waterschaarste Archieven - Utilities

Enorme hoeveelheden CO2 liggen opgeslagen in onze oceanen. Energiewetenschapper Paul Straatman stelt een methode voor om dat koolzuurgas te winnen uit het zeewater. Dat heeft een ‘aanzuigende’ werking op de CO2 in onze atmosfeer, wat de concentratie broeikasgassen dus flink vermindert. ‘De CO2 uit de zee stop je in lege gasvelden of je maakt er synthetische brandstoffen mee.’ Straatmans methode kan tegen geringe kosten gecombineerd worden met een bestaande technologie om energie op te wekken uit zeewater: Oceanische Thermische Energieconversie (OTEC). ‘Het mes snijdt daarmee aan drie kanten, of eigenlijk vier, want OTEC levert ook nog eens grote hoeveelheden zoetwater op.’

Een OTEC-installatie wekt hernieuwbare energie op uit de temperatuurverschillen die van nature in de oceanen voorkomen. ‘Het is een vorm van zonne-energie’, legt Straatman uit. ‘Je maakt immers gebruik van het principe dat de zon het water uit de bovenste lagen van de oceaan opwarmt.’

Temperatuurverschillen

Er zijn verschillende soorten OTEC. ‘In ons geval breng je warm zeewater in een vacuüm vat. In een ander vacuüm vat stop je koud water dat van een kilometer diep wordt aangezogen.’ Tussen beide vaten is er een verschil in dampspanning. ‘Zoals bij twee hogedrukpannen met water, waarvan je er een verhit en de ander koelt. In de pan met heet water heerst een hogere druk dan in de andere pan.’ De vaten zijn verbonden via een turbine. Die gaat draaien door het drukverschil en wekt zo elektriciteit op.

Nuttige afvalstroom

Bij OTEC komen CO2 en andere gassen vrij. Waar komt die CO2 vandaan? ‘Zeewater neemt CO2 uit de atmosfeer op. Fotosynthese zorgt vervolgens voor de omzetting daarvan naar organisch materiaal. Dat sterft af, zakt naar de diepte en wordt daar weer afgebroken tot CO2, opgelost in water en dus niet gasvormig.’ Dat CO2-rijke diepzeewater verdampt door het vacuüm in de OTEC tot een mengsel van stoom, CO2 in gasvorm en andere gassen. Die gassen worden beschouwd als afval, maar Straatman becijfert hoe je die afvalstroom kunt zuiveren en zo een hogere concentratie CO2 kunt winnen. ‘Dat kun je opslaan, of er synthetische brandstoffen mee maken. Voor toepassingen waarvoor elektromotoren nu nog geen alternatief zijn, zoals de luchtvaart, of voor industriële processen waarbij zeer hoge temperaturen vereist zijn, zoals de staal- of glasproductie. Je stopt zo ook nog eens de ophoping van fossiele koolstof in de atmosfeer. En de stoom kun je, eenmaal gecondenseerd, als zoetwater naar de wal brengen.’

Goedkope methode

Het idee van Straatman heeft een grote potentie. De oceanen herbergen 39.000 gigaton aan CO2 en de atmosfeer ‘slechts’ 750 gigaton. Opvang, gebruik en opslag van oceanisch CO2 zal de concentratie van broeikasgas in de atmosfeer en oceaanverzuring aanzienlijk doen verminderen. ‘Mits fossiele brandstoffen worden uitgefaseerd,’ nuanceert Straatman. Eerdere pogingen om CO2 uit de oceanen op te slaan bleken kostbaar of inefficiënt. Meeliften op het principe van OTEC moet aan die bezwaren tegemoetkomen, is de verwachting. ‘Het is bovendien een veel goedkopere methode dan directe CO2-opvang uit de atmosfeer.’

Promotieonderzoek

Paul Straatman werkt bij chemieconcern Indorama aan CO2-reductietechnologieën. Op basis van zijn onderzoek over OTEC en CO2-binding zal hij aan een promotietraject beginnen, onder begeleiding van Wilfried van Sark. Eerder al schreven ze samen een artikel over een innovatieve toepassing van zonnevijvers en OTEC.

Vlaanderen behoort tot de regio’s in Europa met de grootste waterschaarste. De toestand vormt ook een bedreiging voor de Vlaamse economie. Daarom brengt het SmartWaterUse project de waterrisico’s in kaart en zoekt het naar oplossingen voor de sectoren (zee)voeding, aquacultuur, textiel en toerisme. Het project pakt uit met een WaterBarometer voor bedrijven. Die koppelt gedetailleerde informatie over de bedrijfswaterstromen aan de mogelijkheden van lokale, alternatieve waterbronnen.

De bedrijfswereld beseft stilaan de ernst, maar zoekt nog naar oplossingen voor de precaire waterbeschikbaarheid in Vlaanderen. Uit een VOKA-bevraging blijkt dat zeventig procent van de ondernemingen wel watertekorten vrezen, maar dat negentig procent nog geen noodplan heeft. Bovendien kan tachtig procent niet overschakelen op een alternatieve waterbron en kan 81 procent op korte termijn geen preventieve maatregelen nemen om het waterverbruik tijdelijk en significant te verminderen. Het SmartWaterUse project komt dus niets te vroeg.

WaterBarometer

Centraal in het project staat de WaterBarometer. Deze tool, een ontwikkeling met VITO in de lead, verschaft bedrijven dieper inzicht in hun watermanagement en stelt gerichte optimaliseringsacties voor. Een uitgebreide waterbalans met alle waterstromen en gerelateerde kosten worden visueel gepresenteerd en hun risico’s worden bepaald. Tegelijk krijgen de bedrijven een omgevingsanalyse met nabijgelegen alternatieve, duurzame waterbronnen. Voor deze waterbronnen wordt ook telkens een geschikte behandeling gepresenteerd.

Daarnaast plant het SmartWaterUse project ook een reeks demonstratieworkshops met informatie over de mogelijkheden van de monitoring en dataverwerking. Tegelijk wordt de geldende wetgeving van de alternatieve waterbronnen overzichtelijk gepresenteerd voor bedrijven.

Het materiaal dat waterschappen als eerste uit afvalwater scheiden is een prima voedingsbodem voor planten. AquaMinerals, BlueRoof en een viertal Waterschappen testen de toepassing van dit zogenaamde roostergoed op blauwe daken: daken met planten die water kunnen bergen.

Roostergoed is een verzamelnaam voor het materiaal dat bij de afvalwaterzuiveringen als eerste uit de binnenkomende stroom wordt gefilterd. Dit materiaal eindigt nu nog in de verbrandingsoven, waardoor de (her)bruikbare stoffen verloren gaan. AquaMinerals werkt samen met BlueRoof en een viertal waterschappen aan een pilot om de haalbaarheid van de ontwikkeling van een substraat voor groene daken uit deze reststroom aan te tonen.

Roostergoed als substraat

Een substraat kent een aantal functies in het ondersteunen van de plant en diens groei. Het biedt een basis waarin de plant zich kan wortelen en verweren tegen de weersomstandigheden. Daarnaast voorziet de laag de plant van water en benodigde nutriënten.

Groene daken dragen bij aan de waterberging benodigd voor klimaatadaptatie. Een groen dak zorgt in de winter voor extra isolatie, terwijl het in de zomer juist voor afkoeling zorgt. Vooral in steden is deze vorm van afkoeling in de warme zomers een welkome en duurzame oplossing.

De toepassing van roostergoed als substraat voor een groen dak biedt twee voordelen. De waterschappen hoeven het roostergoed niet meer te verbranden en dragen tevens bij aan verduurzaming van waterbergende, groene daken.

Pilot

Momenteel bevindt de pilot zich in de uitvoering van de eerste fase. Hierbij verifiëren de onderzoekers alle op kleine schaal bereikte resultaten op grotere schaal. Ze testen op een groot aantal testmodules diverse eigenschappen van het materiaal, zoals het waterbergende vermogen, de afvloeivertraging, maar ook meten ook de uitloging of het verloop van meststoffen. Vooralsnog zien de resultaten er erg goed uit.

De samenwerking met BlueRoof is mede onderdeel van de recente samenwerking tussen AquaMinerals en de Energie- en Grondstoffenfabriek. Dit is de netwerkorganisatie van alle waterschappen waarin de transitie van afvalwaterzuivering naar de terugwinning van grondstoffen wordt gestimuleerd.

Hittegolven komen steeds vaker voor en worden steeds intenser. Alleen al deze zomer is Europa getroffen door twee extreme periodes van hitte en de derde lijkt in zicht. Onderzoekers van de Universiteit Gent en Wageningen University & Research hebben nu een verband aangetoond tussen dit soort hittegolven en droogte in zuidelijke gebieden waar de wind vandaan komt.

De onderzoekers bepaalden met satellietobservaties en modelleringstechnieken in welke mate lucht in droge gebieden opwarmt en bijdraagt aan extreme temperatuurstijgingen in gebieden waar de wind naartoe voert. Daaruit blijkt dat deze natuurrampen elkaar opvolgen: er ontstaat droogte en dat leidt weer tot benedenwindse periodes van hitte.

Hittegolven

Plotselinge veranderingen in de windrichting verplaatsen warmte uit droge gebieden. Dit werkt een abrupte stijging van de temperatuur in de hand. De wind voert de hete lucht mee terwijl de droge condities op de route de hitte nog eens versterken. Deze luchtstromen zijn verantwoordelijk voor ongeveer dertig procent van de abnormale hitte bij de Europese hittegolven van 2003 en 2010.

Volgens hoofdauteur Dominik Schumacher (Universiteit Gent) was de situatie tijdens de hittegolven van deze zomer vergelijkbaar. ‘Normaal koelt de hete lucht onderweg af door vegetatie en oceanen. Maar door de droge condities in Frankrijk en Spanje kon warme en droge lucht uit Noord-Afrika doordringen tot ver in het Europese vasteland.’

Deze situatie was vergelijkbaar met de hittegolven in 2003 en 2010. Toen kwam de lucht niet uit de Sahara, maar uit gebieden in Eurazië die te lijden hadden onder extreme droogte.

Beter voorbereid

Het onderzoek legt voor het eerst een verband tussen zuidelijke droogte en hittegolven in Europa. De resultaten zijn relevant om beter voorbereid te zijn op klimaatverandering. ‘De atmosfeer warmt langzaam maar zeker op als gevolg van klimaatverandering’, aldus prof. Diego Miralles (UGent) Er zullen meer periodes van droogte komen, die in de toekomst nog meer extreme hittegolven kunnen teweegbrengen. Dit verband tussen droge wind en hittegolven is van groot belang in strategieën die bepalen hoe we best kunnen omgaan met de klimaatverandering.’

 

Extreme droogte in onder meer India en Zuid-Afrika laat zien hoeveel impact een tekort aan water kan hebben. Uit onderzoek blijkt dat een kwart van de wereldbevolking in landen woont met een extreem hoog risico op waterschaarste. Dit onderzoek is verzameld in de nieuwe Waterrisico-atlas van het World Resources Institute die deze week is gepubliceerd.

Landen met een extreem hoog risico op waterschaarste gebruiken gemiddeld tachtig procent van het beschikbare hernieuwbare water in een jaar. Ze hebben dus weinig reserves en de druk op een alternatieve bron zoals grondwater is hoog. Bij veel vraag naar water, kunnen zelfs korte perioden van droogte grote gevolgen hebben. Die verhogen het risico op een acuut watertekort zoals in Kaapstad, Zuid-Afrika, in 2018 en nu in Chennai, India. Dit risico is volgens de nieuwe berekeningen extreem hoog voor zeventien landen, die samen een kwart van de wereldbevolking huisvesten.

Serieuze bedreiging

Een gebrek aan water vormt een serieuze bedreiging voor mensen, dieren en de natuur. Het kan ernstige gevolgen hebben voor voedselzekerheid en kan conflict en migratie veroorzaken of versterken. Door klimaatverandering en een groeiende wereldbevolking neemt waterschaarste in de toekomst alleen maar verder toe.

Hydrologisch model

Het mondiale hydrologische model PCR-GLOBWB van hydrologen van de Universiteit Utrecht vormt de basis voor de indicatoren in de atlas. Dit model biedt inzicht in de huidige en toekomstige stand van waterbronnen en hun gebruik. Met het model berekenden de wetenschappers de watervraag, de beschikbaarheid van oppervlakte- en grondwater en de resulterende wateronttrekkingen  voor cellen van het aardoppervlak van tien bij tien kilometer.

Grenzen overschreden

Doordat alle data op dezelfde resolutie beschikbaar en met hetzelfde model zijn berekend, kunnen de verschillende indicatoren van waterschaarste onderling worden vergeleken. Dit laat niet alleen zien waar de druk op hernieuwbare waterbronnen groot is, maar ook waar de grenzen van duurzaam gebruik al overschreden zijn en grondwaterreserves uitgeput raken. Dit is onder meer het geval in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, waar de huidige schaarste in de toekomst nog nijpender zal worden.

Bij de waterschappen Rijn en IJssel en Vechtstromen is het voor het tweede jaar op rij net zo droog als in 1976. 1976 is landelijk gezien het droogste jaar ooit gemeten.

Door het wisselvallige weer verschillen de gevolgen van het neerslagtekort sterk per regio. In Twente en de Achterhoek zijn inmiddels de waarden uit 1976 na vorig jaar opnieuw bereikt. Dat heeft grote gevolgen voor de landbouw en natuur. Daarom zijn er in deze regio’s onttrekkingsverboden ingesteld voor oppervlaktewater. In de omgeving van kwetsbare natuurgebieden zijn er ook onttrekkingsverboden voor grondwater om de natuur te beschermen.

Droog

In het oosten en zuiden van het land is de afgelopen weken aanhoudend minder neerslag gevallen dan in de rest van Nederland, terwijl zij afhankelijk zijn van neerslag voor hun watervoorziening. Er is namelijk geen aanvoer vanuit de rivieren en kanalen mogelijk op deze hoge zandgronden. Het aantal beken dat droogvalt neemt toe. Neerslag is nodig om tot verbetering van de situatie te komen.

Ook de grondwaterstanden in het zuiden en oosten, die voor deze tijd van het jaar al zeer lagen waren, nemen verder af. Dit komt mede door de warmte van de afgelopen week.

Grote verschillen

Landelijk gezien ligt het neerslagtekort op 176 millimeter. Dat is meer dan het langjarig gemiddelde voor eind juli (circa 100 millimeter), maar aanzienlijk minder dan in 2018 en 1976 (circa 250 millimeter). Verdeeld over het land zitten er echter grote verschillen in het neerslagtekort. In het oosten van Nederland, met name in Twente en de Achterhoek, is het neerslagtekort het grootst: 269 millimeter in Twente en 242 millimeter in de Achterhoek. Dit is, net als eind juli vorig jaar, gelijk aan de situatie zoals die in 1976 was.

Hein Pieper, dijkgraaf waterschap Rijn en IJssel en vicevoorzitter Unie van Waterschappen: “We hebben hier in de Achterhoek en Liemers ook dit jaar weer te maken met extreme droogte. De waterstanden staan erg laag, deze standen zijn vergelijkbaar met die van vorig jaar rond deze tijd en met het tekort in 1976. Deze regio heeft het dus 2 jaar achter elkaar zwaar te verduren. Sinds 18 juli is het al verboden om water te halen uit beken, rivieren en vijvers om bijvoorbeeld te sproeien. Ook mag er geen grondwater opgepompt worden in twee kwetsbare natuurgebieden: Stelkampsveld en de Zumpe. Rijn en IJssel blijft er alles aan doen om het water zo lang mogelijk vast te houden en de regen die er valt op te vangen, zodat deze in de grond kan trekken.’

Het grondwater dat wordt opgepompt om gewassen te irrigeren is in veel gebieden te goedkoop en werkt daarmee inefficiënt gebruik en grondwateruitputting in de hand. Dit blijkt uit recent onderzoek van een onderzoeksteam onder leiding van de Universiteit Utrecht in samenwerking met Wageningen Economic Research en het internationale onderzoeksinstituut IIASA.

De helft van het water dat wordt gebruikt voor de irrigatie van gewassen is opgepompt grondwater. Het zorgt voor een vijfde van de wereldwijde voedselproductie. Het meeste grondwater wordt gebruikt in de drogere gebieden van onder andere de Verenigde Staten, India, Pakistan, Iran en China, maar ook in Spanje, Italië en Mexico is het grondwatergebruik aanzienlijk. Omdat in deze droge gebieden het grondwater nauwelijks wordt aangevuld, leidt dit tot dalende grondwaterstanden en grondwateruitputting. Met droogvallende putten, bodemdaling en uitdroging van natuurgebieden als gevolg.

Niet-hernieuwbare bron

Grondwater dat nauwelijks wordt aangevuld, wordt ‘niet-hernieuwbaar’ genoemd en kan men vergelijken met een delfstof zoals olie of goud. Maar hoeveel betaalt men dan voor die delfstof? De onderzoekers zochten dit uit door de ‘schaduwprijs’ van irrigatiewater te bepalen voor vijf geïrrigeerde gewassen in elf landen die het meeste niet-hernieuwbaar grondwater gebruiken. De schaduwprijs is de netto-opbrengst van de laatste kubieke meter water en tevens de maximale prijs die een boer zal willen betalen voor grondwater. De onderzoekers gebruikten hierbij een combinatie van hydrologische modellering, landbouwstatistieken en econometrische methoden.

Schaduwprijs

‘De schaduwprijs is een goede maat voor de efficiëntie van watergebruik’, zegt Marc Bierkens, onderzoeksleider en hoogleraar hydrologie aan de Universiteit Utrecht. ‘Je kunt niet-hernieuwbaar grondwater maar één keer gebruiken. Een lage schaduwprijs betekent dus dat de baten van dit grondwater gering zijn. Een lage schaduwprijs is ook een indicatie dat verborgen kosten zoals schade door bodemdaling, het droogvallen van natuurgebieden en het onttrekken van water aan meer winstgevende activiteiten niet voor rekening van de boer komen. Dit betekent dus dat niet-hernieuwbaar grondwater inefficiënt wordt gebruikt.’

Goedkope gewassen vervangen

Er kan veel niet-hernieuwbaar grondwater worden bespaard en dat leidt tot welvaartsgroei, laten de onderzoekers zien. Dit kan door goedkope gewassen te vervangen voor gewassen die per hectare meer opbrengen. Dit geeft een handvat om niet-hernieuwbaar grondwater verstandiger te gebruiken en de uitputting van grondwaterreserves te beperken.

Het tekort aan blauw water is bekend bij de meeste mensen. Denk aan de tekorten van grond- en oppervlaktewater. Het tekort aan groen water, ofwel regenwater, is echter nog vrij onbekend. Groen water is de regenval boven land die direct gebruikt wordt door planten en verdampt naar de atmosfeer. UT-onderzoekers Joep Schyns, Arjen Hoekstra en collega’s brachten in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS de tekorten van groen water in kaart.

De rivier- en grondwaterreserves nemen wereldwijd af. Nu blijkt uit een nieuwe analyse van de Universiteit Twente dat de duurzame grens aan direct regenwatergebruik (groen water) in veel regio’s is bereikt en in verschillende landen in Europa, Midden-Amerika, het Midden-Oosten en Zuid-Azië is overschreden.

Regenval voedt rivieren en grondwaterreserves, bekend als blauw water, maar een deel van de regenval wordt rechtstreeks door planten gebruikt en keert terug naar de atmosfeer als verdamping. Dit groene water is de grootste bron van water voor de productie van voedsel, vezels (voor kleding), veevoer, hout en bio-energie. Tevens is groen water essentieel voor de biodiversiteit op land die volledig van groen water afhankelijk is. Dit levert spanning op, omdat de vraag naar biomassa in de economie toeneemt, terwijl de hoeveelheid groen water beperkt is.

Groene waterschaarste

Traditioneel gaat het waterschaarstedebat altijd over blauw water. De Universiteit Twente maakt het beeld van de wereldwijde schaarste van beperkt zoetwater compleet door groene waterschaarste te kwantificeren. De onderzoekers maakten een inschatting van de hoeveelheid groen water die wordt gebruikt voor de productie van biomassa voor de menselijke economie. Dat vergeleken zij met de beschikbaarheid van groen water. De jaarlijkse regenval is beperkt en een groot deel daarvan valt in gebieden die slecht bereikbaar, onproductief of essentieel voor natuurbehoud zijn.

Consumptiepatronen

De onderzoekers konden in hun studie aantonen waar de druk op nog onaangetaste groene waterstromen het grootst is, waaronder tropische regenwouden. Schyns: ‘Door bevolkingsgroei, de consumptie van relatief meer dierlijke producten en energie uit biomassa, neemt de groene watervoetafdruk van de mens alleen maar toe. Om de toenemende druk op beperkt groen water af te remmen, is het van belang om onze consumptiepatronen te heroverwegen. Door onze eigen voetafdruk te verkleinen vermindert de noodzaak om elders groen water van de natuur ‘af te pakken’ voor land- en bosbouw.’

Het bestuur van het NWO-domein Exacte en Natuurwetenschappen keurde acht projectvoorstellen goed voor het gezamenlijke initiatief: Water challenges for a changing world. Het gezamenlijke initiatief richt zich op de uitdaging om duurzame watersystemen mogelijk te maken voor een duurzame economie in en buiten Europa. Twee van de goedgekeurde projecten worden geleid door onderzoekers van de Universiteit Twente.

Het RECOWATDIG-onderzoeksproject zal een technisch ontwerp maken van een modulaire en mobiele installatie voor het gefaseerd terugwinnen van landbouwwater door gistingsproducten met een hoog vochtgehalte te drogen.

RECOWATDIG biedt toegang tot waterreserves die momenteel niet worden gebruikt, zoals water dat verdampt tijdens het drogen van vaste gistingsproducten met een hoog vochtgehalte. Het project streeft naar synergie door waterterugwinning te integreren met een verbeterde warmtebalans tijdens het droogproces en benutting van de latente warmte die tijdens het condenseren van het water kan worden teruggewonnen.

HTC

Dankzij hydrothermische carbonisatie (HTC) wordt het synergiepotentieel verder vergroot door positieve effecten op het gebied van ontwatering en sanering. De zuivering van het water uit twee afzonderlijk verkregen stromen wordt bereikt door verschillende soorten membraanprocessen te gebruiken die het elektriciteitsverbruik, CAPEX en onderhoudskosten optimaliseren. Door zuiver water te verzamelen en op te slaan, wordt het elektriciteitsverbruik verder verbeterd en kunnen de kosten voor het gebruik van elektriciteit buiten piekmomenten worden geminimaliseerd. Hierdoor is de voorgestelde technologie klaar voor het slimme energienet.

Hergebruik

De voorgestelde technologie voor waterterugwinning uit digestaat heeft als extra voordeel dat het concentraat dat daaruit ontstaat opnieuw kan worden gebruikt: het wordt tijdens de verwerking van afvalwater gerecycled als een technologische vloeistof, waardoor de hydratering van de sludge toeneemt. Door het gebruik van concentraat is deze technologie afvalvrij. De voorgestelde installatie kan het digestaat omzetten in een waardevol en verkoopbaar product.

Informatieaqueduct

Het project iAqueduct wordt geleid door Bob Su, hoogleraar Spatial Hydrology and Water Resources Management bij de faculteit ITC. Dit voorstel bestaat uit een geïntegreerd informatieaquaduct (‘iAqueduct’) dat de kloof moet dichten tussen wereldwijde satellietobservaties van de waterkringloop en lokale informatiebehoeften voor het duurzaam beheren van waterreserves. In de achterliggende decennia werden er uiteenlopende satellietmissies ontwikkeld om de wereldwijde waterkringloop te bewaken. Daarbij werd met name gelet op de variabelen met betrekking tot neerslag, verdampingsversnelling en bodemvochtigheid – vaak met een ruimtelijke resolutie van (tientallen) kilometers.

Deze gegevens zijn uiterst effectief om verschillen in de waterkringloop te kenschetsen van regionaal tot wereldwijd niveau, maar zijn niet geschikt voor duurzaam beheer van waterreserves; deze vereisen altijd meer gedetailleerde informatie op lokaal niveau, zoals informatie die door een in-situ-sensor wordt verstrekt, bijvoorbeeld een TDR voor bodemvochtigheid of een piëzometer voor het grondwaterpeil. Ook op veldniveau is meer informatie nodig.

Droogte

De droogte in Europa in de zomer van 2018 zal worden gebruikt als concrete retrospectieve toepassing om de voordelen van gedetailleerde informatie over de waterkringloop voor waterbeheer aan te tonen. Daarbij wordt samengewerkt met lokale waterschappen, zoals Vechtstromen in Twente.

Het beoogde iAqueduct wil deze doelen realiseren door gegevens van de Copernicussatelliet (gemiddelde resolutie) te combineren met beelden in hoge resolutie van onbemande luchtvaartuigen (UAS) en lokale observaties. Op basis daarvan moeten schaalfuncties voor bodemeigenschappen en bodemvochtigheid en verdampingsversnelling op meterschaal worden ontwikkeld. iAqueduct zal de uiteenlopende componenten van de observaties van de waterkringloop integreren in lokale bodem- en wateroverzichten in een open-source waterinformatiesysteem. Ook zal het gebruik ervan voor het duurzaam beheer van waterreserves op pan-Europese schaal worden getest en gedemonstreerd op een reeks onderzoekslocaties.

De extreme droogte van de afgelopen zomer zorgt mede voor een inkomstendaling van de landbouwsector. De landbouwproductie daalde met 1,4 procent doordat de oogst zowel kwalitatief als kwantitatief tegenviel.

De inkomsten per arbeidsjaar in de landbouw zijn in 2018 gedaald. Vergeleken met een jaar eerder daalden deze inkomsten met bijna 11 procent. De inkomsten gingen over een breed front achteruit na een goed landbouwjaar in 2017, waarin de landbouwinkomsten voor de tweede keer in meer dan twintig jaar boven het niveau van 1995 lagen. De landbouwinkomsten per arbeidsjaar kwamen in 2018 weer onder dat niveau uit. Dit blijkt uit een eerste raming van CBS en Wageningen Economic Research.

De inkomsten staan de laatste twintig jaar onder druk. Dit hangt samen met de prijsontwikkelingen van landbouwproducten, de toename van het aanbod op de wereldmarkt en de hogere kosten van onder meer diervoeders en aardgas. Tussen 1995 en 2018 steeg de productie met 25 procent, terwijl de inkomsten met een daling van 5 procent achterbleven.

Minder landbouwproductie

In 2018 lag het volume van de landbouwproductie 1,4 procent lager dan een jaar eerder. De lagere afzet van akkerbouw- en tuinbouwproducten had mede te maken met de slechte oogst als gevolg van extreme droogte en uitzonderlijk hoge temperaturen in Nederland.

 

Akkerbouwers kenden in 2018 een lagere oogst als gevolg van extreme droogte en uitzonderlijk hoge temperaturen in Nederland. Er werden minder aardappelen gerooid in vergelijking met een jaar eerder. De oogst van uien en snijmais lag ver onder het niveau van vorig jaar. Door het aanbodtekort waren de prijzen van de meeste plantaardige producten veel hoger dan een jaar eerder.

In de tuinbouw leden de kasgroenten ook onder de droogte. Niet alleen de oogst, maar ook de kwaliteit van deze groenten was minder. Doordat ze extra water kregen, hadden appels en peren over het algemeen niet veel last van de droogte.

De ontwikkeling van de plantaardige productie in Nederland wordt sterk beïnvloed door de grootste sector, die van de planten en bloemen. De productiewaarde hiervan, goed voor bijna de helft van de productiewaarde van de totale plantaardige sector, kwam uit op hetzelfde niveau als het jaar daarvoor. Lagere resultaten kwamen mede voor rekening van de snijbloemen, planten deden het juist iets beter dan vorig jaar. Voor bloembollentelers droeg niet alleen de droogte bij aan een tegenvallende oogst. Ook de koude lente en de hete zomer zorgden voor ongelukkige groeiomstandigheden.

Dit jaar werd er 13 procent minder suikerbieten uit de grond gehaald dan in 2017. De lagere oogst hangt samen met de weersomstandigheden in 2018. Daarnaast was de oogst in 2017 zeer groot na de afschaffing van het suikerquotum.