Techniekheld Archieven - Utilities

John Kapteijn is service engineer bij Holland Water. Bij klanten installeert hij systemen waardoor bacteriën zoals legionella zich niet kunnen ontwikkelen, vermeerderen en verspreiden in watersystemen. Dat doet hij zowel in de industrie bij bijvoorbeeld koeltorens, maar ook bij drinkwaterleidingen van hotels en ziekenhuizen.

Hoe zorgt jullie installatie ervoor dat legionella niet kan ontstaan?

‘We plaatsen onze installatie waar het water binnenkomt. In ons systeem zitten koperen en zilveren elektroden. Die geven koper- en zilverionen af aan het water. Die materie gaat door het hele waterleidingnetwerk.’ Deze koper- en zilverionen zijn schadelijk voor bacteriën, waardoor ze zich niet kunnen ontwikkelen.

Wat doe jij bij Holland Water?

‘Ik werk zowel in onze werkplaats als bij klanten. In de werkplaats bouwen en testen we de systemen voordat ze naar een klant toe gaan. Bij klanten installeer, activeer en onderhoud ik de systemen. Daarnaast train ik onze klanten in wat ze zelf moeten doen om de werking van ons systeem te optimaliseren. De installatie is namelijk geen tovermachine. De klant moet zorgen dat het water in beweging blijft om de koper- en zilverionen op hun plek te krijgen. Als er bij ons nieuwe medewerkers komen, dan train ik ze. En ik geef ook training aan buitenlandse klanten. Ik leer ze hoe ze de installatie kunnen onderhouden.’

Wat voor onderhoud is er nodig?

‘Twee tot vier keer per jaar gaan we bij klanten langs voor onderhoud. Tijdens het onderhoud verwijderen we bijvoorbeeld eventuele aanslag, reinigen we het systeem en vervangen we elektrodes als dat nodig is. En als er nieuwe mensen bij de technische dienst van een klant zijn komen werken, geef ik die een kleine training.’

Hoe groot is de installatie waarmee je een watersysteem legionellavrij kunt maken?

‘We hebben verschillende soorten. Een klein systeem voor bijvoorbeeld een b&b met twee kamers past in de meterkast. Maar een systeem voor een hotel waar duizend kubieke meter per jaar doorheen gaat, is zo groot als een groot whiteboard. We kunnen dat vlak tegen de muur hangen, vaak in de kelder van een gebouw. Mensen zijn verbaasd hoe weinig ruimte het inneemt.’

Wat vind je leuk aan jouw werk?

‘Ik ben graag met mensen bezig en met techniek. Als ik een training geef, mag ik altijd graag alle neuzen dezelfde kant op krijgen. Ze noemen ons soms service engineers plus. Ook leuk is dat we behoorlijk aan het groeien zijn en we een steeds breder portfolio krijgen. Nu zijn we bijvoorbeeld bezig met UV-installaties waarmee je ook kunt voorkomen dat er legionella in het water komt. Je krijgt nieuwe producten en nieuwe mensen en daar zit ook weer educatie bij. Zo blijf je aan de gang.’

Techniekhelden

De industrie wemelt van de techniekhelden. Want hoe kunnen we producten maken voor auto’s, smartphones of medicijnen zonder technici die de machines en installaties in conditie houden? De techniekheld mag wat ons betreft best eens op het podium worden gehesen. Ben of ken jij iemand in de procesindustrie of energiesector die enthousiast kan vertellen over hun beroep? Laat het ons weten via redactie@industrielinqs.nl. In ons magazine tonen we de grote verscheidenheid aan beroepen in de industriële omgeving.

Daan Stam is consultant veiligheid in de procestechniek bij Bilfinger Tebodin. Als onafhankelijke adviseur helpt hij teams in fabrieken om erachter te komen waar ze de veiligheid nog kunnen verbeteren.

Wie doen er mee aan zo’n veiligheidstraject?

‘Tijdens een veiligheidstraject komen medewerkers een paar keer een halve tot hele dag bij elkaar om te vergaderen. Daar zitten operators en technologen met verschillende disciplines bij. Hierdoor zitten er mensen in het team met praktijkervaring en met theoretische kennis. Die combinatie is cruciaal. Het zijn mensen die elkaar tot dan toe soms nog niet zo lang hebben gesproken. Die moet ik tot elkaar zien te brengen.’

Hoe gaat het traject verder in zijn werk?

‘Om de veiligheid te verbeteren, is het belangrijk dat je begrijpt waar de risico’s zitten. Om dat te achterhalen, pluizen we de hele fabriek uit. Wat gebeurt er als drukken hoger worden of juist lager? Wat als temperaturen stijgen of dalen? Wat kan dat veroorzaken? Je moet scenario’s schrijven over wat er zou kunnen gebeuren en wat je doet om het te voorkomen. Ook kijken we wat een overheid oplegt qua veiligheid.’

‘Het vergaderen met elkaar is heel intensief omdat je diep de techniek in gaat en heel ver doordenkt op manieren die niet iedereen gewend is. Het is onderhandelen, discussies voeren, uitzoeken wie er gelijk heeft en gezichtspunten naar elkaar toe brengen.’

Wat maakt dit werk leuk?

‘Het is leuk om verschillende bedrijven te leren kennen, om te achterhalen wat er goed gaat en wat ze kunnen verbeteren. Ik vind het voornamelijk heel erg leuk om een team te begeleiden in een denkproces, buiten hun reguliere denkproces om. En dat ze daardoor tot nieuwe inzichten komen, zien dat ze toch nog iets missen en mogelijkheden gaan zien om de veiligheid te verbeteren.’

Wat is een uitdaging voor jou?

‘Soms jeukt het om oplossingen aan te dragen, maar daar is een sessie niet voor bedoeld. In de sessie moeten we alle risico’s identificeren. Het is heel verleidelijk om gelijk te bedenken hoe je problemen kunt oplossen. Daar moeten we onszelf in afkappen. Dat is niet het doel van zo’n studie. Dan ben je alleen nog maar daar mee bezig, terwijl dat in een veel kleiner groepje kan worden gedaan.’

Wat gebeurt er als jij klaar bent bij een bedrijf?

‘Alles uit de vergaderingen wordt genotuleerd. In die notities staan situaties die nog niet veilig zijn en waarvan het team vindt dat er extra maatregelen op moeten worden toegepast. Het bedrijf moet dan onderzoeken hoe het dat gaat doen. Misschien is er extra apparatuur nodig of een wijziging van procedures of moet het onderhoud beter worden gedaan. Na mijn kunstje is de veiligheid niet direct verbeterd. Daar moeten ze zelf nog mee aan de slag, met hulp van de nieuwe inzichten die ze hebben gekregen.’

Foto: G.C. Postma

Techniekhelden

De industrie wemelt van de techniekhelden die in de anonimiteit hun werk doen. Want hoe kunnen we de producten maken voor auto’s, smart phones of medicijnen zonder technici die de machines en installaties in conditie houden? De techniekheld mag wat ons betreft best eens op het podium worden gehesen. Ben of ken jij iemand in de procesindustrie of energiesector die enthousiast kan vertellen over zijn/haar beroep? Laat het ons weten via redactie@industrielinqs.nl.

De industrie wemelt van de techniekhelden die in de anonimiteit hun werk doen. Want hoe kunnen we de basisproducten maken voor auto’s, smart phones of medicijnen zonder technici die de machines en installaties in conditie houden? De techniekheld mag wat ons betreft best eens op het podium worden gehesen. Al was het maar om een volgende generatie te inspireren voor techniek te kiezen.

De redactie van Industrielinqs Magazine zoekt daarom technici die enthousiast over hun beroep kunnen vertellen. Wat voor diegene misschien een heel normaal dagelijks beroep is, is voor anderen onbekend en bijzonder. Denk bijvoorbeeld aan een monteur op hoogte, onderwaterlasser, data-analist, drone-piloot, wachtchef, robotmonteur, een specialist in industriële reiniging. Maar uiteraard zijn ook onder de pijpfitters, installateurs en E&I experts helden zonder cape te vinden.

Ben of ken jij iemand in de procesindustrie of energiesector die enthousiast kan vertellen over zijn of haar beroep. Laat het ons weten! Dan laten wij in ons magazine de grote verscheidenheid aan beroepen in de industriële omgeving zien. Mail naar redactie@industrielinqs.nl.

Techniekheld Walther Murre, turnaround coördinator bij Dow Terneuzen, vindt het belangrijk om innovaties door te voeren. Daarbij steekt hij ook veel energie in de samenwerking met externe partijen.

Het interview met Walther lees je in de digitale editie van Industrielinqs magazine!

Met wat sensoren van AliExpress bouwde Sander van Ruijven een meetsysteem om lichtsterkte te meten. Dit groeide uiteindelijk uit tot een pilotproject waarbij monteurs automatisch een bericht kregen als er iets aan een verlichtingsinstallatie moest worden gedaan. Inmiddels is er bij werkgever Croonwolter&dros een speciale ruimte ingericht waar aan dergelijke innovaties kan worden gewerkt. En van Ruijven is nu asset manager digitalisering bij de afdeling Infra.

Wat doe je als asset manager digitalisering?

‘Ik wil het werk van collega’s makkelijker maken. Zelf heb ik in verschillende rollen meegewerkt aan projecten en daardoor weet ik waar pijnpunten liggen in de praktijk. Die komen vooral voor bij repeterend werk. Ik kijk hoe je mensen meer plezier kunt geven in hun werk, zonder de frustratie die ik heb gehad.’

Hoe doe je dat?

‘Ons eerste project was een Internet Of Things-toolkit waar je elke sensor op kunt aansluiten die je wilt. De toolkit past in een koffer en je kunt hem meenemen naar elk project. Normaal huren we voor zoiets dure bedrijven in. Voor dit project hebben we binnen Croonwolter&dros gekeken wie waar goed in is en de juiste mensen erbij gevraagd. Zo hebben we de toolkit samen opgebouwd.’

‘Een andere oplossing die we hebben ontwikkeld, is een soort dynamisch document waarin je Wordtekst kunt combineren met computercode die specifieke bewerkingen uitvoert. Normaal maak je een rapportage in Word en daarin kopieer je grafiekjes en tabellen uit Excel. Nu kun je met één druk op de knop realtime data in een rapportage zetten. Ook het maken van planningen kunnen we hiermee automatiseren.’

Aan wat voor innovaties werk je nog?

‘Met een team van mensen van verschillende bedrijven en uit verschillende disciplines werken we aan een slimme zoekfunctie waarmee je op basis van een aantal kernwoorden alle data die in de organisatie beschikbaar is boven water krijgt. De grootste pijn bij het vinden van data in de organisatie, ligt bij tekeningen. Zeker in PDF-vorm betreft dit zogenaamde ongestructureerde data. In specifieke onderhoudsactiviteiten moeten deze allemaal handmatig worden gezocht en uiteindelijk hoop je dat je alles hebt gevonden. We werken nu aan een algoritme dat in staat is tekeningen te doorzoeken op specifieke termen en codes.’

Hoe zie je de ontwikkeling van digitalisering in de toekomst?

‘Het hele digitaliseringstraject wil ik versnellen door samen te werken en los te laten voor wie we werken en wie hoger in hiërarchie is. We moeten gewoon de juiste kennis en kunde bij elkaar zoeken. Dat is een krachtig iets voor de nabije toekomst. Samen kunnen we de digitaliseringsopgave aan.’

Techniekhelden

Techniekhelden zijn technici die onmisbaar zijn voor het bedrijf of die iets bijzonders doen of hebben gedaan met grote impact. Heeft u een collega die u in het zonnetje wilt zetten? Laat het ons weten via redactie@industrielinqs.nl

Met meer dan tachtig sensoren op elf assets is het Sebastiaan Guzik, Nickel van de Mortel en hun team bij Sitech Services gelukt om het falen van assets in de kunstmestfabriek op de Chemelot site in Geleen te voorspellen. Een flinke uitdaging, omdat Industry 4.0 nog een nieuw gebied is voor de chemische industrie, de sensormarkt nog niet volwassen is en een goede draadloze verbinding in een fabriek ook wat voeten in de aarde heeft.

Een van Sitechs klanten wilde de prestaties van een aantal assets van haar fabriek in Geleen verbeteren. Het ging daarbij om assets die de meeste impact hadden vanwege onderhoudskosten en derving. Het team van Sebastiaan Guzik (32 jaar, reliability engineer) en Nickel van de Mortel (23 jaar, service delivery manager) wilde met behulp van data-analyse de assets monitoren om zo vroegtijdig falen te kunnen detecteren. Nog niet eerder is volgens de twee een combinatie van Industry 4.0 en big data op zo’n grote schaal, elf assets en meer dan tachtig sensoren, toegepast in de industrie.

Wat hebben jullie eerst gedaan?

Guzik: ‘We zijn gaan uitzoeken hoe assets falen. Zo’n faalvorm kan bijvoorbeeld een lager zijn of een afdichting die kapot is. Je zag dat sommige faalvormen steeds terugkwamen. Daarmee konden wij een set van dominante faalvormen definiëren. Door vervolgens een data-analyse te maken, kunnen we dit faalgedrag voorspellen.’

Wat heb je daarvoor nodig?

‘Voldoende sensordata en een gedegen data-analyse zijn nodig’, zegt Van de Mortel. ‘We zijn tegen enkele problemen aangelopen bij het verkrijgen van de sensoren. Het viel ons op dat de hele Industrial IoT markt (Internet of Things, red.) nog best wel onvolwassen is. Veel sensoren voldeden bijvoorbeeld niet aan de vraag van de klant of aan de specificaties van de fabrikant. Het viel met name op dat er standaardsensoren beschikbaar waren. Het bleek moeilijker te zijn om sensoren met een ietwat afwijkend karakter te krijgen die nodig waren voor de unieke machines. Uiteindelijk zijn enkele sensoren gevonden die goed genoeg functioneerden. Maar het ging niet zonder slag of stoot. Sommige fabrikanten hadden problemen met de levertijden. Anderen hadden wel sensoren, maar nog geen certificaat om op het KPN-netwerk te mogen zenden. Door de onvolwassenheid in de markt liepen wij vertraging op.’

‘Het is zaak om de modellen opnieuw te bekijken als we een grotere dataset hebben.’

Sebastiaan Guzik, reliability engineer Sitech

Hoe is het jullie toch gelukt om de juiste sensoren in de fabriek te krijgen?

Guzik: ‘Er zijn enkele maanden overheen gegaan om het juiste bij elkaar te krijgen.’ Van de Mortel vult hem aan: ‘Sommige sensoren die niet draadloos waren, hebben we zelf aan een draadloze transmitter kunnen koppelen waardoor we het signaal toch via het LoRa-netwerk van KPN konden versturen.’

En toen kregen jullie problemen met de verbinding.

‘Het beeld was geschetst dat de signaalsterkte overal op de site goed was.’, zegt Van de Mortel. ‘Maar dat is anders in een betonnen kelder. We hebben uiteindelijk extra voorzieningen, zoals een extra router opgehangen, waardoor het grootste gedeelte van de issues is opgelost. Maar het blijft altijd oppassen. Stel er wordt tijdens onderhoud een steiger neergezet naast de router, dan liggen de sensoren van het gedeelte van de fabriek dat nog wel werkt eruit. Daar zitten nog verbeterpunten.’

Guzik: ‘Ook willen we de standtijd van de sensoren verhogen. Veel fabrikanten beloofden een batterijduur van één, twee of drie jaar. Die batterijduur zou je volgens hen halen als je één keer per uur een berichtje verstuurd. Dat doen wij. Uiteindelijk bleek dat die batterijduur maar drie maanden tot een half jaar is. Een paar van die sensoren willen we vervangen door exemplaren met grotere batterijen.’

Hoe functioneert het nu?

‘Nu is het allemaal voldoende  betrouwbaar’, zegt Van de Mortel. ‘In de modellen die we eerst hadden gemaakt hadden we de data van elke sensor nodig. Achteraf gezien realiseerden we ons dat dat niet perse nodig was voor het voorspellend vermogen. Het bleek ook voldoende te zijn om een paar sensoren niet mee te nemen als deze tijdelijk offline zijn.’

‘In 3,5 maand hebben we in totaal zestien uur aan productiestilstand bespaard.’

Nickel van de Mortel, service delivery manager Sitech

Hebben jullie al falen weten te voorkomen?

Van de Mortel: ‘In 3,5 maand hebben we vier succescases gehad waarbij we in totaal zestien uur aan productiestilstand hebben bespaard. Twee daarvan zagen we na afloop bij de interpretatie van de data. Dat kwam omdat nog niet alles was geoptimaliseerd. Maar de potentie is er wel. De twee anderen zagen we wel op tijd. We konden de plant bijvoorbeeld op tijd waarschuwen dat een transportband uit het midden begon te lopen. In het verleden liep de transportband wel eens te ver uit het midden waardoor hij de constructie raakte. Dan valt de hele band stil en heb je productieverlies.’

Wat gaan jullie nu verder doen?

‘Het model is zo goed als de data die je aanvoert’, legt Guzik uit. ‘Hoe meer data je verzamelt om het model op te baseren, des te beter het wordt. Voor sommige modellen is bijvoorbeeld een jaar aan data nodig zodat je ook de verandering in buitentemperatuur mee kunt nemen. Het is zaak om de modellen opnieuw te bekijken als we een grotere dataset hebben. Dat is het streven voor de komende jaren. Ook willen we de scope uitbreiden binnen dezelfde site, maar ook naar andere fabrieken.’

Op de foto: Nickel van de Mortel (l) en Sebastiaan Guzik (r)

Techniekhelden

Techniekhelden zijn technici die om bepaalde redenen onmisbaar zijn voor het bedrijf of die iets bijzonders doen of hebben gedaan met grote impact. Heeft u een collega die u in het zonnetje wilt zetten? Laat het ons weten via redactie@industrielinqs.nl

De uitdaging is duidelijk: industrie en infrastructuur hebben technici nodig om de boel draaiende te houden en de uitdagingen van de toekomst aan te gaan. Denk aan de energietransitie en het creëren van economische stabiliteit. Dat kan alleen als de jongere generatie geïnspireerd raakt om in de techniek te werken. Daarom zijn er voorbeelden nodig. Techniekhelden dus. Heb jij een collega die verschil maakt en jongeren kan inspireren? Meld hem of haar dan aan!

Op de vraag wat de belangrijkste assets van een bedrijf zijn, volgt regelmatig het antwoord: de medewerkers. Terecht, want zonder goede vakmensen zijn we nergens. En de mensen die net een beetje meer doen dan van ze wordt gevraagd, zijn de ware helden. Al zullen ze zichzelf nooit zo noemen. Ze doen ‘gewoon hun werk’.

Verhalen inspireren jongeren

Toch willen we deze medewerkers in het zonnetje zetten. Deze mannen en vrouwen verdienen een podium. Met een artikel in het magazine iMaintain willen we deze vakmensen hun verhaal laten doen. Waar zagen zij een uitdaging en hoe zijn zij hier mee omgegaan? En niet onbelangrijk: wat heeft dit opgeleverd? Door deze serie verhalen onderstrepen we met elkaar dat het werk van deze medewerkers van grote betekenis is voor het bedrijf en laten we zie hoe interessant het beroep van technicus is.

Maar het gaat verder dan dat! Verhalen inspireren jongeren om voor deze boeiende, uitdagende wereld te kiezen. Dat kan belangrijk zijn voor uw bedrijf, en zeker voor de hele industriële sector.

Positief daglicht

Dat willen we ook doen met de verkiezing van de Techniekheld. Op 18 september, tijdens het iMaintain-congres in Velsen-Noord, wordt de Techniekheld 2020 verkozen. Een jury kiest uit alle bijzondere verhalen een shortlist van kandidaten. Van de finalisten wordt vervolgens een inspirerende film gemaakt, die de Techniekheld, het bedrijf waar hij/zij werkt en zelfs de hele industrie positief in het daglicht zet.

En natuurlijk rijst de vraag: Wie van hen krijgt tijdens het iMaintain-congres de award?

Aanmelden

Zit je na het lezen van dit artikel aan een medewerker te denken? Bijvoorbeeld een (onderhouds)monteurs, een operator, een machinist of een engineer? Is hij/zij mbo of maximaal hbo-geschoold en vind je dat hij/zij aandacht verdient, en misschien wel een nominatie voor de verkiezing? Meld je collega dan nu aan door een mail te sturen naar redactie@industrielinqs.nl. Vermeld waarom je deze man of vrouw een ware techniekheld vindt, en geef zijn of haar telefoonnummer of en/of email-adres door. Wij zijn benieuwd naar alle verhalen en hopen dat we op deze manier, samen met de industrie, het vakgebied van technicus de aandacht kunnen geven die het verdient.

Wie volgt Pip van Dijk op?

Vorig jaar werd Pip van Dijk van chemiebedrijf Cabot uitgeroepen tot Techniekheld 2019. De eerste keer dat de award werd uitgereikt. Pip is altijd bezig met techniek. Als hij klaar is bij Cabot, sleutelt hij aan zijn motor of aan de oude mijnenveger van de marine die hij met zijn vereniging heeft gekocht en waar ze rondvaarten mee doen. Zijn enthousiasme en kennis over techniek brengt hij graag over op zijn – vaak jongere – collega’s. Volgens hen is hij een inspirerende en motiverende voorman.

Pip vindt techniek het mooiste dat er is en probeert dat over te brengen op anderen. ‘De jongens die nu worden opgeleid tot operator krijgen vooral veel les in rekenen en het werken met een computer, maar echt onderhoud aan machines doen ze niet meer. Dat wordt uitbesteed aan andere afdelingen. Ik vind het mooi om aan degenen die een Vapro A of B diploma hebben behaald uit te leggen hoe installaties werken. Het is jammer, want ze weten zelf niet meer hoe ze de meest simpele handelingen moeten doen. Dat mis ik in de huidige technische opleidingen. Bij ons starten operators daarom ook in het veld, pas daarna komen ze achter het paneel terecht.’