zuurstof Archieven - Utilities

 

Praxair bouwde een nieuwe luchtsplitsingsfabriek en breidde tegelijkertijd zijn leidingcapaciteit voor het transport van stikstof en zuurstof uit. Met deze uitbreiding vergrootte het bedrijf niet alleen zijn capaciteit, maar borgt ook de leveringszekerheid nog eens extra. 

Een van origine niet-Europese speler maar wel met een lange historie in de Antwerpse haven, zo is Praxair in de Benelux misschien nog wel het beste te typeren als uitdager in de markt. Die positie bekleedt de leverancier van industriële gassen in de Verenigde Staten zeker niet. De Amerikaanse roots, bezorgen het bedrijf aan de andere kant van de oceaan een sterkere marktpositie. In de VS alleen al heeft Praxair enkele honderden luchtscheidingsinstallaties staan. Maar in België en Nederland moet de leverancier van industriële en speciale gassen opboksen tegen Air Liquide, Air Products en Linde Gas. Dat doet het bedrijf met succes, gezien de recente investering van honderd miljoen euro die Praxair deed in de Antwerpse haven. Met de opstart van een nieuwe luchtscheidingsfabriek naast het terrein van Ineos verstevigt het bedrijf zijn positie in de Antwerpse haven en vergroot het de leveringszekerheid voor zijn klanten. ‘Niet dat die leveringszekerheid in gevaar kwam’, zegt business director onsite Johan Desmet. ‘We produceren en distribueren vanaf 1968 stikstof in de Antwerpse haven en hebben in die tijd nog nooit een uitval gehad van onze stikstof leveringen aan onze klanten. Maar we liepen met de fabriek in Zwijndrecht wel tegen de capaciteitsgrens aan en we verwachten dat zich in de toekomst nog wel meer bedrijven zullen vestigen in het Antwerpse havengebied. We kozen dus ervoor om uit te breiden.’

Twee fabrieken

De capaciteit van de luchtsplitsingsfabriek in Zwijndrecht werd in 2004 al eens verdubbeld. Tegelijkertijd werd het stikstofnet fors uitgebreid. De leidingcapaciteit was aanvankelijk zes kilometer en werd in 2004 uitgebreid naar 45 kilometer. De fabriek in Zwijndrecht, een zogenaamde T-700 air seperation unit (ASU), produceert nog steeds dagelijks 1.800 ton stikstof, 650 ton zuurstof en 25 ton argon.

Bij de ingebruikname van de nieuwe fabriek in Zwijndrecht was niet de gehele capaciteit verkocht. Men verwachtte destijds na tien jaar de limiet te hebben bereikt. Die voorspelling blijkt aardig uit te komen en het is dan ook niet toevallig dat Praxair in 2014 de eerste steen legde voor nog een fabriek, maar ditmaal dan in Lillo. De klanten van Praxair zijn niet de kleinsten: nagenoeg alle raffinaderijen, petrochemie, chemie en opslagbedrijven in de Antwerpse Haven zijn wel op één of andere manier afnemer van één van de producten van Praxair.

Desmet: ‘Onze business zit van oudsher dicht op de klant en we gaan dan ook daar heen waar onze klanten heen gaan. De laatste jaren zien we een trend ontstaan van centralisatie. Chemische bedrijven verplaatsen vaker hun activiteiten in het binnenland om ze bij hun bestaande vestigingen in de havengebieden te voegen. Ook een aantal grote petrochemische bedrijven heeft al sites in het binnenland van Frankrijk en Duitsland overgedragen naar de clusters in Antwerpen, Rotterdam of het Ruhrgebied. Onze capaciteitsuitbreiding zorgt ervoor dat we ook die nieuwe klanten kunnen aansluiten op ons net. Met de uitbreiding van de stikstofleiding op de Linkeroever ontsluiten we ook een deel van het braakliggend terrein waar waarschijnlijk meer nieuwe partijen zullen neerstrijken.’

Voordat de Amerikaanse moeder van Praxair bereid was tot investeren, wilde men er wel zeker van zijn dat er voldoende afnemers waren. ‘Je kunt zo’n investering niet doen op alleen maar de dagelijkse handel en daarom hebben we een aantal contracten afgesloten voor een langere periode. Mede dankzij een klantgerichte aanpak en een betrouwbaar track record, vonden we een aantal partijen die meerdere jaren met ons in zee wilden gaan, maar ook het enthousiasme van het Havenbedrijf heeft bijgedragen tot de beslissing om te investeren in Antwerpen. De groeiprognoses die aan de basis lagen van de investeringsbeslissing blijken behoorlijk accuraat te zijn geweest. Er is al een aantal bedrijven dat uitbreidingsplannen heeft bekendgemaakt en ook nieuwe bedrijven hebben recent aangekondigd zich op de beschikbare locaties vestigen.’

Een bijkomend voordeel van deze nieuwe fabriek is dat we redundantie inbouwen in de levering van stikstof en zuurstof. We hebben nu een eenheid op zowel de rechter als de linkeroever van de Schelde en die zijn op een ander deel van het hoogspanningsnet aangesloten. Als het ene net mocht uitvallen, dan kunnen we terugvallen op de capaciteit van de ander. Hetzelfde geldt voor de uitbreiding van de leiding voor stikstof en die voor zuurstof. Doordat we van twee kanten invoeden, is ook daar redundantie ontstaan.’

Industriële gassen

Leveringszekerheid is in de wereld van industriële gassen zeer belangrijk. ‘Stikstof is een inert gas en klanten gebruiken het gas op meerdere manieren om de veiligheid van hun processen te vergroten. In opslagtanks vormt stikstof een deken die de brandbare vloeistoffen afsluit van zuurstof. Ook in diverse katalytische processen vormt stikstof een veiligheidsbarrière. Stikstof helpt olietankers ook sneller hun lading te kunnen lossen. Zuurstof is net zo’n belangrijke utility en wordt in tal van chemische en raffinageprocessen gebruikt. Argon is een inert gas dat wordt ingezet bij laswerkzaamheden. Dat gas vervoeren we in zijn vloeibare vorm of in flessen over de weg. Overigens doen we dat ook met stikstof en zuurstof en de nieuwe leidingen zorgen er dus voor dat het aantal verkeersbewegingen sterk afneemt. Dat is weer gunstig voor het milieu.

De enige grondstof die wij zelf gebruiken is lucht, dat we met behulp van elektrische energie uit de omgeving aanzuigen, comprimeren, wassen en scheiden. De toegang tot elektriciteit is voor ons de grootste voorwaarde en die hebben we geborgd. Daarnaast hebben we ook een opslagfaciliteit, waarin we vloeibare stikstof en zuurstof opslaan als back-up voor het geval zich een calamiteit voordoet of als we onderhoud aan de installaties plegen. Overigens kunnen we delen van de installatie voor aanmaak van de vloeibare gassen ook stilleggen als de elektriciteitsprijzen te ver omhoog zouden schieten. Vermits de levering van gasvormige stikstof en zuurstof de corebusiness is van deze nieuwe eenheid, moet deze altijd gegarandeerd zijn. Maar als we een bijdrage kunnen leveren aan balancering van het elektriciteitsnet om zo de energievoorziening te helpen verduurzamen, is dat mooi meegenomen.’

Energiezuinig

In de jaren dat de nieuwe fabriek in Zwijndrecht werd gebouwd, is de techniek fundamenteel niet drastisch veranderd, maar toch wel zoveel dat het ontwerp op een heel aantal plekken is aangepast. ‘Omdat we als bedrijf erg bewust met energie willen omgaan, stellen we alles in het werk om zo energiezuinig mogelijk te ontwerpen’, zegt Desmet. ‘De installatie is door onze eigen engineers ontworpen en ook het projectmanagement is door de eigen organisatie uitgevoerd. Maar uiteraard maken we ook gebruik van de specialistische kennis van toeleveranciers. Ook in de destillatietoren zijn aanpassingen gemaakt om de energie die wij gebruiken zoveel mogelijk terug te winnen.’

Het scheiden van lucht lijkt een beetje op een raffinageproces. Desmet: ‘We zuigen atmosferische lucht naar binnen om die vervolgens te comprimeren. Voordat we dat doen, halen we wel water, koolwaterstoffen en CO2 uit de lucht. Anders zouden we ijsvorming in de torens krijgen. Wanneer de gecomprimeerde lucht uitzet, daalt de temperatuur en door dat proces een aantal maal te herhalen, komen we op de temperatuur die de gassen vloeibaar maakt.’

De kookpunten van stikstof, zuurstof en argon verschillen van elkaar, waardoor je ze kunt scheiden. Die verschillen zijn overigens niet heel groot. Waar stikstof bij een temperatuur van -196 graden Celsius vloeibaar wordt, doet zuurstof dat al bij -183 graden Celsius. Argon zit daar tussenin en heeft een kookpunt van -186 graden. Desmet: ‘Het kookpunt van zuurstof en Argon ligt dus heel dicht bij elkaar en voor de productie van Argon moesten we de destillatietorens dan ook vergroten. De gassen stikstof en zuurstof gaan na scheiding direct het leidingsysteem in. Een deel van het stikstof wordt vloeibaar gehouden en dient als buffer voor eventuele productie uitval of onderhoud aan de ASU.

De capaciteit van de fabriek is met een dagelijkse productie van 1.300 ton groter dan die in Zwijndrecht. Opvallend is dat het terrein zo goed als verlaten is. ‘Een van onze doelstellingen was dat we de fabriek remote kunnen opereren’, zegt Desmet. ‘Het bedienend personeel zit in Zwijndrecht en ziet via een intern proces configuratie -systeem en een batterij aan camera’s precies hoe het proces verloopt. We delen verder nog wat diensten met de gastheer van de industriële cluster in Lillo, zodat we de site zeer kostenefficiënt kunnen opereren. Want uiteindelijk is naast leveringszekerheid uiteraard ook de kostprijs een belangrijke factor in de levering van industriële gassen.’

Desondanks weet het bedrijf ook meerwaarde te halen uit zijn jarenlange ervaring met industrieel gas. ‘We bouwen voor de glasfabriek van Libbey in Leerdam een zuurstofproductie-installatie met een systeem dat rookgassen regenereert en ze weer kraakt tot synthesegas. Op die manier bespaart de glasproducent tot bijna twintig procent energie en draagt Libbey bij aan een meer duurzame wereld. Een mooi en concreet voorbeeld van de slogan van Praxair : ‘Making Our Planet More Productive’. We merken steeds meer dat we andere partijen kunnen helpen met onze kennis op het gebied van gassen. We willen dan ook vooral groeien binnen onze bestaande klantenkring en waar nodig uitbreiden en onderscheid kunnen maken met onze kennis.’

Het beste bewijs dat het met de engineering wel goed zit, is het feit dat de nieuwe ASU volgens planning en binnen budget is gebouwd. ‘We zaten in de duale situatie dat we een ervaren leverancier waren van stikstof via pijpleiding terwijl we wat zuurstoflevering een challenger waren’, zegt Desmet. ‘Onze klanten vroegen daar ook om: zij willen de keuze hebben om van meerdere leveranciers gassen te kunnen te betrekken. De komende jaren kunnen we in ieder geval nog groeien binnen de bestaande asset base, maar wie weet mogen we op den duur weer uitbreiden.’