Yara Sluiskil Archieven - Utilities

De Tweede Kamer organiseerde zeven rondetafelgesprekken met een doorsnee van de partijen die bij de samenstelling van het ontwerp Klimaatakkoord betrokken waren. Gijsbrecht Gunter van Yara Sluiskil en Ingrid Caluwé van Tata Steel vertegenwoordigden de sectortafel Industrie en gaven een overzicht van de energiebesparingsmaatregelen die de bedrijven de afgelopen jaren hebben genomen. Een extra CO2-belasting is wat hen betreft niet wenselijk.

Het ontwerp Klimaatakkoord was nog niet gepresenteerd of er ontstond alweer roering. De milieuorganisaties vonden de afspraken te vrijblijvend en wilden liever een generieke CO2-heffing. Bovendien hadden ze principiële bezwaren tegen carbon capture and storage (CCS). Tegelijkertijd vond de industrie dat de besparingsopdracht zonder CCS niet lukt en dat een generieke heffing tot onaanvaardbare weglekeffecten zou leiden, en hoogstwaarschijnlijk niet tot de CO2– emissiereductie doelen. Onderzoeken van PWC en CE Delft onderstreepten dat. Toen het Centraal Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving de doorrekening van het conceptakkoord presenteerden, brak opnieuw onrust uit omdat in de voorstellen van de industrie teveel onzekerheden zaten. Minister Wiebes van Economische zaken kondigde bijna tegelijkertijd aan de industrie een groter deel van de lasten te laten dragen die gepaard gaan met de energietransitie. De minister zou onderzoeken of een CO2-taks tot de gewenste CO2-besparingsprikkel zou leiden, waarbij hij aangaf dat de heffing verstandig moet zijn, zonder weglekken van CO2, het verdwijnen van banen en met behoud van level playing field.

De Tweede Kamer was inmiddels het spoor bijster over de stappen die moeten worden genomen om de CO2– uitstoot in 2030 met 49 procent terug te dringen. Men besloot dan ook maar liefst zeven rondetafelgesprekken te organiseren waarin een doorsnee van de partijen die bij de samenstelling van het ontwerp Klimaatakkoord betrokken waren hun standpunt konden toelichten.

11 april was de sectortafel Industrie aan de beurt. Vertegenwoordigers van de industrie zoals de VNCI, de VNPI, NGO’s als Greenpeace en Milieudefensie en een keur aan wetenschappers mochten de Kamer inzicht geven in hun standpunt.

Onder de genodigden waren ook Yara Sluiskil en Tata Steel, twee partijen die in de lijst staan van de tien bedrijven die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor vijftig procent van de Nederlandse industriële CO2-uitstoot. Beide bedrijven ontkennen ook niet dat hun uitstoot fors is, maar geven tegelijkertijd aan dat hun fabrieken binnen de internationale benchmarks het hoogste scoren wat betreft efficiency en energieverbruik. Yara Sluiskil is bovendien de grootste kunstmestfabriek van Noordwest Europa. De rode draad in de betogen tegen een platte CO2-belasting is dat een lokale CO2-belasting vooral duurzame investeringen zullen tegenhouden en carbon leakage in de hand werken.

Yara

Public affairs manager en lid van het Management Gijsbrecht Gunter hield namens Yara zijn betoog voor de Tweede Kamercommissie. Gunter: ‘Kunstmest is wereldwijd verantwoordelijk voor één procent van de broeikasgasemissies. Zonder kunstmest zou vijftig procent minder voedsel zijn op aarde. De uitvinder ervan ontving ooit de Nobelprijs en kunstmestproductie werd vorig jaar uitgeroepen tot de beste chemische uitvinding van de eeuw. De wereldwijde vraag naar kunstmest stijgt dan ook gemiddeld 1,5 tot twee procent per jaar.

Dankzij voortdurende innovatie behoren de fabrieken in Sluiskil tot de veiligste, betrouwbaarste en energiezuinigste ter wereld. De fabrieken presteren beter dan de Europese benchmark, maar lopen wel tegen een keiharde asymptoot aan. Namelijk de minimale hoeveelheid energie die natuurkundig nodig is om een ton ammoniak te maken in een fabriek. Een nationale CO2 heffing kan de asymptoot die de natuurwet bepaalt niet verleggen en werkt juist contraproductief voor bedrijven die vanwege grote inspanning op energiebesparing in de achterliggende tijd tegen deze asymptoot aanschurken.

Er is meer nodig, namelijk nieuwe technologie, en die ontwikkel je niet verder door op nationaal niveau platte boetes op te leggen aan bedrijven die tot de best presterende ter wereld behoren. Sterker, daarmee katalyseert de boete de wereldwijde klimaatproblematiek via verschuiving van de productie naar buitenlandse, meer emitterende concurrenten. Sinds 1990 heeft Yara Sluiskil haar broeikasgasemissie maar liefst met 55 procent gereduceerd, ondanks dat de productie met twee miljoen ton toenam in dezelfde periode.

Meer dan negentig procent van de kunstmestfabrieken wereldwijd heeft een aanzienlijk hogere broeikasgasemissie, tot wel driemaal hoger in landen als China, Rusland, Oekraïne en de VS. Bovendien rekent de NeA alle emissies van Yara Sluiskil mee die optellen tot 3,8 megaton (2017), terwijl momenteel 1,4 megaton middels Carbon Capture & Usage wordt verwerkt in producten zoals meststoffen, AdBlue en bubbels voor de frisdrankindustrie en die niet kunnen worden gereduceerd. In werkelijkheid komt er dus nog ‘slechts’ 2,4 megaton CO2-equivalenten vrij in Sluiskil.’

Groene waterstof

Gunter meldt verder dat Yara al vele experimenten uitvoerde met groene waterstof, maar steeds aanloopt tegen het feit dat daarmee de prijs twee tot vier keer hoger wordt dan grijze waterstof. En de markt kiest nog steeds vooral voor de laagste prijs. Toch geeft Yara niet op en ook in Nederland doet het bedrijf actief mee in initiatieven zoals de Waterstofcoalitie, de één gigawatt-studie van ISPT en het Battolyser project. Tot 1991 bedreef Yara een 150 megawatt electrolyser op waterkrachtenergie in Glomfjord, maar die werd gestopt omdat het niet rendabel was.

Toch bleek dat het moederbedrijf de beslissing nam om samen met Engie een honderd megawatt solar based electrolyser in Australië te gaan ontwikkelen en niet in Nederland. Sterker, Yara Sluiskil liep het achterliggende jaar twee grote investeringen mis, voor een belangrijk deel te wijten aan de onduidelijkheid rondom (klimaat)wetgeving in Nederland.

Investeringen

Hoewel de reacties van de Kamerleden uiteraard nog niets zeggen over de koers van het Kabinet, waren de reacties volgens Gunter toch redelijk hoopgevend. ‘Zowel links als rechts was het ermee eens dat het weglekken van CO2 zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Ook voor de werkgelegenheid is het niet wenselijk als grote bedrijven op den duur naar het buitenland vertrekken. De discussie ging dan ook met name over hoe het beleid zo kon worden ingericht dat de industrie voldoende werd geprikkeld verdere stappen te nemen en we samen de weg naar bijvoorbeeld groene waterstof inslaan. Ik heb ze geprobeerd duidelijk te maken dat een platte CO2-taks daar niet bij helpt. Hoewel Wiebes beloofde de extra uitgaven terug te geven in de vorm van subsidie op CO2-besparende technologie, zullen we dergelijke projecten toch moeten voorfinancieren en bovendien is het vooruit betalen van een taks qua liquiditeit een onmogelijke opgave. Behalve dat dat tot liquiditeitsproblemen leidt, is het bovendien niet eens zeker of we de subsidie vervolgens ook daadwerkelijk toegewezen krijgen en je ziet nu al gebeuren dat bepaalde partijen aangeven uit de pot te willen plukken voor andere beleidsterreinen waar geld nodig is.’

Het feit dat het moederbedrijf van Yara voor Australië koos voor de bouw van een electrolyser wil Gunter niet gebruiken om de discussie naar zijn hand te zetten. ‘Er zijn meerdere overwegingen voor Yara voor dit soort investeringen. Australië heeft een duidelijke keuze voor waterstof gemaakt, heeft veel ruimte en veel zonne-energie. Maar aan de andere kant: Nederland heeft weer veel windenergie, een goede gasinfrastructuur, fabrieken die je gefaseerd kunt ombouwen en logistiek zitten we goed. Het zou dan ook jammer zijn als het politieke klimaat investeringen juist tegenhoudt. Daar zullen we de komende jaren misschien nog niet veel van merken, maar over 10 jaar zullen we de rem die nu op investeringen gezet wordt wel degelijk voelen, want ook in de industrie geldt: stilstand achteruitgang.’

Tata Steel

Ook Tata Steel kreeg de gelegenheid zijn positie binnen de mondiale staalindustrie te schetsen. Ingrid de Caluwé, Public Affairs Manager van het staalbedrijf, gaf een overzicht van de inspanningen die het bedrijf al heeft genomen zijn energieverbruik te verlagen en CO2-emissies te beperken.

De Caluwé: ‘Tata Steel behoort tot de wereldwijde top van staalbedrijven met de laagste CO2-uitstoot per ton staal. Voor een verdere, drastische verlaging van de CO2-uitstoot zullen baanbrekende nieuwe technieken nodig zijn, een complete herinrichting van de processen én de inzet van duurzame brandstoffen, zoals groene elektriciteit en waterstof.

Dit is alleen mogelijk met investeringen die onvoldoende rendabel zijn en daarmee de concurrentiepositie op de internationale markt verzwakken. Het is daarom van groot belang dat de overheid maatregelen neemt die zowel de CO2-uitstoot reduceren, als ook de bedrijven die zich hiervoor inzetten steunen. ‘

Innovatie

Tata Steel ontwikkelde een CO2-reductieplan met nieuwe doorbraaktechnologieën zoals de doorbraaktechnologie HIsarna die het mogelijk maakt twintig tot tachtig procent minder CO2 uit te stoten.  De staalreus start met Dow Chemical cross-sectorale samenwerking waarbij koolmonoxide uit de hoogovengassen wordt afgevangen en in een fabriek omgezet in grondstoffen voor de chemische industrie.

Verder werkt Tata samen met Nouryon aan de ontwikkeling van een waterstoffabriek op het terrein in IJmuiden. Ook verkocht het bedrijf een stuk terrein aan Tennet voor het opzetten van een aanlandpunt voor groene stroom van windmolens op zee.

CO2-heffing

Over de CO2-heffing is De Caluwé duidelijk: ‘Bovenop de omvangrijke investeringen zou deze heffing een zeer grote financiële aderlating betekenen, die investeringen in duurzame innovaties en CO2-reductie onmogelijk maken. De staal gerelateerde uitstoot van Tata Steel is 12,5 miljoen ton CO2. Iedere heffing over de uitstoot maakt het moeilijk om nog in innovatie te investeren.

De Caluwé heeft een politieke loopbaan achter de rug en de open opstelling van de Kamerleden verbaasde de zegsvrouw van Tata Steel. ‘Ik heb nog nooit meegemaakt dat de   gasten tijdens een hoorzitting met elkaar in debat gingen, deels aangemoedigd door Kamerleden. Vaak is zo’n hoorzitting een formaliteit waar de standpunten al bekend zijn. Ik merk dat het onderwerp echt leeft en de Kamer op zoek is naar goede instrumenten om de CO2-uitstoot terug te dringen.’

Dat instrument had de industrie overigens al aangereikt met de bonus/malus regeling waarin slecht presterende bedrijven extra moesten betalen ten gunste van de goed presterende bedrijven. De Caluwé: ‘Het PBL gaf aan het besparingspotentieel niet voldoende door te kunnen rekenen omdat er nog veel onzekerheden bestonden over bijvoorbeeld de overheidsinvesteringen in de noodzakelijke infrastructuur. Naar onze mening zou een ontwerp Klimaatakkoord juist dit soort vragen moeten blootleggen om daar naar een definitief akkoord toe besluiten over te kunnen maken. Helaas werd ons voorstel al snel ingehaald door de CO2-heffing, wat gezien de naderende verkiezingen wellicht meer publiek begrip opleverde.’

Ook Tata Steel ziet het terugsluizen van de extra belasting via subsidie niet zitten. De Caluwé: ‘Dat de goed presterende bedrijven juist profiteren via extra subsidies is iets te simpel gedacht. Dat soort subsidies wordt via RVO jaarlijks openbaar getenderd, de subsidies zijn veelal een stuk lager dan wat je aan heffing moet betalen en de bedragen moeten vaak ook in dat subsidiejaar worden uitgegeven. De projecten waar wij in investeren hebben doorgaans een looptijd van tien jaar of langer. Om investeringsbeslissingen te kunnen maken, heb je zekerheid voor meerdere jaren nodig. Vergeet niet dat de industrie bereid is zelf miljarden te investeren, de subsidie ontvangen we alleen voor de onrendabele top. Als de overheid daadwerkelijk verder wil gaan dan Europa, dan zal ze hier ook geld voor moeten uittrekken.’

ETS

Zowel Gunter als De Caluwé menen dat het voor de Nederlandse industrie verstandiger zou zijn om de Europese maatregelen te volgen en ETS als uitgangspunt te nemen. ‘ETS uitbreiden is beter dan een eigen systeem optuigen dat Nederland isoleert van de rest van Europa’, zegt De Caluwé. ‘Daarmee creëren we in ieder geval op Europees vlak een level playing field. Wereldwijd hebben we nog steeds concurrentie van bedrijven zonder CO2-heffingen, of bedrijven die binnen een nationaal systeem zijn vrijgesteld. Wellicht dat een CO2-importheffing aan de Europese grenzen hier een oplossing kan bieden.’