Versnellen van de evolutie - Utilities
nieuws

Versnellen van de evolutie

Publicatie

21 okt 2020

Categorie

Soort

nieuws

Tags

elektrificatie, elektrochemie, energietransitie

‘De industriële revolutie was eigenlijk meer een evolutie. Als je het op microniveau beschouwt, ging het om een proces van heel veel kleine stapjes’, stelt Jeroen van Woerden, de kwartiermaker van het nieuwe Fieldlab Industriële Elektrificatie. ‘De huidige transitie van de industrie zal ook niet van de ene op de andere dag gaan, maar we kunnen er wel alles aan doen om die te versnellen.’

Hij is geen onbekende in de Rotterdamse en landelijke procesindustrie. In 2016 werd Jeroen van Woerden uitgeroepen tot Plant Manager of the Year, toen hij nog de scepter zwaaide over de site van chemiebedrijf Kemira in de Botlek. Jeroen paste methodes uit de maakindustrie toe in de chemie. Samen met klanten producten ontwikkelen en innoveren. Hij vroeg medewerkers om met ideeën te komen om de installaties te verbeteren en daadwerkelijk met relatief kleine verbeteringen aan de slag te gaan.

‘We hebben nog discussies over wat bij elektrificatie hoort. Hoort daar bijvoorbeeld elektrochemie bij?’

Jeroen van Woerden, kwartiermaker Fieldlab Industriële Elektrificatie

Het lijkt zeer bij Jeroen van Woerden te passen: vele kleine vissen maken één grote. Ogenschijnlijk grote veranderingen gebeuren gewoon niet plotsklaps. Vaak is er een proces voor nodig met tal van kleine stappen. ‘Ook de industriële revolutie was eigenlijk meer een evolutie,’ analyseert hij. ‘Als je het op microniveau beschouwt, ging het om een proces van heel veel kleine stapjes. Een revolutie kan ook veel kapot maken. En een evolutie kun je versnellen. Achteraf lijkt de overgang van traditionele lampen naar ledverlichting heel snel gegaan. Ik heb dat van wat dichterbij gevolgd bij Philips Lighting. Al met al heeft deze overgang minder dan tien jaar geduurd.’

E-boilers

Zo zal het volgens hem ook gaan met de energietransitie. Met zijn nieuwe functie als kwartiermaker van het Fieldlab Industriële Elektrificatie zal hij zich daarom vooral bezighouden met welke stappen de komende tijd zijn te zetten. Het fieldlab moet nog volledig vorm krijgen. ‘We hebben zelfs nog discussies over wat allemaal bij elektrificatie hoort. Hoort daar bijvoorbeeld elektrochemie bij?’

Nog niet zo lang geleden had niemand het er over, maar inmiddels zijn er veel initiatieven op het gebied van elektrificatie van industriële installaties. Elektrische boilers, pompen en zelfs elektrisch aangedreven fornuizen en hele krakers. Het wordt momenteel allemaal genoemd en onderzocht.

Ook over de mogelijkheden van elektrochemie wordt veel gesproken. Power-to-heat, power-to-hydrogen, power-to-x, allemaal mooie termen die een belofte in zich herbergen. Maar het moet nog op veel echt vlakken vorm krijgen. Zo is zijn er wel veel plannen op het gebied van groen waterstof, maar er is nog geen finale handtekening gezet. Van Woerden: ‘Veel innovatieve processen zijn bijvoorbeeld nog duur. Voor het fieldlab is het de taak om uit te zoeken of dat zo blijft of dat ze met wat financiële en technische ondersteuning toch vlot kunnen worden getrokken.’

Industrielinqs nu 3 maanden gratis ontvangen?

Dit artikel komt uit de tweede editie van het Industrielinqs magazine, dat zich richt op de procesindustrie, energiesector en onderlinge infrastructuur. Met het magazine verbinden we industriële ketens zodat ze van elkaar kunnen leren. Belangrijke thema’s zijn: innovatie, energietransitie, onderhoud en veiligheid.

Gebruik kortingscode ILQS20GRATI

Stap voor stap, lijkt het credo. ‘In eerste instantie zullen we ons vooral richten op haalbaarheidsstudies en de eerste pilots.’ Een mooi onderwerp van een “papieren” haalbaarheidsonderzoek zou de elektrische boiler kunnen zijn, stelt Van Woerden. ‘Om bijvoorbeeld industriële warmte in op te slaan. Kunnen we daarmee bijvoorbeeld pieken en dalen in het warmtegebruik balanceren?’

De technologie is geen rocket science, maar het vooral belangrijk om te weten hoe e-boilers in industriële processen zijn in te passen. Lukt dat grootschalig, dan kan heel veel warmte opnieuw worden gebruikt of opgewaardeerd.

Fornuizen

Waar liggen de mogelijkheden op de kortere termijn en waar kunnen we proof points creëren, stelt hij. ‘Over een half jaar moeten we de eerste resultaten laten zien. Voor proefinstallaties onderzoeken we de mogelijkheden bij één of twee centrale testlocaties, maar ook bij bedrijven zelf. Dat laatste levert meteen een spanningsveld op. Industriële bedrijven werken het liefst met proven technology. De dagelijkse praktijk van productiebedrijven is eigenlijk niet ingericht op ingrepen van buitenaf zoals innovatie in de processen. Er zijn geen lab-omstandigheden. Bovendien moeten veiligheid en betrouwbaarheid geborgd blijven. Tegelijkertijd zien de bedrijven de noodzaak van vergroening. Ze moeten dus wel in beweging komen. Maar hoe doe je dat, terwijl de winkel gewoon openblijft?’

fieldlabOok is het belangrijk om te weten hoe nieuwe grondstofstromen in de bestaande industrie kunnen worden ingepast. Binnen het fieldlab wil het bedrijf Duiker onderzoeken hoe industriële fornuizen andere brandstoffen kunnen verwerken. Waterstof lijkt hiervoor een goede kandidaat. De groene variant, geproduceerd met hernieuwbare elektriciteit, is echter nu nog niet in grote hoeveelheden beschikbaar. Daarom moeten er gedurende de energietransitie fase alternatieven zijn. En het liefst flexibel.

Duiker wil in het fieldlab daarom ook andere duurzame brandstoffen onderzoeken, zoals methanol, biogas of ammoniak. Zelfs aardgas is wellicht nog nodig tijdens de overgangsperiode naar een volledige CO2-reductie. Wereldwijd en in Nederland zijn talloze procesfornuizen in bedrijf. Deze zijn, in de huidige configuratie voor een groot gedeelte ongeschikt om met duurzame brandstoffen te worden bedreven. Er is daarom behoefte om de bestaande geïnstalleerde fornuizen geschikt te maken voor het gebruik van duurzame brandstoffen.

Uitwisselbaar

Van Woerden is blij dat het fieldlab wordt gesteund door een coalitie van verschillende partijen die zowel de dagelijkse praktijk van productiebedrijven als innovatieve bedrijven vertegenwoordigen. ‘Partner FME vertegenwoordigt technologische toeleveranciers, zoals Duiker in het voorbeeld, die gericht zijn op de mogelijkheden van technologieontwikkeling. Deltalinqs behartigt de belangen van de industrie, die de uitdaging heeft te duurzamer te worden met versterking van de concurrentiepositie. Bij TNO zijn onderzoekers gericht op innovatie en is veel toepasbare kennis aanwezig. Samen met het Rotterdamse Havenbedrijf en Innovation Quarter vormen ze een sterke coalitie om gezamenlijk een goed doel te bereiken om de regio Rotterdam duurzaam te versterken.’

De samenwerking houdt daar zeker niet op. Het fieldlab komt weliswaar in Rotterdam, maar samenwerking met andere clusters wordt nadrukkelijk gezocht. Zoals met de Eemsdelta, die een belangrijke rol gaat spelen in de energietransitie, en ook met Chemelot. Van Woerden: ‘Partner TNO is bijvoorbeeld nauw betrokken bij Brightsite dat veel onderzoek doet op de Chemelot Campus. En in het noorden hebben bedrijven bijvoorbeeld ervaring met e-boilers. We gaan juist voor uitwisseling en niet voor competitie met andere clusters. Door samen te werken zijn veel resultaten uitwisselbaar en opschaalbaar.’

‘De dagelijkse praktijk van productiebedrijven is niet ingericht op ingrepen van buitenaf, zoals innovatie in de processen.’

Jeroen van Woerden, kwartiermaker Fieldlab Industriële Elektrificatie

Versnelling

Van Woerden gelooft dan wel niet in een revolutie, maar de evolutie kan volgens hem ook in de energietransitie snel gaan. ‘Er heerst consensus over dat er wat moet gebeuren. De Europese Unie heeft bijvoorbeeld haar duurzame ambities niet bijgesteld tijdens de coronacrisis. Het gevoel van urgentie is er nog steeds. Daarbij kan het fieldlab de bedrijven helpen. En dan kan het snel gaan. Er is echt sprake van momentum. Het is aan ons om met inspirerende projecten de versnelling van de energietransitie vorm te geven.’

Fotocredit: Wim Raaijen
Bron: Industrielinqs 2-2020