Wiebes wil in de zomer een Klimaat- en energieakkoord - Utilities
nieuws

Wiebes wil in de zomer een Klimaat- en energieakkoord

Publicatie

11 dec 2017

Categorie

Utilities

Soort

nieuws

Tags

SER, Wiebes

Minister van Economische Zaken en Klimaat Eric Wiebes stuurde een brief naar de Tweede Kamer over de aanpak van de aangekondigde Klimaatwet en het Klimaat en energieakkoord. De minister hoopt in de zomer van 2018 de hoofdlijnen van een Klimaat- en energieakkoord te kunnen presenteren. Over de klimaatwet informeert Wiebes de kamer in het eerste kwartaal van volgend jaar.

Minister Eric Wiebes probeert de ambitieuze klimaat- en energieagenda uit het regeerakkoord vorm te geven. Zowel nationaal als internationaal zet het kabinet in op versnelde actie om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. In Europa neemt het kabinet het voortouw om de reductiedoelstelling voor 2030 te verhogen van ten minste veertig procent ten opzichte van 1990 naar 55 procent. Nederland zal zelf maatregelen nemen voor een CO2-emissiereductie van 49 procent ten opzichte van 1990.

Twee belangrijke pijlers onder de nationale ambitie zijn de Klimaatwet, waarin het kabinet de hoofdlijnen van het klimaat- en energiebeleid wil vastleggen, en het Klimaat- en Energieakkoord, die burgers en bedrijven moet aanzetten tot maatregelen die de ambities van het kabinet ondersteunen.

Klimaatwet

In het Regeerakkoord is aangegeven dat de hoofdlijnen van de afspraken op het terrein van klimaat en energie worden verankerd in een Klimaatwet. Zoals bekend ligt er een initiatiefvoorstel voor een Klimaatwet van GroenLinks, PvdA, SP, D66 en ChristenUnie voor behandeling in de Tweede Kamer. De minister is de mogelijkheden hiertoe aan het verkennen en verwacht de Tweede Kamer in het eerste kwartaal van 2018 te kunnen informeren over de resultaten daarvan.

Klimaat- en Energieakkoord

Wiebes wil de daadkracht, investeringen en kennis en kunde van alle partijen in de maatschappij benutten: ‘Bedrijven, energiecoöperaties, netbeheerders, woningcorporaties, boeren, burgers, vakbonden, natuur- en milieuorganisaties: ze hebben allemaal een uitgesproken ambitie om bij te dragen aan de klimaat- en energietransitie vanuit hun eigen expertise’, aldus de minister. Die positieve energie wil het kabinet benutten door met al deze partijen afspraken te maken over ieders eigen inzet en gezamenlijke acties.

Tegelijkertijd houdt de minister wel de hand op de knip. Hij verwacht dan ook dat niet alleen de overheid in CO2-besparende maatregelen investeert, maar dat alle partijen investeringen doen en hun huidige werkwijzen in meer of mindere mate aanpassen. De minister stelt kwaliteit vóór snelheid: ‘Een sterk Klimaat- en Energieakkoord staat voor mij voorop. Het streven van het kabinet is erop gericht om in de zomer van 2018, op basis van de afspraken uit het Regeerakkoord, te komen tot een Klimaat- en Energieakkoord op hoofdlijnen voor de periode tot 2030.’

Het ambitieuze tijdpad vraagt van alle betrokken partijen grote inspanningen. Wiebes: ‘In de elektriciteitssector, de industrie, de gebouwde omgeving, de transsportsector en op het gebied van landbouw en landgebruik zullen de komende jaren stappen moeten worden gezet om, met het oog op de afspraken uit het Akkoord van Parijs, de broeikasgasuitstoot sterk te reduceren. Bij voorkeur is in de zomer van 2018 duidelijkheid over het Klimaat- en Energieakkoord om eventuele maatregelen met budgettaire consequenties binnen het financieel kader uit het Regeerakkoord zorgvuldig in de Ontwerpbegroting 2019 te verwerken. Ook biedt dit tijdpad het kabinet de mogelijkheid om de afspraken, aangevuld met andere maatregelen op het gebied van klimaat- en energiebeleid, op te nemen in het concept Integraal Nationaal Energie- en Klimaatplan (INEK) dat Nederland als onderdeel van de Europese Energie Unie eind 2018 moet indienen.’

 

Regie

Wiebes zal zelf de regie nemen bij de totstandkoming van het Klimaat- en Energieakkoord. Voor de SER past volgens de minister nu veel meer een faciliterende rol. Het akkoord gaat over alle vijf sectoren. Voor de onderhandelingen wordt gekozen voor een structuur met vijf sectorale tafels en één coördinatieoverleg. Aan de sectortafels zitten in ieder geval de partijen die daadwerkelijk zelf een bijdrage leveren aan de transitie.

In het Klimaat- en Energieakkoord wil het kabinet inzetten op drie sporen: Ten eerste een Kostenefficiënte uitrol van maatregelen die al op korte termijn tot kostenefficiënte CO2 reductie leiden. Ten tweede pilotprojecten voor maatregelen waarvan de kosten op dit moment nog hoog zijn, maar die naar verwachting een grote rol zullen spelen richting 2050. En als derde spoor innovatietrajecten voor innovatieve maatregelen, die van belang zijn om de transitie richting 2050 verder vorm te kunnen geven.

Bron: Rijksoverheid