmest begint te produceren. Dat maakt het ook heel flexibel: je laat het alleen draaien als de zon schijnt en je kunstmest nodig hebt.’

Hoog nitraatgehalte

Het proces is zeer efficiënt: het levert een vloeibare meststof op met een hoog nitraatgehalte dat gemakkelijk door planten kan worden opgenomen. In Oeganda is een analyse gemaakt door NARO-onderzoekster Stella Kabiri, die deze meststof vergeleek met andere gangbare meststoffen op de plaatselijke markt. Daaruit bleek dat het nitraatgehalte circa 20 procent bedraagt. Dat is respectievelijk 14, 42 en 51 procentpunten hoger dan de vaste meststoffen ammoniumnitraat, NPK en Urea.

‘Op dit moment zijn de kosten van de minireactor nog vrij hoog (zo’n 70.000 euro). Maar Gallucci verwacht dat de prijs aanzienlijk zal dalen zodra hij op grotere schaal wordt geproduceerd.

Meer in het vat

Gallucci is samen met een aantal partners de TU/e-spin-off 4th State Technologies begonnen om de minireactor op de markt te brengen. Hij verwacht dat het apparaat binnen de komende drie tot vijf jaar beschikbaar zal zijn, nadat het noodzakelijke certificeringsproces is afgerond. De spin-off gaat ook andere veelbelovende toepassingen van plasmatechnologie onderzoeken, zoals het afvangen en hergebruiken van CO2 voor de chemische industrie.

Het Adviescollege Stikstofproblematiek heeft maandagmiddag haar advies gegeven voor oplossingen voor de lange termijn. Er moet tegelijkertijd worden gewerkt aan natuurherstel en de reductie van de stikstofuitstoot, waarbij de vrijblijvendheid er vanaf moet.

Het Adviescollege heeft in haar rapport een aantal doelen geformuleerd. Zo moet in 2030 de uitstoot van stikstof zijn gehalveerd ten opzichte van 2019. Daarnaast moet de uitstoot in 2040 zodanig zijn teruggebracht dat de Natura-2000 gebieden onder de kritische depositiewaarde zijn gebracht. Dit is de grens waarboven de natuur serieuze schade ondervindt van de stikstofuitstoot. Als dat allemaal lukt, kan de natuur zich in 2050 hebben hersteld.

De doelen moeten worden vastgelegd in wet- en regelgeving. ‘Alleen met voldoende juridische borging kan geloofwaardig uitvoering worden gegeven aan de PAS-uitspraak van de Raad van State’, stelt het Adviescollege.

Verschil aanpak stikstofoxide en ammoniak

Het Adviescollege maakt in haar rapport nadrukkelijk onderscheid tussen de aanpak van de twee soorten stikstof: stikstofoxide (NOx) en ammoniak (NH3). NOx wordt vooral veroorzaakt door verbranding van fossiele brandstoffen en slaat meestal over een grote afstand neer. NH3 wordt veroorzaakt door biologische processen, met name in de landbouw. NH3 verspreidt zich in de lagere luchtlagen en slaat daardoor dichter bij de bron neer. Het Adviescollege stelt daarom een generieke aanpak voor voor NOx en een gebiedspecifieke voor NH3.

Maar ook piekbelasters, zoals industriële bedrijven, zee- en luchthavens, die stikstofoxide uitstoten en een groot effect hebben op natuurgebieden moeten onderdeel uitmaken van de gebiedspecifieke aanpak.

Aanpak industrie

Voor de industrie beveelt het Adviescollege aan om de reductie van NOx te integreren in de afspraken in het klimaatakkoord en de vorderingen goed te monitoren. Dat geldt ook voor afspraken die in het kader van het Schone Lucht Akkoord zijn gemaakt. Daarnaast moet de industrie versnellen in de transitie naar duurzame energie. Leidt dit niet tot een reductie van vijftig procent in 2030 dan moeten de eisen omhoog. Ook wil het college dat piekbelasters en verouderde installaties worden gehandhaafd op best beschikbare techniek.

Energiebedrijven

Voor energiebedrijven geldt dat door de overgang naar zonne- en windenergie emissies rap zullen afnemen. ‘We adviseren de eisen die gelden voor grote stookinstallaties ook toe te passen op kleinere biomassa-installaties’, zei voorzitter van het Adviescollege Johan Remkes tijdens een persbijeenkomst.

Daarnaast is het advies om SDE+-subsidies voor de kleine biomassa-installaties te beëindigen. Het moet minder interessant worden om een installatie onder 50 megawatt te bouwen. De nieuwe biomassa-installaties, die een SDE+ subsidie aanvragen, zijn vooral kleinere installaties. Deze installaties hoeven aan minder strenge emissie-eisen te voldoen en ook is het voor biomassa-installaties met een vermogen onder 15 megawatt niet nodig om een omgevingsvergunning aan te vragen. Daarom wordt er nu vaak voor gekozen om meerdere kleinere biomassa-installaties te bouwen in plaats van één grote. De kleinere biomassa-installaties emitteren op een lagere hoogte, wat resulteert in een relatief hogere depositie op het Nederlands grondgebied in vergelijking met grote biomassa-installaties.

Air Products en Gasunie gaven onlangs het officiёle startschot voor de bouw van drie nieuwe stikstoffabrieken bij Zuidbroek in Groningen. Dankzij de extra stikstofcapaciteit zet Gasunie in 2022 meer hoogcalorisch gas om in pseudo Groningengas.

De start van de bouwactiviteiten volgde op de definitieve goedkeuring van het project door minister Eric Wiebes van het ministerie van Economische zaken en Klimaat. De bouw van de installaties, die Gasunie medio 2022 in gebruik zal nemen, is een belangrijk onderdeel van de kabinetsplannen om de gaswinning in Groningen stop te zetten.

Stikstof

Het laagcalorische aardgas in Groningen maakt plaats voor hoogcalorisch gas uit bijvoorbeeld Rusland of Noorwegen (pijpleiding) of de rest van de wereld (LNG). Air Products bouwt daarom drie fabrieken voor Gasunie om de stikstof te produceren die het H-gas kunnen converteren naar G-gas.

‘We hebben ons gecommitteerd aan een versnelde stopzetting van de gaswinning in Groningen’, zei Han Fennema, CEO van Gasunie. ‘De bouw van deze installatie is een noodzakelijke maatregel om ervoor te zorgen, dat het aardgas uit het Groningse gasveld vanaf 2022 niet langer nodig is om de leveringszekerheid van aardgas in ons land te kunnen garanderen.’

Hoge capaciteit

De installaties van de stikstoffabrieken bij Zuidbroek beslaan ongeveer twaalf hectare en hebben een capaciteit van 180.000 kubieke meter stikstof per uur. Deze capaciteit is meer dan tien keer hoger dan die van de bestaande stikstoffabriek bij Zuidbroek.

Vandaag start minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat de bouw van een mengstation voor aardgas in Zuidbroek. Deze installatie wint stikstof uit de lucht en mengt dit met hoogcalorisch gas. Zo ontstaat laagcalorisch gas wat wél bruikbaar is voor Nederlandse consumenten en bedrijven. Dit is één van de maatregelen die ervoor zorgt dat het Groningenveld al in 2022 kan sluiten. Zuidbroek levert vanaf 2022 jaarlijks zeven miljard kubieke meter bruikbaar aardgas op.

Het hoogcalorische gas voor het mengstation in Zuidbroek komt uit het buitenland en uit kleine gasvelden in Nederland. De installatie haalt lucht naar binnen en scheidt stikstof en zuurstof. De zuurstof verlaat de installatie en de stikstof wordt bij het hoogcalorisch gas gevoegd. Het resultaat is laagcalorisch gas. Dit pseudo-Groningengas kunnen consumenten en bedrijven gebruiken in hun bestaande apparatuur.

Stikstof Wieringermeer

Gasunie nam eind 2019 nog de uitbreiding van de bestaande installatie in Wieringermeer in gebruik. Daarmee verhoogde de stikstofcapaciteit al met 80.000 kuub per uur. De installatie In zuidbroek voegt daar straks nog eens 180.000 kuub per uur extra stikstof aan toe. Naast deze stikstoffabrieken staat er ook nog een in Ommen. Ook het hoogcalorische gas van de Gate Terminal kan met stikstof uit een locale installatie naar Groningenkwaliteit worden omgezet.

Zuidbroek

Air Products bouwt de stikstofinstallatie bij Zuidbroek. De installatie beslaat een terrein van ongeveer twaalf hectare en krijgt een capaciteit van 180.000 kuub stikstof per uur. Deze capaciteit is ruim tien keer groter dan de bestaande stikstofinstallatie in Zuidbroek. Het stikstofmengstation is gegund aan een joint venture van Visser & Smit Hanab en A.Hak Leidingbouw.

Reductie Groningengas

In 2022 gaat het mengstation in Zuidbroek van start en komt het eerste gas uit de installatie beschikbaar. Het maakt een reductie mogelijk van het Groningengas van ongeveer zeven miljard kuub per jaar, tot tien miljard in een koud jaar. Dit is bijna dertig procent van het binnenlands verbruik. Het nieuwe mengstation komt te staan naast een bestaande installatie en gaat circa vijfhonderd miljoen euro kosten.

Grootverbruikers

In januari 2018 heeft de minister 200 industriële grootverbruikers van G-gas per brief aangegeven dat de voorziening van G-gas wordt afgebouwd en zij tot 2022 (4 jaar) de tijd hebben om daarop maatregelen te treffen. Inmiddels is dat aantal teruggebracht tot de negen grootste verbruikers.

De stikstofproblematiek leek de plannen van Stercore om een biogasfabriek te bouwen in Emmen te dwarsbomen. De Provincie Drenthe lijkt nu alsnog overtuigd dat de fabriek geen negatieve impact heeft. De vergunning is in aantocht. 

Het Drentse Stercore wil groen gas en biogebaseerde carbon produceren uit hernieuwbare grondstoffen zoals mest en digestaat uit co-vergisters. Het groene gas wil ze vervolgens leveren aan het naastgelegen Emmtec-industrieterrein of op het gasnetwerk. De CO2 die bij het productieproces vrijkomt, wordt vloeibaar gemaakt en geleverd aan de glastuinbouw. Lees hier in een uitgebreid artikel wat het bedrijf doet.

Berekeningen

Nadat er vorig jaar  januari één bezwaar was gekomen op de aanvraag van de vergunning heeft Stercore extra informatie aangeleverd. Vervolgens liet de publicatie van de vergunning op zich wachten. Lang genoeg om in de stikstofdiscussie te worden getrokken toen halverwege afgelopen jaar de PAS werd ingetrokken.

Bij de eerste vergunningsaanvraag voor de fabriek had Stercore ingezet op 0,05 mol stikstofdepositie per hectare per jaar (N/ha/jaar). Op het gebied van de stikstofdepositie zaten ze toen goed, want onder de PAS hoefden bedrijven die daaronder zaten geen vergunning aan te vragen op dat gebied. Een bijdrage onder de 1 mol N/ha/jaar moest er melding van maken en voor een bijdrage van meer dan 1 mol N/ha/jaar was een vergunning vereist.

Volgens berekeningen van adviesbureau Tauw heeft het bedrijf nog maar een hele geringe stikstofuitstoot. Tauw kwam zelfs  uit op 0,00 mol stikstofdepositie per jaar op het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied, dat zeven kilometer verderop ligt.

Verstrekking

De provincie Drenthe ontving de nieuwe informatie van Stercore. Zij gaf in eerste instantie echter aan dat ze de berekeningen niet goed kon controleren. Inmiddels is dat wel gedaan en de provincie lijkt de berekeningen over te nemen. Niets lijkt de verstrekking van de vergunning nu nog in de weg te staan.

Het economisch bureau van ABN-Amro voorspelt een krimpende industriële productie in 2020. In 2019 was de industrie al met één procent gekrompen. In 2020 voeren handelsspanningen, maar ook de stikstof- en PFAS-crisis de druk op. De economen van ABN-Amro verwachten dat de industrie 1,5 procent zal krimpen.

Wereldwijde handelsspanningen en een kwakkelende Duitse auto-industrie zorgde voor een  enigszins teleurstellend 2019 voor de Nederlandse industrie. Het gevolg was een krimp van de industriële productie met één procent. De wereldwijde productiedaling eist nog steeds zijn tol. Ook het negatieve sentiment onder ondernemers zal volgens ABN AMRO in 2020 effect blijven hebben op de Nederlandse industrie.

Industriële productie

ABN-Amro verwacht dat de industrie ook in het komende jaar met 1,5 procent zal krimpen. Zo is duidelijk sprake van minder bedrijvigheid en neemt het aantal exportorders af. In 2020 zal vooral de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China doorslaggevend zijn voor een mogelijk herstel van de productie. ABN AMRO verwacht dat de handelsspanningen dit jaar afnemen, waarna de Nederlandse industriële productie licht kan aantrekken.

Stikstof en PFAS

Ook de stikstof- en PFAS-problematiek drukt op de industriële sector. Zo staat de metaalbewerking volgens ABN AMRO een moeilijk jaar te wachten. De stikstof- en PFAS-problematiek is nadelig voor bouwprojecten, wat resulteert in een daling van de vraag naar metaalproducten.

De stikstof- en PFAS-problematiek zorgt ook voor een dalende vraag naar bouwmachines en bouwmaterieel, zoals hijs- en hefwerktuigen. Deze daalt in het komende jaar ook met twee procent. De elektrotechniek, waarvan de bouw een belangrijke eindmarkt is, wordt ook getroffen door de ontwikkelingen. In 2020 bevindt dit segment zich nog steeds in moeilijk vaarwater en krimpt naar verwachting ook met twee procent.

De stikstofcrisis raakte ook de activiteiten in de Eemshaven en chemiepark Delfzijl. Groningen Seaports zag dat dertig energietransitie versterkende activiteiten op losse schroeven kwamen te staan. In de regio staan voor anderhalf miljard euro aan investeringen op stapel. Die vertragen echter door de strengere stikstofmaatregelen.

Groningen Seaports kijkt terug op een roerig jaar 2019. Er vonden weer vele interessante ontwikkelingen plaats in beide havens. Maar de jaarcijfers zijn minder succesvol dan voorgaande jaren. De voorlopige winstprognose ligt op circa één miljoen euro. Voor het eerst in jaren is er een lichte daling in de overslag te zien en ook is er minder terrein uitgegeven. De verminderde overslag is een resultaat van het dijkverbeteringsproject. Daarvoor is in 2018 veel extra zand aangevoerd.

Stikstofcrisis

Als gevolg van de stikstofcrisis stellen bedrijven hun investeringen uit. Zo’n dertig initiatieven in de havens die een bijdrage leveren aan de energietransitie zijn al op losse schroeven komen te staan. De investeringen in de regio in de orde van anderhalf miljard euro vertragen hierdoor. Groningen Seaports heeft dat eveneens in haar resultaat gemerkt. Ook het uitstellen van de bouw van een staalfabriek in de Eemshaven als gevolg van de stikstofregels is hiervoor een belangrijke oorzaak.

Offshore wind

Cas König: ‘Ondanks de tegenwind hebben we in 2019 ook weer een aantal nieuwe bedrijven mogen verwelkomen. In de Eemshaven ging het om meerdere offshore bedrijven die onderhoud en beheer uitvoeren van de windparken in het Duitse gedeelte van de Noordzee. Groningen Seaports versterkte voor een van deze bedrijven 220 meter kade voor de overslag van zware windturbineonderdelen. Deze kade werd bovendien voorzien van een intelligent monitoringsysteem.’

Stoomleiding

In Delfzijl zorgden diverse bedrijven voor een nieuwe impuls in hun activiteiten door uitbreiding of extra investeringen. Zo startte de aluminiumfabriek haar volledige productie weer op en koos een chemische scale-up het Chemiepark voor haar proeffabriek. Ook werd er tankopslagcapaciteit uitgebreid en een derde stoomleiding in gebruik genomen. Daarnaast begon dit jaar de bouw van een innovatieve circulaire staalfabriek.

Hoogspanning

Groningen Seaports is zeer verheugd met de totstandkoming van Heliport Eemshaven die de positie van de Eemshaven als offshore wind haven versterkt. Ook vinden er forse investeringen plaats in een sterkere hoogspanningsinfrastructuur in de Groninger zeehavens en is de Stichting Buizenzone Eemsdelta weer actief geworden.

Een andere positieve ontwikkeling die in 2019 plaatsvond, was de aanleg van een onderzeese kabel tussen Nederland en Denemarken. Dat maakt een koppeling tussen de elektriciteits- en datanetten van beide landen mogelijk.