Wiebes stelt emissiereductiedoelen industrie bij - Utilities
nieuws

Wiebes stelt emissiereductiedoelen industrie bij

Publicatie

1 mei 2018

Categorie

Utilities

Soort

nieuws

Tags

CCS, CO2-emissiereductie, Klimaatakkoord, Wiebes

De subsidieloze aanbesteding van offshore windparken is een meevaller waar minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat eerder geen rekening had gehouden. En dat is goed nieuws voor de industrie, die waarschijnlijk maar 7,2 megaton in plaats van 18 megaton CO2 zou moeten afvangen en opslaan (CCS). In een kamerbrief licht de minister de voorgenomen wijzigingen toe.

In het regeerakkoord is een verdeling gemaakt van de bijdrage die vanuit de sectoren elektriciteit, industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit en landgebruik & landbouw moet worden geleverd om 49 procent CO2-reductie te bereiken. De in het regeerakkoord geformuleerde opgave was echter gebaseerd op cijfers uit de Nationale Energieverkenning (NEV) 2016 en hield geen rekening met beleid dat na mei 2016 tot stand is gekomen. Sindsdien heeft het klimaat- en energiebeleid zich binnen en buiten Nederland verder ontwikkeld en zijn verschillende technieken aanzienlijk goedkoper geworden. Daarom besloot Wiebes de indicatieve tabel op basis van deze nieuwe inzichten te bestuderen.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) bracht aan de hand van de meest recente inzichten in beeld wat de kosteneffectiviteit (euro per ton vermeden CO2) van verschillende CO2-reducerende maatregelen zijn en het reductiepotentieel in 2030. Ten opzichte van het regeerakkoord komt het PBL nu op een bijgestelde indicatieve tabel.

Minder reductie

Het kabinet kiest onverminderd voor een ambitieuze doelstelling voor CO2-reductie van 49 procent. Het PBL concludeert dat deze doelstelling kan worden gerealiseerd met een minder grote reductieopgave in megatonnen en tegen aanzienlijk lagere kosten. In het Regeerakkoord wordt ervan uitgegaan dat een aanvullende daling van de CO2-emissies met 56 megaton nodig was om te komen tot 49 procent CO2-reductie ten opzichte van 1990. Uit de nadere analyse van het PBL blijkt echter dat als gevolg van recent ingezet en voorgenomen beleid de benodigde, aanvullende daling van emissies naar verwachting 45 megatonton bedraagt. Daarmee is de aanvullende opgave, die door de vijf sectortafels van het Klimaatakkoord moet worden gerealiseerd, wat kleiner geworden.

Subsidieloze aanbesteding

Het verschil van elf megaton wordt verklaard door een daling van vijftien megaton door de subsidieloze aanbesteding van wind op zee. Mede hierdoor blijken de kosten van een aantal zon- en wind-opties op basis van nieuwe inzichten onder de kosten van een aantal CCS-opties te duiken. De analyse geeft aan dat wanneer de inzet van CCS wordt beperkt tot de industrie, het totale potentieel van CCS minder groot is. De nu voorgestelde inzet van CCS in de industrie (7,2 Mton) is daarom lager dan die uit het regeerakkoord (18 Mton). In plaats daarvan wordt in sterkere mate ingezet op duurzame zon- en windopties, zo’n twintig Gigawatt.

Kolencentrales

Ook het lagere aantal draaiuren van de bestaande kolencentrales in Nederland draagt bij aan de verlichting van de CCS-opgave. Door meer hernieuwbare elektriciteitsproductie in Nederland en omringende landen en een lagere elektriciteitsvraag zullen kolencentrales de komende jaren minder produceren.

SDE+

Het kabinet blijft voornemens om na 2019 de SDE+ voort te zetten en te verbreden. Echter, door uit te gaan van het scenario waarin de SDE+ niet meer wordt opengesteld na 2019, ontstaat de mogelijkheid om de beschikbare middelen op een andere wijze in te zetten en kan het kabinet de besteding van de SDE+-middelen integraal afwegen ten behoeve van een kostenefficiënte invulling van de doelstelling van 49 procent broeikasgasreductie in 2030.

 

Bron: Rijksoverheid